Reportage Kroatië

Iedereen in Kroatië herdenkt anders bij dit concentratiekamp

Herdenking in 2015 van de ontsnappingspoging in 1945 uit concentratiekamp Jasenovac. De stenen bloem is uit de jaren zestig. Beeld AFP

Kroatië worstelt met een zwarte bladzijde uit zijn oorlogsgeschiedenis: concentratiekamp Jasenovac. Het heeft in elke periode en voor elke bevolkingsgroep een andere betekenis. Onder de huidige regering is de herdenking weer een nieuwe fase ingegaan.

Groene velden met hier en daar een opgerolde baal stro, veel meer is er op het eerste gezicht niet te zien op de plaats waar ooit concentratiekamp Jasenovac stond. Maar met Ivo Pejakovic aan je zijde komt de plek langzaam tot leven. De directeur van het herinneringscentrum loopt een beetje gebogen over het pad van treinbielzen naar een reusachtig monument dat in de verte opdoemt. “De bielzen verwijzen naar de trein die hier in de jaren veertig mensen uit het hele land aanvoerde. Sommigen overleefden de lange reis in afgesloten wagons niet.”

Pejakovic wijst naar de lege weilanden. “Daar in het midden stond de steenfabriek waar de gevangenen gedwongen moesten werken. Waar je nu heuveltjes ziet stonden barakken. Gaskamers waren er niet. Zie je die rivier? De gevangenen werden naar de andere kant gebracht, waar nu Bosnië-Herzegovina ligt. Daar vonden de meeste executies plaats, op heel brute wijze, met messen en hamers. Er was dus direct contact tussen daders en slachtoffers.”

De fascistische Ustasha

De daders, dat waren aanhangers van de Kroatische fascistische beweging Ustasha, die in 1941 de ‘Onafhankelijke Staat Kroatië’ (NDH) hadden uitgeroepen. Dat deden ze met goedkeuring van de Duitse nazi’s die in 1941 Joegoslavië waren binnengevallen. De slachtoffers waren niet alleen Joden, anti-fascisten en Roma zoals elders in Europa, maar ook en vooral Serviërs.

Ze werden in Jasenovac te werk gesteld, tienduizenden werden geëxecuteerd. Tot 22 april 1945, toen honderden gevangenen probeerden te ontsnappen. Ze wisten dat het einde van de oorlog in zicht was; een dag eerder hadden ze gezien dat honderden vrouwen naar de executieplek waren afgevoerd en niet waren teruggekomen. De ontsnappingspoging slaagde voor slechts 91 mensen. Ze wisten zich in de moerassen rondom het kamp schuil te houden tot de partizanen kwamen. Alle anderen werden door de Ustasha’s gedood.

Liederen en kransen

Deze gebeurtenis wordt elk jaar herdacht. Dan loopt Pejakovic ditzelfde bielzenpad af met politici, diplomaten en andere hoogwaardigheidsbekleders. “Ze leggen kransen neer, acteurs lezen voor uit getuigenissen van overlevenden, een koor zingt een paar liederen.”

Sinds de komst van een nieuwe regering in 2016 maakt Pejakovic dezelfde jaarlijkse tocht ook al een dag eerder, maar dan met vertegenwoordigers van slachtofferorganisaties. De stoet is langer – ruim 3000 mensen – maar het programma min of meer hetzelfde. “Ook dan worden er bloemen gelegd, lezen acteurs voor en wordt er gezongen.”

Aan Pejakovic ligt het niet. Elk jaar stuurt hij iedereen netjes een uitnodiging voor de officiële herdenking. Maar de laatste jaren willen de nabestaanden niet met de officiële delegaties geconfronteerd worden. “Dat begon in 2016 vanwege de minister van cultuur destijds, Zlatko Hasanbegovic. Hij was lid van allerlei pro-Ustasha organisaties en heeft zich nooit van Ustasha gedistantieerd.”

Een jaar later werd de woede van nabestaanden opnieuw gewekt toen er in het centrum van het dorp Jasenovac een plaquette verscheen. ‘Za dom spremni’ (Klaar voor het vaderland) was er op te lezen: een Ustasha-spreuk die in de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog van de jaren negentig weer opdook. Oorlogsveteranen van die laatste oorlog hadden het bordje opgehangen. Het hangt inmiddels 20 kilometer verderop maar volgens de nabestaanden zou de regering de spreuk overal moeten verbieden.

Nieuwe fase

Maar de regering houdt zich stil. Letterlijk. De huidige president Kolinda Grabar-Kitarovic laat zich zelfs helemaal niet zien en legt op haar eigen, onaangekondigde moment bloemen bij het monument. Daarmee heeft zij de toon gezet in een nieuwe fase van herdenken, zegt Vjeran Pavlakovic.

De historicus deed uitvoerig onderzoek naar de manier waarop Jasenovac door de golven van de geschiedenis heen is herdacht. “President Grabar-Kitarovic heeft met een traditie gebroken. Haar voorgangers gingen tussen 2002 en 2015 nog wel naar de officiële herdenking in Jasenovac en hielden dan een toespraak.”

Ivo Pejakovic Beeld Pieternel Gruppen

Na de onafhankelijkheidsoorlog van de jaren negentig vond er volgens Pavlakovic een ‘europeanisering’ van de herdenking in Jasenovac plaats. “Je zou kunnen zeggen dat Europa is gebouwd op de fundamenten van het anti-fascisme. De speeches die in deze periode in Jasenovac werden gehouden waren ook heel antifascistisch van aard. Het was de tijd waarin Brussel Kroatië sterk monitorde, het Joegoslavië-tribunaal jaagde op oorlogsmisdadigers. In Kroatië zong iedereen hetzelfde EU-lied. Ustasha-symbolen konden niet zomaar gebruikt worden.”

Graffiti op muren

Nu ziet de historicus een terugkeer. “Als ze met andere Europeanen praat, benadrukt de regering het antifascisme. Maar in eigen land tolereert ze dat Ustasha-symbolen terugkeren: als graffiti op muren, gescandeerd in voetbalstadions. Ook schoolkinderen roepen de leus ‘Za dom spremni’.”

Schoolklassen komen nauwelijks meer in Jasenovac. Toen museumdirecteur Pejakovic zelf nog geschiedenisleraar was nam hij zijn leerlingen wel mee. “Vorig jaar zijn er in totaal maar vijftien schoolklassen op bezoek geweest.” Het is sowieso heel rustig in het voormalige concentratiekamp. Slechts een handvol bezoekers heeft op deze warme dag het herinneringscentrum weten te vinden.

Dat was in het Joegoslavië van Tito wel anders, zegt Pejakovic. “In die periode kwamen hier soms wel 300.000 bezoekers per jaar. Vorig jaar waren het er 16.000. De communisten zagen de Tweede Wereldoorlog als het fundament waarop hun land was gebouwd. De huidige republiek Kroatië is ontstaan na de onafhankelijkheidoorlog van 1991-1995. Dus tegenwoordig worden schoolklassen naar Vukovar meegenomen waar in de laatste oorlog hevig is gevochten.”

Tito en het communisme

Tito presenteerde in zijn speeches Jasenovac als een symbool van het lijden van de antifascisten, zegt Pavlakovic. “Het regime moest ook iets van verzoening laten zien na die afschuwelijke oorlog en communistische revolutie. De communistische partij benadrukte dat alle verschillende Joegoslavische nationaliteiten tegen de buitenlandse bezetters en collaborateurs waren opgestaan. Er werd vermeden te noemen dat er Servische slachtoffers gedood waren door Kroatische Ustasha’s. Trauma’s werden op deze manier onderdrukt, maar het was wel een manier voor de maatschappij om na de Tweede Wereldoorlog door te gaan. Je ziet het ook terug in de monumenten uit die tijd. Ze zijn futuristisch, met een blik op de toekomst niet op het verleden.”

Een stenen bloem, 24 meter hoog, doemt op aan het eind van het bielzenpad. Pejkovic zoekt de koelte op in de schaduw van de reusachtige bladeren. “Indrukwekkend hè! De kunstenaar Bogdan Bogdanovic koos in de jaren zestig voor een bloem als teken van hoop. Hij wilde in zijn ontwerp geen enkele religieuze of etnische uiting verwerken.”

Maar de neutrale bloem kon niet voorkomen dat de herdenking van de Tweede Wereldoorlog opnieuw politiseerde in de nadagen van het communisme. “In de jaren tachtig werd de mythe ontrafeld”, zegt Pavlakovic. “Massagraven werden opengelegd en het verhaal over de Tweede Wereldoorlog veranderde en daarmee ook de vijand. Werden de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog tijdens het communisme allemaal ‘antifascisten’ genoemd, nu werden ze genationaliseerd. De slachtoffers waren nu Serviërs, gedood door Kroaten.”

Het nationalisme van Milosevic

De opkomst van het Servisch nationalisme was ook te merken in Jasenovac. Het ontkwam niet aan de propagandamachine van de Servische nationalistische politicus Slobodan Milosevic. “Er was in die periode een tentoonstelling met heel veel expliciete beelden van de gruwelijkheden”, zegt Pavlakovic. “Schoolkinderen werden ziek bij het zien van die beelden die bovendien waren gemanipuleerd. Er waren ook fragmenten uit Auschwitz en andere concentratiekampen doorheen gesneden.”

Dat er een nieuwe oorlog ophanden was voelden de medewerkers van het herinneringscentrum ook aan. Een Servische curator nam een deel van het archief mee naar zijn flat, daar stond het veiliger dan in het museum dat in 1991 zijn deuren sloot. Pas in 2006 ging het centrum weer open.

Pejakovic houdt even halt bij de rivieroever. Aan de overkant van de Sava ligt Republica Srpska, de Servische deelrepubliek binnen Bosnië. “Daar ligt ook een deel van het concentratiekamp en een herinneringscentrum.” Pejakovic kan nog net niet naar zijn collega’s aan de overkant zwaaien. “Heel soms drinken we samen een kop koffie.” Officieel contact tussen de twee centra is er niet. De getallen staan tussen hen in.

Vjeran Pavlakovic Beeld Pieternel Gruppen

Aan de overkant spreken ze over 700.000 doden. Aan de Kroatische kant over tienduizenden. Voor historicus Pejakovic tellen alleen de feiten. Om die boven water te krijgen dook hij bijna vijftien jaar geleden samen met collega’s de archieven in, en legde contact met nabestaanden en overlevenden. “Op dit moment hebben we 83.000 slachtoffers kunnen achterhalen.” Hun namen hangen op glazen panelen aan het plafond van het museum en zijn op te zoeken in een dik boek dat bij de ingang van het museum ligt.

Foto’s en gezichten

Op de foto’s die kriskras door het museum hangen krijgen de namen een gezicht. Van graatmagere kinderen bijvoorbeeld, die zonder ouders in het kamp moesten zien te overleven. Van een man die bij aankomst zijn bezittingen moet afgeven, terwijl een kampbewaarder zijn zakken doorzoekt. Maar ook propagandafoto’s en filmpjes die naar de buitenwereld de illusie moesten wekken dat Jasenovac alleen een werkkamp was, vertelt Pejakovic. “Maar je ziet alleen al aan hun uitgemergelde gezichten hoe verschrikkelijk het was.” De tentoongestelde hakbijl en messen zijn de stille getuigen van de executies die hebben plaatsvonden.

Toch subsidieert de huidige president een organisatie die claimt dat Jasenovac ‘slechts’ een werkkamp was. Volgens die lezing werden de meeste misdaden in het concentratiekamp pas na de oorlog gepleegd door de communisten. Ondertussen wordt aan de overkant, in Republica Srpska, Jasenovac als bewijs gezien dat Kroaten en Serviërs nooit samen zouden kunnen leven. “Servische nationalisten en Kroatische nationalisten domineren nu het publieke debat”, zegt Pavlakovic.

Waar die herziening van de geschiedenis vandaan komt? “Je moet niet vergeten dat Kroatië een klein en onzeker land is. Het is nog maar relatief kort onafhankelijk. Die onzekerheid zal blijven zolang de grenzen nog niet onbetwist zijn en de regio onrustig is. Bosnië is wankel, en in Brussel heeft niemand het meer over verdere uitbreiding van de Europese Unie. Ook de komst van migranten in de regio draagt bij aan de onzekerheid.”

Te veel geschiedenis

Die onzekerheid zal de herdenking van Jasenovac geen goed doen. En dat is jammer, vindt Pavlakovic. “Een goede herdenking kan de waarden van je maatschappij benadrukken.” Vooral op plekken waar ‘te veel geschiedenis is’, kan dat volgens hem helend werken. “Er zijn veel trauma’s, tragedies en heel veel slachtoffers. Het is altijd het gemakkelijkst om te focussen op je eigen slachtoffers en moeilijker om toe te geven dat er ook daders zijn.”

Zijn ideale herdenking van Jasenovac? “Het zou mooi zijn als leidende figuren uit Bosnië en Servië naar Jasenovac afreizen om samen met Kroaten te herdenken.” Voorlopig zit dat er niet in, vreest de historicus.

Lees ook:
Polen worstelt met zijn verleden van Poolse concentratiekampen in Silezië

Polen waren in de Tweede Wereldoorlog helden of slachtoffers, maar nooit daders, zo ligt nu min of meer vast in de holocaustwet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden