NaschriftGisèle Halimi (1927-2020)

Gisèle Halimi (1927-2020) streed tegen huisvrouwen en hoofddoeken

Gisèle Halimi in 2003Beeld AFP

Niemand was blij toen Zeiza Gisèle Elise Taïeb werd geboren in Tunis. Haar vader Édouard, nadrukkelijk het hoofd van het Berbers-Joodse gezin, deed er een paar weken over om haar geboorte ‘toe te geven’ aan zijn vrienden.

Toch kon zij met hem beter overweg dan met haar moeder Fritna, die zich een meer gezeglijk kind had gewenst. Toen Gisèle tien was, ging zij in hongerstaking uit protest tegen haar opdracht om haar broers te bedienen aan tafel. En voor het recht op te eisen om boeken te lezen die niet voor meisjes waren bedoeld.

Gisèle kreeg haar zin, na vier ­dagen niet eten. De toon was gezet in huize Taïeb. Op haar zestiende weigerde zij een gearrangeerd ­huwelijk en dwong zij toestemming af om rechten te gaan studeren in Frankrijk. Terug in Tunis, in 1949, ging zij aan de slag als advocaat.

Na de onafhankelijkheid van Tunesië, die zij toejuichte, vestigde zij zich in Parijs waar zij trouwde met Paul Halimi, een ambtenaar met wie zij twee zoons kreeg. Zijn naam hield zij altijd, ook na haar scheiding en huwelijk met Claude Faux, de secretaris van Jean-Paul Sartre.

Toen de onafhankelijkheidsoorlog in Algerije uitbrak, schaarde Halimi zich met Sartre aan de kant van de voorstanders van onafhankelijkheid. Zij verdedigde Algerijnen die waren veroordeeld door de Franse justitie op grond van gewelddadig afgedwongen bekentenissen. Onder hen bevond zich Djamila Boupacha, een vrouw die werd verdacht van een aanslag en was gemarteld en verkracht. Deze zaak werd haar eerste cause célèbre.

Legalisering abortus

Er zouden er nog twee volgen, die grote invloed hadden. In 1972 wist Halimi vrijspraak te krijgen voor de zestienjarige Marie-Claire, die een illegale abortus had ondergaan na een verkrachting. De geruchtmakende affaire effende de weg voor de legalisering van abortus drie jaar later.

In het zogenoemde ‘proces van Aix-en-Provence’ verdedigde zij twee Belgische vrouwen die het slachtoffer waren van een groepsverkrachting. Deze zaak mondde in 1980 uit in een wet die van verkrachting een apart misdrijf maakte dat zwaarder werd bestraft.

Halimi is na haar dood veel geprezen in de media en door feministen van jongere generaties. Dat zij een aantal opvattingen huldigde die tegenwoordig controversieel zijn, bleef vaak onvermeld. Halimi heeft zich altijd gekeerd tegen hoofddoeken, prostitutie of een bestaan als huisvrouw. Zij rekende zichzelf tot het universalistische feminisme dat principiële gelijkheid benadrukt.

Dit gelijkheidsfeminisme is nu in de minderheid, vanwege de opkomst van het verschilfeminisme. Het verschilfeminisme propageert dat er eigenlijk net zoveel soorten feminisme bestaan als er vrouwen zijn. En dat elke keuze goed is, zolang er maar sprake is van vrijwilligheid.

“Zonder economische zelfstandigheid zijn vrouwen niet vrij”, zei Halimi bijvoorbeeld in een interview uit 2009, “Ik respecteer elke huisvrouw, maar niet je eigen geld verdienen is onverenigbaar met feminisme.”

Hetzelfde gold wat haar betrof voor wat zij religieus seksisme noemde. De hoofddoek markeert volgens Halimi de inferioriteit van vrouwen die verplicht zijn alles van hun lichaam te verbergen dat kan verleiden. Vrijwillige onderwerping aan die eis, meende ze, maakt het kwalijke karakter ervan niet ongedaan.

Prostitutie (‘een vorm van slavernij’) en ook het draagmoederschap wees zij al even beslist af. “Vrouwen die zich goed voelen als prostituee, doen het al een tijd en willen niet terugkijken naar de traumatische start. Zij hebben zich er bij neergelegd.”

Het zijn uitspraken die in activistische kringen gelden als ernstige uitingen van islamofobie, homofobie en putophobie, Frans voor prostitutiehaat. Maar dat liet Halimi koud. Zoals te zien is aan de kalme zekerheid waarmee ze in 1989 uitlegde waarom ze de anti-racisme organisatie SOS Racisme verliet. SOS Racisme nam het op dat moment op voor twee meisjes die vanwege hun hoofddoek niet meer welkom waren op school. “Deze meisjes leven onder een patriarchaal juk. En ik weet waar ik het over heb.”

Gisèle Halimi werd op 27 juli 1927 geboren in Tunis en stierf op 28 juli 2020 in Parijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden