Jemen

In Jemen zijn vier miljoen ontheemden, maar een grote hulpactie is er niet

Irma van Dueren, Nederlands ambassadrice in Jemen: ‘Ik denk niet dat er nu al een momentum is om alle partijen rond de tafel te krijgen’.Beeld Hollandse Hoogte

De VN waarschuwden vorige week voor een escalatie in de oorlog van Jemen die nu al bijna vijf jaar duurt. De Nederlandse ambassadeur, die vorige maand een bezoek aan Jemen bracht, rapporteert somber. ‘Het uitvoeren van akkoorden gaat langzaam.’

Al anderhalf jaar was Irma van Dueren niet in haar ambtswoning in de Jemenitische hoofdstad Sanaa geweest. Vorige maand kon de ambassadeur eindelijk weer een bezoek brengen aan het land waarin zij Nederland vertegenwoordigt.

De ambassade werd vijf jaar geleden geëvacueerd, toen de oorlog losbarstte. Houthi-rebellen begonnen gesteund door Iran een opstand tegen de regering die de hulp inriep van een coalitie onder leiding van Saudi-Arabië. Negen Jemenitische medewerkers zetten sindsdien het werk op de Nederlandse ambassade voort. De Nederlandse medewerkers verhuisden terug naar Den Haag.

Zelf leidt Van Dueren een zwervend bestaan. Ze heeft met haar team een kantoor bij het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag, waar ze nu even is. Maar ze is vooral in de regio te vinden waar ze onder meer vanuit Jordanië en Saudi-Arabië de situatie in Jemen nauwgezet volgt.

Waarom zit u als ambassadeur in Jemen niet gewoon in het land zelf?

“Sanaa is te gevaarlijk. Bovendien is de stad door Houthi-rebellen ingenomen. En ook al praat ik met alle strijdende partijen, als ambassadeur is de regering je officiële gesprekspartner en niet een de-facto regering. Ik werk dus noodgedwongen vanuit verschillende plekken. Vanuit Riyadh in Saudi-Arabië, waar een deel van de Jemenitische regering zit. Maar we hebben ook een kantoortje in Jordanië. De VN-gezant voor Jemen is daar gevestigd en de meeste hulporganisaties die nog in Jemen opereren, hebben hun regionale kantoor in Amman. Bovendien houden onze Jemenitische collega’s ons op de hoogte vanuit Sanaa. Vergaderen doen we via facetime, dan leggen we met al die verschillende kantoortjes verbinding. En als het kan, ga ik natuurlijk naar Jemen zelf. Maar dat is niet zo eenvoudig. Ik moet dan toestemming van alle strijdende partijen hebben.”

U kreeg vorige maand toestemming van de partijen om een paar dagen Jemen in te gaan. Wat viel u als eerste op?

“Jemen is nog armer geworden dan de laatste keer – anderhalf jaar geleden – dat ik er was. In Sanaa zie je veel mensen op straat bedelen, er is overal tekort aan. Veel voorzieningen zijn nauwelijks aanwezig. Tegelijkertijd viel mij op dat er een oorlogseconomie op gang is gekomen.”

Hoe werkt die?

“De formele handel en de regulering daarvan zijn grotendeels stilgevallen. Daarom kon een parallelle illegale economie op gang komen. Prijzen van schaarse goederen als benzine en gas worden enorm opgevoerd. Een aantal zakenmensen, militieleiders en andere hooggeplaatsten, kan daarvan profiteren. Daardoor zie je ondanks de oorlog in sommige steden nieuwe winkelcentra, appartementen en grote huizen. En er zijn mensen die in heel luxe auto’s rondrijden. Nog meer dan vroeger is er een tweedeling in de samenleving ontstaan waarbij enkele mensen heel rijk zijn geworden en veel mensen armer dan ze toch al waren. En na vijf jaar oorlog zie je veel trauma en psychosociale schade.”

Hoe zag u dat?

“Bij een bezoek aan een centrum voor psychosociale steun drong goed tot mij door wat voor onzichtbare schade oorlog kan aanrichten bij mensen. ’s Morgens vroeg zat de hal van dat centrum al vol met tientallen mensen met traumatische klachten, mannen aan de ene kant, vrouwen aan de andere kant. Er hingen ook tekeningen van kinderen die ze tijdens creatieve therapie hadden gemaakt: vliegtuigen waaruit bommen vallen, mensen die elkaar doodschieten.”

VN-gezant Martin Griffiths heeft de Veiligheidsraad vorige week gewaarschuwd voor een escalatie van het geweld in Jemen. Wat merkte u daar ter plekke van?

“Toen ik er was, vonden er van beide zijden twee grote aanvallen plaats. Bij de stad Marib hebben Houthi-rebellen meer dan honderd militairen gedood. Dat was volgens de Houthi’s een vergelding voor een eerdere aanval door de coalitie. De aanvallen kwamen na een relatief rustige periode met minder luchtaanvallen dan voorheen. Toch krijg ik niet de indruk dat de strijdende partijen nu weer van plan zijn om de situatie echt te laten escaleren. Dat hebben ze vijf jaar gedaan en dat heeft nergens toe geleid. Het kan wel zijn dat een partij met een aanval probeert nog snel zo’n sterk mogelijke positie probeert te veroveren, voordat er vredesonderhandelingen plaatsvinden.”

Ziet u dat op korte termijn gebeuren?

“Ik denk niet dat er in Jemen nu al een momentum is om alle partijen rond de tafel te krijgen. Al gebeurt er best veel. Zo is er voor Hodeida een wapenstilstand gesloten. En ook voor een zuidelijke regio is een akkoord bereikt. Maar het uitvoeren van die akkoorden gaat wel echt heel langzaam en moeizaam.

“Tegelijkertijd zeggen alle partijen – ook de Houthi’s – dat ze een eind aan de oorlog willen. Ze zijn moe van het conflict en het is voor iedereen duidelijk dat er geen militaire oplossing is. Wij proberen met ambassadeurs van verschillende landen en de VN het vertrouwen tussen de partijen te stimuleren. De Houthi’s willen bijvoorbeeld dat de luchthaven weer opengesteld wordt voor medische en internationale vluchten. Als Saudi-Arabië dat zou toestaan, zou dat een teken van bereidheid zijn. Maar dan verwacht Saudi-Arabië wel dat de Houthi’s stoppen met aanvallen op hun land. Als dit conflict nog verder uit de hand loopt, kan de regio nog instabieler worden dan die al is.

“Ik vind het bijvoorbeeld verontrustend om te zien dat een aantal extremistische groeperingen als IS en Al-Qaida al gebruik heeft gemaakt van het vacuüm en nog meer voet aan de grond hebben gekregen. Bovendien zou het ook onwenselijk – vooral voor de Jemenieten zelf – zijn, als ze hun land moeten ontvluchten. Nu zijn er al 4 miljoen ontheemden.”

Kort na het interview kwam het bericht dat er een medische luchtbrug op gang is gekomen. Zestien zieke mensen, vooral vrouwen en kinderen, vertrokken met een vlucht naar Jordanië.

Aan alles is tekort in Jemen, maar vooral ook aan aandacht. Voor Libië werd in Berlijn onlangs nog een grote internationale top georganiseerd. Waarom gebeurt dat niet voor Jemen?

“Ik zou graag zien dat er een grote actie voor Jemen wordt georganiseerd. Ik denk dat de gebrekkige aandacht ook te maken heeft met het feit dat er geen Jemenieten naar Europa zijn gevlucht. Ze vluchten vooral binnen het land zelf. Daardoor komen we weinig in aanraking met Jemenieten, zoals wel met Syriërs het geval is. Ook is het heel moeilijk om het land in te komen, er komen maar sporadisch beelden naar buiten.”

Toch noemen de VN de situatie in Jemen de grootste humanitaire ramp van het moment; 24 miljoen mensen hebben hulp nodig. Vorig jaar was in het nieuws dat de hulp de bevolking maar moeilijk bereikt. Hoe is dat nu?

“De humanitaire toegang is nog steeds zeer problematisch. Ik ben naar de havenstad Hodeida – de plek waar de hulp het land binnenkomt – gegaan om met eigen ogen te zien hoe het gaat met die hulpverlening. Daar is het nog slechter mee gesteld dan het al was. Hodeida is echt een belegerde stad, overal staan containers en wegversperringen. De stad maakt een verlaten en verwoeste indruk. Veel mensen zijn voor de gevechten gevlucht, gebouwen liggen in puin. De haven is door alle bombardementen letterlijk gehavend.

“Daardoor is het moeilijk hulpgoederen op de kade te krijgen. Vervolgens moeten die op vrachtwagens via bergwegen, met allerlei omwegen door de frontlinie en wegversperringen het land in worden gebracht. De hulp is ook gepolitiseerd. Soms houden strijdende partijen schepen met hulp tegen of laten ze de vrachtwagens niet doorrijden, omdat ze het niet vertrouwen. Ik heb bij mijn bezoek nog eens benadrukt dat toegang tot hulp een internationaal recht is en nooit als politiek wapen gebruikt mag worden.”

Zitten de strijdende partijen wel op het belerende vingertje van het kleine Nederland te wachten?

“We zijn niet zo klein in Jemen. Nederland heeft in Jemen een geschiedenis van veertig jaar ontwikkelingssamenwerking. Ik merk dat de strijdende partijen waarderen dat we in deze moeilijke tijden zijn gebleven. We zijn gebleven, omdat we denken dat het in ieders belang is dat de situatie gestabiliseerd wordt. Dat wordt gewaardeerd, zowel door de rebellen als door de regering.

“Zoveel landen zijn er ook weer niet die dat gesprek voeren. Zeker de Houthi’s krijgen niet zo vaak internationaal bezoek. Het was voor het eerst in anderhalf jaar tijd dat ze bezoek van buitenlandse ambassadeurs – ik was daar samen met de Franse en de EU-ambassadeur – kregen. We werden met alle egards behandeld. We werden onderaan de vliegtuigtrap door een auto opgehaald en met zwaarbewapende escorte van plek naar plek gereden.”

U bent even in Nederland. Wat is de volgende bestemming?

“Ik probeer op heel korte termijn naar Aden te gaan. De regering probeert zich daar weer gedeeltelijk te vestigen. Maar ik wacht nog op toestemming, ook vanuit oogpunt van veiligheid.”

Lees ook:

Vrienden worden vijanden in de chaos van de oorlog in Jemen

Het slagveld in Jemen is na vier jaar zeer chaotisch en gefragmenteerd. De kans is klein dat het land als een geheel uit de oorlog komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden