EssayWit-Rusland

Het verzet in Wit-Rusland is een strijd van verstand tegen destructie

Een demonstrant houdt een oude Wit-Russische vlag omhoog.Beeld AP

Bijna niemand zag het Wit-Russische protest aankomen, ook slavist Sjeng Scheijen niet. Zijn gesprek met pianist Vital Stahievitch had hem misschien aan het denken moeten zetten.

Terwijl de Europeanen bezig waren zich te weren tegen de veelsoortige rampen die 2020 op hen afvuurde, vond er aan de oostelijke rand van hun continent een reeks even onverwachte als hoopgevende gebeurtenissen plaats. Die brachten een heel land, dat tot nu toe alleen de marges van het nieuws haalde, in het centrum van de aandacht.

Wit-Rusland. Tot voor kort niets meer dan het land van Aleksandr Loekasjenko, de laatste dictator van Europa (al is deze oude bijnaam al lang niet meer toepasselijk).

Iedere dag zagen we nieuwe filmpjes van groepen demonstranten die vreedzaam door de straten liepen, liederen zingend, zwaaiend met hun rood-witte vlaggen. De demonstranten waren geen doorgewinterde activisten – die bestaan vrijwel niet in Wit-Rusland, het is een onvrij land – maar gewone leden van de middenklasse. Leraressen, kleine ondernemers, treinconducteurs, ambtenaren, geleid door een drietal vrouwen. Ze werden geslagen, getrapt, bijeengedreven, gemarteld, een enkele keer vermoord, maar meestal bedekt met blauwe en paarse bloeduitstortingen weer vrijgelaten om als voorbeeld te dienen. Maar de protesten gingen door en verspreidden zich naar provincieplaatsen en naar fabrieken.

Zo onbevangen als deze mensen zelf leken, zo was hun enige politieke eis: eerlijke verkiezingen. Ze eisten geen revolutie, geen straffen voor hun onderdrukkers, achter hun roep om vrijheid klonk niet de lokroep van de guillotine. Het was en is een strijd van de beschaafden tegen de onbeschaafden, van de geweldlozen tegen de gewelddadigen, van verstand tegen destructie. Het is een protestbeweging uit een kinderboek. Kijk, zo komen fatsoenlijke, moedige, gewone mensen op voor hun recht op zelfbeschikking en gelijkwaardigheid.

De Wit-Russen zelf leken verbijsterd door hun eigen vermogen om op te staan tegen onrecht

En niets hiervan had ik zien aankomen. Ik stond iedere dag perplex te kijken naar deze mensen en hun verbijsterende bestendigheid. Oké, ter verdediging kan ik roepen dat niemand uit de kleine groep Nederlandse slavisten of Ruslandkundigen dit had voorspeld, of zelfs maar aangevoeld. Sterker, de Wit-Russen zelf leken verbijsterd door hun eigen vermogen om op te staan tegen onrecht en onvrijheid. Maar misschien had ik beter moeten ­kijken.

Iets meer dan een jaar geleden liep ik rond in Jaroslavl, een oude Russische stad, zo’n 275 kilometer van Moskou. Ik was daar met Vital Stahievitch, een geweldige concertpianist die doceert aan het Sweelinck-conservatorium in Amsterdam. We waren allebei in Jaroslavl om te werken. Dit was al de derde ­zomer dat we om die reden enkele dagen in elkaars gezelschap doorbrachten, maar het was voor het eerst dat ik enkele uren met hem alleen was. Hij had me gevraagd of ik mee wilde naar het huismuseum van de dichter Maksim Bogdanovitsj. Ik moest bekennen dat ik nog nooit van die dichter had gehoord, maar ik ben dol op huismusea, dus ik ging mee. Er zijn in Rusland minimaal tweehonderd van zulke musea, waarvan zeker zeventig in Moskou en Sint-Petersburg. De rest ligt verspreid over heel Rusland, dat zoals u weet nogal uitgestrekt is.

Sommige van die huismusea liggen midden op het platteland, honderden kilometers van de stedelijke bebouwing. Je zou een schitterende geschiedenisreis door het land kunnen maken, en alleen maar huismusea bezoeken, en die reis zou maanden duren. Ter vergelijking, ik geloof dat er in Nederland vier of vijf huismusea zijn en die lijden allemaal een zieltogend bestaan.

Ik verheugde me enorm, want huis­musea van obscure dichters zijn het leukst. Vital ontpopte zich tijdens de wandeling ernaartoe niet alleen als poëzieliefhebber, maar ook als Wit-Russische patriot. Dat verbaasde me. Nooit had ik hem, in welke discussie dan ook, een politiek gekleurde bewering horen maken. Altijd afgewogen, zelden persoonlijk. Een heel rustige, bescheiden, aan zijn muziek toegewijde professional, dacht ik. De laatste van wie ik politieke passies verwachte.

Enige ruimte voor het Wit-Russisch is er altijd gebleven

In het huis raakten we in gesprek met de medewerkers en Vital droeg uit zijn hoofd poëzie voor van deze Maksim Bogdanovitsj. Die bleek een belangrijke figuur in de Wit-Russische nationale beweging van de negentiende eeuw. Zijn poëzie moest wel politiek zijn, want het publiceren in het Wit-Russisch werd zowel door de Polen (tot 1939 behoorde een belangrijk deel van Wit-Rusland aan Polen toe) als door de Russen verboden. Onder de Sovjets werd het eerst beter, waarna het onder Stalin veel slechter werd, maar enige ruimte voor het Wit-Russisch is er altijd gebleven. Dat verklaart ook waarom dit huismuseum gewijd aan een Wit-Russische dichter hier op Russische bodem staat.

Een aanwezige op een manifestatie van de Wit-Russische oppositie. Wit-rood-wit zijn de kleuren van de oude Wit-Russische vlag.Beeld REUTERS

Op de terugweg praatte ik langer met Vital over zijn Wit-Russische wortels. Russisch was zijn moedertaal bekende hij, maar van zijn grootmoeder had hij Wit-Russisch geleerd. Dat is vrij typerend: minder dan de helft van de Wit-Russen beschouwd de Wit-Russische taal als moedertaal. En dat lijkt zelfs nog enigszins geflatteerd, want als je vraagt wie thuis Wit-Russisch spreekt, kom je uit op iets meer dan een derde van alle sprekers. Voor de goede orde: Wit-Russisch is geen dialect, het is een eigen en oude taal, die vergelijkbaar verschilt van het Russisch als het Duits van het ­Nederlands.

Dat Vitals moedertaal niet Wit-Russisch was, bevestigde mijn vooroordelen over de Wit-Russen als een volk dat zozeer gemengd was met de nabij levende Russen dat zijzelf ook niet meer precies wisten wie ze waren. Uberhaupt moet je een Rus, een Wit-Rus of een Oekraïner nooit vragen naar zijn wortels, want dan blijkt meestal dat ze een grootmoeder hadden die een Oekraïense was met Russische, Poolse en Griekse wortels, een grootvader die een Tataarse Jood was en een andere grootmoeder die Russisch was of Kalmuks, en wie de grootvader was, heeft niemand ooit geweten.

Om deze redenen was ik altijd enigszins sceptisch over het nationalistische streven van verschillende volkeren in het Russische land, waar nog bij kwam dat ik in het algemeen de pest had aan nationalisme. Maar ik wist wel dat in deze contreien nationalisme niet altijd ging over de vermeende superioriteit van je eigen volk ten opzichte van de ander, maar over een wens tot zelfbeschikking van minderheden ten opzichte van de enorme repressieve staatssystemen van de tsaren en de Sovjets.

Zijn beschaving leek in tegenspraak met het ­ruwe streven dat ik met nationalisme associeer 

Terug naar Vital. Zijn voorzichtigheid en beschaving leken in tegenspraak met het ruwe en simplistische streven dat ik met nationalisme associeer. Ik dacht toen dat hij een vrij uniek type was, maar blijkbaar had ik het fout. Want door de straten van Minsk liepen nu al wekenlang mensen die even rustig, onverstoorbaar en beschaafd hun ene eenvoudige eis naar voren brengen: zelfbeschikking.

Dat vrijwel niemand de Wit-Russische protesten zag aankomen, heeft ook een andere oorzaak. De Wit-Russische elite heeft al decennia dezelfde strategie om zo onafhankelijk mogelijk van Moskou te zijn. Die is simpel: als wij ons als een modelstaat gedragen, die beter presteert dan het machtscentrum, als wij hogere economische groei bewerkstelligen en lippendienst bewijzen aan Moskou, dan laten ze ons met rust. Bij het beste jongetje van de klas gaat de meester niet in de schooltas neuzen. Dit was de strategie van Pjotr Masjerau, de laatste leider van Sovjetrepubliek Wit-Rusland. De economische groei in Wit-Rusland was consequent hoger dan in de rest van de Sovjet-Unie, net als de groei van de industriële productie, de urbanisatie en de levensverwachting. De leiders in Moskou hadden niets te klagen over Wit-Rusland.

En toen verklaarde Boris Jeltsin in 1990 de Russische federatie onafhankelijk van de Sovjet-Unie, waardoor de unie ophield te bestaan. Wit-Rusland zag zich halsoverkop genoodzaakt ook onafhankelijk te worden. De man die enkele jaren later president werd van die toevalstreffer, was populist Aleksandr Loekasjenko, oud-militair en oud-directeur van een mega-boerderij. Hij continueerde de politiek van zijn Sovjet-voorgangers en maakte van Wit-Rusland een populistisch modelstaatje. Hij ging niet mee met de shocktherapie die door het IMF was voorgeschreven om de overgang van communistische planeconomie naar een kapitalistische vrije markt te bewerkstelligen.

De desastreuze gevolgen die dat beleid had gehad in de Russische federatie bleven Wit-Rusland daardoor bespaard. En hoewel ook Wit-Rusland te maken kreeg met een achteruitgang in levensstandaard, was die veel minder ­dramatisch dan in andere voormalige Sovjetstaten. Het land had de weg omhoog snel gevonden en maakte in de jaren 2000 zelfs een economisch wonder door. Zeer hoge economische groei, zeer lage werkloosheid, een gezonde infrastructuur en geen overheidsschuld. Een deel van die groei werd betaald door Rusland, dat met zeer goedkope olie- en gasleveranties de ­loyaliteit van de Wit-Russische regering kocht.

Loekasjenko’s staat was een populistische dictatuur compleet met fopverkiezingen en censuur, maar hij kon niet zonder overdrijving stellen dat hij de onafhankelijkheid van het land had verzekerd en het had behoed voor een hele reeks mogelijke rampen. En de Wit-Russische bevolking steunde hem.

Een demonstrant houdt een gebreide vlag omhoog; wit-rood-wit zijn de kleuren van de oude Wit-Russische vlag.Beeld AFP

Ook dat is te begrijpen, want rampen had de Wit-Russische bevolking in de recente geschiedenis meer dan genoeg verduurd. Eerst was er Stalin die de Wit-Russische elite probeerde te vernietigen en de boeren probeerde te collectiviseren, met honderdduizenden slachtoffers als gevolg. Dat was pittig, maar niets vergeleken bij de bloeddorst van de nazi’s die in 1941 binnenvielen.

De Slavische bevolking werd ook met honderdduizenden tegelijk uitgemoord

Behalve Wit-Russen, Russen, Oekraïners en Polen woonden voor de oorlog in het huidige Wit-Rusland vooral veel Joden. Het overgrote deel van de Joden die in de Holocaust zijn vermoord, zo’n vijf miljoen, kwam uit de gezamenlijke regio van Polen en Wit-Rusland. Overigens moesten de nazi’s ook niets hebben van de Slavische bevolking, die ook met honderdduizenden tegelijk werd uitgemoord. Officieel verloor Wit-Rusland tussen 1941 en 1944 ongeveer 2,2 miljoen inwoners, bijna een derde van de bevolking. Daarna volgde nog acht jaar stalinistische repressie en in de jaren tachtig kwam daar Tsjernobyl nog bij; Wit-Rusland moest het overgrote deel van de gevolgen van die kernramp torsen door de zuidenwind.

Bent u er nog? Iedereen begrijpt dat een bevolking die zulke klappen krijgt, sneller bereid is veiligheid te ruilen voor vrijheid. Het toont ook het gestaalde doorzettingsvermogen van de Wit-Russische bevolking. Het zelfvertrouwen is door de jarenlange discipline gegroeid, ze weten dat ze in staat zijn om een bloeiende economie op te bouwen, dat ze kunnen laveren tussen de veel grotere machten om hen heen. Na tientallen jaren offers brengen en vrijheid ruilen voor veiligheid, zeggen deze mensen: nu is het genoeg.

En de reactie op hun legitieme wensen was zo belachelijk en wreed, dat het lijkt of ze zich daardoor ineens bewust werden van de onderdrukking waarin ze al decennia leefden. Het is deze combinatie van zelfbewustzijn en onderdrukking die de Wit-Russen ineens deed opstaan.

Al kunnen de populisten en dictators voorlopig winnen, ik kan me niet voorstellen dat de Wit-Russen dat gevoel van eigenwaarde en dat besef van eensgezindheid ooit nog zullen verliezen. 

Lees ook:

Is Poetin de controle kwijt over zijn eigen achtertuin?

De toenemende onrust in de voormalige Sovjetrepublieken werpt de vraag op of Rusland nog wel in staat is om invloed uit te oefenen in zijn eigen ‘achtertuin.’ Hoe ver reikt de macht van Poetin nog?

Hoe de revolutie de Russische avant-gardisten vermaalde

Sjeng Scheijen schrijft over het spel van Russische kunstenaars als Malevitsj of Tatlin, versus de wrede werkelijkheid van de bolsjewisten.

Schrijver en Ruslandkenner Sjeng Scheijen: Bij alle onderdrukking zie je meer authentiek heldendom

Ruslandkenner Sjeng Scheijen won de Bookspot Literatuurprijs (non-fictie) voor ‘De avant-gardisten’. Met een biografie van Hans van Manen gooit hij het over een andere boeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden