ReportageAnping

Herbergt het Taiwanese moeras een Hollands geheim?

Taijiang National ParkBeeld Hollandse Hoogte

Taiwanese historici weten het zeker: voor de kust van het eiland liggen scheepswrakken van de VOC. Maar niemand maakt aanstalten die te onderzoeken. Terwijl ze voor Taiwan, door China beschouwd als afvallige provincie, een welkome bevestiging van de eigen geschiedenis zouden zijn.  

Een reiger strekt de nek. Op de rand van het houten bootje volgt de vogel de bewegingen van de visser die zijn net uitgooit in het ondiepe water. Dan glijdt een rondvaartboot langszij. Door een luidspreker somt een gids wetenswaardigheden op over de mangrovebossen.

Het groene, moerassige gebied naast Anping, in het zuidelijke puntje van Taiwan, is pas tien jaar een natuurgebied. De Taiwanezen prijzen het Taijiang National Park aan als mini-Amazone. Voor een paar euro waan je je even in Brazilië, verleidt een poster bij de ingang.

Het moeras herbergt meer geheimen. Een historische schat zou begraven liggen onder slechts een paar meter zandgrond. In 2016 ontdekten archeologen met sonarapparatuur vier schepen. Boten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), de omstreden Nederlandse trots, zonken hier meer dan drie eeuwen geleden en ze liggen er nog steeds, zeggen Taiwanese historici. De verhalen die de schepen kunnen vertellen, zijn van onschatbare waarde. Hoe zag het leven eruit op het eiland dat Formosa heette in de 17de eeuw? Hoe bestreden de Hollanders de Chinese zeerover Koxinga die hen in 1662 het eiland afjoeg?

Geweerlopen

Maar aan Taiwanese noch aan Nederlandse kant maakt iemand aanstalten om ze te onderzoeken. Daar moet verandering in komen, vinden Taiwanese experts. In een lezing vertelt Huang Kuang-ying, hoofdopzichter van Taijiang Nationaal Park, vol enthousiasme hoe voorzichtige opgravingen eruit kunnen zien. Het zand langs de zuidkust van Taiwan maakte een graf waarin de schepen prima geconserveerd zijn. Een eerste onderzoek met sonar liet een ‘metaalreactie’ zien, zegt de opzichter. Er liggen dus metalen, ‘zoals geweerlopen’, onder de grond. Misschien zelfs wel een vier à vijf meter lange koperen kanon. Zou het afkomstig zijn van de Koudekerke? Dat in 1654 gebouwde schip was op 16 september 1661 in zwaar gevecht tegen de Chinezen onder leiding van de vermaarde Koxinga. Een deel van de bemanning kon op tijd overboord springen toen het ontplofte.

“De Nederlandse scheepswrakken zijn van grote academische waarde. Ze zijn onmisbaar materieel bewijs in de geschiedschrijving van de Taiwanese eilanden”, zegt Wang Yu, de professor die het eerste onderzoek leidde. Stel je voor dat er in zo’n scheepswrak iets wordt gevonden dat aan die eerste ontwikkeling van het eiland herinnert.

“Een stuk van een vlag, schoenen of een kleed, schaal of bord. Houten dozen gemaakt van Taiwanese bomen. Als zoiets wordt gevonden, hoe simpel ook, kan het onbekende verhalen vertellen”, zegt historicus Cheng Weichung. Hij is verbonden aan het Instituut voor Taiwanese geschiedenis in Taipei. Stel je toch eens voor dat het wapen van de stad Zeelandia wordt gevonden. “Dat zou heel bruikbaar zijn als token van de lokale identiteit.”

Koxinga’s strijd tegen de Nederlanders is een sleutelmoment in de geschiedenis van Taiwan. Nadat de Chinese held de Nederlandse zeevaarders versloeg, kwam het eiland in handen van de Han Chinezen. Koxinga overleed vlak na het vertrek van de Nederlanders, maar de Chinese keizer benoemde hem in 1700 postuum tot held.

De VOC gebruikte het eiland tussen 1624 en 1662 als pleisterplaats. Een uitvalsbasis voor schepen onderweg naar Japan om zilver en koper in te slaan, zijde en porselein uit China en specerijen in Zuidoost-Azië. Niemand had nog beslag gelegd op het eiland voor de Chinese kust. Het was weinig meer dan een dor gebied bewoond door zo’n honderdduizend mensen. Chinezen en Japanners kwamen er om te vissen, bomen te kappen en hertenvellen en suiker te verhandelen.

De Nederlanders legden akkers aan. Ze begonnen groenten te verbouwen en gingen een stap verder. Vanuit Fort Zeelandia begonnen ze burgers te registreren, inden ze belasting en poogden ze de bevolking tot het christendom te bekeren. Steeds meer Chinezen vestigden zich ondertussen op het eiland, rond 1650 waren het er al vijftienduizend.

Fort Zeelandia in Anping.Beeld Eefje Rammeloo

De Nederlandse scheepswrakken kunnen Taiwan, dat door China als een afvallige provincie wordt beschouwd, van een vurig gewenste eigenwaarde voorzien. Het eiland kan ze gebruiken als bewijs dat het een eigen geschiedenis en een eigen identiteit heeft, los van de Chinese. 

Gek genoeg wordt in Anping niemand warm of koud van dat nieuws. Sterker nog, niemand lijkt er iets van af te weten. “Als er al boten gezonken zijn, is dit een voor de hand liggende plek”, zegt bootverhuurder Buo Xian Huang. Als hij in de stromende regen een nieuwe groep toeristen, gehuld in doorzichtige poncho’s, in een boot heeft gezet, pakt hij zijn leesbril. Scrollend op zijn telefoon zoekt hij naar een plaatje dat laat zien dat Taijiang in die tijd een lagune was. Da yuan heette die. “Daar komt de naam Taiwan vandaan.”

Buo vertelt hoe de Chinese krijgsheer Koxinga zijn zestig boten in een slimme formatie liet varen. Zo wist hij de Hollanders in hun veel geavanceerdere boten te verslaan. “Hij had iedereen kunnen doden, maar hij begon vredesonderhandelingen. Na een ceremonie stuurde hij ze weg met een lading hertenhuiden. De Hollanders waren dus heel blij met Koxinga.”

Die Hollanders zullen het daar niet helemaal mee eens zijn geweest; ze moesten nogal wat offers brengen voor hun aftocht. De Chinese held doodde drie dominees. In het nabijgelegen Fort Zeelandia hangt het schilderij ‘De zelfopoffering van predikant Hambroeck op Formosa’, waarop predikant Antonius Hambroeck, onderhandelaar namens de Hollanders, ondanks smeekbedes zijn Chinese bewakers volgt op weg naar de dood.

‘De zelfopoffering van predikant Hambroeck op Formosa’ van Jan Willem Pieneman uit 1810.

Het kleine bezoekerscentrum van het Fort, gelegen in het hart van de charmante stad Anping, hangt vol met schilderijen en historische documenten die laten zien hoe de aanwezigheid van de Nederlanders eruitzag. De Nederlanders moeten zich thuis hebben gevoeld in de platte, natte grond aan zee.

Aan Fort Zeelandia, een gebouwtje omsloten door terrassen van glibberige rode tegels, is weinig meer Hollands. De Japanners hebben het Fort begin twintigste eeuw grotendeels herbouwd. Een muur van bakstenen, aan elkaar geplakt met een cement van oesterschelpen, siroop en kleefrijst staat nog overeind, ondanks de wortels van banyanbomen die zich een weg door en langs de muur vlechten.

Een witgepleisterde uitkijktoren uit 1945 biedt een weidse blik over het platte, groene landschap ten oosten van Anping. Rondvaartbootjes varen door groene tunnels van mangrovebossen.

Hete aardappel

Hoe zeker weten de wetenschappers dat daar verloren gewaande VOC-schepen liggen? De vraag wordt als een hete aardappel doorgegeven van de ene naar de andere archeoloog.

In de verte pieken de torens van Tainan. Bewoonbaar land is schaars in Taiwan. Door te wijzen op de verzonken schatten willen onderzoekers het natuurgebied behouden, voorkomen dat het verdwijnt onder een laag cement, zo fluisteren boze tongen. Voor het toerisme in de omgeving zou zo’n scheepswrak een mooie trekpleister zijn.

Dat is niet de hele reden voor al die geheimzinnigheid rondom de mogelijke scheepswrakken. Graven naar het begin van de Taiwanese geschiedenis raakt aan de gevoelige relatie tussen Taipei en Peking.

Historisch onderzoeker Cheng Weichung twijfelt of die wrakken wel echt ontdekt zijn, maar hij geeft toe dat de Straat van Taiwan al eeuwenlang allerlei scheepswrakken herbergt. “De Straat zelf is een gevoelige regio die te maken heeft met de vijandigheden tussen Taiwan en China. In de regering is er niet echt een stevig draagvlak om met dit soort onderzoek aan de slag te gaan.”

Wereldwijd erkent slechts een handjevol landen Taiwan als zelfstandige staat. Wie met de eilandregering samenwerkt, strijkt Peking tegen de haren in. Aan de andere kant grijpt Taiwan iedere kans om de link met buitenlandse instellingen te verstevigen, met beide handen aan. Het bevestigt zijn geloofwaardigheid als onafhankelijk land.

Stel dat archeologen inderdaad een wrak vinden, en stel dat het een VOC-schip is. Dan is dat eigendom van de Nederlandse staat, zegt archeoloog Martijn Manders. Hij houdt zich aan de Universiteit Leiden bezig met onderwateronderzoeken. “We zeggen niet: blijf van onze schepen af. Als er iets wordt gevonden zeggen we: fantastisch! Hebben jullie hulp nodig? Op zo’n moment moet je ook met China afspraken maken om de soevereiniteit van de schepen te beschermen.”

Uit geofysisch onderzoek blijkt inderdaad dat er ‘verstoringen’ in de bodem zijn, zegt Manders na bestudering van Wang Yu’s rapport. Uit boringen blijkt bovendien dat er iets van hout in de bodem zit. Het kúnnen schepen zijn. “Maar ik zie geen bewijs van leeftijd of afkomst. Het is koffiedik kijken.” Onderwateronderzoek zou een volgende stap kunnen zijn.

Strijdlocatie

Parkopzichter Huang Kuang-ying hoopt dat dit pas het begin is. Hij meent dat het wrak, met de juiste technologie, kan worden uitgegraven zonder het ecosysteem van Taijiang National Park aan te tasten. Hij droomt ervan de relikwieën uit het wrak tentoon te stellen in een museum in zijn park. “Die kunnen ons terugvoeren naar de strijdlocatie van meer dan driehonderd jaar geleden”, zegt hij in zijn lezing. “Als we dat doen, herscheppen we de geschiedenis van dit land.”

Het gaat om het begin van de Han-periode, om de eerste claim van China op het Taiwanese eiland, dus dat zou Peking juist moeten verwelkomen, vindt Huang.

Manders noemt het wishful thinking dat wat er in het eerste onderzoek gevonden is, ook echt een VOC-schip is, zelfs al liggen die wel degelijk in Taiwanese wateren. “Er ligt wel iets, maar we weten niet wat precies. Nederlandse schepen waren te groot om zo dichtbij de kust te komen. Daar voeren vooral Chinese jonken.”

De Hollanders verbleven maar 38 jaar in Taiwan. De beenderen van achtergebleven Hollanders zijn opgeborgen in een rond gebouwtje met een doorsnede van zo’n vier meter, pal achter de kleurrijke Dazhong tempel, de tempel van het volk. Het hangslot op de deur mag alleen open als de goden er toestemming voor geven, zegt een dame aan de balie. Dona Nobis Pacem staat op het decoratieve zeildoek. Gun ons vrede.

Lees ook: 

Met de keuze voor Tsai als president drijft Taiwan verder weg van China

Taiwan heeft gekozen: voor president Tsai en dus tegen Peking. Wat betekent dit voor het eiland voor de kust van communistisch China? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden