Rechtszaak

In Koblenz wordt vandaag de eerste stap gezet naar gerechtigheid voor de slachtoffers van Assad

De Syrische mensenrechtenadvocaat Anwar al-Bunni in Berlijn.Beeld AFP

Donderdag begint in de Duitse stad Koblenz de eerste rechtszaak tegen twee folteraars van het Assad-regime. ‘Dit geeft ons hoop dat we de juiste richting op gaan.’

De aanwezigen bij de rechtszaak in Koblenz zitten achter plastic schermen. Veel stoelen op de publieke tribune zullen leeg zijn. Het is wat behelpen door de coronacrisis, maar het belangrijkste voor de slachtoffers is dat hun zaak prioriteit kreeg en kan doorgaan. In het beklaagdenbankje voor de rechter zitten Anwar R. en Eyad A., die worden verdacht van marteling in Syrië. Het is de eerste zaak waar dan ook tegen folteraars van het Syrische regime.

De acht cliënten van advocaat Patrick Kroker wachten al lang op gerechtigheid. Aan het begin van de Syrische revolutie, nu negen jaar geleden, werden ze opgepakt bij vreedzame demonstraties. Urenlang werden ze aan hun polsen opgehangen, geslagen en kregen ze schokken toegediend. In de overvolle cellen, waar geen ruimte was om te zitten, klonk het geschreeuw uit de verhoorkamers oorverdovend.

Syriërs die gemarteld zijn, praten daar uit angst of schaamte vaak niet over. Bovendien zijn meer dan 128.000 mensen nooit meer de gevangenis uitgekomen; velen zijn doodgemarteld. De motivatie van zijn cliënten om hun getuigenis af te leggen, is dan ook niet zozeer wraak, maar vooral het aan het licht brengen van de waarheid, vertelt advocaat Kroker tijdens een online persbijeenkomst.

Duitsland begon op eigen houtje een rechtszaak voor misdaden tegen de menselijkheid

Dat Duitsland op eigen houtje een rechtszaak is begonnen voor misdaden, gepleegd in een ander land, is bijzonder. Voor misdaden tegen de menselijkheid is dat sinds 2002 mogelijk, maar tot nu toe heeft die wet nauwelijks tot rechtszaken geleid. Toch zet de wet nu de deur open voor rechtspraak over het conflict in Syrië. Op internationaal niveau zit de rechtsgang namelijk muurvast. Syrië is niet gebonden aan het Internationaal Strafhof en bij de Verenigde Naties blokkeren Rusland en China de oprichting van een Syrië-tribunaal.

Deze eerste zaak in Duitsland brengt naar alle waarschijnlijkheid ook gerechtelijke procedures op gang in andere Europese landen met een grote Syrische gemeenschap. De bevindingen van het onderzoek in deze zaak worden met openbare aanklagers in andere landen gedeeld. Volgens het Europees Centrum voor Constitutionele en Mensenrechten (ECCHR) zijn verschillende Europese landen al bezig met eigen onderzoeken.

Wie zijn Anwar R. en Eyad A.?

In Koblenz staat donderdag de 57-jarige Anwar R. voor de rechter. Hij zou leiding hebben gegeven aan de ondervragers en het gevangenispersoneel van department 251, onderdeel van een Syrische inlichtingendienst. De andere verdachte in deze zaak, de 43-jarige Eyad A., zou daar in een lagere positie hebben gewerkt en verantwoordelijk zijn geweest voor het arresteren van demonstranten.
Beide mannen zijn in de loop van het conflict uit de inlichtingendienst gestapt en naar Duitsland gevlucht. A. arriveerde in 2018 en kwam meteen bij de Duitse veiligheidsdiensten in het vizier, omdat hij tijdens zijn asielaanvraag open was over de arrestaties die hij had verricht. R. woonde sinds 2014 met familieleden in Berlijn en was daar bekend bij Syrische activisten. Zij verzamelden bewijs over hem en dat leidde een jaar geleden tot zijn arrestatie.

In het Duitse Karlsruhe wordt daarnaast uitgebreid forensisch onderzoek gedaan naar de ‘Caesar-documenten’. Die bevatten foto’s van een gedeserteerde legerfotograaf, die in militaire ziekenhuizen gedode gevangenen moest vastleggen. Op de foto’s zijn tekenen van martelingen te zien. Dit bewijsmateriaal wordt ook met andere landen gedeeld.

Maar de Duitse rechtszaak is vooral het werk van Syrische organisaties in ballingschap, die de misdaden van het Syrische regime al jaren documenteren. Sinds vier jaar krijgen zij hulp van het ECCHR, om hun bewijs naar de rechter te krijgen. Uit deze samenwerking kwam in 2018 al een arrestatiebevel voort van het Duitse Federale Hof van Justitie voor Jamil Hassan, die tot juli 2019 hoofd van een van de Syrische inlichtingendiensten was.

Vooral belangrijk om inzicht te krijgen in het systeem van martelingen onder Assad

Volgens het hoofd van het ECCHR, Wolfgang Kaleck, is deze zaak vooral complex omdat moet worden uitgezocht hoe groot de individuele verantwoordelijkheid was van de verdachten binnen het staatsapparaat van de Syrische president Bashar al-Assad. De verdachte Anwar A. was volgens Kaleck ‘beslist geen kleine vis’, maar: “Het zal belangrijk zijn voor de rechtbank om inzicht te krijgen in het gehele systeem van martelingen onder Assad”. De rechtszaak kan dan ook lang gaan duren.

Het is niet bekend hoeveel onderzoeken er in Duitsland lopen naar verdachten van martelingen in Syrië, maar volgens het ECCHR is de omvang ‘ambitieus’. Hoe lang er geld beschikbaar zal zijn voor zulke zaken, zal afhangen van het succes van deze zaak. Kaleck ziet de zaak in Koblenz hoe dan ook niet als een eindpunt, maar als het begin van de weg naar gerechtigheid in Syrië: “We hopen dat alle kennis die nu wordt verzameld in een later stadium gebruikt kan worden door een internationaal tribunaal, of ooit in Syrië.”

De daders verantwoordelijk houden is essentieel voor de wederopbouw van Syrië, zegt onderzoeker Anwar al-Bunni, die voor een van de Syrische organisaties werkt die betrokken zijn bij de rechtszaak. De martelingen, zegt hij, zijn het belangrijkste wapen van het Syrische regime. “Het maakt mensen bang. Dan vragen ze niet om hun vrijheid”, zegt hij. “Dat wapen moeten wij het regime afnemen.”

Getuige Abeer Farhoud, die werd gemarteld door het regime, voelt zich gesterkt door de rechtszaak. “Rechtvaardigheid is waar wij om vroegen tijdens de revolutie”, zegt ze tijdens de persconferentie. “Hoewel het een kleine stap is naar rechtvaardigheid, geeft dit ons weer hoop dat we de juiste richting op gaan.”

Lees ook:

Ziekte en honger slaan om zich heen in Syrische vluchtelingenkampen

In vluchtelingenkampen in de Syrische provincie Idlib voltrekt zich een humanitaire ramp. Het vorige week begonnen Turkse offensief biedt de vluchtelingen enige hoop.

Het Westen moet zich erbij neerleggen: de toekomst van Syrië ligt in de handen van Moskou

Na een ongekende escalatie van geweld in de Syrische provincie Idlib ligt er sinds maart een staakt-het-vuren op tafel. Maar daarmee is de oorlog allerminst ten einde. Hoe ziet de toekomst van Syrië eruit?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden