ColumnBas den Hond

Gaat de chaos in Iowa eindelijk zorgen voor zinnige hervormingen?

Moet je nou zo een president kiezen? De miskleun in Iowa dreunt nog steeds na. En het hardst in New Hampshire, waar komende dinsdag de voorverkiezingen zijn.

Traditioneel mogen de Democratische en Republikeinse kiezers van Iowa als eerste zeggen wie hun partij op verkiezingsdag in november zou moeten vertegenwoordigen. Dat is voor de inwoners een bron van trots en inkomsten. Het geeft de staat namelijk veel invloed, en dat lokt weer tientallen kandidaten maanden of zelfs jaren van tevoren naar de staat om campagne te voeren.

Dit jaar was de uitslag aan de Republikeinse kant overduidelijk: Donald Trump, zei 97 procent. Aan de Democratische kant was het chaos. De resultaten van de meer dan 1600 stemvergaderingen in de staat bleven dagenlang uit door een slecht functionerende app en onvoldoende telefoonlijnen.

Niet voor het eerst

Het was niet de eerste keer dat Iowa verzaakte als gidsstaat, schreef Andrew Cline in de Wall Street Journal. In 2012 ging het bij de Republikeinen mis. Die riepen Mitt Romney tot overwinnaar uit, met klein verschil. Twee weken later herriepen ze dat, Rick Santorum had op het nippertje gewonnen. Maar toen was het politieke circus alweer verder getrokken, had het New Hampshire al achter de rug. Daar hadden de kiezers hun stem dus uitgebracht met de ‘winst’ van Romney in het achterhoofd. Was het daardoor dat hij in die staat won? Was het de schuld van de stemmentellers in Iowa dat Romney uiteindelijk de Republikeinse genomineerde werd? Had een andere Republikeinse kandidaat Barack Obama wel verslagen? We zullen het nooit weten.

Cline is voorzitter van een politieke denktank in New Hampshire en voormalig chef van de opinieredactie van de grote krant van New Hampshire, de Union Leader. Tussen de regels door kun je zijn leedvermaak lezen. Want in politieke- en mediakringen in New Hampshire hoor je het telkens weer: Iowa mag dan de eerste stemvergaderingen houden, wat echt telt, zijn de eerste echte voorverkiezingen, gewoon met potlood en een stembiljet, in New Hampshire.

Op het eerste gezicht wordt die positie van New Hampshire – samengevat in het pesterige gezegde: “In Iowa they pick corn, in New Hampshire we pick presidents”, alleen maar sterker door een debacle in Iowa. Maar in feite betekent het een grote bedreiging.

Een van de manieren waarop het mis zou kunnen gaan, is als Iowa besluit het ouderwetse en ingewikkelde systeem van stemvergaderingen eraan te geven en ook gewone voorverkiezingen te houden. In dat geval komt de staat onmiddellijk met New Hampshire in conflict. Daar hebben ze in de wet gezet dat de staat altijd de eerste moet zijn die een voorverkiezing houdt. Iowa mocht alleen eerder omdat het een ander stemsysteem had. Gaan ze daar ook op de gewone manier stemmen, dan zal New Hampshire zijn voorverkiezing voor die van Iowa op de kalender zetten – maar Iowa zal zijn eigen voorverkiezing dan nog weer eerder zetten, want daar hebben ze ook zo’n wet.

Een echte Super Tuesday

Zelfs zonder zo’n chaotische situatie is er kans dat de Democratische partij een einde maakt aan de traditie van die twee vroeg stemmende staten – en van de twee staten die daarna komen, Nevada (dit jaar 22 februari) en South Carolina (29 februari).

Er is al langer kritiek op het feit dat de uitslagen in een handjevol staten, alleen maar omdat ze zo vroeg stemmen, zo’n enorme invloed hebben op de berichtgeving over kandidaten, en daarmee op hun kansen om daarna nog geld op te halen en stemmen te winnen. Pas op 3 maart is er een ‘super Tuesday’, waarop een groot aantal staten stemt, waaronder Californië en Texas, en er werkelijk een flink aantal afgevaardigden naar de partijconventies over de kandidaten wordt verdeeld.

Hoe moet het dan? Houd een echte Super Tuesday, een landelijke voorverkiezing, suggereerde politiek historicus Bruce Schulman van Boston University onlangs in Trouw. Maar hij zei er meteen bij dat het idee ook nadelen heeft: dan zijn er helemaal geen staten meer waar kandidaten de tijd hebben om kleinschalig campagne te voeren, door in buurthuizen, scholen, cafés en zelfs huiskamers kleine groepen mensen toe te spreken en over te halen hen te steunen. Verkiezingen in Amerika worden dan puur een mediaspektakel, misschien zelfs beslist door wie de meeste tv-spots kan betalen.

Een interessant tussenvoorstel kwam afgelopen week van de (Republikeinse) gouverneur van Utah, Gary Herbert. Op een conferentie die was belegd door website Politico stelde hij voor de voorverkiezingen met een maand tussenruimte te houden in vier kwarten van het land. Die vier zouden dan ook nog eens elke vier jaar in een andere volgorde moeten komen. “Je schept zo de mogelijkheid dat kandidaten zich op bepaalde regio’s concentreren, het is minder kostbaar, en iedereen zou zijn boodschap voor het voetlicht kunnen brengen”, zei hij.

De kans dat zijn idee over vier jaar werkelijkheid wordt, is niet groot. Iowa en New Hampshire zullen in ieder geval fanatiek vechten voor hun status als ‘first in the nation’. Maar dat er iets gaat veranderen, lijkt waarschijnlijker dan ooit. Want als er geen media of kiezers meeluisteren, zullen zowel veel Republikeinse als Democratische partijbonzen, de afgelopen acht jaar overziend, het eens zijn met wat Herbert zei: “Omdat we geen goed verkiezingsproces hebben, dragen we vermoedelijk niet de beste mensen voor om de leiders van onze partijen te zijn, die we het hoogste ambt in het land willen laten vervullen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden