AnalyseNa brexit

Hoe moet een onafhankelijk Global Britain eigenlijk z’n geld verdienen?

Liz Truss, de Britse minister van internationale handel, met de Japanse minister van buitenlandse zaken Toshimitsu Motegi in oktober 2020 bij de ondertekening van het onderlinge handelsverdrag.  Beeld AP
Liz Truss, de Britse minister van internationale handel, met de Japanse minister van buitenlandse zaken Toshimitsu Motegi in oktober 2020 bij de ondertekening van het onderlinge handelsverdrag.Beeld AP

Het Verenigd Koninkrijk probeert zoveel mogelijk handelsverdragen te sluiten met landen buiten de Europese Unie. Wat hebben ze die handelspartners te bieden?

Een record was het volgens Liz Truss, de Britse minister van internationale handel, zo snel als het Verenigd Koninkrijk een handelsakkoord met Japan had gesloten. In oktober zette ze haar handtekening onder een pakket afspraken over de onderlinge relaties na brexit, tegelijk met de Japanse minister van buitenlandse zaken. Gewoonlijk kost zoiets jaren onderhandelen, nu duurde het drie maanden.

Hoe ging dat zo snel? De Britten hadden het Europese handelsverdrag met Japan ­erbij gepakt. In die tekst veranderden ze steeds ‘EU’ in ‘Verenigd Koninkrijk’, zo blijkt uit een Brits overheidsdocument met alle verschillen tussen het eigen en het ­Europese verdrag met Japan. Bovenaan die lijst staat het: EU is overal veranderd in VK. De invoerregels voor veel goederen zijn vrijwel identiek gebleven.

Handelsminister Truss was trots, omdat het verdrag liet zien wat het VK kan bereiken als onafhankelijke handelsnatie. Japan is de derde handelspartner van de Britten buiten Europa. De handel in diensten en goederen bedroeg in 2019 28 miljard pond. Dankzij het handelsakkoord daalden onder meer de invoertarieven voor Brits lamsvlees en auto-onderdelen voor de Nissan-fabriek in Engeland. Ook voor Japan was het belangrijk om tot een overeenkomst te komen; dat maakte onderhandelen iets makkelijker dan met andere landen.

Sinds 1 januari staan de Britten er alleen voor in de wereldhandel. Voorheen konden ze meeliften met Europese handelsverdragen met derde landen, zoals het Ceta-verdrag met Canada. Die tijd is voorbij. Daarom zijn ze nu druk bezig om eigen handelsverdragen te sluiten. Behalve met Japan liggen er al afspraken met Turkije, Mexico, Canada en Vietnam, en voor sommige landen is er een overbruggingsregeling gekomen.

Toch moet er nog veel gebeuren. In 2022 willen de Britten voor 80 procent van al hun import en export een handelsverdrag hebben afgesloten. Zonder handelsafspraken worden goederen duurder als gevolg van ­invoerheffingen. De Wereldhandelsorga­nisatie schrijft dat zo voor. Daarom was het VK opgelucht dat er een akkoord met de EU lag, vlak voor Kerst.

null Beeld Brechtje Rood/Trouw
Beeld Brechtje Rood/Trouw

Wat het VK heeft te bieden? Het bedrijf Rodda’s is de allergrootste clotted cream-producent

Wat heeft het Verenigd Koninkrijk de wereld te bieden? In een toespraak gaf Truss voorbeelden van internationaal succesvolle Britse bedrijven. Zuivelproducent Rodda’s uit Cornwall is wereldwijd de grootste producent van clotted cream, een dikke soort room. De zwarte thee van Yorkshire Tea is te koop in dertig landen, vertelde ze. En wat te denken van het bedrijf Tharsus uit Blyth? Hun robotica is overal gewild.

Verder prees ze de computerspel-industrie: bekende spellen zoals Assassin’s Creed en Grand Theft Auto komen uit Newcastle en Edinburgh. Er is geen reden waarom het VK geen wereldwijde hotspot kan worden voor de dienstensector en de technologiehandel, zei Truss. Het meest waardevolle technologiebedrijf in Groot-Brittannië, chipontwerper Arm, komt overigens voor 40 miljard dollar in de Amerikaanse handen van chipconcern Nvidia.

“Het volk dat ooit werd bespot door ­Napoleon als een land vol winkeliers, kan zich oprichten als een natie van handelaren, vernieuwers en ondernemers”, zei Truss vol zelfvertrouwen. “Global Britain zal het ongelijk van de twijfelaars bewijzen.”

Global Britain, dat is de term waarmee brexit-voorstanders de stralende toekomst van het Verenigd Koninkrijk verkopen. Het begrip doet de Britse schrijfster en wetenschapper Sally Tomlinson denken aan de wereldkaart die in de jaren zestig van de ­vorige eeuw in klaslokalen hing. Groot-­Brittannië had nog allerlei koloniën, zoals in Afrika, en een flink deel van die wereldkaart was daarom rood gemarkeerd: Brits. Vaak hingen die kaarten er ook nog in de jaren zeventig, toen de generatie van premier Boris Johnson (1964) naar school ging.

Veel oudere Britten hebben nog altijd een prettige associatie bij het voormalige wereldrijk, zegt Tomlinson, die verbonden is aan de universiteit in Oxford en onderzoek deed naar het Britse wereldbeeld en het onderwijs. Nog altijd geloven ze dat hun land een bijzondere positie heeft. Tomlinson noemt dat een ‘gevaarlijk misverstand’.

Ze verbindt de nostalgie naar het Britse wereldrijk met brexit, in het boek Rule ­Britannia: Brexit and the End of Empire, dat ze schreef met Danny Dorling. De brexit-campagne was doordrenkt van een vreemde imperialistische fantasie over werelddominantie, schrijven ze. De slogan Global ­Britain is daarvan een uiting.

Waarom is het zo lastig om handelsafspraken te maken met de Britten, vroeg Tomlinson zich af, toen de onderhandelingen tussen het VK en de EU voortduurden. Mede omdat de Britten eeuwenlang gewend waren de wereld leeg te roven, is haar provocerende antwoord. In de hoogtijdagen van het Britse rijk ging het niet over handelsafspraken, maar over dominantie.

Afspraken maken is lastig, ‘omdat de Britten gewend waren de wereld leeg te roven’

Tomlinson: “De Britten maakten maar weinig handelsafspraken, of hielden zich zelden aan de deals die er wel kwamen. Het ­hele idee achter het optuigen van een wereldrijk was immers landen bestelen van hun grondstoffen, voedsel en arbeid, aanvankelijk zelfs door slavernij.”

Tussen de Britse verovering van Bermuda in 1609 en het einde van het wereldrijk in de tweede helft van de vorige eeuw, genoot Groot-Brittannië allerlei economische voordelen, zoals goedkope arbeid in de koloniën en een gegarandeerde afzetmarkt. In de negentiende eeuw konden ze textiel uit Manchester helemaal in Nieuw-Zeeland dumpen. De voorloper van de slogan Buy British was vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw Imperial Preference, schrijft Tomlinson. Rond die term werd een hele marketing­strategie opgezet, bedoeld om de koloniale handel te stimuleren.

Geen wonder dat het Verenigd Koninkrijk floreerde, zegt ze.

Vanaf de jaren vijftig en zestig veranderde dat. Land na land dwong onafhankelijkheid af en Groot-Brittannië kreeg het economisch lastiger. Het werd moeilijker voor werkgevers om spullen in het buitenland te verkopen. Tot die tijd konden ze hun goederen tegen te hoge prijzen kwijt in dat wereldrijk. Nu moesten ze voor het eerst echt concurreren.

De financiële sector in de Londense City staat door brexit onder druk

Vanaf de jaren tachtig kreeg de financiële sector alle ruimte en werd de maakindustrie ondergeschikt aan de City, het financiële centrum in Londen dat nu als gevolg van brexit onder druk staat. De gouverneur van de Engelse centrale bank zei vorige week dat daar vijf- tot zevenduizend banen zijn verdwenen.

Tomlinson zegt niet te geloven dat de wereldwijde ambities van de overheid realistisch zijn. “Wat heeft het VK z’n voormalige koloniën te bieden, behalve financiële diensten en militaire apparatuur? Gaan we ons geld verdienen met computergames en robots, sectoren waarin China en Japan ons voorbij zijn? De klimaatindustrie wordt genoemd, maar de windmolenbouwers zitten in Denemarken, Duitsland en China. En de VS zullen eerst een handelsverdrag met de EU willen sluiten, voordat ze naar ons omkijken.”

Een van de Britse plannen is om handel te verschuiven naar de snelst groeiende regio’s in de wereld. Zoals Azië, waar het VK wil aansluiten bij een handelsblok van elf landen rondom de Stille Oceaan, TPP-11.

Stefan Koopman, senior markteconoom bij de Rabobank, twijfelt aan die strategie. “Het zal voor het Verenigd Koninkrijk zeer moeilijk zijn om de focus van zijn handel te verleggen naar andere landen of handelsblokken dan de Europese Unie.”

Hij verwijst naar een economisch model van de Nederlandse econoom Jan Tinbergen (1903-1994). “Dat zwaartekrachtmodel voorspelt minder handel tussen landen naarmate de afstand toeneemt. Deze afstand kan geografisch zijn, waardoor de ­kosten van transport hoog zijn. Ook kunnen culturele verschillen tot afstand leiden. En verder kun je denken aan bureaucratie.” Die laatste factor remt nu de handel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk af, zelfs al ligt er een handelsverdrag.

Van wereldklasse is de Britse dienstensector, maar die is ondergesneeuwd in de gesprekken

Koopman: “Het staat de Britten vrij om over hun eigen handelsverdragen met derden te onderhandelen en dat is ook gelukt met Canada, Mexico en Japan. Goed nieuws. Maar door de grote afstand zal het economische effect beperkt zijn. Zelfs een felbegeerde deal met de Verenigde Staten, voor veel brexiteers de heilige graal, kan op de lange termijn maar 0,2 procentpunt aan de economie bijdragen.” Dat is een fractie van het verlies als gevolg van het vertrek uit de EU.

Hoe kan het VK wél succesvol zijn dankzij brexit? Koopman: “Echt van wereldklasse zijn de Britten in de dienstensector en ­export van diensten is zelfs groter dan die van goederen. Denk aan financiële en zakelijke dienstverlening, zoals accountants en advocaten. Of aan architectuur, telecom, onderwijs en marketing.”

Maar deze sectoren zijn ondergesneeuwd in de onderhandelingen met de EU. “Het vrije verkeer van personen is voorbij en voor elk Europees land gelden straks aparte regels voor Britten die er een dienstenklus willen uitvoeren.” Het is cruciaal dat de Britten blijven investeren in deze sectoren, willen ze hun netwerken onderhouden, zegt Koopman. “Wat een mazzel dat Engels de standaardtaal is.”

Het VK is dit jaar gastheer van de G7, een groep van zeven grote economieën, en ook op de VN-klimaatconferentie eind 2021 in Glasgow wil premier Boris Johnson laten zien dat de Britten niet langer vooral met zichzelf bezig zijn.

Brexit is een protectionistisch project, enigszins misleidend verkocht als Global Britain

Wat de economie betreft is industriepolitiek een optie, zegt Koopman. “Met subsidies of investeringen, of met algehele loonmatiging kan het VK de exportcapaciteit vergroten. Dat zie ik deze regering wel proberen. Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan.” Er zit een duidelijke limiet aan staatssteun, gezien de afspraken met de EU, zegt Koopman. Ook beperkt de pandemie grootschalige investeringsplannen.

“Hoe hard ik mijn best ook doe, het is moeilijk om heel positief te zijn over brexit. Veel economen denken er net zo over. Je kunt er niet omheen dat brexit een protec­tionistisch project is, dat enigszins mis­leidend wordt verkocht onder de vlag van Global Britain.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden