Een brandende auto bij een kraamkliniek annex kinderziekenhuis in de Oekraïense stad Marioepol na een bombardement door de Russische invasiemacht.

AchtergrondGeweld

In Oekraïne lijkt het oorlogsrecht geschonden te worden: wat mag er wel en niet?

Een brandende auto bij een kraamkliniek annex kinderziekenhuis in de Oekraïense stad Marioepol na een bombardement door de Russische invasiemacht.Beeld AP

Grootscheepse beschieting van steden, propagandafilmpjes met gevangenen: het oorlogsrecht lijkt te worden geschonden in Oekraïne. Klopt dat? Wat mag er wel en niet in een oorlog?

Arjen van der Ziel

De raderen van internationale juridische instellingen malen doorgaans nogal traag. Maar na de Russische invasie van Oekraïne komen het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag opvallend snel in actie.

Al op 2 maart, zes dagen na de inval, kondigt ICC-hoofdaanklager Karim Khan aan dat hij een officieel onderzoek start naar mogelijke misdrijven in Oekraïne en dat hij onmiddellijk een rechercheteam naar de regio stuurt. En op 7 maart, anderhalve week na het begin van de invasie, begint het Internationaal Gerechtshof met de behandeling van een zaak die Oekraïne aanspande tegen Rusland. Nog geen anderhalve week later doet het Hof ook al een voorlopige uitspraak: de rechters gebieden de Russen om hun militaire operatie direct te staken.

Deze snelle assertieve aanpak herinnert er aan dat oorlogsvoering, ondanks al het ogenschijnlijk ongeremde geweld, wel degelijk onderworpen is aan regels. Een idee dat ver teruggaat in de geschiedenis. Want de oude Grieken en Romeinen onderkenden al beperkingen bij hun strijd. En de rechtsgeleerde Hugo de Groot schreef al in de zeventiende eeuw in zijn beroemde boek De iure belli ac pacis (‘Over het recht van oorlog en vrede’) dat onschuldige burgers in een oorlog zo veel mogelijk moeten worden ontzien.

Het huidige oorlogsrecht, ook wel internationaal humanitair recht genoemd, stamt grotendeels uit de afgelopen anderhalve eeuw. Het is deels vastgelegd in verdragen, waaronder de belangrijke Conventies van Genève uit 1949 en twee aanvullende protocollen uit 1977. Daarnaast spelen ook gewoonterecht en rechterlijke uitspraken een rol.

Kernprincipe hierbij is dat moet worden geprobeerd om een balans te vinden tussen wat militair nodig is en wat het beginsel van menselijkheid vereist. De zeven belangrijkste uitgangspunten op een rij:

1. Combattanten en non-combattanten

Een cruciaal onderscheid in het oorlogsrecht is dat tussen zogenoemde combattanten en non-combattanten. Combattanten zijn alle leden van de nationale strijdkrachten en georganiseerde gewapende groepen die zich onderscheiden van de burgerbevolking, bijvoorbeeld door het dragen van wapens, uniformen of de gele banden die Oekraïense troepen vaak om de bovenarm of elders dragen, om zich te onderscheiden van de vijand. Deze combattanten mogen rechtstreeks aanvallen en mogen zelf ook worden aangevallen.

Non-combattanten, oftewel burgers, mogen niet rechtstreeks worden aangevallen. Maar burgers die gaan meevechten, bijvoorbeeld door vanaf het dak van een flat molotovcocktails naar een tank te gooien, worden daardoor tijdelijk deelnemers aan de strijd en mogen wel worden aangevallen.

2. Militaire doelen en civiele objecten

Civiele gebouwen als woonhuizen en scholen horen niet te worden bestookt. Daarnaast genieten sommige andere objecten, zoals ziekenhuizen, religieuze gebouwen en cultureel erfgoed, speciale bescherming. Maar als een civiel object gebruikt wordt voor een militair doeleind verliest het zijn beschermde status.

De grens is soms moeilijk te trekken. Bruggen, spoorlijnen en gebouwen die in vredestijd een civiele functie hebben, kunnen in oorlogstijd toch militair relevant worden. En als soldaten zich verschansen in bijvoorbeeld een hospitaal om van daaruit op de vijand te schieten, wordt dat hospitaal een legitiem doelwit.

Zo bestookten de Russen in de Oekraïense hoofdstad Kiev onlangs een televisiemast. “Dat is typisch zoiets waarover je kunt twisten”, zegt Terry Gill, emeritus hoogleraar militair recht van de Nederlandse Defensie Academie en de Universiteit van Amsterdam. “Want de informatie-oorlog is tot op zekere hoogte onderdeel van de strijd. Als zo’n tv-mast wordt gebruikt om informatie door te geven aan troepen of om mensen op te roepen tot de strijd, kan zo’n mast een gerechtvaardigd doelwit worden. Zo gaf de BBC in de Tweede Wereldoorlog codeberichten door aan Franse verzetsstrijders. Zo’n omroep wordt dan een legitiem doelwit.”

3. Medische troepen en Rode Kruis

Medische troepen zijn te herkennen aan het embleem van het Rode Kruis, de Rode Halve Maan of het Rode Kristal op een wit vlak. Zij mogen niet worden aangevallen en moeten zichzelf houden aan medisch-ethische regels. Zo horen ze bijvoorbeeld ook gewonden van de vijand te behandelen.

Een bijzondere rol speelt daarnaast het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC), een internationale organisatie die opereert vanuit het Zwitserse Genève. Ook ICRC-medewerkers en hun kantoren, kampen, opslagloodsen en transportmiddelen mogen niet aangevallen worden. De ICRC-medewerkers geven onder meer humanitaire hulp, spelen een neutrale faciliterende rol tussen strijdende partijen en bezoeken krijgsgevangenen, om te zien of zij humaan worden behandeld.

“Krijgsgevangenen kunnen via ICRC ook hun familie op de hoogte stellen van hun lot”, zegt Tessa Beeloo, coördinator humanitair oorlogsrecht van het Nederlandse Rode Kruis. “ICRC helpt om vermisten op te sporen.”

4. Ontoelaatbare wapens

Sommige wapens zijn verboden omdat ze onvoldoende onderscheid maken tussen militairen en burgers, of omdat ze overbodig letsel of onnodig leed veroorzaken. Daarover is sinds eind negentiende eeuw ook een reeks verdragen gesloten. Zo hebben tientallen landen beloofd dat ze geen gebruik maken van dumdumkogels, die fragmenteren of uitzetten als ze een lichaam treffen, waardoor ze zeer nare wonden veroorzaken.

Ook Oekraïne en Rusland zijn aangesloten bij een flink aantal van deze verdragen. Beide landen hebben bijvoorbeeld vastgelegd dat ze geen chemische of biologische wapens zullen produceren, opslaan of gebruiken. Ook hebben ze beloofd geen mijnen of boobytraps te gebruiken en geen verblindende laserwapens in te zetten.

Nucleaire wapens zijn, ook oorlogsrechtelijk, een buitencategorie. Vanwege hun grootschalige effecten kun je met kernwapens moeilijk onderscheid maken tussen militairen en burgers. Maar ook hier moet weer een afweging worden gemaakt tussen de bescherming van burgers en het militaire voordeel dat atoomwapens kunnen opleveren.

Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft de uitkomst van deze afweging in een gezaghebbende adviserende uitspraak uit 1996 opengehouden, en geoordeeld dat de inzet van atoombommen in uitzonderingsgevallen rechtmatig kan zijn. Volgens deskundigen zou je dan bijvoorbeeld kunnen denken aan situaties van zeer extreme zelfverdediging, als het voortbestaan van een land in gevaar komt.

5. Proportionaliteit

Doelen mogen niet worden aangevallen als de zogenoemde civiele nevenschade, in de vorm van schade aan burgerobjecten of burgerslachtoffers, niet in verhouding staat tot het militaire voordeel. Zo zal een grootscheepse luchtaanval op een kleine militaire post als disproportioneel worden aangemerkt als die post van weinig militair belang is en ernaast een school staat waarin veel kinderen zitten.

Waarnemers vermoeden dat de Russische troepen op dit moment bij de beschieting van omsingelde Oekraïense steden dit vereiste van proportionaliteit te weinig in het oog houden. “Ik heb de indruk dat de Russen zich in de eerste paar dagen nog wel probeerden om zich aan het oorlogsrecht te houden”, zegt Gill. “Maar toen het verzet heviger bleek dan ze hadden verwacht, zijn ze overgegaan op de traditionele Russische manier van oorlogvoeren: de inzet van zeer grote vuurkracht van grote afstand. Ze schieten nu met heel veel vuurmonden tegelijk, zonder deugdelijke waarneming, delen van steden in puin. Dat is eigenlijk een vorm van terreur.”

6. Behandeling van krijgsgevangenen

Gevangengenomen combattanten moeten worden behandeld als krijgsgevangenen, conform de regels van de Derde Geneefse Conventie. Ze moeten humaan behandeld worden, hebben recht op voedsel, onderdak en medische verzorging, en hen mag geen geweld worden aangedaan. Na het einde van de vijandelijkheden dienen ze te worden gerepatrieerd naar hun vaderland. Wat de Oekraïners momenteel doen, filmpjes maken van krijgsgevangen, waarin ze duidelijk te herkennen zijn, en die op sociale media zetten mag niet.

“Die video’s zijn een duidelijke schending van het oorlogsrecht”, zegt Gill. “Je mag krijgsgevangenen niet met zulke filmpjes inzetten voor propaganda. Het is natuurlijk niet te vergelijken met echt ernstige dingen, zoals het standrechtelijk executeren van gevangenen, maar het mag echt niet.”

7. Optreden in bezet gebied

Ook voor het optreden in bezet gebied gelden regels. Zo moet de bezetters de openbare orde handhaven en dienen ze in principe de bestaande wetgeving te respecteren. Particulier bezit hoort te worden geëerbiedigd; er mag niet worden geroofd of geplunderd.

Oekraïne stelt dat de Russen burgemeesters gevangen hebben genomen. Op video’s op sociale media is te zien hoe een burgemeester, kennelijk met een zak over zijn hoofd, werd afgevoerd. Als de Russen dit inderdaad hebben gedaan, is dat in strijd met het oorlogsrecht.

Maar ook hier is er weer een grijs gebied. Want een bezettingsmacht heeft wel het recht om zichzelf en zijn aanvoerlijnen te beschermen. Ook mogen deelnemers aan eventueel gewapend verzet worden geïnterneerd.

“Stel dat een bakker overdag broden bakt, maar ‘s avonds de bergen in gaat om te vechten”, zegt Beeloo van het Rode Kruis. “Dat zijn moeilijke gevallen. De grens tussen burgers en verzetsstrijders is soms lastig te trekken.”

Dat het oorlogsrecht in Oekraïne wordt geschonden is volgens experts wel duidelijk. Maar in welke mate dat gebeurt, valt na drie weken oorlog, ondanks alle heftige berichten en beelden, nog niet met zekerheid te zeggen.

Naleving van het recht kan in elk geval, net als in veel andere conflicten, niet worden afgedwongen. Rusland zal zich naar verwachting ook weinig aantrekken van de opdracht van woensdag van het Internationaal Gerechtshof om zich terug te trekken. En het moet nog maar worden afgewacht of betrokken militairen en leiders ooit zullen worden berecht voor oorlogsmisdrijven.

De Amerikaanse president Joe Biden noemde zijn Russische tegenhanger Vladimir Poetin, die het Oekraïense bloedbad ontketende, woensdag alvast ‘een oorlogsmisdadiger’. Maar de kans dat Poetin ooit voor het Internationaal Strafhof in Den Haag zal worden gebracht, lijkt vooralsnog klein.

Toch wijst de praktijk volgens deskundigen uit dat het systeem tot op zekere hoogte wel werkt. Hierbij lijkt onder meer een rol te spelen dat militairen soms niet weten hoe het hen zelf in de loop van een conflict zal vergaan. Het kan verstandig zijn om burgers te beschermen en gevangenen behoorlijk te behandelen als je denkt dat je zelf die bescherming later ook nodig kunt hebben.

Militairen wereldwijd, ook in Oekraïne en Rusland, krijgen bovendien onderricht in het oorlogsrecht. En landen die het schenden, wordt dat soms eeuwenlang nagedragen.

“Oorlogsrecht is zo oud als onze beschaving”, zegt emeritus hoogleraar Gill. “Het is niet zo dat het de hele tijd wordt nageleefd, maar we weten dat deze principes er zijn en we zijn ook geschokt als ze worden geschonden. Het zijn de basisnormen die overblijven als alle andere regels tijdelijk zijn uitgeschakeld.”

Lees ook:

Internationaal Gerechtshof eist Russische terugtrekking, een morele overwinning voor Oekraïne

Rusland lijdt in Den Haag een juridische nederlaag tegen Oekraïne. Kiev noemt de uitspraak ‘een volledige overwinning’.

Kinderziekenhuis in Marioepol vol geraakt door Russische raketten

Een Russische raketaanval woensdag op een kraamkliniek annex kinderziekenhuis in de omsingelde stad Marioepol heeft tot een grote ravage met nog een onbekend aantal dodelijke slachtoffers geleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden