AnalyseEU-begroting

Het rituele gevecht over de Europese begroting is feller dan ooit

Johannes Hahn, aankomend begrotingscommissaris van de Europese UnieBeeld EPA

De spanningen over de meerjarenbegroting van de EU nemen gestaag toe. Nederland zit in de 1,00-procentclub: geen cent te veel.

Het zijn van die berichten die eurofoob Nederland schuimbekkend in de gordijnen jagen: meer geld naar Brussel! Nu de spanning over de nieuwe EU-meerjarenbegroting (2021-2027) toeneemt, weten dergelijke onbevestigde berichten de onrust in netto-betaal-landen zoals Nederland inderdaad aardig op te stoken, zoals dinsdag het geval.

Onder meer het FD meldde dat de Nederlandse bijdrage aan de EU de komende jaren met 62,5 procent ‘dreigt’ te stijgen, ‘als de Europese Commissie haar zin krijgt’. Die bijdrage, volgend jaar nog 8 miljard euro, zou tegen 2027 weleens gestegen kunnen zijn naar 13 miljard.

De crux is echter dat die Europese Commissie, die nu bovendien in een transitiefase zit en een nieuwe begrotingscommissaris krijgt (Oostenrijker Johannes Hahn), in deze taaie discussie om geld nooit haar zin krijgt. De (straks) 27 lidstaten hebben elk een vetorecht, al zullen ze er komend jaar wel uit moeten zien te komen samen met die commissie, en met het Europees Parlement niet te vergeten. Dat wil traditioneel, als een soort rupsje-nooit-genoeg, het meeste geld van allemaal. Maar ook dat instituut krijgt wat dat betreft nooit zijn zin.

De onderhandelingen over de begroting zijn elke zeven jaar weer een hels gevecht, niet in het minst vanwege die vereiste unanimiteit onder de lidstaten. Hun belangen lopen zeer uiteen. Nettobetalers pleiten uiteraard voor zuinigheid, terwijl de meeste andere landen bang zijn voor slinkende subsidiepotten.

De discussie liep vast al voor de inhoud aan bod kon komen

Vorig jaar mei deed de Europese Commissie een voorzichtig eerste voorstel, en sprak daarbij de ijdele hoop uit dat de EU-landen nog vóór de Europese verkiezingen van het jaar daarop een akkoord zouden bereiken. Menig diplomaat tikte daarbij al met de vinger tegen het voorhoofd.

Nog voordat er goed en wel een inhoudelijk debat gevoerd kan worden over de nuttige besteding van de ingelegde EU-gelden (momenteel ruim 150 miljard euro per jaar) is de discussie al vastgelopen op de omvang. De EU-begroting bedraagt in de lopende meerjarenbegroting (2014-2020) een schamele 1 procent van het gecombineerde bruto nationaal product van de lidstaten. De commissie ziet dat graag stijgen naar 1,1 procent, het parlement zelfs naar 1,3 procent.

Maar de afgelopen weken heeft een groep landen – uiteraard de nettobetalers Nederland, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Zweden – een glashard standpunt ingenomen: het moet 1 procent blijven. Beter gezegd: één-komma-nul-nul procent, en dat van het nationaal inkomen van een EU van 27 lidstaten, dus zonder het Verenigd Koninkrijk. Dat land legt nu nog ongeveer 12 miljard euro per jaar in.

Doordat de begroting is gekoppeld aan de economische ontwikkeling van de EU-landen, ligt een stijging van de absolute bedragen in tijden van groei hoe dan ook voor de hand. Een van de vele hamvragen is hoe het verlies van het Britse lidmaatschapsgeld wordt gecompenseerd. De nettobetalers voelen er uiteraard niets voor om daarvoor op te draaien.

Wopke Hoekstra, minister van Financiën. Beeld ANP

De Europese Commissie ziet een kans om van de kortingen af te komen

Samenhangend discussiepunt is het ingewikkelde systeem van de zogeheten rebates. De vroegere Britse premier Thatcher wist ooit een fikse korting te bedingen voor haar land. Andere nettobetalers eisten en kregen in de nasleep daarvan ook een korting. Met de brexit in zicht zien de Europese Commissie en onder meer Frankrijk hun kans schoon om dat hele kortingenstelsel af te schaffen, maar daar is onder meer Nederland fel tegen.

Finland, dat dit halfjaar het roulerende EU-voorzitterschap bekleedt, heeft het slagveld overzien en probeert wat de kale omvang betreft schoorvoetend een middenweg te vinden. De Finnen verkenden voorstellen met een bandbreedte van tussen de 1,03 en 1,08 procent, maar die liepen stuk op zowel de 1,00-procentclub als de netto-ontvangers, die dat allemaal te weinig vinden.

Op de Europese top van anderhalve week geleden werd de begroting op het hoogste niveau besproken, maar ook de regeringsleiders schoten niets op. ‘Rondjes draaien op het ijs’, zoals een EU-diplomaat de discussie samenvatte. Op hun volgende top in december zullen de regeringsleiders meer vooruitgang moeten boeken, want de tijd begint te dringen.

Gesteld dat de landen het ooit eens worden over de omvang, dan nog wacht hen zware onderhandelingen over de inhoudelijke invulling. Nederland is een van de landen die pleiten voor een grondige hervorming: minder geld naar de traditionele ‘EU-hobby’s’ zoals landbouw en structuurfondsen, meer naar nieuw beleid zoals innovatie, klimaat en veiligheid. “We leven in 2019, misschien is het tijd om te beginnen aan de 21ste eeuw”, zoals CDA-minister Wopke Hoekstra het eerder deze maand uitdrukte. Het is een standpunt dat uiteraard op verzet stuit van landen die bovengemiddeld profiteren van landbouwsubsidies, zoals Frankrijk en Ierland, en van de oostelijke landen die veel geld krijgen voor regionale ontwikkeling.

Een ander gevoelig thema is conditionaliteit: landen die een loopje nemen met bepaalde rechtsstatelijke principes, of die weinig tot niets bijdragen aan de EU-klimaatdoelen, zouden dat in hun portemonnee moeten voelen. De afgelopen jaren noemden sommige landen het onaanvaardbaar dat onder meer Polen en Hongarije allerlei EU-grondregels schonden en tegelijk het geld uit Brussel ongehinderd zagen binnenstromen. Juridisch kan er echter geen link worden gelegd tussen die twee. Dat moet volgens velen, ook de Europese Commissie, in de nieuwe begroting veranderen.

Lees ook: 
Mag Brussel straks zelf belasting heffen?

EU-begroting bestaat nu vrijwel geheel uit afdrachten van lidstaten. Discussie over nieuwe vormen van financiering schiet nog niet erg op

Broos akkoord over meerjarenbegroting EU

Zo ging het ruim zes jaar geleden: ook al moeizaam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden