ReportageBurgeroorlog Ethiopië

Gebrehiwot (60) is terug in het opvangkamp waar hij als jonge man ook al zat

Gebrehiwot Gidey voor de boom die zijn vader in de jaren tachtig plantte. Beeld Joost Bastmeijer
Gebrehiwot Gidey voor de boom die zijn vader in de jaren tachtig plantte.Beeld Joost Bastmeijer

Na de val van de hoofdstad van Tigray dreigt een guerrilla-oorlog in Noord-Ethiopië, en een lange ballingschap voor vluchtelingen in buurland Soedan. Gebrehiwot Gidey maakte het al eerder mee.

Toen Gebrehiwot Gidey na een dagenlange reis aankwam in Um Rakuba, een vluchtelingenkamp in het oosten van Soedan, voelde hij zich meteen een beetje thuis. Vanuit de verte, tussen de wirwar van struiken en provisorisch opgezette lappententen, herkende hij de boom die zijn vader drie decennia eerder had geplant. Gidey (60), een tengere man in geel geruit overhemd, gaf de boom een kus. “Ik heb hier negen jaar gewoond.”

Halverwege de jaren tachtig was hij, net als nu, de regio Tigray in het noorden van Ethiopië ontvlucht. Het was de tijd van de militaire junta, die gedurende het bewind onder president Mengistu Haile Mariam verantwoordelijk was voor een lange periode van geweld. Extreme droogte en politiek wanbestuur verergerden de situatie: een miljoen mensen kwamen om van de honger. Het regime van Mengistu viel in 1991.

“Eenmaal terug in Tigray hadden we weer van alles”, zegt Gidey, die in het plaatsje Rawyan als boer aan de slag ging. “We bouwden huizen, we hadden vee en land om te bewerken. We leefden in vrede.”

Mogelijk duizenden mensen zijn om het leven gekomen

Maar begin november ging het weer mis: een al langer sluimerend politiek conflict laaide op nadat troepen gelieerd aan het bevrijdingsfront van Tigray (TPLF) twee militaire bases aanvielen. Het federale leger onder leiding van premier Abiy Ahmed sloeg terug met een militair offensief. Omdat het telefoon- en internetverkeer al wekenlang plat ligt, is het moeilijk na te gaan wat er in het gebied gebeurt. Geschat wordt dat honderden, mogelijk duizenden mensen om het leven zijn gekomen.

In een vier uur durende toespraak zei premier Abiy maandag dat TPLF-kopstukken richting het westen van Tigray zouden zijn gevlucht. Hij voegde eraan toe dat het federale leger hen in de gaten houdt en snel zal toeslaan. Ook zei hij dat het leger gedurende de operatie geen burgerslachtoffers zou hebben gemaakt. Dit komt niet overeen met wat vluchtelingen uit Tigray in Soedan tegen Trouw en andere nieuwsmedia hebben gezegd.

Ruim 40.000 Ethiopiërs trokken in de afgelopen weken naar Soedan, over dezelfde vluchtroutes als in de jaren tachtig. Het kamp Um Rakuba, dat in het jaar 2000 sloot, is begin deze maand weer heropend. “Het is heel verdrietig om hier weer mensen te zien, met dezelfde problemen als destijds”, zegt Abdelbasit Abdelghani, manager van het kamp.

Abdelghani, die vroeger ook in Um Rakuba werkte, ziet erop toe dat hulporganisaties de benodigde hulp in het kamp kunnen optuigen. Twee keer per dag wordt in grote potten de gezamenlijke maaltijd bereid: rijst, sorghumpap en linzensoep.

Maar het ontbreekt in het kamp nog aan belangrijke faciliteiten, zegt Omer Mohamed Hussien, werkzaam voor de Soedanese organisatie Al Twaki. “We hebben wat problemen met de voorziening van onderdak, toiletten en douches.”

Het kamp Um Rakuba Beeld Louman & Friso
Het kamp Um RakubaBeeld Louman & Friso

Vrees voor een guerrilla-oorlog vanuit de bergen

Als tijdelijke oplossing krijgen vluchtelingen rieten matten toegewezen. “We geven hen lokaal materiaal, waarmee ze hun eigen huis kunnen bouwen”, zegt manager Abdelghani. De boom van Gebrehiwot Gidey’s vader blijkt een gewilde plek: de brede stam en een vol bladerdek bieden beschutting tegen de ongenadige woestijnzon.

Nu Gidey weer terug is, dit keer met zijn eigen kinderen, zal hij dezelfde verantwoordelijkheid als zijn vader moeten dragen: het doorkomen van een langere tijd in ballingschap. Het is onduidelijk hoe lang het conflict zal voortduren: hoewel premier Abiy zegt zijn militaire operatie te hebben afgesloten, groeit de vrees voor een guerrilla-oorlog vanuit de bergen – precies zoals in de vorige eeuw ook gebeurde.

“Ik heb er een dubbel gevoel over”, zegt Gidey. “Aan de ene kant heb ik het land waar ik mijn kinderen heb grootgebracht moeten achterlaten. En ook al mijn spullen.” Hij was op het land aan het werk – het is oogsttijd – toen de bommen vielen. Net als de meeste andere vluchtelingen in het kamp, kwam hij hier met lege handen aan. Hij moet helemaal opnieuw beginnen. “Maar”, zegt hij, “ik heb ook de erfenis van mijn vader gevonden.”

Lees ook:

Wachten op familie uit de oorlog, bij een grensrivier die dicht zit

Nu het federale Ethiopische leger het eindoffensief heeft aangekondigd in de opstandige provincie Tigray, stokt de vluchtelingenstroom richting Soedan. De grens zit dicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden