Het Berlaymont Gebouw in Brussel, zetel van de Europese Commissie.

InterviewFilmmaker Nadine van Loon

In het Brusselse moeras zijn werkdagen van 14 uur heel normaal. ‘Ze hebben de mooiste hondenbanen, vinden ze zelf’

Het Berlaymont Gebouw in Brussel, zetel van de Europese Commissie.Beeld Maarten Hartman

Verguisd door thuis, werken eurocraten lange dagen. Een recent boek en een documentaire werpen licht op de slopende levens van ambtenaren in Europa. ‘Werken in Brussel is tegelijk verslavend en uitputtend’, zegt filmmaker Nadine van Loon.

Romana Abels

Tijn Sadée en Bert van Slooten wilden een soort handleiding schrijven voor Brussel. Hoe moet je het zien, waar moet je op letten? En vooral: wat hen zelf opviel, tijdens de jaren dat ze voor de NOS vanuit de Belgische hoofdstad verslag deden van de EU.

In hun boek staan allerlei wetenswaardige dingen, waaronder hoe hard de Europese ambtenarij in het algemeen werkt. Neem de jongeren. Kijk eens, schrijven ze in Het Brusselse moeras, naar de stagiairs op een warme zomerdag aan het eind van de middag. Hoe ze hun goedkope supermarktbier drinken op het gras van de Place Luxembourg, het plein voor het Europees Parlement. Ze hebben nog niet het salaris waarmee ze op het terras kunnen zitten. Maar ze gaan ook nergens anders heen, want ze moeten gezien worden. ‘De stagiair die hogerop wil veinst een volle blaas en pendelt op en neer tussen het grasperk en de wc’s in de cafés. Zo verhoog je de kans dat je een terras wordt opgehengeld’, schrijven ze.

Groot idealisme

Het eerste exemplaar van hun boek boden Sadée en Van Slooten vorige maand aan aan Diederik Samsom, de voormalig PvdA-leider die nu zelf technocraat geworden is. Samsom hoeft allang niet meer te hengelen naar goede contacten: hij is kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans. Maar ook die functie is niet bepaald een baan van negen tot vijf.

“Er wordt hier ongelooflijk hard gewerkt door mensen met een groot idealisme”, zei Samsom toen hij het boek in ontvangst nam. Hij was blij dat het iemand eens was opgevallen, al gaf hij meteen toe dat de luwte in Brussel ook prettig is. Je kunt rustig doorwerken in die stad vol diplomaten waar mensen amper over nadenken.

In Brussel zijn ze overal, altijd. ‘Het geluid van rolkoffers en het nerveuze getik van gaatjesschoenen en naaldhakken, de soundtrack van Brussel, is gekmakend’, schrijven Sadée en Van Slooten. Het gaat de hele dag door, de hele avond, soms ook in de nacht. ‘Om vijf uur naar huis? Carrièrekiller!’ heet een hoofdstuk.

‘De concurrentie is moordend. [...] Het gedroomde cv is minstens twee studies in verschillende landen en het liefst ook een master aan het prestigieuze Europacollege in Brugge. Praeses geweest van een studentencorps of roeivereniging maakt geen enkele indruk. Dat kan iedereen wel, vinden ze in Brussel.’

Verderop: ‘Er zijn niet veel jonge eurocraten op wie ‘s avonds thuis wordt gewacht. [...] Vrije tijd is er nauwelijks. Het zijn lange werkdagen. Er zijn strenge selectieprocedures.’

Hondenbanen

Topdiplomaten die werken voor de Europese Raad bijvoorbeeld, hebben in gewoon Nederlands echt hondenbanen. Altijd paraat staan, nooit zelf ergens mee schitteren. Maar: ‘Ze hebben de mooiste hondenbanen in de bubbel, vinden ze zelf. Ze kijken vanuit de coulissen toe als hun chefs, de regeringsleiders, op basis van hun diplomatieke voorwerk historische besluiten nemen over brexit, sancties tegen Poetin of een coronaherstelfonds van 750 miljard euro. De prijs die de ‘honden’ betalen: 24/7 aanstaan, nul gezinsleven.’

Het viel niet alleen Sadée en Van Slooten op. In dezelfde week dat Samsom hun boek in ontvangst nam, vertoonde filmmaker Nadine van Loon (47) elders in Brussel haar documentaire Notes from Brussels. Ze werkte er, in verschillende rollen, zelf ook. “Ik voelde me zo vrij tussen al die nationaliteiten”, zegt ze. “In de energie van Europa leken onze eigen landen en zorgen zo triviaal.”

Haar film draaide in een bioscoop in de Belgische hoofdstad. Ze vertoont hem ook op verzoek. Ze hoopt dat die hardwerkende mensen uit de Europese gebouwen de tijd nemen om hem te komen bekijken. “Ik wil laten zien hoe de verslavende Europese realiteit hun levens compleet opslokt. We horen vaak geklaag over de Europese bureaucratie, over de technocraten in Brussel. Maar dat zijn mensen die met grote idealen aan het werk zijn”, zegt Van Loon aan de telefoon.

Van Loon woont inmiddels in Den Haag, maar kent Brussel door en door. Ze woonde er twee keer. In haar eerste Brusselse functie was Van Loon assistent van een Europarlementariër voor D66. Later kwam ze, werkzaam voor het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag, maandelijks in de Brusselse bubbel en nog weer later woonde ze opnieuw in de stad, vanwege het werk van haar echtgenoot. Iedere keer viel het haar op hoe ongelooflijk hard er gewerkt wordt en hoe weinig dat bekend is in het thuisland. “Ik wist zelf ook weinig van Brussel voordat ik er zelf terechtkwam.”

Drie vrouwen die zich het schompes werken

Ze volgde voor haar documentaire drie vrouwen die zich ronduit het schompes werken. Dat het vrouwen zijn, is niet per se het punt. Het hadden ook mannen kunnen zijn, of twee vrouwen en een man. Uitgebreid maakt de kijker kennis met de Duitse Beate Gminder (54), adjunct directeur-generaal op het directoraat migratie, waar ze de taakgroep leidt die probeert de situatie op Lesbos te verbeteren.

Deze vrouw vindt het volstrekt normaal om in een ander land te wonen dan haar vriend en geen kinderen te hebben. In de film is te zien hoe ze, pas op het moment dat het harde werk na 25 jaar ook lichamelijk zijn tol gaat eisen, gaat twijfelen aan haar keuzes. Van Loon toont haar worsteling. “Moet ik dit wel doen? Hou ik dit vol?” Ze bleef, en nam zelfs een nóg zwaardere functie. Gminder verklaart: “Ik zoek altijd naar banen waar ik dingen in beweging kan zetten.”

Ze kwam op haar 28ste in Brussel aan, in 1995. “Ik hou van hard werken”, vertelt ze in de documentaire aan Van Loon. “Ik vind het belangrijk dat ik iets kan doen om de maatschappij te verbeteren. Ik vind het zelf ook fijn om dingen af te hebben, om een taak volbracht te hebben.”

De kijker maakt ook kennis met de 30-jarige Française Anne-Cécile Gault, medewerker van de veeleisende Europarlementariër Nathalie Griesbeck. Gault, die almaar append en twitterend door de gangen van het parlement rent, heeft tijd noch energie om een levenspartner te zoeken. “Assistenten van parlementariërs zijn een soort Zwitsers zakmes”, legt ze haar baan uit. “We doen alles tegelijk. Contact houden met de achterban, vragen van journalisten beantwoorden, het Twitteraccount bijhouden, speeches schrijven, notulen van vergaderingen maken, agenda’s, bijeenkomsten, afspraken, uitzoeken wat anderen in het parlement doen.”

Gault heeft amper tijd om te ademen, laat staan dat ze iemand via Tinder kan zoeken. “Als ik een jongen zou ontmoeten die ik leuk vind en hij zou me vragen om uit te gaan, zou ik nee zeggen. Ik wil me niet hoeven optutten en leuk zijn. Ik wil gewoon uitpuffen met mijn vriendinnen.”

Het Europees Parlement in Brussel telt 705 leden. Beeld EPA
Het Europees Parlement in Brussel telt 705 leden.Beeld EPA

De Brusselse bubbel

Voor Van Loon was het ooit precies zo, toen ze nog net zo opgeslokt was in de Brusselse bubbel. Zij vertrok. Maar degenen die bleven, bewondert ze. “Toen ik met mijn gezin in 2016 weer naar Brussel verhuisde, zag ik mijn oude vrienden weer. Zij waren gebleven waar ik was vertrokken. Ik voelde die oude liefde voor dat werk meteen weer. Ik zag hoe zij erin gezogen waren, in die wereld.”

De mensen die voor Europa werken hebben volgens haar ‘echt zingeving gevonden in hun werk’. Maar ze zag ook het contrast: werknemers die ‘opgezogen’ worden in dat systeem, en het thuisland dat dat niet ziet of ervaart. Van Loon: “Je moet eigenlijk altijd aanstaan, zeker nu je ook op sociale media aanwezig moet zijn. Ik zag die vrouwen er helemaal in opgaan. Ik moet zelf heel goed mijn grenzen bewaken. Die mensen hebben een bijzonder sterke motivatie. Ze geven alles, het is superintensief, maar het werk geeft ze ook veel voldoening.”

De filmmaakster hoopt dat haar film een discussie losmaakt, en dat mensen gaan praten over de ‘levensstijl van de hoogopgeleiden’. “Het is een heel cerebraal systeem.”

Overigens is er ook een andere kant in Brussel: die van de uitgerangeerde ambtenaar. Ook die kant beschrijven Sadée en Van Slooten. Want de torenhoge salarissen bij de EU voorkomen vaak dat mensen die het tempo niet kunnen bijbenen, vertrekken. Zij blijven hangen in de gouden kooi en zijn vaak te vinden in de vele Brusselse etablissementen, iets te vroeg aan het aperitief.

Nadine van Loon: Notes from Brussels

Tijn Sadee en Bert van Slooten: het Brusselse Moeras. Prometheus, €22,50.

Lees ook:
EU-correspondent Christoph Schmidt zegt Brussel vaarwel: ‘Er gaan vaak ook dingen goed. Goed genoeg’

Na acht jaar stopt Christoph Schmidt als EU-correspondent in Brussel. In dit afscheidsstuk­­ overdenkt hij de crises, maar vooral de hardnekkige vooroordelen. ‘Vaak gaan er ook dingen goed, in ieder geval goed genoeg.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden