Reportage Tripoli

In het Libanese Tripoli voert een kapper de opstand aan

Kapper Adnan Al Abdellah is uitgegroeid tot icoon van de Libanese opstand Beeld Melvyn Ingleby

Na jaren van sektarisch geweld eisen inwoners van de Libanese stad Tripoli dat de regering opstapt. Een kapper voert hen aan.

Overdag is hij kapper, ’s nachts aanvoerder van de revolutie. Adnan Al Abdellah vertrekt al bijna twee weken iedere middag van zijn verarmde volkswijk naar het Nourplein in hartje van de Libanese stad Tripoli. Vanaf het balkon van een vervallen betonflat galmt zijn brulstem over de mensenmassa. “Het volk eist de val van het regime!”

“Ik moét de mensen aanmoedigen”, vertelt Al Abdellah terwijl hij zijn tondeuse over de kruin van een vaste klant beweegt. Op een kleine televisie aan de muur flitsen beelden van de opstand. “Als ik dat zie, raak ik opgewonden. Al woon ik in Tripoli, ik voel me verantwoordelijk voor heel Libanon.”

De kleine kapper met bolle buik en net geknipte islamistenbaard werd een icoon van de Libanese opstand. Tot in de hoofdstad Beiroet delen demonstrerende hipsterjongeren Twitterfilmpjes waarin Al Abdellah de protesten in Tripoli aanzwengelt. De beelden geven hoop. Niet alleen omdat Tripoli normaal gesproken een bolwerk van premier Saad Hariri is, maar bovenal omdat deze streng gelovige stad zich na jarenlange religieuze spanningen tegen Libanons sektarische systeem keert.

De oorlog in Syrië gooide olie op het vuur

Tripoli ging lange tijd gebukt onder sektarisch geweld. En de oorlog in het nabijgelegen Syrië gooide olie op het nog nasmeulende vuur van de Libanese burgeroorlog. De alawieten en soennieten die elkaar destijds uitmoordden, stonden opnieuw recht tegenover elkaar. De alawieten kozen de kant van het Assad-regime, de soennieten de kant van de Syrische opstand. Gevechten tussen hele stadswijken eisten de afgelopen jaren tientallen tot wel honderden levens. Ook de soennitische Al Abdellah mengde zich in het geweld, maar zegt door de opstanden tot bezinning te zijn gekomen. “Het zijn de politici die ons tegen elkaar opzetten”, benadrukt hij. “Nu is het aan ons om te bewijzen dat Tripoli geen sektarische stad is. Deze revolutie is van heel Libanon.”

Zodra de laatste klant heeft afgerekend, springt de kapper op zijn scooter en scheurt weer naar het plein. Door de hele stad wordt hij nagezwaaid. De militairen voor het vervallen gebouw van waaruit hij de revolutie predikt groeten hem. Al Abdellah steekt zijn microfoon in een stapel versterkers en scandeert de namen van soennitische, christelijke en sjiitische steden, telkens gevolgd door een donderend “Wij staan achter jullie tot in de dood!”

“Eindelijk zijn we verenigd”, glimlacht Khaled Qassem in de menigte. Acht jaar geleden verloor de waterverkoper zijn linkerbeen toen zijn kraampje in een vuurgevecht tussen twee stadswijken belandde. Vandaag staat hij iedere dag op het plein. “Moslims en christenen bidden hier samen”, vertelt de soenniet opgelaten. “Dat is precies waar politici bang voor zijn.”

Politici betalen arme sloebers

Qassem vreest dan ook dat politieke partijen er alles aan zullen doen om die eenheid op te breken. “Nu al betalen de politici arme sloebers om hier sektarische leuzen te komen zingen”, beweert hij. “Maar we letten goed op. Iedereen die de onrust verstoort, leveren we direct uit aan het leger.”

Dat leger speelt een dubbelzinnige rol. Hoewel het weinig politieke invloed heeft, is het een van de weinige instituten hier die boven de sektarische verschillen staat en onder de hele bevolking steun geniet. Op Twitter doen alom filmpjes de rondte waarin soldaten hun tranen niet kunnen bedwingen wanneer demonstranten het volkslied zingen. “Ze weten dat we ook voor hen strijden”, aldus Qassem.

Tegelijkertijd blijft het leger op de hand van de staat, hoe zwak die in Libanon ook is. Afgelopen zaterdag ontmoette de legerleiding het hoofd van de inlichtingendiensten om te bespreken hoe de orde hersteld kan worden. Prioriteit daarbij is het opbreken van de wegblokkades waarmee de demonstranten grote delen van Libanon platleggen.

Hoogoplopende spanningen

Vooralsnog houden veel blokkades stand en lijkt het leger de kat uit de boom te kijken. Maar in Tripoli liepen de spanningen zaterdagmiddag plotseling hoog op. In de wijk Beddawi raakten volgens het Libanese Rode Kruis drie demonstranten gewond nadat het leger met rubberen kogels op een wegblokkade schoot. De militairen verzekerden in een verklaring dat zij slechts in de lucht hadden geschoten om spanningen onder de demonstranten zelf te voorkomen.

Deze avond is de sfeer op het Nour-plein hierdoor merkbaar anders. Sommige demonstranten vertrekken naar de plaats van de schietpartij, anderen druipen af naar huis. Ze zeggen bang te zijn dat de onrust weleens uit de hand kan lopen. In Tripoli roept dat al snel angstige herinneringen op.

Evenzogoed brult kapper Al Abdellah ook deze avond dat het volk de val van het regime eist. Maar wie goed oplet, ziet dat het regime letterlijk over zijn schouder meekijkt. Achter hem op het balkon verzoeken glad geklede heren van de geheime dienst de revolutionaire kapper om zijn leuzen wat te matigen. En bij de ingang van het gebouw houdt het leger de wacht. Zolang de Libanezen te bang zijn voor elkaar om hun revolutie op te schroeven, bepalen de soldaten wie hier wel en niet naar binnen mag.

Lees ook:

Libanezen demonstreren weer massaal na belasting op WhatsApp

Tienduizenden Libanezen zijn zaterdag opnieuw de straat op gegaan om te betogen tegen de regering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden