Israël

Human Rights Watch: Israël schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid

Aanklager Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft al een onderzoek geopend naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Israël.  Beeld AP
Aanklager Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft al een onderzoek geopend naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Israël.Beeld AP

Het zijn geen milde beschuldigingen: Israël begaat misdaden tegen de menselijkheid en moet hiervoor vervolgd worden. Human Rights Watch trekt deze conclusie in een rapport dat dinsdag verschijnt.

Israël maakt zich schuldig aan apartheid en moet hiervoor vervolgd worden, zo stelt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in een dinsdag verschenen rapport. Het rapport is gebaseerd op een evaluatie van het Israëlische regeringsbeleid en de behandeling van Palestijnen: dit zou neerkomen op apartheid en vervolging. Beide behoren volgens het internationale recht tot misdaden tegen de menselijkheid.

Het 213 pagina-tellend rapport is gebaseerd op verschillende casestudy’s, interviews, de documentatie van mensenrechtenschendingen tegen de Palestijnse bevolking, beleidsplannen en een evaluatie van Israëlische wetten, uitgevoerd door zowel HRW als andere mensenrechtenorganisaties.

Vergelijking met Zuid-Afrika is niet de bedoeling

Met name de aanklacht van ‘apartheid’ springt in het oog; HRW is de eerste grote internationale mensenrechtenorganisatie die Israël door middel van zo’n uitgebreid rapport hier officieel van beschuldigt. Hoewel veel mensen bij het horen van dat woord de link zullen leggen met het apartheidsregime van Zuid-Afrika, is het volgens HRW absoluut niet de bedoeling een historische vergelijking te trekken.

HRW benadrukt dat het de term apartheid hanteert zoals die gedefinieerd wordt in het Statuut van Rome – op basis waarvan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag is opgericht – en het Apartheidsverdrag van de VN uit 1973. Dit verdrag definieert apartheid als “onmenselijke handelingen die begaan worden met het doel de overheersing van een raciale groep over een andere raciale groep in te stellen en te behouden, en hen systematisch te onderdrukken”.

HRW geeft toe dat gebruik van de term ‘raciale groep’ wat ouderwets is, maar zegt dit zelf te interpreteren als een groep met een bepaalde afkomst of etniciteit. Volgens Kenneth Roth, directeur van HRW, is deze definitie van apartheid toe te passen op de situatie in Israël, en is de Israëlische staat duidelijk schuldig aan beleid “dat één bevolkingsgroep bevoorrecht boven een ander”.

Deze conclusie moet de internationale gemeenschap wakker schudden, vindt hij. Volgens hem kijkt een groot deel van de wereld nog altijd naar Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden als een “tijdelijke situatie”, die opgelost zal worden door een vredesproces. Maar de onderdrukking van de Palestijnse bevolking is na al die decennia nu geworden tot structureel beleid, en dat moet de wereld erkennen. “Pas dan kan het juiste gereedschap toegepast worden om dit te beëindigen.”

Sancties en reisverboden

Dat gereedschap komt in verschillende vormen. Ten eerste roept HRW het ICC op om alle individuen die betrokken zijn bij deze misdaden te onderzoeken, en mogelijk te vervolgen. Andere landen kunnen zich er ook in mengen, zo meent de mensenrechtenorganisatie, door een procedure te openen in eigen land volgens het beginsel van universele jurisdictie, of door het instellen van sancties – bijvoorbeeld door het bevriezen van tegoeden of het instellen van een reisverbod – tegen verantwoordelijke Israëlische functionarissen. Welke Israëlische functionarissen dat dan zijn, daar doet HRW verder geen uitspraak over. Volgens de mensenrechtenorganisatie moet de rechtbank dat zelf bepalen.

Volgens HRW zijn de bevindingen van het rapport al in juli 2020 aan de Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu aangeboden voor commentaar, maar de organisatie heeft nog altijd geen antwoord ontvangen. Afgaand op eerdere incidenten zal Israël het rapport waarschijnlijk sterk veroordelen. Zo reageerde de Israëlische regering woedend toen de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem in januari een rapport publiceerde waarin het de Israëlische staat bestempelde als een “apartheidsregime”. B’tselem bezocht doorgaans scholen om presentaties te geven, maar de minister van onderwijs verbood de organisatie met onmiddellijke ingang toegang tot alle onderwijsinstellingen.

Ook de mogelijke inmenging van het ICC zal Israël waarschijnlijk weinig imponeren. Israël heeft het Statuut van Rome nooit geratificeerd en is daarmee geen lid van het strafhof. Het ICC heeft vorige maand al een onderzoek geopend naar mogelijke oorlogsmisdaden gepleegd door Israël en Palestijnse groepen, maar Netanyahu bestempelde dit onderzoek als “puur antisemitisme”. Als het ICC ook besluit de aanklachten van apartheid en vervolging te onderzoeken, kan het waarschijnlijk eenzelfde reactie verwachten.

Lees ook:

De term apartheidsstaat gaat de Israëlische regering te ver

Als het aan de Israëlische minister van onderwijs ligt, mag mensenrechtenorganisatie B’Tselem geen lezingen meer op scholen houden, nadat die Israël een apartheidsstaat noemde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden