MegastadNiels Posthumus

Het is geen feest om in een verlaten Johannesburg te leven

Op dag drie van de corona­­-lockdown in Johannesburg kreeg ik een appje van een vriendin in een buitenwijk van de stad: “Man, wat maken al die vogels toch een herrie!” Een paar dagen later hoor ik zelf, midden op de dag, iets wat ik nog nooit eerder heb gehoord in het hart van deze miljoenen-stad: het miauwen van een kat. Wie heeft er in hemelsnaam een poes in mijn gebouw? Al besef ik dat het klagerige kattengejank ook uit een flat verderop kan komen. Als ik de afgelopen dagen iets heb geleerd, dan is het hoe ver geluid draagt als er geen ander geluid is om het op te slokken.

Zuid-Afrika ging in de nacht van 26 maart op slot. Alleen supermarkten en apotheken zijn nog open. Ook Johannesburg ligt plat. De hond uitlaten of een rondje hardlopen is verboden. Van vrienden in de townships hoor ik dat mensen zich daar op veel plekken lang niet altijd aan de afgekondigde strenge regels houden. Maar in de rijkere buitenwijken, in zakencentrum Sandton en ook in het oude centrum waar ik woon, is alles verlaten en dicht. Doods, en vooral heel stil.

Uitgaanswijk

Normaal gesproken racen er de hele dag taxibusjes door mijn straat. Vrachtwagens stampen langs. In de avond, als het verkeer afneemt, wordt de geluidsleegte die achterblijft onmiddellijk opgevuld door muziek uit de speakers van de cafés en clubs. Ik woon in een uitgaanswijk, en in een stad waar bijna altijd de zon schijnt, bestaan veel horecagelegenheden vooral uit terras.

Nog maar kort geleden hoorde ik mensen lachen, ruziemaken, schreeuwen, discussiëren en elkaar versieren op straat: voor de slijterij tegenover mijn huis, of in de rij voor de ingang van club Moscow Lounge naast mijn pand. Maar al die woorden – dronken, verliefd, boos of wanhopig – vloeiden toen nog samen tot een niet te ontwarren kluwen van geluid. Het was een permanente achtergrondruis waar ik ongemerkt aan gehecht raakte. Nu er nog slechts af en toe mensen onder mijn balkon lopen, kan ik flarden van gesprekken letterlijk verstaan. En dan blijkt wat zij zeggen veel minder interessant.

Het centrum van JohannesburgBeeld AFP

Ambulance en politie

Mijn buurman en ik zagen elkaar vroeger slechts wanneer we een klap hoorden buiten op straat. Elke week wel een keer. Sensatiebelust stormden we allebei naar buiten om te kijken wie er aangereden was, en hoe ernstig de situatie leek. De nummers van ambulance en politie hangen speciaal voor dit soort incidenten op mijn koelkast.

Meestal was er alleen blikschade. De ongelukken onder onze balkons waren meer frequent dan ernstig. In de verlaten straten gebeurt nu niets meer. Dus hangen mijn buurman en ik nu vaak slechts over de reling van ons balkon – veilig op anderhalve meter afstand – om elkaar simpelweg gedag te zeggen. En om samen te klagen over de saaiheid van het bestaan.

Het met elkaar zingen tijdens de quarantaine laten we aan anderen over. Het is geen feest om in een verlaten Johannesburg te leven. Voor de rust en stilte ben ik niet in het stadscentrum gaan wonen. Alles voelt nu kil, onwerkelijk, bijna apocalyptisch. Ik ga niet net doen alsof ik er het beste van maak, alsof deze situatie mij en mijn buren eindelijk eens verbindt. Ik kan bovendien voor geen meter zingen. Ik laat dat aan de vogels over. En die doen dat dezer dagen in Johannesburg naar hartenlust.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden