Hongarije

Het ene EU-land dat zich nog altijd vurig voor China inzet: Orbáns Hongarije

Maart 2020: premier Orbán van Hongarije verwelkomt een Chinees vliegtuig dat een lading mondmaskers aflevert. Er is geen sprake van liefdadigheid, Boedapest moet grof geld betalen.  Beeld EPA
Maart 2020: premier Orbán van Hongarije verwelkomt een Chinees vliegtuig dat een lading mondmaskers aflevert. Er is geen sprake van liefdadigheid, Boedapest moet grof geld betalen.Beeld EPA

Het levert Hongarije weinig op, maar de banden met China zijn hechter dan ooit. Waar komt die samenwerkingsdrift vandaan?

Het moet een klap voor China zijn geweest. Toen president Xi Jinping eerder deze maand klaarzat achter Zoom voor een topoverleg met zeventien Centraal- en Oost-Europese landen, kwamen slechts elf regeringsleiders opdagen. In onder andere Roemenië, Bulgarije en Slovenië logde slechts een minister in: een teken dat de invloed van Peking in de regio tanende is.

Wat eens een veelbelovend samenwerkingsverband leek, is in de praktijk tegengevallen: China lijkt Oost-Europa geen alternatief voor steun en leningen vanuit Brussel te kunnen bieden. Dat is een opsteker voor de EU – zeker in een tijd waarin spanningen tussen de Verenigde Staten, de EU en China toenemen. Toch is er één EU-land dat zich nog altijd vurig voor China inzet: Viktor Orbáns Hongarije.

Tijdens de Zoom-meeting sprak premier Orbán zich lovend uit over de samenwerking met China tijdens de pandemie. Hongarije is het eerste EU-land dat een lading van het Chinese Sinopharm-vaccin ontving. Hij benadrukte ook dat de coronacrisis hem niet belet had om tegemoet te komen aan zijn verplichtingen ten opzichte van China. Zo worden er in Boedapest voorbereidingen getroffen om de eerste buitenlandse campus van de Chinese Fudan-universiteit te stichten, en sloten de Hongaren een gigantische Chinese lening af voor de bouw van een nieuwe spoorlijn tussen Boedapest en Belgrado.

Hoewel Hongarije economisch meer geprofiteerd heeft van de samenwerking met China dan de meeste landen in de regio, is die desalniettemin teleurstellend, aldus Tamás Matura, een expert op het gebied van Chinees-Hongaarse ontwikkelingen. “Een fractie van de buitenlandse investeringen komt uit China, ook de handelsrelatie is van weinig belang voor de Hongaarse economie.” De lening voor de nieuwe spoorlijn brengt het land weinig: de spoorlijn wordt grotendeels gebouwd door Chinese bedrijven, en zal voornamelijk gebruikt worden voor Chinees goederentransport.

Diplomatieke steun

Hongarije zet zich ook diplomatiek in voor de Chinezen. Zo probeerde het land in 2016 om een directe verwijzing naar Peking uit een EU-verklaring over China’s claims in de Zuid-Chinese zee te schrappen, en was het in 2017 het enige land dat een gezamenlijke EU-brief weigerde te ondertekenen waarin het martelen van gedetineerde advocaten in China afgekeurd werd. Zo zijn er meer voorbeelden.

Waar komt de bereidheid om het voor China op te nemen vandaan? Volgens Matura ligt in elk geval een gedeelte van het antwoord op die vraag in het verleden. “Ik weet het, echt een antwoord dat je van een universitair docent zou verwachten”, lacht hij terwijl hij zijn kantoortje in het nieuwe gebouw van de Corvinus-universiteit binnenloopt, in het centrum van Boedapest. Aan de muur hangt een overweldigend grote kaart van het binnenland van China; Henry Kissinger’s On China prijkt prominent in zijn boekenkast. “De relatie met China is door de jaren heen veranderd”, zegt hij. “Orbán was eerst een echte China-basher.”

Tijdens zijn eerste termijn als minister-president, van 1998 tot 2001, ontmoette hij zelfs de Dalai Lama, vertelt Matura. Hongarije had zich pas een decennium daarvoor bevrijd uit de greep van de Sovjet-Unie, en Orbán haatte alles wat communistisch was. “Zelfs in 2008 stond een prominent lid en latere minister van Orbán’s Fideszpartij nog met een Tibetaanse vlag te zwaaien – tijdens een bezoek van een Chinese delegatie in Boedapest.” In minder dan tien jaar sloeg de sfeer totaal om: toen activist Tibor Hendrey in 2017 met zijn Tibetaanse vlag de straat opging tijdens Chinees bezoek, werd hij belaagd door een half dozijn politieagenten.

Die veranderingen waren in gang gezet toen Orbán in 2010 opnieuw premier werd. “Eén van de eerste dingen die de kersverse premier deed, was namelijk het aanknopen van officiële relaties tussen zijn Fideszpartij en de Chinese Communistische Partij – en overigens deed hij hetzelfde met de partij van Vladimir Poetin”, zegt Matura. Het verleden leek begraven: Orbán ging zich nu op de toekomst richten. En die toekomst was financieel onzeker: de wereld was net getroffen door de economische crisis van 2008, en in Europa volgde daar nog eens de crisis in de eurozone op. “Het was een logische stap om op zoek te gaan naar andere economische partners, buiten de EU.”

“De toenadering tot China was aanvankelijk economisch gemotiveerd”, gaat hij verder. “Dat is ook terug te zien aan de communicatie van de regering-Orbán in die tijd: daarin werd alsmaar gepraat over alle Chinese investeringen die vanaf toen binnen zouden komen.” Maar de verwachte geldstromen uit het Verre Oosten bleven grotendeels uit. Ter illustratie: in 2017 was China goed voor 1,2 procent van alle buitenlandse investeringen in Centraal- en Oost-Europa.

Ideaal van hard werken

Maar de vriendschap bekoelde niet: de samenwerking werd in de loop der jaren juist sterker. Matura verklaart die goede verhouding als volgt: “Orbán heeft zich gaandeweg gerealiseerd dat hij de Chinezen graag mag. De manier waarop zij hun land besturen, bevalt hem”, zegt hij. “Orbán doet uitspraken waarin hij China als rolmodel opvoert: als de ultieme op arbeid gebaseerde economie.”

Het ideaal van hard werken is een terugkerend thema in het beleid van premier Orbán: wie in Hongarije werkloos raakt, kan bijvoorbeeld maar drie maanden op een uitkering rekenen, en wordt dan geacht deel te nemen aan een werkprogramma. Orbán plaatst het arbeidsethos van het Oosten graag tegenover de speculatiedrift van het Westen – waarvan hij aartsrivaal George Soros, de filantroop die via speculeren zijn fortuin vergaarde, tot hét symbool uitriep.

Terwijl de Hongaarse premier zich in de afgelopen jaren politiek steeds meer is gaan afzetten tegen Brussel en ‘het Westen’, ontdekte hij volgens Matura een andere toepassing van de goede relatie met China. De manier waarop Orbán in Hongarije de vrije pers beknot, de onafhankelijkheid van de rechtspraak beperkt en op andere manieren zijn grip op het land versterkt, brengen hem in de problemen met de andere EU-lidstaten. Die kijken verontrust toe: het is niet de bedoeling dat de democratie om zeep wordt geholpen – nota bene gefinancierd met Europees geld. Maar de grote sommen geld die Hongarije vanuit de EU ontvangt, vormen tegelijkertijd ook een manier om nog enigszins grip te houden op Hongarije. Hoeveel Orbán ook rebelleert: hij is afhankelijk van steun vanuit Brussel.

“De vriendschap met China werd meer politiek: een manier om die zwakke onderhandelingspositie een beetje op te krikken”, zegt Matura. “Orbán kon nu zeggen: als jullie ons buitensluiten, dan richten wij ons wel tot onze vriend China. En dat heeft hij inmiddels al meerdere keren gezegd: publiekelijk, maar ik gok dat dit ook een onderwerp is dat ter sprake komt achter gesloten deuren”, zegt hij.

Een soortgelijk narratief wordt getoond in de Hongaarse, pro-regeringsmedia: in tijden van nood moet je vooral niet gaan zitten wachten op Brussel, maar kun je rekenen op China. Een goed voorbeeld daarvan is de coronacrisis. Een jaar geleden, bij aanvang van de pandemie, gingen er enorme aantallen ventilatoren, maskers en testen uit China richting Hongarije. Inmiddels is Hongarije het eerste land dat buiten de EU het Chinese vaccin heeft aangekocht. Voor dit alles wordt overigens wel grof geld betaald: er is geen sprake van liefdadigheid. Maar wie het nieuws leest, zou dat haast wel denken.

Geen sterke troefkaart

China als een soort grote broer op het schoolplein, dus: iets om mee te dreigen wanneer je je zin niet krijgt. Maar hoe sterk is dat als troefkaart? Hoe welwillend is die grote broer? Frans-Paul van der Putten, directeur van het Clingendael China Center, denkt dat het geen sterke kaart is, die de Hongaren in hand hebben. “China’s belangen liggen uiteindelijk helemaal niet in Hongarije, maar juist in West-Europa; met name de handelsrelatie met Duitsland is heel belangrijk voor China. Naarmate de Hongaarse regering meer in conflict raakt met de Europese Unie wordt het dus juist minder aantrekkelijk voor China om gezien te worden als de grote vriend van Hongarije.” Evenredig daaraan wordt de noodzaak van die vriendschap voor Orbán juist groter: een paradox die de Hongaarse troefkaart inderdaad flink ondermijnt.

Péter Akos Bod, een bekende Hongaarse econoom en oud-minister van industrie en handel, vindt dat het een gevaarlijk spel is, dat de Hongaarse regering speelt. “Het scenario waarin Hongarije zich werkelijk af zou keren van Brussel en zijn heil zou zoeken in Peking: daar wil ik het niet eens over hebben”, zegt hij telefonisch. “Daar wil ik het met mijn vrouw nog niet eens over hebben. Die gedachte kan ik alleen toelaten als ik laat op de avond in een café zit – met veel alcohol op. Zo rampzalig zou dat zijn. Hongarije moet echt nooit vergeten hoe afhankelijk het is van de Europese Unie: erop rekenen dat China ons opvangt, zou een hele grote fout zijn.”

Toch gaat het er in een pokerspel niet altijd om welke kaarten je echt in je hand hebt, maar om hoe je tegenstanders jouw kaarten inschatten, benadrukt Matura. Hij denkt dat Orbán zelf ook wel weet dat China geen echt alternatief zou zijn. “Maar de wereld is aan het veranderen, en de confrontatie tussen China en de Verenigde Staten neemt steeds meer trekken van een soort nieuwe Koude Oorlog aan. In zo’n scenario wordt het belangrijker waar de loyaliteit van landen ligt – zelfs die van kleine landen zoals Hongarije. En Orbán moet bovendien niet onderschat worden als pokerspeler: hij weet als geen ander hoe hij subtiel dreigementen kan inzetten om zijn zin te krijgen.”

Hij hoopt dat politieke leiders in Brussel en Washington het Hongaarse spelletje bluf zullen doorzien. Volgens Matura zou het rampzalig zijn voor zijn land, als Orbán per ongeluk zijn hand zou overspelen en het land geïsoleerd zou raken van het Westen. “Als de geschiedenis van Hongarije namelijk íets duidelijk maakt, dan is het wel hoe gevaarlijk het is om in de ruimte tussen grootmachten klem komen te zitten.”

Lees ook:

Vaccin kan China’s imago een oppepper geven

Zijn China en Rusland arme landen aan het inpalmen met hun coronavaccins? Onzin, vindt China. Laat het Westen liever zelf wat doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden