Stroperij

In Afrika worden tientallen rangers per jaar vermoord door stropers of guerrilla’s

Rory Young met een ivoren slagtand van een olifant in zijn handen. In Mali legde hij zich toe op de bescherming van de woestijnolifanten. In buurland Burkina Faso kwam hij vorig jaar om het leven.  Beeld Chengeta Wildlife
Rory Young met een ivoren slagtand van een olifant in zijn handen. In Mali legde hij zich toe op de bescherming van de woestijnolifanten. In buurland Burkina Faso kwam hij vorig jaar om het leven.Beeld Chengeta Wildlife

De moordenaars van de rangers Anton Mzimba en Rory Young lopen nog steeds vrij rond en dat werkt erg demotiverend voor andere rangers in Afrika.

Erik van Zwam

Gedood door stropers. In een hinderlaag gelopen en vermoord. Ontvoerd en vermoord. Verdronken tijdens een rivierpatrouille. Neergeschoten en de keel doorgesneden. Doodgeschoten door rebellen. Gestorven aan een giftige slangenbeet. Gedood door een luipaard. Alleen al van half juni 2021 tot en met half juni 2022 werden in Afrika honderd boswachters gedood, de helft van hen vermoord vanwege hun werk.

De bescherming van de natuur en het wild kent een hoge prijs. De oorlog met stropers maakt steeds meer slachtoffers. “Tot nu toe is 2022 het slechtste jaar voor boswachters in Afrika. In de eerste helft van het jaar zijn er al 92 doodgegaan, waarvan 46 zijn vermoord”, zegt Andrew Campbell, de directeur van Game Rangers Association of Africa, een belangenorganisatie van boswachters, die hen helpt met een betere uitrusting, training en ziektekosten- en levensverzekering.

De liquidatie van boswachter Anton Mzimba (42) op 26 juli dit jaar vormt een nieuw dieptepunt in de verder escalerende oorlog met de netwerken van internationale stropers die uit zijn op de hoorn van neushoorns of de slagtanden van olifanten. Mzimba was de hoofdopzichter van het natuurpark Timbavati iets buiten Hoedspruit in Groot Kruger in Zuid-Afrika. Hij stond bekend om zijn passie voor het beschermen van wilde dieren, hij deed geen concessies. Ook niet toen hij met de dood werd bedreigd door een stropersnetwerk dat in Timbavati op neushoorns wilde jagen en daarbij Mzimba en zijn collega’s op hun weg vond.

Mzimba weigerde te wijken, weigerde onder te duiken en voerde de bescherming van Timbavati op. Eind september vorig jaar ging Trouw met de opzichter op patrouille toen er informatie kwam over een naderende stropersgroep vanuit Mozambique. Mzimba verdubbelde de bewaking van zijn gebied.

Hij betaalde de hoogste prijs voor zijn standvastigheid. Op een avond stopte er een auto bij zijn huis in Bushbuckridge, terwijl Mzimba zijn auto waste. Met veel kogels werd hij gedood. Zijn vrouw kreeg een kogel in haar buik en overleefde de aanslag. Zijn dood werd wereldnieuws.

Moedeloos

“De politie zoekt de gevluchte daders nog steeds”, zegt Campbell enigszins moedeloos. Na anderhalve maand is er nog geen spoor. “Boswachters van over het hele continent kijken naar wat er hier gebeurt. Politie en Justitie vangen die criminelen niet met mooie woorden. Wij opzichters kunnen de daders niet opsporen. Het is heel zorgelijk dat het onderzoek niets oplevert.”

Het is ook slecht voor de neushoorn. De afgelopen twaalf jaar is volgens Campbell zo’n 70 procent van de neushoorns in Kruger gestroopt. Dat zijn er rond de tienduizend. “Zonder boswachters was de neushoornpopulatie in het grootste natuurpark ter wereld al lang uitgestorven.”

Opzichter Anton Phindani Mziba (vooraan) en zijn collega's passeren een baobab tijdens een  patrouille in natuurpark Timbavati. Ze zijn op zoek naar sporen van stropers.  Mzimba werd negen maanden later geliquideerd.  Beeld Bram Lammers
Opzichter Anton Phindani Mziba (vooraan) en zijn collega's passeren een baobab tijdens een patrouille in natuurpark Timbavati. Ze zijn op zoek naar sporen van stropers. Mzimba werd negen maanden later geliquideerd.Beeld Bram Lammers

Naast stropersbendes vormen rebellengroepen een bedreiging. “Het gevaarlijkste gebied voor boswachters bevindt zich in de Democratische Republiek Congo, waar zeker 120 zwaarbewapende milities actief zijn. Een handvol parkwachters moet Virunga, het natuurgebied met de beroemde berggorilla’s tussen Congo, Rwanda en Oeganda, beschermen, terwijl er meer dan vijfhonderd guerrilla’s actief zijn. Dit is een taak voor soldaten en niet voor opzichters”, zegt Campbell.

Ook in West-Afrika, in Nigeria, Mali en Benin, is het gevaarlijk. Rory Young werkte met zijn Chengeta Wildlife-organisatie in Mali om de woestijnolifanten te beschermen en de lokale bevolking daarbij te betrekken. Hij trainde boswachters in de Centraal Afrikaanse Republiek, in Congo, en eerder in Zambia en Zimbabwe.

“Ik leerde hem kennen in Zambia toen hij daar safarigids was”, zegt zijn weduwe, de Nederlandse Marjet Young. “Hij maakte van zijn passie zijn werk en zette Chengeta Wildlife op. Rory was een uitstekende spoorzoeker. We verhuisden in die tijd naar Zimbabwe waar hij boswachters trainde en mee op patrouille ging. Rory deed ook onderzoek naar de mensen achter de stropersbenden. Dat bleken politici te zijn”, vertelt ze over de telefoon.

“Op zeker moment kreeg ik dreigtelefoontjes. Als ik mijn twee kinderen van school haalde, werd ik achtervolgd. Ik was vaak alleen als Rory in het oerwoud zat. Het liep zo uit de hand dat we ons niet meer veilig voelden en met de stille trom naar Nederland zijn vertrokken.”

Jihadistische groepen

Rory Young bleef zijn werk doen in andere delen van Afrika. Zo raakte Chengeta Wildlife betrokken bij een project in het Arly natuurpark in Burkina Faso aan de grens met Benin. Met subsidie van de Europese Unie ontwikkelde hij duurzaam oerwoudbeheer. In die dichte uitgestrekte wildernis van Arly bevinden zich ook jihadistische groepen. Ze gebruiken het gebied als uitvalsbasis. De aan Al-Qaida gelieerde jihadistische terreurorganisatie Jama’at at Nusrat al-Islam wal Muslimin, kortweg JNIM, heeft er diverse kampen met strijders.

Vorig jaar, eind april, ging Rory Young op pad met een patrouille nieuwe boswachters. Tientallen soldaten en twee Spaanse documentairemakers gingen mee. “Hij belt me altijd de avond voor vertrek met de planning van de tocht. Hij zei dat hij drie dagen onderweg zou zijn. Contact is onmogelijk want er zijn geen telefoonverbindingen in het gebied. Op een gegeven moment stond de voorzitter van Chengeta, een oud-ambassadeur, aan mijn deur. Niemand kon contact krijgen met Rory, vertelde hij, ook niet via de ouderwetse radioverbinding. Het werd afwachten. Mijn zoon zei: ‘Papa redt het wel, die is zo weer terug’. Toen kwamen de geruchten over gevechten. De volgende dag zijn de lijken gevonden van Rory en de twee Spaanse journalisten. Het konvooi was door rebellen van de JNIM aangevallen. Op een andere plek zijn de drie geëxecuteerd.”

Als Marjet Young praat over Rory praat ze nog steeds in tegenwoordige tijd. Ze verontschuldigt zich ervoor. Ze kan er nog steeds niet aan wennen dat haar man vermoord is. “Het is een echte oorlog die boswachters moeten voeren”, zegt ze “en die is Rory uiteindelijk fataal geworden.”

Het motief van de moord is nooit opgehelderd. De JNIM zwijgt. De meest logische verklaring is dat de JNIM niet zit te wachten op natuurbeschermers. Terreurorganisaties hebben bovendien een belang. Ze gebruiken het wild uit het oerwoud voor hun jihadisten. Ivoor, schubben van schubdieren en andere producten van wilde beesten worden in het illegale circuit verkocht om hun strijd mee te financieren.

Te gevaarlijk

Inmiddels heeft de tweede man van Chengeta, Greg Murphy, het werk van Rory overgenomen. “We werken nu in andere delen van Afrika. Mali en Burkina Faso zijn te gevaarlijk geworden door de aanwezigheid van IS en Al-Qaida. Chengeta traint nu opzichters en werkt met lokale gemeenschappen om de natuur te beschermen in Salonga National Park in Congo en in Dzanga-Sanga in de Centraal Afrikaanse Republiek”, vertelt Murphy via een Zoom-gesprek.

De problemen zijn anders. “In Salonga zijn er criminele netwerken die stropers op pad sturen. Ze zetten valstrikken uit.” Die worden gecontroleerd op schubdieren, apen en herten. “Het vlees wordt gerookt, zodat het niet bederft.” Criminele organisaties verdienen veel geld aan de verkoop van bushmeat in de grote steden.

“Zo raakt het oerwoud steeds leger. Die stropers, die in opdracht van grote criminelen werken, moeten steeds dieper het woud in om dieren te vangen. Boswachters waarmee wij werken verwijderen de valstrikken. Soms komt het tot een confrontatie met tientallen bewapende stropers. Gelukkig hebben onze mensen een geweer.”

Grote zorg

De uitrusting van boswachters is voor zowel Campbell als Murphy een grote zorg. Vaak gaan ze op pad op blote voeten of op laarzen met gaten erin. Er is gebrek aan rugzakken, slaapmatjes en muskietennetten. Ze worden slecht betaald en zijn nauwelijks verzekerd.

Ook de bewapening laat veel te wensen over. Zo beschikken opzichters in het oudste natuurpark in Zuid-Afrika, Hluhluwe-Imfolozi, slechts over karabijnen uit het begin van de vorige eeuw, terwijl internationale stropers de modernste wapens hebben. Boswachters uit Hluhluwe-Imfolozi vertrekken massaal naar banen elders, omdat ze hun werk niet meer goed kunnen doen. De neushoorns worden daar nu op grote schaal gestroopt.

Campbell: “Het aanpakken van stropen en het goed uitrusten en beschermen van opzichters heeft in veel Afrikaanse landen geen prioriteit. Het werkt demoraliserend voor de mensen die vaak met hun eigen leven en met enorme inspanningen het wild en de natuur beschermen.”

Marjet Young is blij dat het werk van haar man onverminderd doorgaat. “De organisatie is in goede handen. Boswachters zijn niet afgehaakt en de donateurs zijn gebleven.” Rory Young is veel te vroeg gestorven, net als Anton Mzimba, maar voor zijn weduwe telt nu de nalatenschap van haar man: doorgaan met natuurbescherming en het beter trainen van boswachters.

Lees ook:

Anton Mzimba (42), beschermheer van de neushoorns in Zuid-Afrika, doodgeschoten.

De gewelddadige dood van een ranger in Zuid-Afrika vormt een nieuw hoofdstuk in de stropersoorlog. De bescherming van neushoorns wordt steeds riskanter.

De neushoornoorlog in Zuid-Afrika wordt steeds grimmiger.

Neushoorns en rangers lopen steeds meer gevaar gedood te worden in de grimmige neushoornoorlog in Zuid-Afrika. In de eerste helft van dit jaar zijn in Zuid-Afrika alweer 259 dieren gestroopt, blijkt uit nieuwe cijfers. Dat gaat weer richting het aantal van voor de coronapandemie.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden