Reconstructie FMO

Hoe de Nederlandse ontwikkelingsbank verstrikt raakte in landjepik

In Lokutu, een stad nabij de Congo-rivier dragen twee mannen palmnoten op een geïmproviseerde draagberrie. De plantage van Feronia is de oudste en potentieel de grootste van Afrika. Beeld Hollandse Hoogte / Kris Pannecoucke

De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO zegt met zijn investeringen in onder meer palmolieplantages de lokale gemeenschappen vooruit te helpen. Maar die zitten daar helemaal niet op te wachten. Ze willen hun grond terug.

In de jungle diep in Congo liggen drie palmolieplantages, samen 25.000 hectare groot en in gebruik sinds de tijd van de Belgische koning Leopold. Verscholen in het oerwoud zijn ze vrijwel onbereikbaar. Zelfs een ouderwetse landkaart brengt geen uitkomst. De beste manier om er te komen is met behulp van lengte- en breedtegraden. Zo ligt Yaligimba op 2°13’29.18”N en 22°55’50.68”E. Lokutu en Boteka liggen vele dagreizen per kano van Yaligimba vandaan.

Anno 2019 zijn deze plantages uit de koloniale tijd in handen van het Canadese beursgenoteerde bedrijf Feronia, dat ze tien jaar geleden kocht van Unilever. De meerderheid van de aandelen is van ontwikkelingsbanken uit Frankrijk, België, Duitsland. Spanje, de Verenigde Staten, Engeland en de Nederlandse FMO. Samen investeerden zij sinds 2013 tussen de 100 en 200 miljoen dollar in Feronia, dat zichzelf op zijn website roemt voor zijn goede daden en doelen. ‘Feronia stelt het werk en inkomen van 3800 vaste medewerkers en duizenden dagloners veilig.’ Het bedrijf zegt te investeren in huizen, scholen, klinieken, waterputten, wegen en duurzame landbouw.

Non-profitorganisatie Grain, die contact heeft met de arbeiders op de plantages, schetst een heel ander beeld. In de hitte langs de evenaar zwoegen inheemse landarbeiders tegen een schamel loon. Dat komt regelmatig te laat of wordt soms, zoals in 2015 en 2016, betaald in natura. Als de werknemers hun loon niet krijgen, moeten ze geld lenen tegen woekerrentes om voedsel te kopen. Ze kunnen dat niet terugbetalen en worden zo schuldslaven. Armoede, ondervoeding en honger zijn aan de orde van de dag. Farmlandgrab, dat zich bezig houdt met landroof wereldwijd, kwam tot vergelijkbare conclusies. Navrant is de gekozen naam Feronia, naar de Romeinse godin die slaven vrijheid gaf.

Leefbaar loon

Linda Broekhuizen, chief investment officer (CIO) van FMO, bevestigt dat er vertragingen zijn geweest bij de loonbetaling door Feronia, maar zegt dat dat nu verholpen is. Ze wijst erop dat FMO een leefbaar loon nastreeft – hoger dan het minimumloon – en dat is volgens haar ook in de palmolieplantages het geval.

Er is meer aan de hand. De spanningen in het gebied zijn opgelopen door een grondconflict. Negen gemeenschappen op de plantages, die door de enorme afstanden bijna geen contact met elkaar hadden, sloegen met hulp van ngo’s de handen ineen en eisen hun grond terug. Die is al eeuwen hun eigendom, stellen ze, maar werd in de koloniale tijd door Leopold verkocht aan Lord Leverhulme, de grondlegger van Unilever. Leverhulme nam met zijn bedrijf Huileries du Congo in 1911 de exploitatie van palmolie ter hand.

Activisten vermoord in Honduras

Bij een protest tegen de aanleg van de stuwdam Agua-Zarca in Honduras in juli 2013 schiet een militair Tomas Garcia dood. Hij is een leider van Copinh, de organisatie ter bescherming van de rechten van inheemse volken in Honduras, waaronder de Lenca. In hun religie moet het water van de rivier blijven stromen als symbool voor het leven en niet worden tegengehouden, zoals met een stuwdam.

William Rodrigeuz, eveneens activist van Copinh, wordt in mei 2014 vermoord. Een half jaar later ligt het lijk van zijn broer Maycol Rodriquez in de rivier. Berta Cáceres, voorvrouw van Copinh, wordt in maart 2016 in haar eigen huis vermoord. Er volgen arrestaties, van onder anderen de directeur van Desa, het bedrijf dat de stuwdam bouwt.

FMO stapt in 2014 als financier in het project, als de eerste dode al is gevallen. Pas in 2017 stapt FMO eruit, een jaar na de moord op Berta Cáceres. Haar dochter Berta Zunica Cáceres spant nu een rechtszaak aan tegen FMO. De zitting is op 1 november.

Haar advocaat Chana Samkalden van advocatenbureau Prakken d’Oliveira: “Wij vragen een vonnis dat zegt dat FMO met de financiering onrechtmatig heeft gehandeld. Als dat vonnis er is kijken we wat een adequate compensatie is.” Ze verwijt FMO dat de risico’s van de geldlening aan Desa niet goed onderzocht zijn. “FMO weet wat goed is voor de inheemse bevolking, maar gunt lokale bewoners geen zelfbeschikkingsrecht. Een zeer paternalistische houding.”

Een onafhankelijke onderzoekscommissie, in opdracht van de FMO, concludeerde dat de ontwikkelingsbank slechts een zeer beperkte consultatie heeft gedaan bij de inheemse bevolking. Dat is in strijd met de eigen beginselen.

De ontwikkelingsbanken zeggen dat ze, voorafgaand aan hun miljoeneninvesteringen, grondig onderzoek hebben gedaan naar de landrechten. Dat gaf geen reden tot zorg. Maar volgens betrokken ngo’s weigeren de banken al jaren de uitkomsten te overleggen. FMO zegt desgevraagd dat de documenten over de landrechten in zijn te zien op het kantoor van Feronia in Kinshasa, de hoofdstad van Congo.

De palmoliefabriek in Lokutu, Congo. Beeld Hollandse Hoogte / Kris Pannecoucke

Voor de Lokutu-plantage kregen de lokale gemeenschappen in 2012 bijval van het kadaster van Congo. Dat wees eigendomsbewijzen die Feronia overlegde af, omdat ze niet conform de wet waren.

Vermoord door een beveiliger

De verhoudingen werden er deze zomer niet beter op door de dood van mensenrechtenactivist Joël Imbangola Lunea, die actief was voor de organisatie die gestolen grond probeert terug te krijgen. Imbangola Lunea laadde op 21 juli bagage van passagiers in zijn bootje toen een bewaker van Feronia hem beschuldigde van het stelen van palmolienoten. Toen hij dat ontkende, viel de bewaker de activist aan, doodde hem en gooide het lichaam in de rivier, zo vertelden getuigen de Congolese mensenrechtenorganisatie RIAO-RDC. Volgens deze organisatie werd Imbangola Lunea, kostwinner van zijn gezin met vijf kinderen, de laatste maanden vaker bedreigd door beveiligers van Feronia.

Het stelen van een paar palmolie­noten als voedsel wordt volgens RIAO-RDC vaker gebruikt als excuus om mensen uit de gemeenschap op te pakken of te intimideren. Zo werd in 2015 een pygmee-stel gedood. De man, Jeudi Bofete Engambi, werkte op een plantage. Bewakers mishandelden hem omdat hij een paar palmolienoten had. Engambi stierf aan zijn verwondingen. Zijn vrouw protesteerde bij het politiekantoor. Het antwoord was een salvo kogels. Ook zij overleed. Ze lieten zeven kinderen na.

Landroof en honger in Sierra Leone

In 2011 wordt FMO samen met de Zweedse ontwikkelingsbank Swedfund minderheidsaandeelhouder bij het Zwitserse energiebedrijf Addax. Dat huurt van de overheid in Sierra Leone tienduizenden hectare landbouwgrond om suikerriet te telen en daar ethanol uit te maken als biobrandstof. FMO wil 4000 banen creëren.

Vier jaar later stapt FMO eruit, want het gaat helemaal fout. Dat concludeert de Zweedse organisatie Swedwatch, die investeringen van bedrijven onderzoekt op maatschappelijke effecten. Lokale boeren uit zestig dorpen hebben onder druk van de overheid hun grond moeten afstaan, om werknemers van Addax te worden.

Doordat Addax vrij snel in de financiële problemen raakt, krijgen landarbeiders nog maar een deel van het afgesproken loon betaald. De vroegere boeren kunnen geen eigen groente meer telen of vee houden. Het gevolg is voedsel­onzekerheid en honger. FMO zegt dat er indertijd een oplossing is gezocht waarbij boeren op hun eigen stukje land mogen werken, en als dagloner bij Addax.

“De doelstelling van 4000 banen is nooit gehaald”, zegt Malena Wahlin van Swedwatch. “Ook de levering van energie uit biobrandstof aan Sierra Leone heeft te weinig opgeleverd. Het was een rampzalige investering.”

Anno 2019 zijn de problemen voor de lokale bevolking nog niet voorbij, aldus Swedwatch. FMO had geen exit-strategie om de ­inheemse bevolking te helpen ­­bij de problemen die Addax veroorzaakte. 

“De koloniale dagen van koning Leopold zijn nooit weggeweest op de plantages van Feronia”, zegt Jutta Kill van de Duitse milieuorganisatie Urgewald. “De werkomstandigheden zijn er allerbelabberdst. De FMO moet zorgen dat intimidatie en geweld stoppen.” Urgewald was betrokken bij het rapport ‘Land Conflicts and Shady Finances’ (2016) over de misstanden bij Feronia.

Feronia zelf sprak zijn medeleven uit na de dood van Imbangola Lunea, maar zegt dat het om een privéconflict ging waar het bedrijf niets mee te maken heeft. De ontwikkelingsbanken, waaronder FMO, zijn voorzichtiger en begonnen een eigen onderzoek. Ook hebben de Duitse, Franse en Nederlandse ontwikkelingsbank sinds enige tijd een klachtenprocedure. De negen gemeenschappen deden daar een beroep op. Inmiddels loopt er een geschillenprocedure over de grondkwestie.

Arbitrage

Maar er is ook kritiek op die geschillenbeslechting. Tomaso Ferrando van het Engelse Global Legal Action Network (GLAN): “Niemand weet hoe die arbitrage eruit ziet. Welke rol krijgen lokale bewoners? De termijnen van procedure zijn onbekend. En de geschillencommissie maakt gebruik van de infrastructuur van Feronia om onderzoek te doen.”

Hij vreest dat in de arbitrage de nadruk gelegd wordt op compensatie, winstdeling en investeren in sociale projecten. “Maar de dorpen willen hun grond terug en Feronia van hun land af hebben. Feronia kan dan de palmolie­fabriek houden. De ontwikkelingsbanken zoals FMO behoren dit netjes op te lossen.”

Volgens het Nederlandse FMO, dat pas sinds 2015 in het bedrijf zit, wordt er aan een oplossing gewerkt via onder meer onafhankelijke bemiddeling.

Spanning en geweld in Guatemala

In 2012 stapt FMO als financier en aandeelhouder in het bedrijf ­Hidroeléctrica Santa Rita, dat een waterkrachtcentrale bouwt in Guatemala. Vijf jaar later publiceert een onafhankelijk onderzoeksinstituut van de International Finance Corporation, een zusterorganisatie van de Wereldbank, een rapport over het project.

Daarin staat dat FMO en andere ontwikkelingsbanken de sociale en milieu-impact voor de inheemse bevolking slecht hebben onderzocht. “Er is een inadequate analyse gemaakt van de gevolgen van de bouw voor de biodiversiteit, het gebruik van land, de consequenties voor drinkwater, levensonderhoud en cultureel erfgoed.” Het rapport vervolgt: “Het heeft geleid tot spanningen en gewelddadige incidenten.”

In 2014 en 2015 zijn diverse doden gevallen onder de opposanten van de waterkrachtcentrale. FMO beëindigt de aandeelhoudersrelatie en investeringen in 2017. FMO erkent dat de lokale betrokkenen beschermd dienen te worden, en niet onderdrukt, zoals is gebeurd.

De jurist Ferrando vraagt zich af waarom ontwikkelingsbanken als FMO investeren in een bedrijf als Feronia, dat bovendien al jaren in de financiële problemen zit. “FMO wist van de betwiste grondrechten, van de extreme armoede onder de arbeiders, de beroerde werkomstandigheden, het geweld en de willekeurige arrestaties van arbeiders.”

Dit alles staat in schril contrast met de doelstellingen van FMO om de leefbaarheid in het mede door de bank gefinancierde project te verbeteren en te helpen de landrechtproblemen op te lossen. FMO-topman Peter van Mierlo bevestigt dat er risico’s kleven aan projecten in onveilige en onstabiele landen. “Door het financieren van projecten, soms in moeilijke en gewelddadige gebieden, krijgt de lokale bevolking wel een grotere kans op economische verbetering. Het is niet realistisch te denken dat dat zonder incidenten kan.”

De lokale bevolking zit niet te wachten op sociale projecten die vrijwel nooit afkomen, zegt Jutta Kill. “Ze willen nu hun land terug.” Ferrando deelt die conclusie: “Ontwikkelingsbanken zoals FMO moeten de landconcessies teruggeven aan de lokale gemeenschappen en hen helpen bij de ontwikkeling van de grond.”

Een apenbroodboom bij de zwaar vervuilende kolencentrale in Senegal. Beeld EPA

Onvoldoende vooronderzoek

Ook in andere landen zit FMO in projecten waar onder meer landrechten worden geschonden. Intimidatie, mishandeling, willekeurige arrestaties, doodslag en zelfs het vermoorden van actievoeders en mensenrechtenactivisten komen er voor om de belangen van een bedrijf of de lokale overheid in zo’n project te beschermen.

Dat gebeurde de laatste tien jaar in meerdere of mindere mate in Sierra Leone, Honduras, Panama, Senegal, Liberia en Guatemala. Bij verschillende onderzochte projecten die FMO financierde, lijkt onvoldoende vooronderzoek te zijn gedaan.

Het zijn maar enkele van de bijna 800 projecten die FMO op dit moment met in totaal 9,6 miljard euro financiert. Trouw deed geen onderzoek naar al die andere projecten. Maar Paul Hoebink, emeritus hoogleraar ontwikkelingsstudies, gaat er vanuit dat misstanden op grotere schaal voorkomen. Hij deed de afgelopen decennia veel onderzoek naar hulp en financiering in ontwikkelingslanden.

Net als bij Feronia in Congo ligt de kern van de misstanden vaak bij de grondrechten van inheemse volken, zegt Hoebink. “In ontwikkelingslanden zijn er geen of zwakke kadasters. Grondeigendom is vaak niet formeel vastgelegd. Meestal gaat het om traditionele rechten, die heel oud zijn. Dat moet je als FMO goed uitzoeken voor je een project financiert. In veel gevallen gebeurt dat kennelijk niet, maar het is een verplichting die voortvloeit uit de VN Verklaring over Rechten van Inheemse Volken.” FMO zegt dat het ruimschoots voldoende onderzoek doet.

Grote evaluatie

Hoebink pleit voor een ‘grote systematische evaluatie van FMO’, een van de vier grote ontwikkelingsbanken in de wereld. “Het wordt tijd om al die mooie doelstellingen van FMO kritisch te gaan toetsen in de praktijk. Er lijkt nu wel heel veel fout te gaan.”

FMO zegt te proberen, bij financiering van bedrijven, internationale standaarden af te dwingen voor mensenrechten, grondrechten en tegenwoordig ook klimaatdoelstellingen. Linda Broekhuizen: “Als een bedrijf hieraan nog niet voldoet, komt er een actieplan. Als de klant niet akkoord gaat, dan gaat de financiering niet door. Mochten er later problemen zijn met de voortgang van het actieplan, dan worden aanvullende maatregelen genomen om het project op de goede koers te krijgen. Als het echt niet lukt dan trekken we ons terug.” Ze voegt er aan toe: “Elke moord is er voor FMO een te veel. Het is verschrikkelijk als dat gebeurt.”

Hoe komt het dat een ontwikkelingsbank als FMO, die jarenlang is gefinancierd met Nederlands belastinggeld en voor 51 procent in handen is van de staat, in dit soort affaires terechtkomt? De bank heeft als doelstelling sociale en economische ontwikkelingen in armere landen te stimuleren. Volgens Paul Hoebink zit het probleem in het woord ‘bank’. “Bij dit soort instellingen zitten bankiers aan de knoppen. Die kijken voornamelijk naar rendement op investeringen. Alleen door druk van overheden en ngo’s worden daar wat sociale componenten aan toegevoegd.”

Geen onderzoek naar impact kolencentrale in Senegal

‘Het monster’, zo noemt de plaatselijke bevolking een gigantische nieuwe kolencentrale naast de plaats Bargny aan de kust in Senegal. De circa 70.000 inwoners vinden dat er geen rekening is gehouden met de luchtkwaliteit, het grondwater, landrechten en de gevolgen voor de plaatselijke visserij.

Ze dienen in 2016 een klacht in bij het onafhankelijke expertpanel van FMO, een van de financiers. De commissie oordeelt dat het moeilijk te begrijpen is dat de ­sociale gevolgen van de kolen­centrale en de milieu-impact ervan niet zijn onderzocht. Ook de slechte, of nauwelijks bestaande communicatie van de Sendou Centrale en FMO met de lokale bevolking wordt gehekeld.

FMO geeft in 2017 toe dat er fouten zijn gemaakt. Er komen maatregelen om te voorkomen dat koelwater direct wordt geloosd op zee, zodat het de visstand niet kan schaden. Ook op andere punten wordt de pijn voor de lokale bevolking verzacht.

De inwoners van Bargny vragen zich af waarom er in deze tijd nog een zwaar vervuilende kolencentrale wordt gebouwd, mede gefinancierd door FMO.

Huizen en akkers onder water gezet in Panama

“De aanleg van de Barro Blanco-stuwdam in Panama is een overduidelijke schending van FMO-beleid. Grond van het Ngäbe-­Buglé volk is onder water gezet zonder toestemming en compensatie. Hoe kan de FMO in een project zitten waar ze zo de eigen standaarden schendt?”, zegt ­Kristen Genovese van het centrum voor onderzoek naar multinationals SOMO.

Het onderzoeksinstituut volgt sinds 2011 de investering van FMO in de stuwdam. Door het stuwmeer komen huizen, scholen, religieuze plekken, akkers en bossen onder water te staan. In 2012 grijpt de politie in om de protesten tegen de stuwdam de kop in te drukken. Het resultaat: twee doden. Bij andere demonstraties schieten agenten met rubberkogels.

De Ngäbe-Buglé zetten het klachtmechanisme (ICM) van FMO in werking. Het onafhankelijke expertpanel van het ICM concludeert na onderzoek in zijn jaarrapport 2014/2015 dat de kredietverschaffers te weinig rekening hebben gehouden met landrechten bij de acquisitie van de grond voor de stuwdam.

Ook de effecten op het milieu zijn onvoldoende onderzocht. Klachten van de lokale bevolking zijn niet serieus genomen. In september 2018 constateert het panel dat er nog redelijk wat problemen onopgelost zijn. FMO laat weten binnen de mogelijkheden die het heeft naar oplossingen te zoeken.

Boeren verdreven in Liberia

Eind oktober 2018 financieren FMO en twee Franse banken de Maryland Oil Palm Plantation (MOPP) in Liberia met negentig miljoen euro. Onderzoek van FMO wijst uit dat het project in de hoogste risicocategorie zit voor negatieve sociale en milieu-effecten. FMO is dus gewaarschuwd.

Desondanks wordt de inheemse bevolking niet of nauwelijks betrokken bij de investering en het gebruik van hun traditionele gronden. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Respecting Rights?’ in 2015 van Forest Peoples Programme en Social Entrepeneurs for Sustainable Development (SESDev) in Liberia.

Vóór de burgeroorlog, die in 1989 begon, worden de 9000 hectare land gebruikt door het bedrijf Decoris, dat tientallen jaren daarvoor de lokale boeren van hun grond heeft verdreven. Decoris verdwijnt uit beeld tijdens de bloedige burgeroorlog. In de jaren negentig neemt de inheemse bevolking geleidelijk weer bezit van hun traditionele landbouwgronden.

In maart 2011 kondigt MOPP aan de Decoris-plantages over te nemen. MOPP confisqueert alle grond tot vlak rond dorpen en huizen. Voor de dorpelingen blijft er geen akkerland meer over, constateert het rapport ‘Respecting Rights?’.

FMO wil met zijn investering in MOPP 33.000 banen creëren en 150.000 indirecte arbeidsplaatsen. Ook gaat MOPP voor de lokale markt produceren, waardoor dure importen niet nodig zijn en de prijs van voedsel omlaag kan.

Het verhaal van lokale boeren is anders. Zij klagen dat hun akkergronden zijn vernietigd, waterbronnen vervuild zijn door pesticiden en dat er voedseltekorten zijn ontstaan. In het rapport ‘Respecting Rights?’, drie jaar vóór de financiële injectie van FMO, staat dit al te lezen.

De Liberiaanse ngo SESDev noteert de klachten van de dorpelingen in het MOPP-gebied. Boeren verliezen hun inkomen en krijgen geen compensatie. MOPP zet de nationale politie van Liberia in om “boeren te intimideren, willekeurig te arresteren en hun vee te vergiftigen”.

Dit gebeurt anno 2019 vooral in nieuwe gebieden waar Decoris vroeger niet zat. “Mopp breidt steeds verder uit en respecteert grondrechten van boeren niet”, zegt Daniel Krakue van SESDev vanuit Liberia. “Boeren worden gedwongen te verhuizen.” FMO zegt desgevraagd dit soort signalen niet te hebben ontvangen.

Krakue: “De lokale gemeenschappen vragen MOPP om hun landrechten te respecteren. FMO en andere banken eisen bewijzen van hun grondeigendom. Maar papieren bewijzen bestaan niet in een land als Liberia. Het gaat om voorouderlijke akkers waarop boeren van generatie op generatie werken en leven.”

Lees ook:

Nederlandse ontwikkelingsbank financiert landroof en andere misstanden

De Nederlandse ontwikkelingsbank financiert projecten waar misstanden voorkomen, blijkt uit onderzoek van Trouw.

Ontwikkelingsbank leent via belastingparadijs Mauritius

De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO probeert met leningen en investeringen economische groei te bevorderen in ontwikkelingslanden. Maar dat geld stroomt geregeld door belastingparadijzen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden