Varkenspest in China

Het varkensribbetje is hét Chinese Nieuwjaarsvoedsel. Alleen is het dit jaar duur en (misschien) besmet

Mensen in de stad Binzhou, in het noordoosten van China, staan in de rij voor varkensvlees.Beeld AFP

Een feestmaal mét varkensvlees gaat in de prijzen lopen tijdens Chinees nieuwjaar, later deze maand. Want China heeft de Afrikaanse varkenspest nog niet onder controle. Boeren aan wie de ziekte is voorbijgegaan zijn spekkoper. 

Niemand mag het erf op. Achter de hefboom lonkt een muurschildering van watervallen, maar al bij de poort springt een sjofele hond op. Vervaarlijk starend naar het bezoek gromt hij zijn tanden bloot.

Boer Wei Li Pian (45) doet alles om zijn vierhonderd varkens gezond te houden. Terwijl varkenshouders in heel China door de Afrikaanse varkenspest (ASF) hun beesten moesten afmaken, wist Wei die van hem te behouden. Niet voor niets, zijn varkens leveren nu bijna drie keer zoveel op als een jaar geleden. Voor één jin, dat is zo’n 500 gram, krijgt Wei nu 16 yuan, een jaar geleden nog zes yuan.

Hij glimt als hij denkt aan de feestmaaltijden die gezinnen straks tijdens Chinees nieuwjaar, op 25 januari, op tafel zullen zetten. Het mag op die dag allemaal wat decadenter, dus ook de mensen die het prijzige varkensvlees nu links laten liggen, trakteren hun familie dan op ribbetjes of varkenspoten.

De prijs van varkensvlees piekte begin november op 52 yuan per kilo (6,65 euro), en zakte daarna wat. Zo vlak voor Chinees nieuwjaar zal de prijs weer verder stijgen, verwachten deskundigen. In 2019 is zo’n 55 procent van alle Chinese varkens gestorven aan het virus of uit voorzorg afgemaakt, volgens een recente raming van de Rabobank.

Wat onder de pet moet blijven

Onder Wei’s voeten vertoont het beton witte vlekken van de kalk die hij iedere drie dagen over de oprijlaan spuit. De boer is streng. Slechts een paar medewerkers mogen bij de varkens en die moeten dan een uitgebreid desinfectieproces doorlopen. “Als mijn kinderen in het weekend langskomen en bij de varkens willen, moeten ze hetzelfde doen.” Op zijn telefoon toont Wei hoe zijn varkens erbij staan. Met niet meer dan tien varkens per hok scharrelen ze knorrend en schreeuwend rond op een modderige vloer.

Zoals Wei’s bedrijf telt China er duizenden. De boerderij ligt een stukje van een mijnwerkersdorp, tussen grotendeels onverharde wegen. De uit beton opgetrokken stallen, de boerderij en het erf zijn goed onderhouden en keurig aangeveegd. De subtiele versiering aan de daklijst toont dat Wei in goeden doen is. Komt er een inkoper langs die in zijn beesten is geïnteresseerd, dan brengt Wei een varken naar buiten, naar de poort. Het is een van de suggesties die de lokale overheid deed, in een folder die, zegt Wei, ‘wel vijf keer’ is verspreid onder varkensboeren.

De regio Xingtai telt zo’n 50.000 varkens. Afrikaanse varkenspest komt er nauwelijks voor, meent Wang Jian Fang die bij de gemeente over de boerderijdieren gaat. Samen met ambtenaren van het propagandabureau en het bureau voor externe zaken, is hij komen kijken wat boer Wei het bezoek vertelt en laat zien. Het intimiderende gezelschap heeft precies dat doel: intimideren en zorgen dat wat onder de pet moet blijven, daar ook blijft. Als Wang en zijn collega’s in de gaten hebben dat Wei’s varkens allemaal nog leven, is de kou een beetje uit de lucht.

Boeren als Wei zijn een mooi uithangbord voor de varkensindustrie

Het ministerie in Peking laat graag weten dat het virus op z’n retour is. Nog beter nieuws: de varkensstapel is de afgelopen maanden weer een klein beetje gegroeid, met 4 procent. Boeren als Wei zijn dus een mooi uithangbord voor de Chinese varkensindustrie.

China heeft een reservevoorraad varkensvlees

Chinezen eten de helft van al het varkensvlees ter wereld, meer dan 50 miljoen ton per jaar. Om te voorkomen dat de prijs van vlees alle kanten op vliegt, heeft de overheid een reserve. Op twaalf plekken in het land staan loodsen waar zo’n 200.000 ton varkensvlees bij een temperatuur van min 18 graden is opgeslagen. Als het nodig is, brengt ze wat van dat vlees op de markt om de prijs te drukken.

Veel zal die reserve niet uithalen, nu de ASF-epidemie zo desastreus heeft toegeslagen. Er werd 50 procent meer varkensvlees van buiten gehaald. Dat Peking de importheffing op Amerikaans varkensvlees verlaagde, was dus niet bepaald een zware concessie. In 2018 exporteerde de VS ruim 29.000 ton varkensvlees naar China, dit jaar een kleine 348.000 ton. Tussen januari en september exporteerden de Europese lidstaten 1,55 miljoen ton varkensvlees naar China, 55 procent meer dan dezelfde periode vorig jaar. Het is een druppel op een gloeiende plaat.

Ook mondiaal worden de gevolgen van de epidemie voelbaar. In 2019 werd vlees wereldwijd 18 procent duurder, volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Die wijt dat onder meer aan de grote extra vraag vanuit China, niet alleen naar varkensvlees, maar ook naar andere vervangende vleessoorten. Er is niet voldoende voorraad om al het varkensvlees dat op de wereldmarkt verloren ging aan te vullen.

Maar er zijn nogal wat vraagtekens te zetten bij de cijfers die de centrale regering verstrekt. In augustus 2018 werd het eerste geval van de Afrikaanse varkenspest gemeld. Van de 440 miljoen varkens die de veestapel vóór het begin van de epidemie telde, zijn er volgens officiële cijfers 1,2 miljoen afgemaakt. Dat is 0,3 procent van het totaal.

Mogelijk zijn de verdwenen beesten geslacht en is hun vlees – besmet of niet – gewoon op de markt gebracht. Voor mensen is dat geen probleem, maar het virus overleeft ook in dood vlees en blijft dus rondwaren.

De Chinese staatsmedia berichten over bendes die besmet vlees verspreiden – onder andere met drones – om varkensboeren onder druk te zetten hun vlees voor een lagere prijs te verkopen. Vervoer van varkens mag niet zomaar meer, nadat het virus eind 2018 moeiteloos in vrachtwagens vanuit het noordoosten naar het zuiden reisde. Malafide handelaars gebruiken vervalste documenten om het vlees te vervoeren naar regio’s waar de prijs hoger ligt.

Het is een bekende strategie om naar criminelen te wijzen om het eigen falen te verdoezelen. Verhalen als deze roepen de vraag op of de overheid de epidemie wel écht onder controle heeft. De officiële cijfers zijn maar matig betrouwbaar. Bij een epidemie zo groots als de Afrikaanse varkenspest, zou het kunnen dat de overheidsorganen zo worden overvallen, dat niet iedere uitbraak wordt genoteerd. Het ministerie van landbouw in Peking was niet bereikbaar voor uitleg.

Een besmet bedrijf opstarten wordt meestal een mislukking

Onheilspellend is een vondst van bosbeheerders in de provincie Shaanxi, afgelopen maand. Ze vonden het ASF-virus bij drie kadavers van wilde zwijnen. Het virus was al eerder ontdekt bij wilde varkens in drie noordelijke provincies. Shaanxi ligt zuidelijker. “Als het heerst onder wilde zwijnen, is het virus moeilijker onder controle te krijgen”, laat Junxia Song van de VN-landbouworganisatie FAO per mail weten.

De compensatie voor besmette varkens ligt nu op 75 procent van de marktprijs: van 200 yuan (25 euro) voor een biggetje tot 800 yuan (102 euro) voor een varken tot 150 kilo en 1.200 yuan (154 euro) voor een zeug. Het geld komt uit de zak van lokale overheden, wat een extra motivatie is om, als het virus toeslaat, snel te handelen – zonder veel gedoe met ontsmetting en quarantaine.

Een besmet bedrijf ligt zeker drie maanden stil. De boer moet zijn varkens ruimen, het bedrijf grondig ontsmetten en dan testvarkens in de stal zetten. Als die niet ziek worden, mag het bedrijf weer opstarten. “Maar dat eindigt meestal in een mislukking”, schrijft Feng Yonghui, oprichter van het China Pig Monitoring Network op zijn website. “Om een varkenshouderij weer te kunnen opstarten, moet je zeker weten dat er zes maanden lang, binnen drie kilometer van het bedrijf, geen epidemie is geweest. Er mogen binnen vijf kilometer ook geen risicobedrijven zoals slachthuizen, mestbalen of andere veehouderijen zijn.” Iets wat vanwege de hoge dichtheid van de Chinese veeteelt onmogelijk is.

Bij de poort van zijn bedrijf blaast boer Wei in zijn handen. Geen denken aan dat hij zijn bezoek binnen laat, waar het warmer is. Hij droomt even. Met het geld dat zijn varkens opleveren, wil hij zijn tien stallen uitbreiden. Zo’n veertig zeugen werpen binnenkort nieuwe biggen. “Misschien heb ik over een jaar wel duizend varkens.”

Lees ook:

De Afrikaanse varkenspest is een drama voor de Filippijnse boeren, maar investeerders zien juist kansen

De varkenspest betekent een drama voor de Filippijnse varkensindustrie en de keuken. De sector moet worden gemoderniseerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden