ReportageGevluchte Russen

Gevluchte Russische ballingen schamen zich kapot

Nina Aleksa Beeld Egor Slizyak
Nina AleksaBeeld Egor Slizyak

Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne verruilden zo’n 40.000 Russen hun thuisland voor buurland Georgië. Geen van hen is positief over de toekomst of een eventuele terugkeer naar huis.

Jarron Kamphorst

In de smalle en heuvelachtige straten van het oude centrum van Tbilisi hangt op vrijwel elke hoek een Oekraïense vlag achter de ruiten of aan de balkons van de charmant vervallen huizen. Auto’s die door de straten van de Georgische hoofdstad rijden hebben, dikwijls de tekst slava oekraini (glorie aan Oekraïne) achter hun voorruit en de straatventers verkopen sinds het uitbreken van de oorlog naast de standaard toeristische parafernalia ook geel-blauwe buttons, vlaggetjes en lintjes.

Zelfs sommige honden in de stad ontkomen niet aan het saamhorigheidsgevoel met het Oekraïense volk en trippelen over straat op blauw-gele slofjes of in een jasje in dezelfde tweekleur.

Maar naast de haast tastbare solidariteit met Oekraïne valt ook een ander sentiment op in het straatbeeld van Tbilisi. Zo zijn er op talloze plekken in de stad anti-Russische teksten op de muren gekalkt. Graffiti-artiesten leefden zich de afgelopen periode uit en tekenden onder meer portretten van de Russische president Vladimir Poetin met een hitlersnor op de stadsmuren met het onderschrift ‘Putler’.

Elders roept een meterslange tekst Georgiërs op geen Russische producten meer te kopen en weer ergens anders staan verwensingen als ‘fuck Russia’ en ‘sterf Russisch tuig’ op transformatorhuisjes.

null Beeld Anne Blaak
Beeld Anne Blaak

Geen trek in ‘Russisch uitschot’

Naast de algemene krachttermen prijken er ook gerichte oproepen aan het adres van de Russen die na de invasie in Oekraïne in groten getale naar Georgië kwamen om de gevolgen van de oorlog in eigen land te ontvluchten. Volgens de lokale autoriteiten arriveerden sinds eind februari zo’n 40.000 Russen in de republiek op de Kaukasus. Maar niet alle Georgiërs zitten te wachten op het bezoek van de noorderburen. In het straatbeeld vertaalt dat zich in teksten als ‘Russen rot op en ga naar huis’ en ‘we willen hier geen Russisch uitschot’.

Niet het meest warme welkom, maar wel begrijpelijk, meent Nina Aleksa van de Free Russia Foundation, een internationale organisatie die zich inzet voor de democratische ontwikkeling van Rusland en die slachtoffers van het regime bijstaat. Georgië heeft immers zo zijn eigen ervaringen met Russische agressie, weet de 35-jarige Russin. In 2008 vochten de twee landen nog een oorlog uit waarbij meer dan tweehonderd Georgische burgers om het leven kwamen. Bovendien stationeerde Moskou na het conflict permanent enkele duizenden militairen in de afvallige Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië én erkende het Kremlin de gebieden die in de jaren negentig al eenzijdig de onafhankelijkheid uitriepen als soevereine en zelfstandige staten.

Nina Aleksa: ‘Ik neem het de Georgiërs niet kwalijk dat ze zo reageren’. Beeld Egor Slizyak
Nina Aleksa: ‘Ik neem het de Georgiërs niet kwalijk dat ze zo reageren’.Beeld Egor Slizyak

“Feitelijk bezet Rusland 20 procent van het Georgische grondgebied”, zegt Aleksa. Niet zo gek dus dat niet alle Georgiërs op de komst van Russen zitten te wachten. Al heeft ze zelf weinig last van discriminatie. “In het begin, vlak na het uitbreken van de oorlog, was het anders. Toen liepen de emoties wel eens hoog op.” Zo maakte Aleksa mee dat een taxichauffeur haar zijn auto uitzette toen hij erachter kwam dat ze Russisch was en zeggen vrienden van haar met regelmaat dat ze uit Wit-Rusland komen om problemen te voorkomen.

Niet alleen dissidenten en activisten

Maar, haast ze zich te zeggen, het anti-Russische sentiment is inmiddels wel gaan liggen. “Ja, ik zie die teksten in de stad ook, maar de Georgiërs zijn vriendelijk en ik neem het niemand kwalijk dat ze zo reageren”.

Liever praat ze daarom over haar werk dat zich focust op het bijstaan van Russische ballingen die uitwijken naar Georgië. “We bieden onder meer psychologische hulp en assisteren bij het vinden van appartementen.”

Ze heeft er een dagtaak aan. Want hoewel Tbilisi altijd al een van de favoriete bestemmingen was van Russen die hun thuisland om politieke redenen verlieten, komen er volgens Aleksa de laatste tijd ook juist veel gewone Russen naar het buurland. “Het zijn allang niet meer alleen dissidenten of activisten. Inmiddels vertrekt zo’n beetje iedereen die het niet eens is met deze absurde oorlog.”

Wel lopen de precieze redenen vaak uiteen. Zo kiezen sommigen voor een vrijwillig vertrek uit angst voor een algehele mobilisatie, terwijl anderen huis en haard verlaten omdat ze de gevolgen van de massale internationale sancties vrezen of simpelweg niet meer in een land willen wonen dat een ander land zo meedogenloos binnenvalt.

Politie om zes uur ’s ochtends voor de deur

Al blijft de groep politieke vluchtelingen nog altijd het grootst. Aleksandr Korovajni is zo iemand die vanwege dreigende vergeldingsacties besloot te vertrekken. Achttien jaar lang verzette hij zich tegen Poetin en zijn kompanen. Dat deed hij onder meer als lid van oppositiepartij Jabloko. Heel lang ging dat min of meer goed, maar met het uitbreken van de oorlog veranderde alles, vertelt hij in het kantoor van de Free Russia Foundation. In het zaaltje waar hij zit, hangen vellen papier aan de muur met daarop de namen en foto’s van tientallen politieke gevangenen die in Rusland vastzitten vanwege hun activisme, onder wie de vermaarde historicus Joeri Dmitriev en journalist Ivan Safronov.

Aan de muur van het kantoor van de Free Russia Foundation hangen foto's en teksten van politieke gevangenen in Rusland. Beeld Egor Slizyak
Aan de muur van het kantoor van de Free Russia Foundation hangen foto's en teksten van politieke gevangenen in Rusland.Beeld Egor Slizyak

“Dat lot stond mij ook te wachten”, vertelt hij op bijna onderkoelde toon. “Drie dagen na het begin van de invasie stond de politie om zes uur ’s ochtends voor mijn deur. Ze beweerde dat ik een financieel misdrijf had begaan en waarschuwde dat ik moest stoppen met waar ik mee bezig was. Ze namen alles in beslag: telefoon, pc, documenten. Alles. Ik wist direct dat er meer aan de hand was.”

Kort daarna ontdekte Korovajni dat er in een regeringskanaal op berichtenservice Telegram informatie over hem rondging. “Al mijn persoonlijke gegevens circuleerden daar. Mijn adres, paspoortnummer, telefoonnummer, noem maar op.”

Later kwam hij erachter dat de autoriteiten in werkelijkheid achter hem aanzaten omdat hij informatie over de oorlog verspreidde. “In dat Telegram-kanaal beweerden ze dat ik nepnieuws de wereld instuurde en dat ik connecties met het Westen zou hebben. In feite beschuldigden ze me ervan dat ik een westerse spion was.”

Veroordeling van bovenaf bevolen

Aangezien er in Rusland op het verspreiden van desinformatie een straf van maximaal vijftien jaar cel staat en spionage eveneens tot twintig jaar gevangenisstraf kan leiden, besloot Korovajni te vertrekken. “Ik wist zeker dat de beschuldigingen tot een veroordeling zouden leiden.” Aan ervaring met het Russische rechtssysteem ontbreekt het de 37-jarige activist namelijk niet. “Ik heb tot twee keer toe tien dagen vastgezeten. Eén keer omdat ik demonstreerde tegen de wijziging van de grondwet in 2020 en de andere keer omdat ik deelnam aan anti-corruptiedemonstraties.”

Bij zijn laatste veroordeling merkte hij al hoe vogelvrij opposanten in Rusland zijn. “Het was een absurdistische vertoning. Toen ik me meldde bij de rechter die me uiteindelijk tot tien dagen cel veroordeelde, zei ze dat ze wist dat ik onschuldig was, maar dat ze me wel moest veroordelen omdat ze dat van boven af hadden bevolen.”

Die ervaring zorgde ervoor dat hij dit keer besloot te vertrekken, eerst naar de Armeense hoofdstad Jerevan en begin maart naar Tbilisi. “Ik houd van mijn land en nooit eerder dacht ik aan vertrek. Dat wilde ik ook niet, omdat ik niet geloof dat je het regime van buitenaf kan bestrijden. Maar ik weet ook dat ik me niet stil kan houden en dan is de cel onvermijdelijk.” Wel heeft hij een dubbel gevoel bij zijn vertrek. “Ik vind het laf dat ik ben vertrokken.”

Tanks met blote handen tegenhouden

Het is een gevoel dat veel Russen die bij de Free Russia Foundation rondlopen delen. Zo ook de 24-jarige Ilja Koersov, lid van de piepkleine activistengroep de Lente Beweging in Sint-Petersburg. Ook hij week vanwege zijn activisme in Rusland eind maart uit naar Georgië. “Maar ik schaam me kapot”, vertelt hij met neergeslagen ogen vanachter een hip brilmontuur. “In Rusland zijn we bang voor een boete of een celstraf, terwijl het in Oekraïne bommen en kogels regent. De Oekraïners houden zelfs met hun blote handen tanks tegen. Als ik daaraan denk, dan voel ik me een enorme lafaard.”

Ilja Koersov: ‘Ze stormden mijn flat binnen en namen alles in beslag’. Beeld Egor Slizyak
Ilja Koersov: ‘Ze stormden mijn flat binnen en namen alles in beslag’.Beeld Egor Slizyak

De dag dat de oorlog uitbrak, zal hij hoe dan ook nooit vergeten. “Ik voelde me fysiek onwel en ben meteen de straat opgegaan. Voor de consequenties was ik toen niet bang.” Maar drie dagen later stond de politie al voor de deur. “Ze stormden mijn flat binnen en namen alles in beslag.”

Op het bureau toonden agenten hem screenshots van zijn gesprekken op WhatsApp, Telegram en andere social media waarin hij zich uitspreekt tegen de oorlog en het Russische regime. “Een luitenant dreigde dat als ik zo door zou gaan, hij op een ‘professionele’ manier met me af zou rekenen.”

Met gummiknuppels bont en blauw geslagen

Ook voor Koersov was het niet de eerste keer dat hij met de veiligheidsdiensten in aanraking kwam. In 2017 kreeg hij al eens agenten van veiligheidsdienst FSB aan de deur nadat hij een oppositiebijeenkomst bijwoonde en vorig jaar sloeg de oproerpolitie hem met gummiknuppels bont en blauw tijdens een demonstratie tegen de arrestatie van oppositieleider Aleksej Navalny.

Vanwege die precedenten vreesde Koersovs omgeving dat het dit keer wel eens minder goed kon aflopen. Met name zijn moeder was als de dood dat hij de cel in zou draaien. “Zij was ontzettend ongerust, omdat ik heel actief ben op social media en me daar constant uitspreek.”

En dus vertrok Koersov op aandringen van zijn moeder. Al voelt hij zich er meer dan een maand later nog altijd niet goed over. “Ik neem het mezelf kwalijk dat ik ben vertrokken. We hebben als oppositie dit regime te lang haar gang laten gaan.”

Terug naar de tijd van de Sovjet-Unie

Michail Oevarov, een 26-jarige advocaat die strak in het pak door het kantoor van de Free Russia Foundation loopt, meent zelfs dat veel Russen lamgeslagen zijn door de angst. In zijn ogen is Rusland terug naar de tijd van de Sovjet-Unie. “Mensen zitten weer fluisterend aan de keukentafel waar ze hun zorgen met elkaar delen, maar niemand durft zich publiekelijk uit te spreken.”

Michail Oevarov: ‘Sinds de arrestatie van Navalny is iedereen bang’.
 Beeld Egor Slizyak
Michail Oevarov: ‘Sinds de arrestatie van Navalny is iedereen bang’.Beeld Egor Slizyak

Dat angstklimaat groeide volgens Oevarov mettertijd, maar vorig jaar kwam alles in een stroomversnelling. “Sinds de arrestatie van Navalny is iedereen bang. De regering maakte een voorbeeld van hem met de boodschap: dit kan iedereen overkomen.”

Zelf maakte Oevarov de staatsterreur van dichtbij mee toen hij als advocaat voor de anti-corruptieorganisatie van Navalny werkte in Sint-Petersburg waar hij onder meer juridische bijstand verleende aan Russen die demonstraties bijwoonden. “De veiligheidsdiensten zijn ontelbare keren ons kantoor binnengevallen. Het was doodeng.”

Angst voor de nachtelijke klop op de deur

Ook persoonlijk kreeg Oevarov te maken met terreur. “De FSB volgde me lange tijd en ik moest de hele tijd over mijn schouder kijken.” Die onrust werkte zelfs zodanig door in zijn systeem dat hij elke ochtend om zes uur wakker schoot uit angst voor de nachtelijke klop op de deur. “De politie valt meestal rond zes uur woningen van dissidenten binnen, daarom werd ik rond dat tijdstip altijd automatisch wakker.”

Desalniettemin bleef hij tot het bittere eind. Vlak voor het uitbreken van de oorlog liep hij zelfs nog met een spandoek over straat met daarop de tekst van een oud protestlied uit de Sovjet-Unie waarin de retorische vraag wordt opgeworpen of Russen oorlog willen. “Toen een politieagent op me afkwam, dacht ik dat het gedaan was en hij me zou arresteren. Maar in plaats daarvan schudde hij mijn hand en fluisterde hij: ‘Nee, dat willen we niet’.”

Heel even zorgde het voor een sprankje hoop bij Oevarov, maar dat verdween met het begin van de invasie als sneeuw voor de zon. “Momenteel koester ik geen enkele illusie dat er snel een einde komt aan deze oorlog of dit regime.”

Het is een gevoel dat breed wordt gedeeld onder de Russische ballingen in Tbilisi. “Zolang dit regime er zit, is er geen enkele hoop en kan niemand terug naar huis”, vult twintiger Koersov aan. Oevarov knikt instemmend. “Iedereen roept de hele tijd dat zodra Poetin weg is er betere tijden aanbreken, maar wie zegt dat er dan niet een nog grotere tiran opstaat?”

Lees ook:

Wanhoop en wantrouwen in een vervallen Sovjet-sanatorium

Al ruim dertig jaar wonen ontheemden uit Abchazië in een vervallen Sovjet-sanatorium in de Georgische hoofdstad Tbilisi. De omstandigheden zijn er schrijnend en er is weinig hoop op een betere toekomst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden