Bijzonder onderwijs

Frankrijk heeft ook bijzonder onderwijs, en het groeit

Leerlingen lunchen gezamenlijk in de kantine van een Franse school. Beeld NICOLAS TUCAT / AFP

Franse kinderen moeten naar de openbare school in hun buurt. Ouders die dat niet willen, kiezen voor katholiek onderwijs. Dat kost wel flink meer. 

Het Institut Notre Dame de Poissy ziet er uit zoals veel scholen in Frankrijk. Ouders wachten op hun kinderen voor een indrukwekkend hek dat de toegang tot het terrein hermetisch afsluit. De nationale driekleur wappert aan een vlaggenmast. Alleen een spierwit beeld van de heilige maagd Maria in een perkje onder een eikenboom herinnert eraan dat dit een katholieke instelling is.

Dat er in Frankrijk alleen maar openbare scholen bestaan - zoals sommige tegenstanders van de vrijheid van onderwijs in Nederland beweren - is een misverstand. Van de ruim twaalf miljoen leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs gaan er 2,2 miljoen naar het katholiek onderwijs. Volgens de koepelorganisatie SGEC kwamen er in de afgelopen tien jaar 100.000 leerlingen bij. Inmiddels is het landelijke marktaandeel van katholieke middelbare scholen gestegen tot 22 procent, in Parijs is dat nu 35 procent.

De enige optie

De SGEC voert de pedagogische kwaliteit aan als verklaring voor de groei. Maar de ouders voor het hek in de Parijse voorstad Poissy noemen ook een andere factor: de carte scolaire, de schoolkaart. Die bepaalt dat je alleen kunt kiezen voor scholen die in je eigen buurt liggen. Voor wie dat niet wil, is een ‘katholieke privéschool’ meestal de enige optie. 

“Het niveau op de openbare school in mijn buurt is te laag”, zegt Chahida Sefnaj (38), moeder van Adam (11). “Ik vergelijk wat ze daar doen met de naschoolse opvang. Ze houden de kinderen bezig en dat is het.” Sefnaj, die een hoofddoek draagt, heeft nog geen moment spijt gehad van haar keus. “Ik vind het belangrijk dat kinderen zich netjes gedragen en geen straattaal gebruiken. Daar letten ze hier op. Ze stimuleren ook het zelfvertrouwen van de leerlingen.”

Dat het Institut Notre Dame een katholieke school is, maakt Sefnaj, boekhouder bij een overheidsinstelling, niet uit. De catechisatie, de voorbereiding op de belijdenis, is niet verplicht. Voor alle leerlingen is er éducation chrétienne, lessen over de christelijke cultuur. Sommige andere scholen bieden het vak ‘kennis van de monotheïstische godsdiensten’ aan. 

Het katholieke Institut Notre Dame de Poissy gaat uit Beeld Kleis Jager

Volgens critici verergeren katholieke scholen de segregatie, een verwijt dat het bijzonder onderwijs in Nederland ook geregeld krijgt. Maar het voorstel om ze net als openbare scholen te onderwerpen aan het regime van de schoolkaart maakt geen schijn van kans. “De politiek weet dat ouders niet gedwongen willen worden”, zegt Mario Lopez (62), vader van Océane (11). “Je kunt het ons nu eenmaal moeilijk kwalijk nemen dat wij het beste voor onze kinderen willen.”

Het beste, dat zit er niet in als er te veel kinderen uit kansarme gezinnen in de klas zitten, weet de gepensioneerde medewerker van de RATP, het Parijse openbaar vervoerbedrijf. “Dan daalt het niveau. Alle ouders die zich van dit probleem bewust zijn redeneren zo, dat heeft niets met kleur of religie te maken.” Ook kinderen zijn niet naïef. Ze kennen de reputatie van scholen. “Océane wilde zelf ook niet naar het collège bij ons in de buurt. Ze had gehoord dat je daar op het plein wordt afgeperst.”

Een rekening van 2300 euro

Openbare scholen zijn gratis, de katholieken vragen voor Nederlandse begrippen veel schoolgeld (zie kader). Lopez betaalt 930 euro per jaar en daar komen vier dagen kantine (vier warme maaltijden) per week bij. Voor een jaar komt dat op 940 euro. Inclusief de kosten van het schoolreisje (een week skiën in de Alpen) bedroeg de rekening vorig jaar 2300 euro. 

Lopez en Sefnaj hebben het er graag voor over. “Deze school houdt rekening met de wensen van de ouders”, zegt Sefnaj. “De klant is hier koning.”

Montessorischool? Dat is dan 8500 euro

Een grote meerderheid van de katholieke scholen wordt bekostigd door de staat. In 1959 werd erkend dat zij een publiek belang dienen, en daarom ook in aanmerking kwamen voor subsidie. In ruil voor de financiering moeten de scholen wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Ze dienen de ‘gewetensvrijheid van leerlingen’ te respecteren. De scholen zijn ook, in tegenstelling tot bijzondere scholen in Nederland, verplicht alle leerlingen toe te laten, ‘ongeacht afkomst, opvatting of geloof’. De ouderbijdrage - in het voortgezet onderwijs gemiddeld 650 euro per jaar - is inkomensafhankelijk. Het geld gaat onder andere naar niet-onderwijzend personeel en renovaties.

Frankrijk telt zo’n dertig islamitische scholen. Daarvan zijn er drie die naar katholiek voorbeeld een contract hebben getekend met de staat. De andere scholen krijgen geen geld.

Franse ouders hebben steeds meer belangstelling voor Montessori-onderwijs, maar ook hier geldt dat er maar een paar in aanmerking komen voor overheidsbekostiging. De overige Montessori-scholen worden volledig betaald door de ouders en zijn dus erg duur: tot 8500 per leerling per jaar. Dat is exclusief de (biologische) kantine waar ouders rond de 1000 euro voor moeten rekenen.

Lees ook:

Wat wil de politiek nou eigenlijk met de onderwijsvrijheid?

Staat de Nederlandse vrijheid van onderwijs onder druk? Zo heet wordt de soep niet gegeten, lijkt het. Wat roepen politici en wat doen ze in de praktijk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden