InterviewKrisztián Ungváry

Herdenken in Hongarije: discussies over goed en fout zul je niet op de staats-tv zien

Een vrouw raakt van de Emanuel Gedenkboom aan, die in de tuin van een synagoge in Boedapest staat. Op de metalen bladeren van het monument in de vorm van een treurwilg staan de namen van Hongaarse Joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgebracht. Beeld EPA

Geschiedenis en herdenkingen in Hongarije zijn bedoeld om nationalisme te kweken, niet om lastige vragen te stellen.

Hongarije kent geen officiële herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Op zich niet zo vreemd, meent historicus Krisztián Ungváry, schrijver van het boek ‘Het Beleg van Boedapest’ en andere boeken over de Tweede Wereldoorlog in Hongarije. Je kunt het einde van die oorlog namelijk niet los zien van de Russische bezetting die er meteen op volgde. Iets heel anders is dat de Duitse en Hongaarse soldaten die Boedapest in 1945 verdedigden, tegenwoordig zelfs min of meer als helden worden afgeschilderd.

Ervoeren Hongaren het einde van de oorlog als bevrijding?

“Nee. Hongarije werd ingenomen door het Sovjet-leger, door soldaten die zelf geen vrijheid kenden. Zoals de schrijver Sandór Marai ooit zei: ‘Hoe kan iemand vrijheid brengen die die vrijheid zelf niet bezit?’ Hun komst leidde tot een nieuwe golf van onderdrukking en slachtoffers. Zij plunderden, verkrachtten en versleepten op grote schaal Hongaarse mannen naar de Goelagkampen. Er volgden showprocessen, en van 1948 een periode van communistische dictatuur.

“Het is onmogelijk de gebeurtenissen in die tijd van elkaar los te koppelen. Natuurlijk redde de komst van het Rode Leger het leven van 100.000 Joden in Boedapest. Maar zelfs voor hen bleek dat niet alleen maar een bevrijding. ­Joden die uit concentratiekampen terugkeerden, moesten bijvoorbeeld bewijzen dat ze niet vrijwillig naar Duitsland waren gegaan of voor de Gestapo hadden gewerkt. Ik weet van een Dachau-overlevende die in de trein op weg naar huis werd gearresteerd en negen jaar in de goelag zat.”

Sovjet-soldaten in Boedapest, 1945.

Ging men in het verleden anders om met de herdenking?

“In de communistische tijd wel. Toen was 4 april, het officiële einde van de oorlog in Hongarije, een herdenkingsdag. Op school zongen we liederen over de bevrijding, maar ook over het gelukkige leven onder het communisme. Na de val van het communisme werd die herdenking onmiddellijk afgeschaft. Daar kwam niets voor in de plaats.

“Dat Hongarije Duitsland steunde in de oorlog speelt een rol, daar worden mensen liever niet aan herinnerd. Alle naties zien zichzelf liever als slachtoffer, niet als medeverantwoordelijken. Wel is men de slachtoffers van de oorlog en het communisme gaan herdenken. Toen de huidige premier Viktor Orbán in 1998 voor het eerst aan de macht kwam, kwamen er twee herdenkingsdagen: op 27 januari de internationale Holocaust-herdenkingsdag, een kleine maand later de herdenking voor de slachtoffers van het communisme. Een slechte ontwikkeling: dat leidde tot onderscheid, alsof Joodse slachtoffers niet Hongaars waren. Nu vinden velen dat er teveel aandacht voor de Holocaust is en te weinig voor ‘onze eigen slachtoffers’ van het communisme.

“Op 13 februari 1945 vond de beslissende slag om Boedapest plaats, waarbij het Rode Leger de Duitse en Hongaarse troepen versloeg. Sinds vijftien jaar organiseren nationalisten op die datum, ondanks protesten, herdenkingsmarsen. De staats-tv presenteert in haar programma’s de Hongaarse soldaten, maar ook de SS en de Wehrmacht, als heldhaftige verdedigers van Boedapest. Dat in die laatste dagen nog 15.000 Joden zijn vermoord en dat iedere dag meer Joden het leven zou hebben gekost, komt daarbij niet aan bod.

“Zelf organiseer ik mijn eigen herdenkingsdag, op 11 februari, ter herdenking van de Duitse generaal Gerhard Schmidhuber die op 14 en 15 januari 1945 de geplande liquidatie van het ghetto van Boedapest verhinderde. Met wat vrienden ga ik die dag altijd hardlopen.”

Hoe gaan Hongaren om met vragen als goed en fout?

“Na de oorlog zijn tal van mensen veroordeeld, in twijfelachtige processen, al waren veel aangeklaagden natuurlijk gewoon schuldig. Toch wordt die procesgang nu aangegrepen om zulke mensen te rehabiliteren. Een voorbeeld is de historicus Bálint Hóman. Hij was als antisemiet en minister van onderwijs verantwoordelijk voor de uitsluiting van Joodse leerlingen op middelbare scholen. Maar inmiddels heeft hij her en der gedenkstenen gekregen.

“Uiteraard zijn er wel discussies over goed en fout, maar niet op de staats-tv. Wel op het internet, in de onafhankelijke media die daar actief zijn. Ook wetenschappers houden zich met zulke vraagstukken bezig, maar voor hen wordt het steeds moeilijker. Er heeft de laatste jaren een gelijkschakeling van de wetenschap plaatsgevonden en de regering heeft haar eigen onderzoeksinstituut opgericht, met als uitdrukkelijke taak het ontwikkelen van een nationalistische visie op de geschiedenis. Onderzoekers van Hongaarse medeverantwoordelijkheid in de oorlog verliezen hun financiering en hun baan. Dat is mijzelf ook overkomen.

“In het onderwijs komt dat soort vragen dan ook niet aan de orde. Het lesprogramma richt zich tegenwoordig vooral op het ontwikkelen van nationale trots. Dat geldt voor de nieuwe geschiedenislesboeken, maar je ziet het ook terug in de nieuwe verplichte literatuurlijst. Daarin geldt de ontwikkeling van het ‘nationale bewustzijn’ als prioriteit; daarom zijn er sinds kort meerdere auteurs in opgenomen van wat ik het beste kan omschrijven als ‘bloed-en-bodem’-literatuur, zoals de na de oorlog van oorlogsmisdaden beschuldigde schrijver József Nyirö.”

Krisztián Ungváry (1969) is een Hongaarse historicus, gespecialiseerd in de twintigste-eeuwse politieke en militaire geschiedenis van zijn land. Hij publiceerde onder meer over het beleg van Boedapest en over de Hongaarse communistische geheime dienst.Beeld -

Lees ook:

In Hongarije bepaalt het ministerie wat academici mogen onderzoeken

Wetenschappers in Hongarije vrezen voor hun onafhankelijkheid. Het ministerie gaat bepalen wat wel en niet mag worden onderzocht. 

Voor het speciale herdenkingsnummer verschenen in Letter & Geest een reeks artikelen over de complexiteit van herdenken in verschillende landen:

Spanje herdenkt de oorlog niet - of toch: de Spaanse Burgeroorlog

De Tweede Wereldoorlog leeft niet erg in Spanje. De Spaanse Burgeroorlog des te meer, legt historicus Angel Viñas Martín uit.

De oorlog verdeelt Japan tot op het bot

Weigert Japan zijn oorlogsverleden onder ogen te zien? Nee, zo simpel ligt het niet, zegt historicus Sven Saaler.

Mijn vader was een overtuigd nazi, toch?

Het Duitse ongemak bij herdenken is nog lang niet voorbij 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden