De Megastad Johannesburg

In Johannesburg is Afrika ver weg

Ik kwam na een reis door Mozambique en Zimbabwe terug met een maag die wat van slag was. En dat duurde me te lang. “Goed, dat je bent gekomen”, zei mijn dokter in de wijk Bedfordview in Johannesburg. “We doen een malariatest en testen je even op parasieten.” Ze glimlachte geruststellend. “De kans daarop is niet groot hoor, maar je weet maar nooit. Je bent immers naar Afrika geweest.”

Ik keek wat verwonderd om mij heen. Waar zat ik dan nu? Hoezo lag Johannesburg opeens buiten Afrika? Toch moet ik bekennen dat de opmerking van mijn dokter nu ook weer niet helemáál als een verrassing kwam. Ik woon al lang genoeg in Johannesburg om te weten dat veel mensen – wit én zwart – hier ­menen dat hun stad van alles is, maar toch zeker geen werkelijk onderdeel van Afrika.

In Afrika zitten volgens hen de wegen vol gaten. In Afrika gaan ziektes rond als ebola. Afrika is gevaarlijk. Mijn vrienden in Johannesburg zijn vaak opvallend bezorgd, wanneer zij binnen hun eigen continent op reis moeten – meestal voor werk, want vakantie vieren zij liever in Europa. Ze lijken telkens te vergeten dat hun eigen Zuid-Afrikaanse steden kampen met verreweg het grootste misdaadprobleem van heel het continent.

Die criminaliteit is volgens veel van de inwoners van Johannesburg nu juist weer de schuld van alle Afrikaanse immigranten die hun geluk komen beproeven in hun stad. Minstens één op de acht inwoners is een buitenlander. Johannesburg is het economische hart van Afrika. Dat lokt. De stad heet in de Zuid-Afrikaanse Zoeloe-taal niet voor niets ­Egoli: plaats van het goud. De afkeer van Afrikaanse immigranten leidt regelmatig tot uitbarstingen van xenofobisch geweld, soms ‘Afrofobisch geweld’ genoemd, omdat het zich uitsluitend richt op mede-Afrikanen. Nooit keert de woede zich tegen witte immigranten zoals ik. Onlangs nog, in september, kwamen bij xenofobische rellen twaalf mensen om het leven.

Veel mensen hier kijken neer op andere Afrikanen, omdat zij zwarter zijn

Ja, zelfs als Zuid-Afrikanen niet agressief zijn, doen zij vaak nog steeds neerbuigend tegen ­andere Afrikanen, vertelden vrienden uit Zimbabwe, Nigeria en Congo me al vaak. Professor Achille Mbembe – geboren in ­Kameroen, maar bijna heel zijn volwassen leven woonachtig in Zuid-Afrika – deelde in oktober tijdens zijn Ruth First Memorial Lecture dan nog een sneer uit naar de afgelopen donderdag afgetreden ­burgemeester van Johannesburg, Herman Mashaba. Mbembe zei dat wanneer de zwarte Mashaba over Afrika spreekt, het is alsof hij het heeft over iets waarvan hij zelf geen onderdeel uitmaakt. Alsof het ‘een vreemd lichaam’ betreft. “Een last. Een dodelijke bedreiging.”

Natuurlijk voelden wel degelijk ook veel inwoners van Johannesburg in september schaamte na de uitbraak van xenofobisch geweld in de stad, maar toch minder dan ik had verwacht. Ik sprak daar laatst over met een zwarte vriendin. Zij legde me uit: “Veel mensen in de stad kijken simpelweg neer op andere Afrikanen, omdat zij doorgaans zwarter, donkerder van huidskleur zijn dan wij”. Ze klonk boos. “Het is puur racisme.” 

Ze vertelde ook dat ze Zuid-Afrikanen vaak hoort zeggen dat Afrikanen stinken. Ik verwachtte opnieuw boosheid. Maar nu leek mijn vriendin meer vergevings­gezind. “Ach, weet je wat het is”, verzuchtte zij slechts. “Veel mensen vergeten dat niet iedereen in Afrika zich, zoals wij hier in Johannesburg, deodorant kan veroorloven.”

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden