Lockdowns

Gered van corona, maar intussen wacht Afrikanen de hongerdood

Protesterende bewoners van een township in Johannesburg slaan op de vlucht voor soldaten. Beeld AP

Afrikaanse landen verkeren in een spagaat. De lockdown beschermt mensen tegen het coronavirus, maar ze kunnen sterven van de honger. ‘Corona is niet ons probleem, honger wel.’

Op de achtergrond huilt de baby hartverscheurend. Francis Maiconi praat zacht, alsof hij zijn energie wil sparen. Met de baby, zijn vrouw en nog twee kinderen leven ze van wat water en een klein beetje maïspap. Hij heeft nog maar voor een paar dagen eten in huis, een beetje.

Maiconi komt uit Zimbabwe en is indertijd naar Botswana gegaan om te werken als schilder. Normaal gesproken zit hij met andere illegale migranten in de verzengende hitte onder een grote schaduwrijke boom langs de vierbaansweg in Fase 2, een buitenwijk in de hoofdstad Gaborone. Hij wacht daar op klusjes.

Nu zit hij thuis vanwege de lockdown. “Er is geen geld meer om eten te kopen. Ik kan de huur niet betalen. We kunnen ons huis niet uit, want overal patrouilleren soldaten. Ik moet iets doen anders gaan we dood van de honger”, klinkt het angstig, aan de andere kant van de telefoon.

Om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zijn veel Afrikaanse landen overgegaan tot een totale lockdown. Ook Botswana, Zimbabwe, Zuid-Afrika en delen van Nigeria. In Botswana zit de bevolking al ruim twee weken verplicht binnen. De lockdowns moeten het coronavirus de pas afsnijden, maar de keerzijde is dat veel Afrikanen nu honger lijden

Terence Masaraure zat tot een maand geleden samen met Francis Maiconi te wachten op auto’s die stoppen. Ze waren aangewezen op de bestuurders waar ze eventueel klusjes voor konden doen. Masaraure verhuurt zich als bouwvakker. Ook hij ontvluchtte het straatarme stadje Kwekwe in Zimbabwe om geld te verdienen voor zijn familie. “Ik ben al tien dagen thuis. Het eten is op. Soms krijg ik wat uit de buurt. Maar het is twee dagen geleden dat ik voor het laatst heb gegeten. Zonder voedsel overleef ik niet, maar ik weet niet wat ik kan doen. Ik heb honger, honger, honger”, herhaalt de man die eind vorig jaar nog zo energiek oogde, toen Trouw hem voor een andere reportage sprak. “Niemand kan me helpen. Ik weet niet hoe het verder moet.”

Nu kinderen in Kaapstad geen eten meer krijgen op school, worden er gaarkeukens georganiseerd. Beeld AP

Wachten en wachten

Zijn vrouw Faith bidt om hulp. “Alleen God kan ons nog helpen. Alles is op. Het is verschrikkelijk. We wachten en wachten. Wanneer is die lockdown voorbij?”, vraagt ze gelaten aan de telefoon.

Francis Maiconi weet zich geen raad en vraagt zich af of hij zijn heil moet zoeken in Mutare, de vierde stad van Zimbabwe, waar hij vandaan komt. “Misschien is de situatie daar beter”, zegt hij. Officieel heeft Zimbabwe circa 25 coronagevallen en een paar doden. Maar tests zijn er nauwelijks. 

Voor Elina Makuyana, die in Mutare woont, is de situatie ronduit slecht. Ze zit al dagen binnen. Normaal gesproken werkt ze voor Youth for Christ met gehandicapten. “Het gaat niet goed met me. Ik drink alleen nog wat water”, zegt Makuyana. “Ik heb nog wel vijf kilo maïsmeel om pap van te maken, maar geen kookolie meer. Ik heb ook geen geld om een gastank te kopen om op te koken.”

Ze zucht diep. “Nog tien dagen in een lockdown. Ik kan niet nog zo lang zonder eten.”

Amper cash

Haar situatie is exemplarische voor velen in Mutare, waar ruim 140.000 mensen wonen. “Iedereen huilt. Het is zo vreselijk”, zegt ze om de misère te schetsen.

Zimbabwe behoort al jaren tot een van de armste landen; er is nauwelijks werk en velen lijden honger. “De impact van de lockdown is enorm”, zegt Eddie Rowe van het World Food Program (WFP) van de Verenigde Naties. Hij is landmanager voor Zimbabwe. “De pandemie komt boven op andere grote problemen die we hier al hebben, zoals de droogte en daardoor mislukte oogsten.” Bovendien is er amper cash. “Mensen kunnen niet aan Amerikaanse dollars komen waarmee betaald wordt. En als ze al geld hebben is alles onbetaalbaar vanwege de exorbitante prijzen voor basisvoedsel.”

Het WFP verstrekt al jaren voedselhulp aan zo’n 3,7 miljoen mensen in Zimbabwe. De lockdown maakt de vraag naar die hulp nog prangender. “We zien de honger in de grote steden toenemen. Normaal gesproken kopen de meeste mensen met wat ze op een dag verdienen eten voor die dag. Meer hebben ze niet. Nu kunnen ze niet werken, dus hebben ze geen geld om basisvoedsel te kopen”, vat Rowe het probleem samen.

Het WFP wil de komende tijd meer voedselpakketten verstrekken in Zimbabwe, vooral in de steden. Maar het is een enorme uitdaging om voldoende eten het land binnen te krijgen. Door de mislukte oogsten moet veel voedsel geïmporteerd worden en dat is lastig vanwege de geschrapte vluchten naar het Afrikaanse continent.

In het vorige week verschenen rapport van het Global Network Against Food Crises, waar het WFP deel van uitmaakt, wordt de vrees uitgesproken dat dit jaar het aantal mensen dat te kampen heeft met acute honger zal verdubbelen ten opzichte van vorig jaar, naar 265 miljoen. Oorzaak: het coronavirus en de lockdowns. Meer dan helft van de mensen die honger lijden, leeft op het Afrikaanse continent. 

Zo ontstaat er een onmogelijke keuze voor Afrikaanse landen: een lockdown met als gevolg dat velen doodgaan van de honger, of een ongecontroleerde uitbraak van het coronavirus. De VN schat dat het dodental in Afrika  zonder lockdowns kan oplopen van minimaal 300.000 tot meer dan drie miljoen mensen. Op dit moment hebben de meeste Afrikaanse landen gekozen voor een lockdown, met uitzondering van enkele, zoals Tanzania. 

Basisvoedsel

Ook Nigeria kampt met problemen. Grote steden zoals Lagos, met 20 miljoen inwoners, zijn op slot. De voedselbank van Lagos verstrekt elke dag 500 tot 800 pakketten met eten aan mensen die het dringend nodig hebben. Dat is veel te weinig en dat beseft Michael Sunbola, directeur van de Lagos Food Bank. “Ze smeken ons om hulp. We zouden qua organisatie wel 2000 gezinnen aan kunnen, maar daar hebben we geen geld voor.” Meer doen in die miljoenenstad, waar de helft van de bevolking leeft van een klusje hier en daar, is onmogelijk voor de voedselbank.

De vele vrijwilligers gaan met witte transportbusjes de armste buurten in om daar dozen met basisvoedsel uit te delen. Mondkapjes moeten hen beschermen tegen corona. “Gelukkig heeft nog niemand van ons het virus opgelopen”, zegt Sunbola.

Het officiële besmettingscijfer in Nigeria is laag, terwijl het land gelijktijdig met Nederland het eerste coronageval had. Inmiddels zijn er minder dan duizend geregistreerde besmettingen en ruim twintig doden. Maar de werkelijkheid is anders. “Wij zien steeds meer zieke mensen, maar zonder tests, weet je niet of het corona is. De officiële cijfers kloppen volgens mij niet”, zegt Sunbola.

Ook in Nigeria lijkt de grootste vijand niet het virus, maar honger. De medewerkers van Sunbola moeten bij de distributie worden beschermd door bewakers en politie om te voorkomen dat ze beroofd worden door bendes hongerige jongeren. “Ik geef liever een pakket aan een alleenstaande moeder met vijf kinderen, dan aan straattuig”, aldus de directeur van de voedselbank in Lagos.

Chaos en rellen

De lockdown in Laos duurt nog ten minste tot morgen, 28 april. Sunbola heeft begrip voor de maatregel, maar langer vindt hij onverstandig. “Dan worden de consequenties van een lockdown groter dan het coronavirus. De voedselzekerheid is dan in gevaar.” Ook vreest hij voor chaos en rellen na dinsdag, omdat honger dan de overhand krijgt.

In Chimanimani, in de bergen in het oosten van Zimbabwe tegen de grens met Mozambique aan, zegt Watson Mayotcha hetzelfde. Voor hem en veel stadgenoten is de maat nu al vol. “Een hongerig mens is een boos mens”, zegt hij over de telefoon. En boos is hij.

Chimanimani werd vorig jaar hard getroffen door de orkaan Idai, die aan de oostelijke kant van Afrika verwoestend huishield. Nog steeds zijn de gevolgen daarvan zichtbaar en leven veel mensen in tenten. “Er zijn nog geen coronadoden, maar we zitten wel in een dodenval”, zegt hij geagiteerd. “We hebben in Chimanimani welgeteld één coronapatiënt. Corona is ons probleem niet, honger wel.”

Mayotcha vraagt zich hardop af of het middel niet erger is dan de kwaal. “We gaan hier gewoon dood. Van de honger. We krijgen geen hulp van de regering. Ieder huishouden heeft onmiddellijk een zak van 50 kilo maïsmeel nodig, vijf liter kookolie, vijf kilo gedroogde vis en rijst om de komende twee weken te overleven.”

Mayotcha is verbijsterd. Het stadje is sinds de lockdown afgesneden van de bestaande noodhulp. “Je kunt toch niet ineens alle hulp stopzetten? Dan heb je geen hart. Ik ben zo boos op de regering. Al onze rechten worden terzijde geschoven. Ik heb geen rechten meer. Ik mag alleen doodgaan. Als we toch naar buiten gaan om voedsel te zoeken, worden hongerige mensen door soldaten in elkaar geslagen. We worden hier bozer en bozer.”

Dubieuze zakenmensen

Als er voedsel te koop is, dan zijn de prijzen belachelijk. “Dubieuze zakenmensen profiteren van deze situatie. Ze maken grote winsten over onze rug”, klaagt Mayotcha. Eddie Rowe van het WFP ziet hetzelfde gebeuren. Zo kregen arme Zimbabwanen geldcheques om basisvoedsel te kopen. “Om die vervolgens om te wisselen in cash geld werden er extreme kosten in rekening gebracht.” Ondertussen stijgen de voedselprijzen in de grote steden elke week met acht tot twintig procent, constateert Rowe. In Nigeria herkent Sunbola van de voedselbank deze ontwikkeling “De prijzen voor basisproducten, als meel, rijst, bonen en olie zijn sinds de lockdown verdubbeld.” 

Het Global Network Against Food Crises constateert in zijn lijvige rapport van afgelopen week dat in het ergste scenario mensen worden gered van het coronavirus, maar dan wel de hongerdood moeten vrezen. Eddie Rowe van het WFP ziet maar een oplossing: “Er moet veel meer voedsel naar Zimbabwe en de rest van Afrika om dit hongerscenario te vermijden.” Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan en dat weet hij ook. 

Avondklok

In Kenia, dat nu officieel ruim 280 besmettingen heeft en enkele doden, is de avondklok ingesteld. Mensen mogen tussen zeven uur in de avond en vijf uur in de ochtend niet naar buiten. Het dagelijkse leven kan gewoon zijn gang gaan. Maar in de armste buurten, de krottenwijken, voelen de bewoners de gevolgen van de coronapandemie al, zegt de coördinator van het WFP voor Oost-Afrika, Peter Smerdon. “Er is veel werk verloren gegaan. De economie ligt zo goed als plat.” De meeste Kenianen leven van dag tot dag. “Ze bevinden zich al op de rand van het bestaansminimum, maar gaan daar nu overheen”, waarschuwt Smerdon.

Lees ook:

‘Zonder steun rijke landen wordt coronacrisis een ramp in Afrika’

Humanitaire hulp aan Afrika wordt door de coronacrisis bitter noodzakelijk,waarschuwt Laurent Bossard van de Oeso. ‘Een land als Mali heeft één beademingsapparaat voor heel het land.’

Botswana maakt jacht op illegale arbeiders uit Zimbabwe.

Zimbabwanen trekken massaal naar Botswana om geld te verdienen. Maar daar jaagt de politie op hen. ‘Het is zo pijnlijk, zo pijnlijk als je dat overkomt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden