De Titanic in de werf. Beeld EPA

Déjà Vu Titanic

Het zinken van de Titanic kwam deze scheepsbouwer nog te boven, maar nu dreigt faillissement

De Noord-Ierse scheepsbouwer Harland and Wolff staat op het randje van een faillissement. Normaal zou een ondergang van een bedrijf met 130 mensen op de loonlijst nauwelijks aandacht trekken en al helemaal niet in het buitenland. Maar Harland and Wolff heeft een roemruchte geschiedenis. 

Ooit was het wereldwijd de grootste onderneming in de sector. Op het hoogtepunt, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werkten er 35.000 mensen. Een paar decennia eerder verbaasde Harland and Wolff de wereld met drie gigantische oceaanstomers. Een ervan kent iedereen nu nog: de Titanic.

Het bedrijf bezorgde Belfast zijn gloriejaren als scheepsbouwhoofdstad van de wereld. Ooit ging in de Noord-Ierse hoofdstad een achtste van alle nieuwe, grote boten te water. Dat had te maken met de lage lonen. Ierland was in de laatste helft van de negentiende eeuw amper bekomen van de hongersnood die in de jaren veertig van die eeuw ruim een miljoen doden kostte en zorgde voor de emigratie naar op het oog betere buitenlanden van miljoenen anderen. Van de Ieren die bleven trokken velen –hunkerend naar perspectief– naar de steden. Daar was dus een groot, goedkoop arbeidsreservoir beschikbaar.

Vierkante rompen

De ondernemingszin van de Engelsman Edward Harland en de Duitser Gustav Wolff deden de rest. Harland besloot in 1858 de kleine scheepswerf waar hij werkte over te kopen van zijn baas. Het kostte hem vijfduizend pond. Dat bedrag kon hij ophoesten dankzij de Duitse financier Gustav Schwabe. Diens neefje Gustav Wolff kreeg hij erbij.

De schepen van Harland and Wolff vielen al snel op door innovaties. Rompen, die eerder vierkant waren dan rond, zorgden voor meer ruimte. Stalen in plaats van houten bovendekken droegen bij aan de stabiliteit. Schwabe hielp Harland and Wolff aan zijn belangrijkste klant, White Star Line. De rijke Duitser wilde alle schepen van de rederij mee helpen financieren, als ze die maar bij de werf in Belfast kochten. Die deal kon worden gemaakt: White Star Line betaalde de kosten en nog een vast percentage.

De schepen van Harland and Wolff onderscheidden zich door veel luxe en comfort, althans voor de rijkste en best betalende passagiers. Voor de arme emigranten waren er veel eenvoudigere hutten.

Elektrische kameel

White Star Line werd aan het begin van de twintigste eeuw wel overtroefd door Cunard Line, dat op de Schotse werf John Brown & Co de Lustinia en de Mauretania liet bouwen, de grootste en snelste schepen op dat moment. Het antwoord van White Star Line en Harland and Wolff waren drie nog grotere varende paleizen: de Olympic, de Titanic en de Britannic. Alleen al de honderden kilometers bedrading per schip maakten de voor die tijd ongekende luxe duidelijk: de passagiers konden zich vergapen aan onder meer een overvloed aan licht, liften en een elektrische kameel, een soort hometrainer, in de gymzaal.

Het lot van de Titanic op de eerste reis is bekend. De ondergang in de nacht van 14 op 15 april 1912 was een gevoelige klap voor Harland and Wolff. Maar het bedrijf kon al snel verder opbloeien door de Eerste Wereldoorlog. De opdrachten voor de Britse marine stroomden binnen. Ook reders kwamen met veel opdrachten: de Duitse marine had de nodige schepen (onder meer de Lusitania) naar de zeebodem gejaagd of beschadigd.

De glorietijd van de grote oceaanstomers was stilaan wel voorbij. In 1960 leverde Harland and Wolff het laatste passagierschip af. Vanaf 1966 werd in totaal zo’n miljard Britse pond aan staatssteun in het bedrijf gepompt. Tussen 1975 en 1989 was het zelfs eigendom van de Britse overheid. Van boten moest het sterk verkleinde bedrijf het de laatste jaren al lang niet meer hebben: reparaties en windmolens vulden de orderportefeuille.

Lees ook:

Nederlandse scheepsbouwers zitten in de top van een riskante markt

Nederlandse werven bouwen plezierboten voor superrijken. En krijgen zo te maken met superfraude.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden