Beeld Trouw

ColumnBas den Hond

Hoe te beslissen over Bernie? De Democraten vrezen verdeeldheid

Sinds zaterdag is Bernie Sanders de te kloppen kandidaat. Tot zijn ruime winst in de stemvergaderingen van Nevada konden gematigde kandidaten voor de Democratische nominatie voor het presidentschap nog volhouden dat hij te radicaal was voor een groot deel van de Democratische kiezers. Laat staan voor de Amerikaanse kiezers in het algemeen. En kon met name Joe Biden roepen dat hij alleen de steun had van de latino en zwarte kiezers, die je absoluut nodig hebt om in november Donald Trump van een tweede termijn af te houden.

Maar na zaterdag klinken die argumenten opeens minder sterk. Sanders, en niet Biden, kreeg de meerderheid van de latino kiezers in Nevada achter zich. Onder zwarten deed hij het met 27 procent niet dramatisch slechter dan Biden met zijn 36 procent. Triomfantelijk kon hij verklaren: “We hebben zojuist een multi-generationele, multi-raciale coalitie tot stand gebracht, die niet alleen in Nevada gaat winnen, maar het het hele land gaat innemen.”

Maar die overwinningsroes is gebaseerd op sentiment, niet op rekenkunde. Wie de meeste stemmen haalt in een voorverkiezing, wordt door de media en de tegenstanders gefeliciteerd en gaat met het aura van een winnaar de volgende voorverkiezing tegemoet. Maar als die meeste stemmen niet de meerderheid van de stemmen uitmaken, hoe reëel is die victorie dan?

In geen enkele voorverkiezing haalde Sanders de meerderheid

Volgens de stand van zondagavond, toen de helft van de uitslagen officieel binnen was, haalde Sanders in Nevada 46,6 procent van de stemmen. In geen enkele voorverkiezing tot nu toe haalde hij de meerderheid: in Iowa en New Hampshire eindigde hij ook als winnaar, maar met slechts een kwart van de stemmen. Hij beschikt dus ook nog lang niet over een meerderheid in het aantal tot nu toe veroverde afgevaardigden naar de partijconventie in juli, die de genomineerde moet aanwijzen.

Het is ook nog maar de vraag of hij zal ‘winnen’ in South Carolina komende zaterdag, waar ex-vicepresident Joe Biden nog voorop gaat in de peilingen, laat staan dat hij daar meer dan de helft zal halen.

En na South Carolina is het gedaan met de voorverkiezingen in kleine staten, met allemaal weer andere bevolkingssamenstelling, en dus andere uitslagen, en kansen voor de media om spannende verhalen te vertellen over de ondergang van de ene campagne en de wederopstanding van de andere. Op Super Tuesday, 3 maart, worden in een groot aantal staten, waaronder de reuzen Californië en Texas, 1357 van de in totaal 3979 afgevaardigden verdeeld. Ook daarna zal waarschijnlijk niemand van de kandidaten een meerderheid hebben.

Als dat de situatie blijft tot de conventie, wat moet de partij dan doen? Op het laatste kandidatendebat, afgelopen dinsdag, werd de vraag gesteld, en de antwoorden waren veelzeggend: laat de conventie dat maar uitzoeken, zei iedereen – behalve Bernie Sanders. Hij vond dat de kandidaat die de meeste afgevaardigden heeft, meerderheid of niet, de nominatie moet krijgen.

Het is een lastig probleem, maar een dat nu eenmaal voortkomt uit de manier waarop afgevaardigden worden toegewezen. Dat gebeurt bij de Democraten ruwweg volgens evenredige vertegenwoordiging: elke staat krijgt een aantal afgevaardigden, meer naarmate er bij de laatste paar presidentsverkiezingen meer kiezers op de Democratische kandidaat stemden. Van elke staat worden de afgevaardigden naar stemmenaantal verdeeld over de kandidaten die meer dan 15 procent van de stemmen haalden.

Evenredige vertegenwoordig leidt maar zelden tot een duidelijke meerderheid

Evenredige vertegenwoordiging lijkt logisch en eerlijk, zeker voor wie in Nederland niet anders gewend is. Maar het leidt maar zelden tot een duidelijke meerderheid. In een parlement dat op die manier gekozen wordt, is coalities vormen na de verkiezingen verplichte kost.

Maar dat zit bij Amerikanen niet in de genen. Die kiezen hun vertegenwoordigers meestal door te kijken naar het grootste aantal stemmen, meerderheid of niet. Wie de meeste stemmen in een district voor het Congres krijgt, wint de zetel in Washington. En straks in november krijgt in elke staat de presidentskandidaat die daar de meeste stemmen krijgt, doorgaans alle stemmen in het kiescollege. In die context is het standpunt van Sanders, dat hij voor de nominatie ook geen meerderheid nodig heeft, helemaal niet onredelijk.

Maar dat wil niet zeggen dat het in het partijbelang is als hij zijn zin krijgt. Als zijn linkse standpunten teveel gematigde kiezers afstoten, kan het de Democraten het presidentschap kosten. Om over het door hem met trots gevoerde etiket ‘socialist’ nog maar te zwijgen. Dat woord en alles wat ze zich daarbij voorstellen, schrikt veel Amerikanen af. Er zijn dus goede redenen voor de leiding van de Democratische partij om Sanders te willen passeren.

Is hij nog te stoppen? Misschien, maar dan moeten al die kandidaten die geen Bernie Sanders heten, het eens worden over een strategie. In theorie kan dat, samen hebben ze immers de meerderheid. Ze zouden hun afgevaardigden op de conventie kunnen bundelen en een van hen op het schild hijsen. Maar door Sanders kan dat gemakkelijk als een antidemocratische coup worden afgeschilderd. En de kandidaat die dan naar voren wordt geschoven, heeft misschien maar 10 of 20 procent van de afgevaardigden die op hem of haar stemmen, zelf verdiend. Die komt dus voor de strijd tegen Trump niet automatisch met net zo’n grote en enthousiaste aanhang uit de startblokken als Sanders belooft. Die kandidaat heeft, kortom, weer andere handicaps in november.

Het zou beter zijn als achterblijvers het zouden opgeven

Beter, uit electorale overwegingen, zou het dan ook zijn als achterblijvers in de race het zouden opgeven, zodat anderen, idealiter maar één ander, de anti-Sanders stemmen kunnen verzamelen.

Maar daar ziet het nog niet bepaald naar uit. Joe Biden werd in Nevada tweede en hoopt te winnen in South Carolina. Pete Buttigieg werd er derde, en leek in ieder geval zondagavond boven de vijftien procent te blijven, zodat ook hij wat afgevaardigden bijeensprokkelt. Elizabeth Warren en Amy Klobuchar haalden teleurstellende percentages en geen afgevaardigden, maar bezwoeren dat ze de strijd zouden volhouden.

Of hen dat lukt, hebben ze echter niet zelf in de hand. Zeker na South Carolina, als er campagne moet worden gevoerd in vele staten tegelijk, worden presidentiële ambities enorm duur. Een kandidaat die zwak blijft presteren in voorverkiezingen, en in debatten, ziet zijn donaties snel opdrogen.

Democratische politici beklagen zich vaak over de grote rol van het geld in de Amerikaanse politiek. Maar in het anti-Sanders kamp zullen velen van hen stiekem uitkijken naar het moment dat het geld zijn rol van scherprechter gaat spelen. Liefst al vóór Super Tuesday.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden