ReportageLiberia

Generaal Butt Naked stuurde kinderen eerst naar de frontlinie, maar nu naar zijn opvangcentrum

Generaal Blahyi, bijnaam Butt Naked, richt in Paynesville het woord tot drugsverslaafden. Beeld Fermín Torrano
Generaal Blahyi, bijnaam Butt Naked, richt in Paynesville het woord tot drugsverslaafden.Beeld Fermín Torrano

Bijna twee decennia na het einde van twee bloedige burgeroorlogen worstelt Liberia nog steeds met de erfenis van het geweld. Invloedrijke oud-krijgsheren staan de oprichting van een oorlogstribunaal in de weg.

Hugo Boogaerdt

“Generaal Blahyi! Generaal Blahyi, de visionair!”, scanderen zo’n veertig drugsverslaafde mannen en vrouwen. De groep hangt rond bij een kraakpand in de getto’s van Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Het gebouw van drie verdiepingen is in slechte staat. Het dak mist, zwarte roet aan de buitenkant verraadt dat er een brand heeft gewoed en kogelgaten in de muren herinneren aan meer dan veertien jaar burgeroorlog.

“Eens een generaal, altijd een generaal”, antwoordt Joshua Milton Blahyi, terwijl hij een aantal vrouwen met een boks begroet. Zijn forse gestalte maakt dat de mensen om hem heen nog magerder lijken dan ze al zijn. Gekleed in een trainingsbroek, sneakers, T-shirt, baseball cap en met een handdoek om zijn nek lijkt het of Blahyi net uit de sportschool komt.

Generaal Poedelnaakt

“Ik ben op zoek naar G-money. Weet één van jullie waar hij is?” vraagt hij aan de groep die inmiddels om hem heen dromt. “Hij heeft me twintig kinderen beloofd die niet ouder zijn dan vijftien jaar.”

“Waarom heb je die kinderen nodig?” vraagt één van de mannen.

“Ik neem ze mee naar de missie”, verduidelijkt Blahyi.

Deze ‘missie’ is een project dat voormalig rebellenleider Blahyi heeft opgezet om aan lager wal geraakte jongeren een nieuwe start te geven. Sinds de oprichting in 2007 hebben 530 jongeren zijn zogenoemde rehabilitatietraject doorlopen. Naar eigen zeggen doet Blahyi dit om spijt te tonen voor de misdaden die hij beging tijdens de Eerste Liberiaanse Burgeroorlog tussen 1989 en 1997.

Generaal Joshua Blahyi in Monrovia. Beeld ANP / AFP
Generaal Joshua Blahyi in Monrovia.Beeld ANP / AFP

Blahyi vocht destijds als krijgsheer onder nom de guerre ‘General Butt Naked’ (Generaal Poedelnaakt), omdat hij volledig naakt zijn vijanden te lijf ging. “Ik gebruikte traditionele krachten in de strijd die mij beschermden zolang ik naakt was”, verduidelijkt Blahyi. Ook aten hij en zijn kindsoldaten het hart van onschuldige, vaak minderjarige, slachtoffers om spirituele bescherming te krijgen op het slagveld.

Een bakkerij waar de kinderen brood leren maken

“Ik herinner me dat ik rondzwervende kinderen ving om ze naar de frontlinie te sturen”, vertelt Blahyi. Nu neemt hij ze mee naar zijn opvangcentrum in Mount Barclay, een klein plaatsje op ongeveer een uur rijden van Monrovia. Er is een watertoren, een gaarkeuken, een kippenren en een bakkerij waar de kinderen brood leren maken. Een aantal bouwvakkers is bezig met de volgende uitbreiding.

Terwijl Blahyi op de drempel van een van de slaapzalen staat, wijst hij op een stuk of tien kinderen. Ze liggen verveeld op matrassen die op de grond liggen. “Jongeren in het getto zijn kwetsbaar, hun ouders zijn vaak oud-kindsoldaten en drugsverslaafd. Mijn soort loopt nog steeds rond en misbruikt deze kinderen door ze drugs te laten verkopen, of vermoordt hen in rituelen om magische krachten te bemachtigen.”

In een hoek van de slaapzaal leest de 19-jarige Marc Gibson een studieboek. Zijn vader is overleden tijdens de burgeroorlog. Marc heeft hem nooit gekend. Gibson is een paar dagen geleden vanuit het getto hiernaartoe gekomen met Blahyi. Om het uitzichtloze bestaan draagbaar te maken gebruikte hij drugs zoals tramadol, een opiaat. Hij voelt zich in de steek gelaten door de politiek. “Niemand in het parlement geeft om de jongeren in de getto’s. Daarom zijn we kwetsbaar. Uit wanhoop roken we drugs op straat.”

Om zijn imago te verbeteren

Gibson is Blahyi erg dankbaar dat hij hier terecht kan, maar niet iedereen deelt deze dankbaarheid. Mensenrechtenactivist Adama Dempster is kritisch en twijfelt aan de goede bedoelingen van Blahyi. Volgens hem doet Blahyi dit vooral om zijn imago te verbeteren, uit angst voor strafrechtelijke vervolging.

In een verhoor door de Waarheids- en Verzoeningscommissie, opgericht om de wandaden tijdens de burgeroorlogen te onderzoeken, heeft Blahyi toegegeven minstens 20.000 mensen te hebben vermoord. Toch heeft hij zich nooit voor een rechter hoeven verantwoorden.

In Liberia is meer dan achttien jaar na het eind van de tweede burgeroorlog nooit iemand vervolgd voor oorlogsmisdaden. Alleen in de VS en Europa is een handvol Liberiaanse daders berecht.

Steun van voormalige krijgsheren

De bekendste oorlogsmisdadiger van het land, voormalig-president Charles Taylor, zit vijftig jaar gevangenisstraf uit voor misdaden tegen de menselijkheid die hij gepleegd heeft in buurland Sierra Leone. Voor zijn vermoede oorlogsmisdaden in zijn thuisland Liberia is hij nooit berecht.

Volgens mensenrechtenactivist Dempster is er een gebrek aan politieke wil om voormalig oorlogsmisdadigers te vervolgen, omdat een groot deel van de regeringsleden zelf als daders genoemd zijn in het eindrapport van de commissie. “De regering zoekt bovendien steun van voormalige krijgsheren, omdat die een grote achterban hebben.”

In 2010 deed de commissie in haar eindrapport een aantal aanbevelingen, waaronder de oprichting van een oorlogstribunaal en de vervolging van sleutelfiguren in het conflict. Daarnaast adviseerde de commissie dat 52 politici dertig jaar lang geen politiek ambt mogen uitoefenen.

Herintegratietraining van vijf dagen

Ook toenmalig-president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Ellen Johnson-Sirleaf staat op die lijst, omdat ze eind jaren tachtig de rebellenbeweging van Charles Taylor financieel heeft gesteund. Sirleaf en haar regering legden de aanbevelingen naast zich neer.

“Daarnaast is er niks gedaan om de slachtoffers van de oorlog te helpen”, klaagt Dempster. Vooral het gebrek aan steun voor de voormalig kindsoldaten rekent hij de regering aan. Na de oorlog hebben die alleen een herintegratietraining van vijf dagen gekregen. “Die kan de schade van veertien jaar oorlog nooit repareren.”

Blahyi erkent dat dit voor problemen zorgde toen de oud-kindsoldaten terug naar hun families gingen. “De families herkenden hun getraumatiseerde kind niet meer terug. Bovendien kampte een groot deel van de oud-kindsoldaten met een drugsverslaving”, zegt Blahyi. “Daarom trokken veel oud-kindsoldaten naar de getto’s van Monrovia. Ze zitten er nog steeds.”

Hij heeft zijn daden toegegeven

“We hebben een verantwoordelijke regering nodig die de aanbevelingen van de commissie aanneemt zodat het land weer vooruit kan”, zegt Dempster. Maar de kans dat er alsnog een oorlogstribunaal komt is klein. Met verkiezingen op de agenda in oktober 2023 zullen politieke partijen hun vingers niet willen branden aan de oprichting ervan.

Mocht er toch een oorlogstribunaal komen, dan vindt Marc Gibson niet dat Blahyi daar berecht moet worden. “Hij heeft zijn daden toegegeven, berouw getoond en redt nu straatkinderen. Dit soort mensen moeten we steunen.”

Prince Johnson

Een van de invloedrijkste tegenstanders van de oprichting van een oorlogstribunaal is Prince Yormie Johnson. Hij is nu een senator, maar tijdens de Eerste Liberiaanse Burgeroorlog heeft hij een prominente rol gespeeld in verschillende rebellengroeperingen en de waarheidscommissie rekent hem meerdere oorlogsmisdaden aan.

In 1990 was op nationale tv live te volgen hoe Johnson de toenmalig president Samuel Doe gevangen nam en zijn oor liet afsnijden, terwijl hijzelf een biertje dronk. In de dagen erna martelden Johnsons mannen president Doe en vermoordden hem, ze paradeerden met zijn verminkte lichaam in een kruiwagen door de straten van Monrovia.

Als senator voor Nimba County, het op één na grootste kiesdistrict, is Johnson een belangrijke politieke partner van huidig president George Weah. In de afgelopen presidentsverkiezingen heeft hij Weah gesteund en hun politieke partijen werken samen. Johnson heeft openlijk aangegeven dat hij nooit een politieke partij zal steunen die van plan is om een oorlogstribunaal op te richten.

Lees ook:

Persvrijheid in Afrika onder druk

De coronapandemie heeft de situatie verslechterd. Afrikaanse leiders grijpen het aan om journalisten de mond te snoeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden