Moordpartijen

In Congo zijn de Banyamulenge het doelwit. ‘Ze doen niets om ons te beschermen’

Een man die moest vluchten voor het geweld in Oost-Congo luistert naar het laatste nieuws.  Beeld AFP
Een man die moest vluchten voor het geweld in Oost-Congo luistert naar het laatste nieuws.Beeld AFP

Vormen de moordpartijen op het Banyamulenge-volk in het oosten van de Democratische Republiek Congo genocide? Een activist vindt van wel. Nu is hij zelf dood.

Het is al jarenlang aan de gang, maar dit voorjaar kreeg de bevolkingsgroep Banyamulenge in Oost-Congo weer een hevige geweldsgolf te verduren. Lokale milities vielen in april meer dan twintig gehuchten in de provincie Zuid-Kivu aan, waarbij ze huizen verwoestten, tientallen mensen vermoordden en duizenden stuks vee meenamen. Vierduizend Banyamulenge sloegen op de vlucht.

In het door geweld geteisterde Oost-Congo lijken het misschien geen grote aantallen, maar de situatie voor Banyamulenge is uniek, legde Bukuru Ntwari onlangs in een telefoongesprek. “Alleen wij, Banyamulenge, zijn het doelwit voor uitroeiing. Het nationale leger en Monusco, de VN-vredesmissie in het land, doen niets om ons te beschermen.” Wat de Banyamulenge overkomt is daarom een vorm van genocide, aldus de journalist en activist.

Niet lang na het gesprek waarin hij zijn ongezouten kritiek op de VN en de Congolese autoriteiten uitte, kwam Ntwari onder mysterieuze omstandigheden om het leven in Kigali, de hoofdstad van het buurland Rwanda. Berichten in de Rwandese media noemen zijn val van de vierde verdieping van een gebouw zelfmoord, maar familieleden houden het op moord – samenhangend met het feit dat Ntwari een van de belangrijkste pleitbezorgers was van de Banyamulenge. Zeker is dat hij met zijn uitgesproken activisme en zijn genocide-aantijgingen in de loop der tijd veel vijanden had gemaakt.

Militairen grijpen niet in

Die term ‘genocide’, die Ntwari zo makkelijk in de mond nam, gaat wat ver, meent de Nederlandse Congo-expert Judith Verweijen. Zij wil wat er gaande is in Zuid-Kivu geen genocide noemen in de juridische zin van het woord. Maar: “De systematische aanvallen op Banyamulenge-dorpen lijken ten doel te hebben om de burgerbevolking te verdrijven. Het benadert wel etnische zuiveringen.”

Ook de diefstal van het vee van de Banyamulenge, hun belangrijkste bron van inkomsten, lijkt erop gericht de bevolkingsgroep uit de uitgestrekte hooglanden te verdrijven. Bij het conflict is etniciteit sowieso verweven met de eeuwenoude strijd om land tussen landbouwers en veehouders. De Babembe, Bafulero, Banyindu en Bavira – de bevolkingsgroepen die verantwoordelijk worden gehouden voor het geweld jegens de Banyamulenge – leven overwegend van de landbouw en eisen een vergoeding van de Banyamulenge als die met hun dieren langs of door hun akkers lopen op weg naar nieuwe weidegronden. Als er niet betaald wordt, monden dat soort onenigheden vaak uit in gewapend geweld.

Oplossing lijkt ver te zoeken

Dat de Banyamulenge geen staatsburgerschap hebben in Congo (zie kader) en beschouwd worden als buitenlanders, maakt haatzaaierij en geweld jegens de groep laagdrempeliger. Van de Congolese autoriteiten heeft de groep weinig te verwachten, stelde Ntwari aan de telefoon bitter vast: “Bij de meeste Banyamulenge-dorpen zijn weliswaar kleine groepen militairen gelegerd, soms zelfs heel dichtbij, maar ze grijpen niet in.”

In de wirwar van actoren die het schier eindeloze geweld in Zuid-Kivu steeds weer aanwakkeren, lijkt een oplossing ver te zoeken. De Congolees Loochi Muzaliwa, die voor het internationale samenwerkingsbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de uitvoering van lokale bestuursprojecten leidt in onder meer Zuid-Kivu, ziet er eigenlijk maar één. “Een rechtvaardige verdeling van hulpbronnen is nodig voor alle bevolkingsgroepen.” Pas dan kan er een einde komen aan het mechanisme dat bevolkingsgroepen die in extreme armoede leven, op hun beurt hun buren ervan verdenken de bron van hun ongeluk te zijn.

Geen staatsburgerschapspapieren

De Banyamulenge zijn etnische Tutsi uit Rwanda die zich in de negentiende eeuw in groten getale in buurland Congo vestigden. Toen het Belgische koloniale bewind Congo opdeelde in aparte gebieden voor de diverse bevolkingsgroepen, kregen de Banyamulenge geen land. Er zijn naar schatting zo’n 70.000 Banyamulenge, oftewel zo’n 3 procent van de Congolezen.

Discriminatie en geweld zette een grote groep Banyamulenge ertoe aan om zich eind jaren negentig aan te sluiten bij de door Rwanda aangevoerde rebellie tegen het toenmalige Congolese bewind van Mobutu Sese Seko. Die samenwerking met Rwanda zorgde ervoor dat de Banyamulenge nog meer dan voorheen als buitenlanders werden beschouwd door andere Congolezen.

De Banyamulenge kregen nooit staatsburgerschapspapieren, ook al bevestigde de huidige president Félix Tshisekedi in 2019 dat zij Congolees zijn. Daarna gebeurde er echter niets.

Lees ook:

Seks voor hulp of een baantje: WHO-medewerkers hebben tientallen vrouwen in Congo misbruikt

Hulpverleners hebben vrouwen in Congo seksueel misbruikt, zo blijkt uit een onderzoek. Na eerdere schandalen in onder meer Haïti lijkt er weinig veranderd.

Persvrijheid in Afrika onder druk: ‘Landen kopiëren elkaars manieren om het journalisten moeilijk te maken’

In Afrika staat de persvrijheid onder druk. De coronapandemie heeft de situatie verslechterd. Afrikaanse leiders grijpen het aan om journalisten de mond te snoeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden