MegastadMoskou

In Moskou heeft elk seizoen zijn eigen ongedierte

Een man in een witte overall loopt behoedzaam door de berm, met iets dat nog het meest weg heeft van een stofzuiger. Niemand die ervan opkijkt, want sinds het begin van de coronapandemie zijn gemaskerde mannen en vrouwen in rare pakken een vertrouwd straatbeeld geworden. 

Dat is er zeker weer zo een die ergens een coronatest gaat afnemen. Maar nee, de man drentelt verder de struiken in en besprenkelt de bodem en alles wat daarop groeit met een onbekende substantie.

Er wordt wat afgespoten in Moskou. ’s Winters zijn het de sproeiwagens die, op en om de straten, hele wagonladingen achterlaten van een goedje dat warmte afgeeft, waardoor ijs smelt en gladheid verdwijnt. De bermflora kan er slecht tegen, fietsbanden en schoenzolen idem dito. Sinds dit voorjaar wordt de rust dag en nacht verstoord door tractoren die de straten moeten desinfecteren vanwege het coronavirus. Horendol wordt je ervan. Een buurvrouw klaagde erbarmelijk bij het wijkbestuur dat ze er niet van kon slapen, tevergeefs.

De teek

En nu wordt er opnieuw gesproeid in groenstroken en parken, die net na de maandenlange lockdown weer zijn geopend voor het naar natuurschoon smachtende publiek. Doelwit: de teek, die was vóór de komst van het coronavirus veruit het gevaarlijkste organisme voor de doorsnee stadsbewoner. Ook in Rusland is de teek al jaren bezig aan een opmars. Het dier heeft in alle stadsparken voet aan de grond gekregen en wordt met het jaar vroeger actief.

Met alle mogelijke gevolgen van dien, want steeds vaker verspreiden teken niet alleen de ziekte van Lyme, maar ook tekenencefalitis, een vorm van hersenvliesontsteking. Het is de vraag of spuiten veel helpt. In en om Moskou is zoveel bos dat het vechten tegen de bierkaai is, en ongetwijfeld is het gif ook dodelijk voor tal van insecten.

De kakkerlak

Iedere tijd heeft zijn eigen ‘ongedierte’. Zelf maakte ik eind jaren tachtig voor het eerst kennis met kakkerlakken. In Amsterdam was ik ze nog nooit tegengekomen, maar hier komen ze in iedere Sovjetflat voor, voor buitenlanders, bijna een bezienswaardigheid (vooral die hele grote, Amerikaanse). Pakweg sinds de eeuwwisseling zijn de kakkerlakken op hun retour, een tamelijk raadselachtig fenomeen dat specialisten verbinden met een betere hygiëne en het verdwijnen van communale woningen en een efficiëntere afvalverwerking.

Hetzelfde geldt, of gold, voor de ratten, die je in de jaren negentig steevast tegen het lijf liep in het schemerduister, toen er veel meer afval buiten op straat lag. Nu zie ik ze vooral ’s winters in het park, bij de voertafels voor vogels, geduldig wachtend op de zonnebloempitten die naar beneden vallen. Hun grootste vijand zijn halfwilde katten, die huizen in de kelders van veel flatgebouwen, ook het onze. Voor hoelang is de vraag, want de gemeente heeft om duistere redenen bedacht de ventilatiegaten te barricaderen om de katten te weren. Biologen voorspellen daarom een nieuwe rattenplaag.

Het wachten is op die andere rattenvijand, de vos. Dit voorjaar waren er al meer dan vijftig meldingen binnen de stadsgrenzen. Op twee kilometer van mijn huis is een vossenburcht, aan de overkant van een zwaar vervuild riviertje. Vorig jaar was er een hondsdolle vos in een zuidelijke wijk, aanleiding voor een twee maanden durende quarantaine voor huisdieren. De kans op besmetting is klein, aldus de gemeente, die de vos vooralsnog ziet als een lust en geen last, en zijn komst trots aanvoert als bewijs voor succesvol milieubeleid.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden