BeeldenstormHistorisch revisionisme

‘Historici willen eerst bewijs, betrokkenen weten zo wel wie de schurk was’

Het standbeeld van Piet Hein in Rotterdam-Delfshaven wordt schoongemaakt nadat het donderdagnacht was beklad en besmeurd. Over de hele wereld worden standbeelden van omstreden personen omver getrokken uit protest tegen racisme.Beeld Arie Kievit

Kunnen geschiedwetenschappers moreel oordelen over een historische figuur? Soms wel, maar activisten nemen vaak het voortouw.

De geschiedschrijving is er niet om historische figuren voor een tribunaal te brengen, vindt de Vlaamse hoogleraar Luc Rasson die onderzoek deed naar Europese dictators. “Maar je kunt nu eenmaal niet anders naar de geschiedenis kijken dan met de blik van nu”, zegt de Utrechtse bijzonder hoogleraar (post-)koloniale cultuur Remco Raben. “Geschiedenis is een morele wetenschap. Maar ja, historici zijn traag. Dat zit in hun aard. Ze willen pas aannemen dat Piet Hein een schurk was, als daar bewijzen van zijn. Maar slechtheid is niet te bewijzen, dat is een morele interpretatie.”

Zelden spelen wetenschappers een voortrekkersrol als het gaat om het beoordelen van historische figuren. Rasson begrijpt dat wel: “Er zit iets van arrogantie in. Dat je het nu allemaal beter weet. En wie weet hoe er over honderd jaar tegen ons aangekeken wordt? Liever legt een historicus uit hoe duister en ingewikkeld een bepaalde periode was. Je zou hooguit kunnen claimen dat er daarbij sprake is van voortschrijdend inzicht.”

Toch gebeurt het wel dat wetenschappers ineens iets teweeg brengen. “De Amerikaan Adam Hochschild heeft met zijn boek over Leopold II België doen beseffen dat hij een onderdrukker was in Congo. Daar hadden we tot twintig jaar geleden nog geen erg in, zegt Rasson.”

Raben denkt dat directe betrokkenen meestal vooroplopen in de beeldvorming: “ Zij hebben geen wetenschappelijk bewijs nodig dat figuren die bijdroegen aan de slavernij fout waren.” Toch zijn er uitzonderingen. “Anton de Kom -‘geen wetenschapper, wel historicus’- schreef met ‘Wij, slaven van Suriname’ de geschiedenis van het Nederlandse koloniale verleden vanuit een moreel besef. Maar ook het proefschrift van Philomena Essed (‘Alledaags racisme’) was een bijzonder boek. De makke was dat de Nederlandse koloniale geschiedenis wel door Nederlanders was geschreven, maar nooit door de mensen die het echt betrof: de gekoloniseerden. Daar ligt een enorm historisch veld dat nog aangevuld moet worden.”

Moeten historici eerst de geschiedenis van een moreel oordeel voorzien voor je koloniale helden als Piet Hein of J.P. Coen van hun sokkel trekt? Raben vindt van niet: “Ik ben geen voorstander van vernieling, maar als dit de enige manier is om een omslag teweeg te brengen in een cultuur die mensen tot tweederangs burgers maakt, dan steun ik het signaal.”

Een monument van Jefferson Davis, president van de Zuidelijke Staten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, werd eerder deze week in Richmond, Virginia beklad.Beeld Getty Images

Dat activisme zint Vilan van de Loo, biografe van generaal Jo van Heutsz, helemaal niet. Zijn monument werd vernield en omgedoopt tot Indië-monument vanwege het  bij nader inzien toch wel erg hardhandige optreden van het Nederlandse leger onder zijn leiding op Atjeh. “Ik zou willen dat het Indië-monument weer Van Heutsz-monument gaat heten en helemaal hersteld zou worden zoals het voor de vernieling was. Laten we niet verzanden in activisme, maar kennis opdoen. Bouw er een documentatiecentrum naast over ons Indische verleden of houd er debatten. Zorg ervoor dat we er kunnen leren voor de toekomst. Dit monument is er in 1935 vooral neergezet om Nederlands imperialisme te promoten. Het koningshuis, politici, militairen en toplieden uit het bedrijfsleven wilden er het volk een goed gevoel mee geven. Dat vonden ze toen nodig. Voor Van Heutsz zelf had het niet gehoeven.”

“Piet Hein staat daar ook pas sinds 1870 als nationalistisch symbool, niet als historische figuur”, zegt Raben. “Wat vinden we daarvan? We vinden het idee van de natie in de multiculturele samenleving heel lastig. Laat dat maar zien, bijvoorbeeld door er een tegenmonument naast te zetten.” Het iconoclasme is volgens Raben geen manier om de geschiedenis te herschrijven, maar om deze te kunnen aanvullen en uitbreiden met stemmen die nooit eerder gehoord zijn. 

Soms is daar een politiek zetje voor nodig, laat Rasson in zijn boek ‘Het lijk van de dictator’ zien. Hij reisde daarvoor naar Spanje. “De uitwassen van het dictatoriale regime van de in 1975 overleden dictator Franco zijn pas tientallen jaren later onder ogen gezien toen premier Zapatero in 2007 ‘De wet van historisch besef’ invoerde. Tot die tijd durfde niemand het in de publieke ruimte aan om de mensen die Franco nog steeds steunden de waarheid te zeggen en het op te nemen voor zijn slachtoffers. Sindsdien zijn straatnamen vervangen, monumenten geruimd en is Franco vorig jaar herbegraven buiten de eervolle Vallei van de gevallenen.”

Lees ook:

Wordt het tijd voor een nieuwe beeldenstorm?

Het is een gevoelige kwestie: wat te doen met monumenten waarvan de ideologie is verjaard, of zelfs in strijd is met de huidige mensenrechten? De zogeheten ‘tegenstandbeelden’ lijken een oplossing te bieden.

Van Heutsz werd een levende legende in Atjeh

Vilan van de Loo zet vooral de slimheid neer van gouverneur-generaal van Nederlands-Indië Jo van Heutsz (1851-1924).

Zelfs na zijn dood heerst de dictator

Dictators zijn mens en mythe tegelijk, beschrijven drie boeken over leven, werken, dood en eetgewoonten van alleenheersers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden