ReportageBotswana

In Botswana hebben de boeren last van een olifantenplaag

Olifanten wachten tot ze een autoweg kunnen oversteken in Kasane, in het noorden van Botswana.Beeld AFP

Dit jaar ontstond er wereldwijd grote onrust omdat Botswana het jachtverbod op olifanten wil opheffen en zelfs olifanten wil ruimen. Met 135.000 zijn er te veel olifanten in het land. Mens en dier komen tegenover elkaar te staan.

Het 700 zielen tellende dorpje Khumaga is de poort tot de Makgadikgadi Pans, de zoutpannen waar sinds kort de oorsprong van de mens aan wordt toegeschreven. Het ligt in het hart van Botswana aan de Boteti-rivier, een van de levensaders van het land. Het is er dor en droog.

Mankind Molosiwa vertegenwoordigt Khumaga als een dorpsburgemeester. Het dorp ligt op een uitgestrekte zandvlakte met hier en daar een boom tegen de zoutpannen aan. Elke boerenfamilie heeft een stukje grond omheind met een stenen huisje met ramen en een of twee ronde lemen hutten met rieten daken.

Pas na de eeuwwisseling doken in Khumaga de eerste olifanten op. De confrontaties tussen mens en dier beginnen hier grimmig te worden. Mankind, zoals iedereen hem hier noemt, leunt op een houten hekje. “In februari is er een vrouw aangevallen door een olifant. In juli liep een olifant via de rivier het dorp in, langs het schooltje met kinderen. In augustus liep een van de boeren vanaf de verzamelplaats voor koeien naar het dorp. Hij kwam een olifant tegen, rende weg en de olifant zette de achtervolging in en stampte hem dood. We zijn hier erg bang voor olifanten”, vat Mankind het sentiment samen.

Balongo Mmolawa is boerin in Khumaga. ‘Vroeger konden we goed ons brood verdienen met onze akkers, maar nu niet meer. Olifanten eten alles op.’Beeld Erik van Zwam

Het probleem is nog veel groter. Balongo Mmolawa is boerin in Khumaga. Haar hele gezin werkt op het land, behalve grootvader die echt te oud is. Mmolawa zit in haar helblauwe jurk in de deuropening. “Vroeger konden we goed ons brood verdienen met onze akkers, maar nu niet meer. Olifanten eten alles op. Overdag bewerken we de grond en ’s avonds slapen we in een tentje op het land. Dan word je midden in de nacht wakker en zijn er olifanten in ons veld. Je probeert ze weg te jagen door te schreeuwen en op trommels te slaan. In het begin lukte dat, maar tegenwoordig eten ze gewoon door.”

Vorig jaar was haar hele oogst door olifanten verorberd. “Je raakt je inkomen kwijt. Het leven is nu moeilijk. Je raakt ondervoed en hongerig, want andere inkomsten hebben we niet.” Met een vriendelijke glimlach vertelt Mmolawa haar verhaal. Mankind bevestigt dat alle boeren in Khumaga nu erg veel last van olifanten hebben.

De meeste telen scherpe pepers, die ze met gedroogde olifantendrollen vermengen en dan in brand steken. De rook van het smeulende vuurtje is erg scherp in de slurf van olifanten en dan blijven ze van de akker weg. Dat mengsel moet dan wel de hele nacht blijven roken. Zo gauw het ophoudt zijn de olifanten terug voor de maïs, meloenen, soja of bonen.

Trofeejacht toestaan

Het aantal olifanten in Botswana is sinds 2014 enorm toegenomen. De toenmalige regering van president Ian Khama kondigde een verbod op de jacht op olifanten af. Steeds meer olifanten, ook uit nabijgelegen landen als Zimbabwe, Namibië, Angola en Zambia, zoeken de veiligheid op in Botswana. Met circa 135.000 olifanten heeft het land een derde van de totale Afrikaanse populatie hier.

De stieren trekken steeds verder het land in op zoek naar nieuwe gebieden met water en groen om te eten. Zelfs in de buurt van grotere steden als Maun en Francistown zijn ze al gesignaleerd. De nieuwe president Mokgweetsi Ma­sisi wil daarom de trofeejacht weer toestaan alsmede beperkt olifanten ruimen als ze een gevaar opleveren.

Botswana wil de slagtanden en andere delen van olifanten exporteren. Net als Namibië en Zimbabwe. Maar de Conventie voor Internationale Handel in Bedreigde Diersoorten (Cites), waar de meeste landen in de wereld bij zijn aangesloten, torpedeerde deze wens. Met nog eens vijf andere landen uit zuidelijk Afrika wil Botswana nu een autonome uitzonderingspositie gaan innemen.

De Afrikaanse landen voelen zich opnieuw gekolonialiseerd door het Westen. “Ons wordt het soevereine recht op de handel in onze wilde dieren en producten ontzegd”, zei de minister van wildlife van Tanzania Maurus Msuha tijdens een conferentie eind oktober in het Tanzaniaanse Arusha van de SADC, waarin zestien landen in zuidelijk Afrika zich hebben verenigd.

De koloniale kaart wordt hard getrokken. Botswana en andere landen dreigen voor het einde van het jaar een eigen koers te kiezen. Verwijten zijn er vooral ook aan non-gouvernementele organisaties (ngo’s) die zich bezighouden met de bescherming van wilde dieren, waaronder olifanten. In een verklaring van de SADC staat dat de Afrikaanse landen zich gegijzeld voelen door Cites, dat gemanipuleerd en betaald zou worden door westerse dierenrechtenactivisten en ngo’s.

Debbie Peak: ‘Je denkt toch niet dat we hele populaties gaan afschieten, dan schieten we ons in de voet’.Beeld Erik van Zwam

“De trofeejacht staat in een slechte reuk”, zegt Debbie Peake. Al 35 jaar zit ze met haar bedrijf Mochaba aan een zanderig pad in het safaristadje Maun in Botswana. In haar kantoor liggen geprepareerde dierenhuiden en staat een slagtand van een olifant van zeker 130 centimeter. “Die mag best op de foto”, zegt Peake. “Dit is wat ik doe.” Tot 2014 konden westerse trofeejagers bij haar bedrijf terecht om met een vergunning een olifant te schieten. Nog steeds is het jagen op veel diersoorten toegestaan. “Wat er nu gebeurt is westerse bullshit”, zegt ze. “We gaan niet dansen naar het pijpen van de westerse ngo’s.”

Haar verhaal is dat sinds het jachtverbod hele dorpen in de Okavango Delta en Chobe National Park inkomsten uit de jacht missen, bovendien slopen olifanten hun akkers, zoals in Khumaga. “Je denkt toch niet dat we hele populaties gaan afschieten, dan schieten we ons in de voet.” Ze wil een beperkte jacht op olifanten als vorm van natuurbeheer. “Nu zijn die afgelegen dorpen weer aangewezen op stropen. Ze verdienen geen geld met de commerciële jacht en hun akkers leveren geen voedsel meer op, dan gaan ze voor bush­meat.”

Ze pleit voor goed landgebruik. Definieer hoeveel olifanten waar mogen zijn. “Land van boeren moet je beschermen. Lukt dat niet, dan moet je olifanten ruimen. Als je olifanten afschiet waar ze een gevaar vormen, dan leren de anderen heel snel om er niet meer te komen.”

Woestijn

Mankind in Khumaga is het met haar eens. “We houden van olifanten hier, maar er zijn er te veel. Het is uit de hand gelopen. De schade aan de akkers is te groot. Ze slopen alle bomen en struiken. Als het zo doorgaat is het hier over twintig jaar een woestijn.” Nu al oogt Khumaga als een grote, witte zandvlakte.

Een van die ngo’s die olifanten beschermen is Elephants For Africa (EfA). Maar hier pakken ze het allemaal iets anders aan. EfA helpt boeren om zich tegen hongerige olifanten te beschermen en zo beschermen ze ook de olifant. In een kamp, met een paar verspreid opgezette tenten en twee werkcontainers, zit EfA aan de Boteti-rivier die grenst aan de Makgadikgadi Pans. Onder de oeverwand aan de overkant is de enige plas water in vele kilometers omtrek. Olifanten komen hier afkoelen en drinken. Kristine Meise is de coördinator en snapt die angst voor olifanten wel van de dorpelingen. “Niemand durft ’s nachts nog naar buiten.”

In het kamp zit ze aan een lange tafel onder de bomen, terwijl in de verte zebra’s keffen. Niet veel later klinkt het diepe, lange, hijgende gebrul van twee mannetjesleeuwen die hun territorium verdedigen. Wel een uur lang brullen ze onafgebroken op soms nog geen honderd meter verwijderd.

“Olifanten zitten pas sinds 2000 in dit gebied. Het curieuze is dat het vrijwel allemaal stieren zijn. Naar schatting zijn in dit gebied zo’n 2500 olifanten waarvan 98 procent mannelijk is. Voor zover bekend is er hier maar één kudde vrouwelijke olifanten onder leiding van een matriarch.”

Deze uitzonderlijke verhouding schrijft Meise toe aan het gedrag van olifantsstieren om nieuwe gebieden te verkennen. Omdat er zoveel olifanten in Botswana zijn, trekken de mannetjes verder. “In hun zoektocht komen ze ook in bewoonde gebieden terecht, zoals hier in Khumaga.”

Schrikdraad

Meise wil onderzoeken waar de olifantsstieren vandaan komen en hoopt een vergunning te krijgen om een aantal olifanten zenders om te doen en ze zo te volgen. De groep olifanten die hier is, bestaat volgens haar niet uit vaste bewoners, ze trekken rond. “Ze zoeken naar water en voedsel. Een olifant heeft 200 liter water per dag nodig en 400 kilo eten.” Het zijn de mannetjes die veel brutaler zijn dan de vrouwtjes met jongen in de kudde. De stieren zoeken de akkers op om ze kaal te vreten en laten zich moeilijk verjagen.

Meise geeft met twee collega’s lessen over olifanten, milieu en duurzaam safaritoerisme als inkomstenbron in Khugama en omgeving. Naast educatie werken ze met boeren aan maatregelen om olifanten uit hun akkers te houden. Het probleem is dat olifanten snel gewend zijn aan rammelende blikjes, trommels en flitslichten. “Die brandende pepers werken”, zegt ze. Maar het is heel arbeidsintensief.

Het effectiefst is schrikdraad om de velden zetten, maar dat is duur voor de vele keuterboeren. “Het probleem is dat je hier geen vaste populatie olifanten hebt, dus dat ze steeds weer een stroomstoot moeten krijgen om te leren dat ze er niet doorheen kunnen.”

Olifantsstieren in de Boteti-rivier in Botswana naast het kamp van Elephants for Africa.Beeld Erik van Zwam

Mankind heeft inmiddels zijn veld omzoomd met draad met elektriciteit erop. Hij was het zat toen hij in zijn akker sliep, zijn tent openritste midden in de nacht en tegen een grote stier aankeek die zijn oogst opat.

Diverse boerenfamilies zijn nu bezig om hun land zo te beschermen, maar de meesten kunnen het niet betalen. Ook Mmolawa in haar blauwe jurk is aan het sparen. Ze heeft al zonnepanelen en een omvormer gekocht. Nu nog het draad en de accu’s, dan kan ze beginnen.

Het schrikdraad lijkt nog de meest vriendelijke manier om olifanten en mensen uit elkaar te houden. De regering van Botswana wil nu circa 250 jachtvergunningen afgeven aan trofee-jagers en dorpen. En het ruimen van een deel van de olifanten is wel een wens die uit de consultatie dit jaar van de bevolking van Botswana kwam, maar waar de regering nog niet echt mee aan de slag gaat.

Wel wil de regering eindelijk ivoor kunnen verkopen, om de kosten van de natuurbescherming terug te verdienen, maar dat mag niet van Cites. Boeren hebben een andere prioriteit en die heet schrikdraad om het olifantenprobleem deels op te lossen, maar dat is een forse investering.

Lees ook:

Botswana wil minder olifanten, dus de vluchtelingen moeten terug.

De belangrijkste olifantenlanden in Zuidelijk Afrika willen populaties gaan managen.Dat betekent onder meer verspreiding over natuurparken in de vijf landen, en het is maar de vraag of de olifanten daar zin in hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden