Een man wordt in The Bronx gearresteerd vanwege drugsgebruik. Maar schuldig of niet: in New York hoeven sinds begin dit jaar veel verdachten geen hoge sommen geld meer te betalen om op borgtocht vrij te kunnen komen.

Rechtspraak

Geen borgsom in New York: vrij spel voor criminelen?

Een man wordt in The Bronx gearresteerd vanwege drugsgebruik. Maar schuldig of niet: in New York hoeven sinds begin dit jaar veel verdachten geen hoge sommen geld meer te betalen om op borgtocht vrij te kunnen komen.Beeld Getty Images

In de staat New York mogen rechters in de meeste gevallen geen borgsommen meer opleggen. Daar is niet iedereen het mee eens. Want geeft het criminelen geen vrij spel?

Bas den Hond

Banken beroven, Gerod Woodberry kon het niet laten. Het was op 10 januari van dit jaar de vijfde keer in nog geen twee weken dat hij een filiaal van Chase in New York binnenliep en een briefje door het loket schoof met de boodschap: “Dit is een overval. Alleen grote biljetten, geen verfbommen.”

Hij had er ook nu weer succes mee: de buit bedroeg 1000 dollar. Het enige dat bijzonder was aan die laatste overval: Woodberry was net vrijgelaten uit de gevangenis. Het verhaal was een heerlijke kluif voor de plaatselijke media. Woodbury, concludeerden ze, was het levende bewijs dat New York sinds begin dit jaar criminelen vrij spel geeft.

Op 1 januari werd het traditionele Amerikaanse systeem van vrijlating op borgtocht in de hele staat New York op zijn kop gezet. Tot dan toe legden rechters voor bijna elk misdrijf vaak een hoge borgsom op – en arrestanten die dat niet konden betalen, bleven vastzitten. Dat moest een uitzondering worden, besliste de Democratische meerderheid in de volksvertegenwoordiging van de staat, in navolging van andere staten zoals Californië en New Jersey. Aanklagers en politiebazen, geen fans van de nieuwe wet, gaven gretig commentaar op het geval Woodberry: die had nooit vrij mogen rondlopen.

Maar de New Yorkse media missen een nog veel sensationeler verhaal, zegt advocaat Eli ­Northrup, die regelmatig verdachten bijstaat bij hun eerste voorgeleiding na arrestatie. “Dat is het verhaal van iemand die geen borgtocht krijgt opgelegd die hij niet kan betalen, terug mag gaan naar zijn gezin, zijn baan niet verliest. In plaats van pas veel later vrij te komen in een minder stabiele situatie, voor zichzelf en dus ook voor de maatschappij. En dat duizenden en duizenden keren, overal in de staat.”

Bronx Defenders

Northrup werkt voor de organisatie Bronx Defenders, die op kosten van de gemeente New York verdachten bijstaat die zelf geen geld hebben voor een advocaat – en vaak dus ook niet voor borgtocht. Daarnaast is hij ook beleidsmedewerker. Praten met volksvertegenwoordigers en bestuurders over hervorming van het borgsysteem stond de afgelopen jaren hoog op zijn agenda. En nu die hervorming erdoor is, loopt hij bij dezelfde mensen de deur plat om dat overeind te houden.

Want in de hoofdstad Albany zijn, in het zicht van de verkiezingen van november, zelfs de Democraten aan het twijfelen geslagen. Zullen de kiezers die lankmoedigheid voor misdadigers, zoals de media het afschilderen, niet bestraffen? Nu zijn die ‘misdadigers’ onschuldig totdat hun schuld bewezen is, tekent Northrup meteen aan. En schuldig of niet, in de praktijk was het vaststellen van borgtocht tot 1 januari op zich al een straf – maar dan een die alleen werd ondergaan door mensen met weinig geld.

Iemand met een behoorlijk inkomen wist zich in de praktijk immers gemakkelijk vrij te kopen. Voor filmproducent Harvey Weinstein, die in New York terechtstond voor verkrachting en aanranding, was een borgsom van twee miljoen dollar geen probleem. Hij verdween pas in de gevangenis na zijn veroordeling. Maar lang niet iedereen kon zelfs ‘maar’ 10.000 dollar voorschieten als garantie dat hij later op de zitting zou verschijnen. Zo iemand kon dan naar een van de vele borgkantoren gaan die in de omgeving van de rechtbank kantoor houden. Zij schieten het geld graag voor tegen een premie van 10 procent – in zo’n geval dus 1000 dollar.

En wie ook geen 1000 dollar had, bleef in de cel zitten. Weken, maanden, soms meer dan een jaar, tot de zaak eindelijk voorkwam. Of tot de verdachte in arren moede maar een akkoord sloot met de aanklagers en, schuldig of niet, een bekentenis aflegde voor een lichter vergrijp.

Uitstallingen van onrechtvaardigheid

Dat maakte de avondzittingen in de New Yorkse rechtbanken, waar de arrestanten van die dag werden voorgeleid, volgens Northrup tot uitstallingen van onrechtvaardigheid. En in veel opzichten zijn ze dat nog steeds, zegt hij: “Ik zou willen dat meer mensen daar gingen kijken. Veel New Yorkers weten niet wat er gebeurt in ons strafrecht. Omdat ze het voorrecht hebben er niet zelf mee te maken te krijgen. Maar als je daar komt, kun je er de terloopse wreedheid zien, de ongelijke behandeling van mensen met verschillende huidskleur. Je ziet er vermoedelijk niet één witte arrestant.”

Gaan kijken, dat doen gewone New Yorkers zelden. Maar Jon McFarlane doet dat juist vaak. Op een avond begin maart ­– de stad begint al wat zenuwachtig te worden over het coronavirus, maar ligt nog niet plat – gaat hij door de metaaldetector van de rechtbank, het Queens County Criminal Court, en trekt in de kleine hal voor de eigenlijke rechtszaal een geel T-shirt aan met het opschrift ‘Court Watch’. Hij is vrijwilliger voor die organisatie, die volgt hoe New Yorkse rechters verdachten behandelen. En dezer dagen vooral kijkt hoe ze de nieuwe borgtochtregels invullen. De resultaten zijn regelmatig te lezen op de website van Court Watch, vaak tot ergernis van de magistraten. “Aan mijn T-shirt zien ze dat ik in functie ben. Maar ze weten ook zonder dat shirt precies wie ik ben hoor, al verschijn ik in adamskostuum.”

De rechtszaal is in het souterrain van het gerechtsgebouw. Er zijn geen ramen, de lampen zijn zwak, de geluidsinstallatie werkt niet of nauwelijks. Door een achterdeur wordt de ene verdachte na de andere naar binnen geleid. In zijn of haar eigen kleren, de handen ongeboeid, maar verplicht op de rug. Meestal zijn het jonge, zwarte mannen die wachten op wat de aanklagers – twee jonge, witte vrouwen – oplezen uit hun dossier, dat ze telkens uit een zwart plastic melkkratje halen.

De eerste de beste desperado

Daarna voert hun advocaat verzachtende omstandigheden aan. Hij of zij betoogt vaak dat de verdachte zich bij vorige arrestaties netjes aan de afspraken op de rechtbank hield; wijst soms op een vriendin of moeder op de publieke tribune, als bewijs dat de verdachte een gezinsleven heeft en niet als de eerste de beste desperado zal onderduiken.

En dan is de beslissing aan rechter Jerry Iannece. Meestal oordeelt hij helemaal in de geest van de wet. De ene na de andere verdachte krijgt de boodschap dat hij, heel soms zij, wordt vrijgelaten. Soms onder toezicht of met een contactverbod. Na even wachten in de voorste publieksbank komt een zaalwachter dan de dagvaarding met de zittingsdatum brengen. Telkens steekt de rechter ook een kleine preek af: de verdachte moet zich aan alle afspraken houden en komen als de rechtbank het beveelt, anders wordt het allemaal een stuk strenger. “Ik kan dan zelfs borgtocht opleggen.” Een enkele keer haalt hij dat oude wapen meteen van stal. “Vraagt het OM vrijlating onder toezicht? Voor verkrachting? Dan lijkt me toch borgtocht gerechtvaardigd. 20.000 dollar.” De advocaat grijpt in: de rechter moet het verkeerd hebben gehoord, de tenlastelegging is een ‘derdegraads verkrachting’, een verzamelnaam voor relatief lichte seksuele misdrijven. De rechter erkent het. “Maar borg vind ik toch terecht. 10.000 dollar.” De verdachte verdwijnt weer naar achteren.

Daar is Jon McFarlane na afloop diep verontwaardigd over. “Hij bracht het niet op om zijn fout helemaal toe te geven.” En hoewel de meeste arrestanten de rechtszaal in vrijheid hebben kunnen verlaten, moet hij van rechter Iannece toch weinig hebben. “Je merkt dat hij het vreselijk vindt dat hij geen borg meer mag opleggen. Daarom dreigt hij er ook zo vaak mee.”

Een fout van de rechter, niet van de nieuwe wet

Maar voor misdrijven en overtredingen waar geen geweld bij wordt gebruikt, mag het nu eenmaal niet meer. Tenzij het om een zedenmisdrijf gaat, of iemand bij herhaling misdaden pleegt. Vanwege dat laatste was het vrijlaten van de dwangmatige bankrover Gerod Woodberry, hoezeer de media het ook opklopten, een fout van de rechter, niet van de nieuwe wet.

“Het werkt echt”, zegt McFarlane. “Wat de tegenstanders doen is de bijzondere gevallen eruit pikken. Maar de borgtochthervorming heeft een gunstig effect. Het heeft sinds januari al 7000 mensen geholpen. Vorig jaar zouden die nog achter de tralies zijn gebleven omdat ze in feite al schuldig waren verklaard. Ze werden in kooien gezet en zes of negen maanden later had de helft een bekentenis afgelegd die hun leven daarna ruïneerde. Alleen maar om daar vandaan te komen.”

Drie dagen vast, baan bijna kwijt, vanwege duizend dollar

Hoe gemakkelijk het borgtocht-stelsel het leven van een Amerikaan in de war kon schoppen, maakte Solomon Acevedo mee. De 38-jarige Puertoricaan, campagnecoördinator van de New Yorkse burgerrechtenorganisatie VOCAL-NY, werd in 2013 door een vrouw, volgens hem ‘uit jaloezie en wraak’, beschuldigd van mishandeling.

“Ik werd naar het arrestantencomplex gebracht en moest daar een etmaal blijven. Pas kort voor ik zou worden voorgeleid, kreeg ik mijn advocaat te spreken, nog geen twee minuten. In mijn cel was er één gevangene die van hetzelfde werd beschuldigd als ik, een blanke man. Tegen zijn advocaat had hij toegegeven dat hij het inderdaad gedaan had. Hij kwam vlak voor me aan de beurt en werd door de rechter op erewoord vrijgelaten tot hij zou moeten voorkomen.

Ik had niets gedaan, en op de plaats waar de mishandeling zou zijn voorgevallen, hingen beveiligingscamera’s; dus ik kon het bewijzen. Daarom ging ik ervan uit dat ik ook zou vrijkomen. Maar ik mocht alleen weg tegen een borgtocht van duizend dollar.

Ik had toen werk, ik was niet heel arm en kon aan dat geld komen. Maar ik had het op dat moment niet op mijn bankrekening. En daardoor heb ik nog drie dagen vastgezeten.

Dat bracht mijn baan in gevaar – ik was begeleider van kinderen in de kleuterschool-leeftijd. Ik kon ze niet van school ophalen, ik kon ook niet opbellen om te zeggen dat ik er niet zou zijn, want de paar dollars die ik op zak had, had ik nodig om iemand te vinden die mij de borgsom zou kunnen brengen. Gelukkig lukte dat uiteindelijk.

Op mijn werk mocht ik alleen nog op proef doorgaan. Zomaar niet op komen dagen, dat is op geen enkele manier aan een werkgever uit te leggen. Ik moest ze ook op de hoogte houden van mijn rechtszaak en die duurde nog een jaar. De persoon die me had beschuldigd, herriep dat, maar de aanklagers zetten de zaak door. Elke twee maanden moest ik weer verschijnen. Ze hebben me wel vijf keer een schikking aangeboden, elke keer heb ik dat geweigerd.

Ondertussen had ik wel de smet op me van een verdachte, dat is een van de manieren waarop het systeem je beschadigt. Ik had het geluk dat ik op vrije voeten kon blijven, veel zwarte en bruine mensen hebben daar niet het geld en het netwerk voor.”

Na de strafrechthervorming in New York zou een zaak als die van Acevedo heel anders verlopen. Niet alleen had hij meer kans gehad op onmiddellijke vrijlating, maar de aanklagers hadden ook veel eerder voor de dag moeten komen met het bewijs tegen hem; dan zou meteen zijn gebleken hoe dun dat was.

Lees ook:

Dreigen met een rechtszaak bij discriminatie kan in de VS een fortuin opleveren

Het kan lonen om slachtoffer van discriminatie te zijn. Tenminste in Amerika, het land van de onbegrensde schadevergoedingen en een rechtspleging die zeer consequent kan zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden