Het standbeeld van de dichter Taras Sjevtsjenko schijnt door de vlaggen heen tijdens een EU-gezinde demonstratie in de Oekraïense stad Lviv in 2013.

Partnerschap

Hoe Europa de oostelijke grenslanden naar zich toe trekt

Het standbeeld van de dichter Taras Sjevtsjenko schijnt door de vlaggen heen tijdens een EU-gezinde demonstratie in de Oekraïense stad Lviv in 2013.Beeld AFP

Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan schurken langzaam maar zeker tegen Europa aan. Vandaag staat een ontmoeting gepland tussen Europese regeringsleiders en deze zes oostelijke grenslanden.

Een burengesprek via Zoom. Liefst 33 regeringsleiders ontmoeten elkaar vandaag via een videoverbinding, om te praten over het nabuurschapsbeleid van de Europese Unie, een manier om de oostelijke grenslanden verder te integreren. Alleen ‘buitenbeentje’ Aleksandr Loekasjenko, de president van Wit-Rusland, lijkt niet persoonlijk aan te schuiven. Hij stuurt waarschijnlijk een van zijn ministers.

De ontmoeting tussen de EU-vertegenwoordigers en de zes oostelijke buurlanden zal in het teken staan van de Covidcrisis, maar ook vormt de bijeenkomst de aftrap van een discussie over de toekomst van het zogeheten Oostelijk Partnerschapprogramma. Begin volgend jaar, als de buren elkaar weer in levenden lijve hopen te kunnen ontmoeten, worden afspraken gemaakt over hoe dat programma het komende decennium vorm moet krijgen.

Het partnerschap van de EU met haar buren begon in 2009. In de jaren ervoor was de Europese Unie in korte tijd uitgebreid met twaalf landen, zoals Polen, Hongarije, Roemenië en Bulgarije. Daardoor ontstond er, grenzend aan de Europese Unie, een zone van buurlanden die ook dicht tegen Rusland aan liggen: Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan.

Lidmaatschap van de Europese Unie lag voor deze landen niet voor de hand, maar de EU wilde hen wel dichterbij trekken. Door middel van nauwere samenwerking moesten democratie en rechtstaat versterkt worden, om zo de stabiliteit en handel te bevorderen.

Inmiddels sloot de EU associatieverdragen met Oekraïne en Moldavië, en kunnen Wit-Russen vanaf juli visumvrij reizen naar de EU.

Een decennium na de inwerkingtreding van het nabuurschapsbeleid is er bij de oosterburen van de Europese Unie veel veranderd. Van stabiliteit is echter nog geen sprake: Rusland ziet de samenwerking in toenemende mate als bemoeienis met de eigen invloedssfeer – met het gewapende conflict in Oost-Oekraïne als indirect gevolg.

‘We moeten af van de utopie dat de EU die landen in een democratie kan omtoveren’

Antoaneta Dimitrova, hoogleraar vergelijkend bestuur aan de Universiteit van Leiden, analyseerde als coördinator van het drie jaar durende internationale onderzoeksproject EU-Strat de relatie tussen de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap.

Antoaneta DimitrovaBeeld Marc de Haan

Hoe zou u het Oostelijk Partnerschap eenvoudig uitleggen?

“Stel, je woont in een prachtig huis met een grote tuin waar je vrij bent om te doen wat je wilt. Maar twee huizen verderop zijn allerlei problemen: er is ruzie en de kinderen daar mogen niet met jouw kinderen spelen. Als het nabuurschapsbeleid helpt om de tuin daar net zo mooi te maken, dan hebben we het met z’n allen beter.”

Waarom zouden we ons met de buren bemoeien?

“We gaan een partnerschap aan met mensen die hun land bij de Europese cultuur rekenen en dus graag bij ons horen. Om rijker te worden, maar ook om vrijer te zijn. Het nabuurschapsbeleid is er dus meer op hun verzoek gekomen dan dat wij het hebben bedacht.”

Die landen liggen ver van Nederland. Is het Oostelijk Partnerschap voor ons belangrijk?

“Allereerst zijn er handelsbelangen. Er zijn Nederlandse scheepsbouwers, machine-exporteurs en wijnimporteurs die profiteren als het in die landen beter gaat. Onze landbouw krijgt hulp van seizoenswerkers uit Polen: die kunnen hier komen omdat het werk in Polen door Oekraïners wordt gedaan. De ­Covid-crisis toont aan dat wij een probleem hebben als een groot buurland van ons, zoals Oekraïne, slecht georganiseerde zorg heeft. Die regio is veel dichterbij dan we denken.”

Wat is het resultaat? Neem Moldavië: dat is nog steeds een straatarm land, waar de afgelopen jaren een steenrijke oligarch, Vladimir Plahotniuc, de dienst uitmaakte.

“We moeten af van de utopie dat de EU die landen in een democratie kan omtoveren. Verandering is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de Moldaviërs zelf. Europa kan wel helpen. Tien jaar geleden stond Moldavië bekend om mensenhandel en orgaanhandel. Zonder samenwerking was het land in elkaar geklapt. Afgelopen jaar is Plahotniuc het land ontvlucht: als de bewoners iemand anders aan de macht willen, is dat dus mogelijk.”

In Wit-Rusland kan Europa weinig uitrichten. President Aleksandr Loekasjenko is al een kwart eeuw aan de macht en controleert zelfs het nabuurschapsbeleid.

“In de jaren negentig leerde Europa dat je democratie kunt bevorderen door het maatschappelijk middenveld te steunen. Maar dictators zitten niet stil. Loekasjenko eist van organisaties die zich inzetten voor democratie om zich te ­registreren als ‘buitenlands agent’. Die tactiek behoort inmiddels tot het vaste gereedschap van autocraten: Poetin doet het, en ook de Hongaarse premier Orbán volgt die strategie. We moeten bedenken hoe we dan toch helpen. Dat is heel moeilijk.”

Rusland beschouwt het Oostelijk Partnerschap als inmenging in zijn invloedssfeer. In Oekraïne liep het uit op een gewapend conflict.

“Dat misverstand moet de wereld uit. De EU onderhandelde al jaren met Oekraïne over een associatieverdrag, maar in 2013 werd dat ineens een probleem voor Poetin. Die kreeg een jaar voordien in eigen land te maken met een protesterende middenklasse. Zijn reactie: binnenlandse repressie en een agressieve buitenlandpolitiek. Dat is de context van het conflict in Oekraïne. Als we zeggen dat we dat associatieverdrag niet hadden moeten sluiten ontken je het recht van al die mensen die demonstreerden met EU-vlaggen in de hand.”

Maar is het niet beter dat we het eerst eens worden met Rusland?

“Toenadering tot het regime van Poetin is een illusie. Deze landen moeten kunnen beslissen over hun eigen lot. Handel kan helpen mensen met elkaar te verbinden. Met Armenië is in 2017 een verdrag gesloten dat ruimte biedt voor handel met Rusland én de EU.”

Ziet u in Oekraïne succes?

“De Oekraïense handel heeft de afgelopen drie jaar een volledige ommezwaai gemaakt van Rusland naar de EU. Niemand had gedacht dat dat mogelijk was. Momenteel werkt de EU aan een innovatieve manier om het bestuurlijk apparaat daar te hervormen: zo worden jonge, hoogopgeleide mensen uitgenodigd om bij ministeries te gaan werken; de EU draagt bij aan een marktconform salaris. Achter de schermen hameren Europese ambassadeurs er voortdurend op dat financiële steun onder strikte voorwaarden wordt verstrekt.

De strijd tussen jonge politici en de oude, corrupte macht is nog elke dag gaande; het is maar de vraag wie er ­ winnen zal.”

Mihai Popsoi

Moldavië; gevangen door een oligarch

In 2014 was Moldavië de eerste voormalige Sovjetrepubliek waarmee de Europese Unie een associatieverdrag sloot. Maar nog in hetzelfde jaar werd een miljard dollar aan tegoeden uit de Moldavische banken gestolen. Onder de regering van de Democratische Partij, geleid door de steenrijke zakenman Vladimir Plahotniuc, werd Moldavië een ‘in oligarchie gevangen staat’, zoals het Europees Parlement het land bestempelde: de clan rondom de oligarch beheerste de bestuurlijke, financiële en justitiële sector.

Toch slaagde Plahotniuc er lange tijd in de steun van Brussel te behouden. Zijn in naam ‘pro-Europese’ ­Democratische Partij bood immers tegenwicht tegen Rusland, dat na de inwerkingtreding van het associatieverdrag een blokkade instelde op Moldavische wijn. In 2016 leek de situatie nijpender te worden toen Igor Dodon, de Ruslandgezinde leider van de Socialistische Partij, gekozen werd tot president: hij pleitte zelfs voor het stopzetten van het associatieverdrag. “Plahotniuc buitte de geopolitieke tegenstellingen slim uit”, aldus Mihai Popsoi, die namens de Europagezinde hervormingspartij Pas vice-voorzitter is van het Moldavische parlement. “Hij dwong de EU een oogje dicht te knijpen voor de ondemocratische kanten van zijn ­regering.”

Het breekpunt kwam in 2019. ­Nadat een rechter de uitslagen van de burgemeestersverkiezingen in de hoofdstad Chisinau ongeldig had verklaard, bevroor de EU de financiële steun. Rijkelijk laat, aldus Popsoi: “De bevolking associeerde het miljard-dollar-schandaal rechtstreeks met de pro-Europese elite”. Hij vindt dat Europa strengere voorwaarden moet stellen aan steun, en pleit ervoor rechters en aanklagers uit EU-landen aan te stellen in zijn land.

Inmiddels gaat 70 procent van de Moldavische export naar de Europese Unie. Om de democratie te versterken moet het land meer perspectief worden geboden, vindt Popsoi. De politicus pleit voor verdere economische integratie met de EU, waarna lidmaatschap zou moeten lonken. “We hebben het nodig dat onze pogingen om iets te veranderen worden gewaardeerd. Een democratische ­terugval kunnen we ons niet veroorloven.”

Natalia Rabava

Wit-Rusland; nog steeds een dictatuur

Schoorvoetend ging Wit-Rusland tien jaar geleden akkoord met het Oostelijk Partnerschap. “Is dit een nieuwe NAVO?”, zo verwoordt Natalia Rabava de wantrouwende houding van de autoriteiten. Ze is directeur van Sympa, de School for Young Managers in Public Administration in Minsk. Als laatste van de zes EU-buurlanden ging Wit-Rusland in 2009 overstag. “Ach, nuttig is het misschien niet, maar ook niet schadelijk, zo was het idee.”

En zo heeft het ook uitgepakt. Aanvankelijk kon Rabava – die met haar organisatie twintigers en dertigers opleidt tot ambtenaren, journalisten of burgeractivisten – de Europese Commissie zelf benaderen met projectvoorstellen. Maar inmiddels is voor elk initiatief toestemming nodig van de presidentiële administratie. En in een autoritair geleide staat als die van president Aleksandr Loekasjenko bereik je dan niet veel, zegt Rabava. “Projecten voor gehandicapten, gepensioneerden, of rondom het milieu zijn welkom. Maar het wordt ons niet toegestaan ons met corruptiebestrijding of democratisering ­bezig te houden.”

De Europese Commissie houdt zich vooral bezig met de handel. Nederland koopt jaarlijks voor een miljard euro aan olie en benzine, en is daarmee een van de belangrijkste klanten van Wit-Rusland. Omdat het partnerschap-budget voor het maatschappelijk middenveld laag is – enkele honderdduizenden euro’s – blijft het wat Rabava betreft bij het organiseren van wat conferenties en seminars. “In gecompliceerde democratiebevordering is de EU niet ­geïnteresseerd”, zegt ze. “De democraten in ons land zijn teleurgesteld in Europa.”

Ewout van Wijk

Oekraïne; blijft een grensland

In 2016 stemde de Nederlandse bevolking in een referendum tegen het associatieverdrag dat de Europese Unie en Oekraïne met elkaar wilden sluiten. Ewout van Wijk, directeur van het 335 vrachtwagens tellende transportbedrijf E. van Wijk, was ‘fervent voorstander’ van de overeenkomst, die in september 2017 toch in werking trad.

Van Wijk weet waar hij over praat: zijn trucks komen al sinds 2004 in Roemenië, Polen en Oekraïne, en hij zit regelmatig zelf achter het stuur. Dankzij het associatieverdrag is ‘de wetgeving op het Europese recht geënt’, zegt hij, en is het met de bureaucratie in Oekraïne ‘ietsje beter geworden’. Dankzij de hervorming van de politie, die in samenwerking met Europese politiekorpsen tot stand kwam, is het veiliger op straat, merkt de transportondernemer. “Vroeger was het simpelweg gevaarlijk als je de verkeerde politieman trof. Omkoperij was heel normaal. Nu zijn de agenten jong en beter ­opgeleid.”

Het bewijs dat de corruptiebestrijding vruchten afwerpt is dat meer Europese bedrijven in Oekraïne durven te investeren, vooral in de landbouw. “En dat is dan weer goed voor ons. We zijn ook importeur van DAF trucks. Het is een goed teken dat zo’n West-Europees merk naar Oekraïne komt.”

Toch werd het zakendoen er niet eenvoudiger op. De bedrijvigheid groeide, en daarmee ook het aantal kapers op de kust. Dat zijn veelal Oekraïense bedrijven, die beschikken over modern materieel maar toch op een oneerlijke manier blijven werken. “Er wordt heel veel voor zwart geld gereden en gemanipuleerd met rij- en rusttijden. Die corruptie is er niet uitgegaan. En omdat wij daar niet aan meedoen, betekent het dat onze vijver een stuk kleiner is.”

Lidmaatschap van de Europese Unie zal er dan ook niet inzitten voor Oekraïne, denkt Ewout van Wijk. “Oekraine betekent letterlijk grensland, en ik denk dat ze dat de komende jaren zullen blijven. Al zou de EU hen welkom heten, dan zal Rusland dat tegenhouden.”

Lees ook: 

Topbijeenkomst Oostelijk Partnerschap Europa mist zijn doel

De topbijeenkomst voor het Oostelijk Partnerschap van de Europese Unie in Warschau op 30 september was niet bepaald een groot succes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden