InterviewCatherine Marchi-Uhel

In miljoenen uren video zoekt deze rechter bewijs voor Syrische oorlogsmisdaden

De Franse rechter Catherine Marchi-Uhel leidt het International Independent & Impartial mechanism voor Syrië. “Er worden al meer dan tien jaar misdaden begaan.” Beeld ANP / EPA
De Franse rechter Catherine Marchi-Uhel leidt het International Independent & Impartial mechanism voor Syrië. “Er worden al meer dan tien jaar misdaden begaan.”Beeld ANP / EPA

Rechter Catherine Marchi-Uhel vergaart namens de Verenigde Naties bewijs voor oorlogsmisdaden die in Syrië zijn begaan. Elf jaar na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog is dat hard nodig.

Fernande van Tets

De statistieken zijn nog altijd gruwelijk: honderdduizenden doden, aanvallen met chemische wapens, bombardementen op burgerdoelwitten zoals scholen en ziekenhuizen en meer dan honderdduizend vermisten in gevangenissen waar op grote schaal gemarteld wordt. Toch is er nog altijd geen internationaal gerechtshof dat zich bezighoudt met Syrische oorlogsmisdaden.

“De situatie in Syrië is bijzonder ernstig”, zegt de Franse rechter Catherine Marchi-Uhel. “Er worden al meer dan tien jaar misdaden begaan, en dit is typische een zaak die normaliter doorverwezen zou worden naar het Internationaal Strafhof.”

Het Internationaal Strafhof in Den Haag is inderdaad verzocht, onder meer door Nederland, om de misdaden in Syrië te onderzoeken. Maar die pogingen strandden herhaaldelijk op veto’s van Rusland en China in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Terwijl het Internationaal Strafhof nu juist voor dit soort misdaden is opgericht, zegt Marchi-Uhel – voor het vervolgen van misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en zelfs genocide. Diplomatiek spreekt ze van ‘politieke blokkades’ die ervoor zorgen dat geen enkel internationaal gerechtshof zich met de misdaden in Syrië bezighoudt. “Ik ben boos en gefrustreerd”, laat ze zich later ontvallen.

Bewijsmateriaal van internationale misdaden

Het is een van de redenen dat ze solliciteerde als hoofd van International Independent & Impartial mechanism voor Syrië, ook wel bekend al het III-M. Dat werd in 2016 opgericht door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het internationale, onpartijdige en onafhankelijke panel richt zich op het vergaren, opslaan en analyseren van bewijsmateriaal van internationale misdaden die in Syrië sinds 2011 zijn gepleegd. Doel is om zo goed en zo kwaad als het kan te helpen bij de vervolging van zulke misdaden. Nederland is één van de voornaamste geldschieters.

Catherine Marchi-Uhel houdt zich al meer dan 25 jaar bezig met het internationaal recht. Ze werkte onder meer als rechter bij het Joegoslaviëtribunaal, en de tribunalen voor Rwanda en Cambodja. “Het is altijd hetzelfde lijden”, zegt ze over de verschillende oorlogen.

Ze ontvangt in een statig kantoor, met hoge ramen en uitgestalde boeken in een historische, zandkleurige villa in Genève. Achter haar bureau staat de blauwwitte vlag van de Verenigde Naties. “Dit is mijn showkantoor”, zegt ze zelf. Het echte werk gebeurt in een grijze blokkendoos ernaast, waar buitenstaanders vanwege veiligheidsoverwegingen niet naar binnen mogen. Daar zit een team van advocaten, onderzoekers, analisten en specialisten in digitaal bewijs, en wordt al het bewijsmateriaal opgeslagen, totdat het gebruikt kan worden in de rechtszaal.

Elf jaar na het begin van de oorlog in Syrië wordt gerechtigheid met name gevonden in Europese rechtbanken. Onder het principe van universele jurisdictie kunnen internationale misdaden ook onder nationaal recht worden vervolgd. En dat werpt zijn vruchten af, aldus Marchi-Uhel. “Ik tel 27 zaken waarin mensen zijn veroordeeld in Duitsland, Nederland, Zweden en Hongarije. En dat zijn alleen de zaken die hebben geleid tot een uitspraak”, vertelt ze. Dat geeft haar hoop. Sommige landen, waaronder Nederland, Frankrijk, Duitsland en Zweden hebben speciale teams die zich alleen bezighouden met internationale misdrijven. “Dat is heel positief. Dat een aantal landen bevoegde aanklagers en rechters hebben die gewend zijn om met dit soort zaken om te gaan.”

Martelen van gevangenen

De veroordeelde daders van oorlogsmisdrijven variëren van oppositiestrijders die poseerden met lijken van tegenstanders tot een Zweedse moeder die haar minderjarige zoon door Islamitische Staat liet gebruiken als kindsoldaat. Aanvankelijk werden voornamelijk misdaden berecht die door de Syrische oppositie en Islamitische Staat zijn begaan. Maar recentelijk werden in het Duitse Koblenz ook twee medewerkers van de Syrische inlichtingendienst veroordeeld voor hun rol in het martelen van gevangenen, een misdaad tegen de menselijkheid.

Vooralsnog heeft bewijsmateriaal dat Marchi-Uhel en haar team hadden verzameld een rol gespeeld bij vier van deze veroordelingen, waaronder de twee zaken in Koblenz, vertelt ze. Sommige zaken lopen nog, andere leidden na onderzoek niet tot vervolging. Tot nog toe leverde het III-M bewijs aan voor 96 onderzoeken in 13 verschillende landen. Het panel is in gesprek met een veertiende land over samenwerking.

Als er een verzoek van een politie-eenheid of rechtbank binnenkomt, bijvoorbeeld om informatie over een specifiek persoon of een gebeurtenis, gaan Marchi-Uhel en haar team op zoek naar relevant bewijs. Dat ligt onder meer in een beveiligde digitale kluis. Sinds het III-M in 2018 operationeel werd zijn er al meer dan twee miljoen documenten vergaard, waaronder een enorme hoeveelheid digitaal bewijs. Veel Syriërs maakten met hun mobiele telefoons opnames, en er bestaat miljoenen uren aan video van het conflict.

“Dat is allemaal vrij nieuw”, zegt Marchi-Uhel, die spreekt over de Syrische oorlog als het meest gedocumenteerde conflict sinds de Tweede Wereldoorlog. “Dat betekent dat je niet alleen technieken moet vinden om dit bewijs te vergaren en op te slaan, maar het ook moet managen. Je moet een manier vinden om in die enorme hoeveelheid bewijsmateriaal te zoeken om relevant bewijs te vinden.”

Zoeken op specifieke Arabische woorden

Dat is de grote uitdaging. Door middel van technologie is de berg digitaal bewijs te doorzoeken, bijvoorbeeld op specifieke Arabische woorden, of verschillende type documenten met bepaalde logo’s of handtekeningen. “Ik zeg niet dat we alle oplossingen hebben”, geeft Marchi-Uhel toe over het digitale aspect. Maar het III-M werkt samen met andere organisaties die met soortgelijke problematiek bezig zijn.

Syrische ngo’s spelen een grote rol bij het vergaren van bewijs. Zij hebben bijvoorbeeld officiële documenten uit Syrië weten te smokkelen en deelden dat met het III-M. “Het is onmogelijk om dit werk te doen zonder het maatschappelijk middenveld te betrekken dat zo dapper al vele jaren dit werk heeft gedaan”, zegt Marchi-Uhel. Ook krijgt het panel bewijs van andere instanties, zoals de VN-onderzoekscommissie voor Syrië. Het team doet zelf bovendien interviews met slachtoffers en getuigen.

Daarnaast bouwt Marchi-Uhel met het III-M aan dossiers over specifieke soorten misdaden. Gezien de grote hoeveelheid misdaden die het afgelopen decennium in Syrië werd begaan, en de bijbehorende aantallen daders en actoren, moeten daarbij keuzes gemaakt worden. “Je kan niet redelijkerwijs verwachten dat we iedere misdaad onderzoeken”, zegt Marchi-Uhel.

Van betekenis voor slachtoffer

De ervaring van slachtoffers speelt een grote rol in het vaststellen waar tijd en geld naartoe gaat. “We doen dat dus niet alleen op de basis van onze kennis als professionals in het internationaal strafrecht, maar ook op basis van onze betrokkenheid met slachtoffergroepen van verschillende gemeenschappen, zodat we ervoor kunnen zorgen dat het werk dat we doen betekenisvol is voor hen.”

Er is regelmatig contact met vertegenwoordigers van verschillende groepen slachtoffers, onder andere op bijeenkomsten die twee keer per jaar worden georganiseerd. Daar legt Marchi-Uhel uit waar ze mee bezig is, probeert ze slachtoffers te steunen en verwachtingen bij te stellen. “Je hoort hun frustraties, maar ook hun hoop voor gerechtigheid.” Het contact met slachtoffers is een van de meest waardevolle aspecten van het werk , zegt Marchi-Uhel. “Het is moeilijk werk. Je ziet vooruitgang, maar niet altijd zo snel als je had gewild”, vertelt ze. “Na een middag met de slachtoffers en overlevenden van deze misdaden weet je weer precies waarom dit zo belangrijk is.”

Inmiddels zijn er drie pijlers, of onderzoekslijnen, waar Marchi-Uhel en haar team zich op richten. De eerste is detentie. Er zijn nog altijd meer dan 100.000 mensen vermist in Syrië nadat ze werden gearresteerd. Daarbij probeert het III-M een dossier op te bouwen dat laat zien dat de martelingen die plaatsvonden in Syrische gevangenissen niet alleen het resultaat waren van een sadistische bewaker, maar onderdeel zijn van een groter systeem. “We hebben bijvoorbeeld stukken geschreven die laten zien hoe Syrische gevangenissen zijn georganiseerd, de relatie van individuen binnen die gevangenissen, de bevelstructuur. Hoe gevangenen tussen verschillende gevangenissen worden verplaatst. De structuur van de misdaden die begaan worden in die gevangenissen.”

Wijdverspreide aanval

Dit soort stukken zijn ook nuttig voor nationale rechtbanken, om marteling te vervolgen als misdaad tegen de mensheid. Er moet in dat geval namelijk worden vastgesteld dat de dader onderdeel is van een wijdverbreide of systematische aanval op de burgerbevolking, legt de rechter uit. Juist om die reden was de veroordeling in Koblenz ook zo belangrijk. In januari werd daar een Syrische inlichtingenofficier veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor moord en marteling als misdaden tegen de menselijkheid. Die uitspraak “laat zien dat hoewel een individuele zaak alleen om een bepaalde gevangenis draait, het een onderdeel vormt van een wijdverspreide aanval tegen de burgerbevolking”, zegt Marchi-Uhel.

Een tweede onderzoekslijn zijn onwettige aanvallen. De misdaden die nu in Oekraïne afschuw oproepen (denk aan het bombarderen van een kinderziekenhuis in Marioepol) zijn in Syrië al langer aan de gang. De Onderzoekscommissie van de Verenigde Naties spreekt van aanvallen door het Syrische regime en zijn bondgenoten die ‘doelbewust en systematisch gericht zijn op ziekenhuizen’. Een van die bondgenoten is Rusland, dat sinds de zomer van 2015 luchtsteun verschaft aan het regime van president Bashar al-Assad. Ziekenhuizen in Idlib, in het noorden van Syrië, worden vandaag nog steeds aangevallen.

Rode lijn

Ook aanvallen met chemische wapen zijn onwettig. Het gebruik van chemische wapens werd door de Amerikaanse president Obama aangeduid als een ‘rode lijn’, maar na een chemische aanval net buiten de Syrische hoofdstad Damascus die in 2013 tot 1400 doden leidde, bleef een militaire reactie van het Westen uit.

De derde pijler die het III-M onderzoekt zijn de misdaden die begaan zijn door Islamitische Staat. Die groep kreeg in 2014 een groot deel van Syrië in handen en voerde strenge islamitische wetgeving in, inclusief lijfstraffen en onthoofdingen.

Juriste Marchi-Uhel hoopt dat deze dossiers niet alleen gebruikt zullen worden door nationale aanklagers, maar ook ooit ingezet worden in een zaak voor een internationaal gerechtshof. “Het werk dat we doen, mijn team en ik, is voor de slachtoffers en overlevenden van de misdaden in Syrië. Als we zien hoe zij lijden en hoe vreselijk deze misdaden voor hen uitpakken, kunnen we niet accepteren dat het onbestraft blijft.”

Een mogelijkheid tot berechting is een initiatief van Nederland uit september 2020 om Syrië officieel verantwoordelijk te stellen voor grove mensenrechtenschendingen onder het VN-verdrag tegen marteling. Syrië heeft dat ondertekend. Het ministerie van buitenlandse zaken kan geen uitspraak doen over de voortgang van de zaak. Maar “deze situatie zou bij het Internationaal Gerechtshof kunnen eindigen”, zegt Marchi-Uhel hoopvol.

Arrestatiebevelen

Vooralsnog blijven hoge kopstukken, zoals de Syrische president zelf, buiten schot. Wel zijn er arrestatiebevelen uit in Frankrijk en Duitsland voor Jamil al-Hassan, het voormalig hoofd van de inlichtingendienst van de Syrische luchtmacht en veiligheidsadviseur Ali Mamlouk. Maar die moeten zich dan wel op Europees grondgebied begeven om te kunnen worden gearresteerd.

Haar jarenlange ervaring heeft Marchi-Uhel geleerd dat geduld loont. “Je moet optimistisch blijven”, zegt ze. Toen ze tussen 2011 en 2015 bij het Joegoslaviëtribunaal werkte, verwachtte ze niet dat kopstukken nog zouden worden opgepakt. Toch werd de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic in 2011 uitgeleverd aan Den Haag. “Politieke allianties veranderen, situaties wijzigen”, zegt ze. “Het kan lang duren. Maar deze misdaden hebben geen verjaringstermijn, zoals gewone misdaden. En uitgestelde gerechtigheid is ook belangrijk. Natuurlijk zien we het liever vroeger gebeuren dan later, maar uitstel van recht is niet hetzelfde als ontzegging van recht.”

Lees ook: Oud-officier Anwar R. voerde een schrikbewind in Syrische martelgevangenis Afdeling 251

De Syrische Anwar R. staat vandaag terecht voor een Duitse rechtbank in Koblenz. Hij was kolonel van de Syrische inlichtingendienst. De zaak is uniek, hij is de hoogste Syriër die in Europa wordt berecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden