InterviewTerrorisme

‘Gele hesjes snijden geen kelen door’

Bernard Rougier: "Niet alle salafisten worden terrorist, maar alle terroristen waren meestal eerst salafist." Beeld Bart Koetsier

Bernard Rougier beschrijft in een geruchtmakend boek hoe islamisten in de Franse banlieues een ‘islamistisch ecosysteem’ schiepen dat aanslagplegers kweekt.

Bernard Rougier heeft in zijn spraakmakende studie ‘Les territoires conquis de l’islamisme’ (‘De veroverde gebieden van het islamisme) het verhaal van een machtsgreep beschreven. Islamisten zijn de wereld van de islam sinds drie, vier decennia gaan domineren. Hoe de minder rigide interpretaties van het geloof ook in de Franse banlieues plaatsmaakten voor een letterlijke variant, beschrijft de Sorbonne-hoogleraar met hulp van zijn studenten, die zelf opgroeiden in de flatwijken die het boek beschrijft. Zij trokken er vier jaar lang op uit om ‘islamistische ecosystemen’ te ontleden.

Een islamistisch ecosysteem, wat is dat?

“Een geheel waarin moskeeën, sportclubs, kebabzaken, islamitische boekhandels, scholen, halal-slagers en anderen een religieus discours verspreiden over wat halal (toegestaan) en haram (verboden) is. Het doel is de gedragingen op één lijn te krijgen, een blok te vormen tegen de vijandige, islamofobe buitenwereld. Aldus wordt het salafistische principe van ‘gehoorzaamheid en afkeuring’ – al-wala’ wa al-barra’ – in praktijk gebracht, de plicht om je los te maken van de ongelovige samenleving. Wie niet gehoorzaam is, is geen moslim meer volgens de tien ‘nietigverklaringen’. Die zijn bedacht door Mohammed ben Abdelwahhab (1703-1792), grondlegger van het wahabisme, dat grotendeels overeenkomt met het salafisme. Iedereen in de banlieue kent de tien nietigverklaringen, wat je wel en niet mag doen als moslim.”

Hoe werkt het systeem concreet?

“Men wijst elkaar voortdurend op de norm. Bijvoorbeeld onder de douche van de boks- of voetbalclub: broeder, het is beter je onderbroek aan te houden. Zo doet men een beroep op het begrip chouma, schaamte. Het lichaam moet voldoen aan een ideaalbeeld van de profeet en zijn volgelingen die in alles worden nagedaan: baarden, kleding, en hoofddoeken voor de vrouwen. Ook de actualiteit is aanleiding om de gelovigen te herinneren aan de norm. Volgens een prediker in Les Mureaux (westelijke voorstad van Parijs) slaat het corona-virus niet voor niets hard toe in China, Italië en Iran. China wordt gestraft vanwege de vervolging van de Oeigoeren, Italië omdat het een christelijk land is dat het evangelie heeft vervalst en Iran omdat het sjiitisch is.”

U onderscheidt vier soorten islamisten: de moslimbroeders, de Tabligh, de salafisten en de jihadisten. Maar duidelijk zijn de scheidslijnen niet.

“De fundamentalistische Tabligh, in 1927 opgericht in India, is a-politiek. De moslimbroeders zijn juist wel politiek: zij wijzen zowel de scheiding tussen kerk en staat als het jihadisme af. Maar islamisten trekken vaak makkelijk van de ene groep naar de andere en soms vermengen de richtingen. Wanneer de Tabligh een moskee leiden, dan nemen salafisten die vaak vaak binnen enkele jaren over.”

Salafisten, hoor je vaak, zijn orthodox maar vreedzaam.

“Ik zou hun bedoelingen niet vredelievend noemen. Salafisme en jihadisme vormen een ideologisch continuüm. Salafisten voeren een ongewapende strijd tegen ongelovige maatschappijen zoals de Franse, omdat die de islam zouden willen vernietigen. Hun ideaal van de perfecte islamitische samenleving van de profeet en zijn volgelingen roept beelden op van verovering en geweld. Sommigen grijpen uiteindelijk ook echt naar de wapens. Niet alle salafisten worden terrorist, maar alle terroristen waren meestal eerst salafist.

Bernard Rougier is verbonden aan de Sorbonne Universiteit in Parijs, waar hij sociologie en politicologie van de Arabische wereld doceert. Eerder bekleedde hij functies aan universiteiten in Jordanië en Libanon. Hij is gepromoveerd op jihadisme in de Palestijnse vluchtelingenkampen.

“Het salafisme heeft de islam sinds een kwarteeuw ongeveer overal in de wereld een compleet ander, veel strenger aanzien gegeven. Saudi-Arabië heeft een rol gespeeld in de verspreiding ervan, net als het pact dat de machthebbers in Algerije met de salafistische strijdgroep GIA sloten in de jaren negentig. De GIA legde de wapens neer, in ruil voor een sleutelpositie op religieus gebied. Zo stak het salafisme ook vanuit Algerije over naar Frankrijk en Europa.”

De analyse van het islamisme en het jihadisme gaat in Frankrijk gepaard met veel strijd. Met zijn collega’s Gilles Kepel en Hugo Micheron bestrijdt Rougier andere islamkenners, zoals Olivier Roy en de Frans-Iraanse socioloog Farhad Khosrokhavar, die hij ‘ontkenners van de jihad’ noemt.

Waarom doet u dat? Wat zien zij verkeerd?

“Zij vertegenwoordigen een interpretatie die ook in trek is bij veel politici en journalisten die de islam zoveel mogelijk willen ontzien. Het jihadisme – de aanslagen in Europa en de trek vanuit onze landen naar het IS-kalifaat – zou met alles en nog wat te maken hebben, behalve met religie.

“Roy had veel succes met zijn idee van ‘de islamisering van de radicaliteit’: het jihadisme zou alleen maar de kleur zijn die de onveranderlijke behoefte aan radicalisme van boze jongeren aanneemt: vroeger sloot je je aan bij de Rode Brigades of de RAF, tegenwoordig bij IS. Allemaal uit de duim gezogen, op geen enkel onderzoek gebaseerd, maar precies wat veel mensen graag willen horen. Ook Roy’s medestander Farhad Khosrokhavar noemt aanslagplegers altijd gemarginaliseerde individuen die erkenning zoeken en niets weten van de islam. Uit dezelfde hoek van zelfbenoemde experts die vaak noch Arabisch, noch de bronnen van het islamisme kennen, komt het onzinnige idee van de lone wolf.”

Waarom is de lone wolf een onzinnig concept?

“Het islamisme is een ideologie, en een ideologie kan niet zonder sociale omgeving, een groep, waarin je discussieert, elkaar overtuigt en van wie je erkenning krijgt. Dat gebeurt in de sportschool of op de markt. In de theorieën van de ontkenners speelt de bekeerling soms de rol van de lone wolf. Ze overdrijven hun aantal, want de publieke opinie zou jihadisten eens vereenzelvigen met allochtone moslims. Een kwart van de jihadisten, werd gezegd, zou bekeerling zijn. Maar het is 10, hooguit 15 procent. Van de vrouwelijke jihadisten in de gevangenis van Fleury-Mérogis waar wij een hoofdstuk in ons boek aan wijden is 10 procent bekeerling.

“Het parcours van de bekeerling wijkt meestal niet af van dat van de rest: ze waren opgenomen in een islamistisch ecosysteem. Een van hen vertelde mij dat hij moslim werd omdat dit de enige manier was om er echt bij te horen.”

Maar waarom zou sociale en economische achterstand geen rol spelen bij radicalisering?

“Omdat de feiten in een andere richting wijzen. Zo vertrokken tussen 2012 en 2018 maar liefst 85 inwoners uit de stad Trappes naar Syrië en nul uit Chanteloup-les-Vignes – uit wijken met vergelijkbare problemen nabij Parijs. Je moet dus altijd kijken naar het lokale verhaal en de netwerken, niet naar werkloosheidscijfers.

“Ik zeg natuurlijk niet dat sociale frustratie en achterstelling niet bestaan. Maar die elementen spelen een rol in de propaganda van islamisten, het zijn geen oorzaken. Islamisten winnen zieltjes door erop te wijzen dat je van de ongelovigen geen eerlijke kans krijgt. Het sociaal-economische perspectief biedt ook geen antwoord op de vraag waarom achterstand in autochtone milieus niet tot dat extreme geweld leidt. Gele hesjes snijden geen kelen door.”

U keert zich ook tegen de ‘psychologisering van de jihad’.

“Ook dat is een manier om weg te kijken van de ideologische omgeving die islamisten voortbrengt. Ons wordt keer op keer wijsgemaakt dat we te maken hebben met ontspoorde individuen bij wie de ideologie flinterdun is. Maar jihadisme is geen aandoening. Daarom heeft de zoektocht naar een methode voor ‘deradicalisering’ ook nooit iets opgeleverd.

“Wat je wel serieus moet nemen is de crisis van het gezin – alleenstaande moeders die het niet aankunnen, pubers die aan zichzelf worden overgelaten. Islamisten voorzien in een behoefte aan structuur en een collectief dat in onze geïndividualiseerde samenleving niet meer bestaat.”

Bij Mickaël Harpon, die vorig jaar vier collega’s afslachtte op het hoofdbureau van politie in Parijs, werd vaak ook gewezen op problemen op zijn werk en in zijn huwelijk.

“Als iedereen die thuis en op het werk ontevreden is naar een mes zou kunnen grijpen, moeten we ons zeer grote zorgen maken. Voor zo’n daad is veel meer nodig. Dat de doofstomme Harpon een kwetsbare persoonlijkheid was, speelde waarschijnlijk een rol, zij het een andere dan is verondersteld. Islamisten richten hun zendingsdrift graag op zwakkeren. Van een leraar gebarentaal begreep ik dat het islamisme sinds een paar jaar oprukt onder zijn leerlingen.

“Op de aanslag van Harpon is de theorie van de wanhoop losgelaten, net als op die van Cherif Chekatt in Straatsburg die in december 2018 vijf mensen doodde: hij zou uit zijn geweest op sociale revanche en media-aandacht, en daarom zou hij zijn daad een religieus vernisje hebben gegeven. Dat hij zelf IS had geprezen (‘Ze strijden voor een rechtvaardige zaak’), en dat zijn vader salafist is, dat deed er allemaal niet toe.

“De realiteit van de buurten die jongens als Chekatt voortbrengen, is een dode hoek in de sociologie van de ontkenners. Beweren dat terroristen van zijn type oppervlakkige moslims zijn, getuigt van onwetendheid over de manier waarop het salafisme in deze enclaves functioneert.”

Gaan uw conclusies op voor andere Europese landen of beschrijft u vooral een Frans fenomeen?

“Het islamisme heeft overal in Europa veel invloed. Molenbeek in Brussel, waar het boek een hoofdstuk aan wijdt, is misschien wel het mooiste voorbeeld van een islamistisch ecosysteem. Lokale omstandigheden verschillen, maar het doel is overal hetzelfde: de moderniteit bestrijden in naam van een model dat alle aspecten van het bestaan onderwerpt aan religieuze normen.

“In Nederland en Groot-Brittannië profiteren de islamisten van het multiculturalisme dat ruimte biedt om gelovigen in het gareel te krijgen en te houden – denk aan de Britse shariarechtbanken of Nederlandse islamitische scholen. Frankrijk biedt meer weerstand met zijn grotere nadruk op de scheiding tussen kerk en staat.”

Uw boek lijkt invloed te hebben op het beleid. Ook president Macron keert zich nu tegen het ‘islamistisch separatisme’.

“De regering heeft mij geraadpleegd, maar ik ben niet de enige geweest. Sommigen doen alsof ik nu Olivier Roy heb vervangen als conseiller du prince (raadgever van de regent, KJ) op het gebied van islamisme. Maar dat is onzin, mijn rol is niet zo groot. De media ontvingen het boek over het algemeen welwillend. Men steekt de kop gelukkig minder in het zand, men ziet de ongerijmdheid van de ideeën van de ontkenners steeds meer in. Wel ben ik mikpunt van activisten die mij brandmerken als islamofoob, maar dat had ik verwacht en doet mij niets.”

Wat moeten we tegen het islamisme doen?

“Waar de wet wordt overtreden, waar bijvoorbeeld wordt opgeroepen tot haat of geweld tegen afvalligen, christenen, Joden of vrouwen, moet je ingrijpen. Maar je kunt niet alleen maar moskeeën sluiten, je zou ook een alternatief moeten bieden voor het salafistische discours, een perspectief geven. Je kunt een tegenverhaal houden op scholen, en bijvoorbeeld uitleggen dat je niet hóeft te geloven, ook al kom je uit een islamitische familie. Dat zal niet eenvoudig zijn. Maar zolang de liberale krachten niet in deze wijken komen, zullen we te maken hebben met aanslagen, want het islamistische ecosysteem zal altijd geweld voortbrengen.” 

Lees ook:

Macron wil burgerfront tegen islamitisch terrorisme

President Macron roept de Fransen op actiever te worden in de strijd tegen het islamistisch terrorisme. Wie iets verdachts hoort of ziet, moet dat melden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden