Toerisme Kenia

Fijn voor de leeuwen maar een ramp voor de Kenianen

Leeuwen in Zuid-Kenia.Beeld AFP

Van de ene op de andere dag kwam er geen toerist meer naar Kenia. Dat terwijl de sector rekende op een recordjaar. Trouw sprak met Kenianen over wat deze ongekende crisis betekent voor hen. ‘We hebben de laatste dertig jaar veel meegemaakt, maar nooit is het zo desastreus geweest.’

Dieren in de Keniaanse wildparken hebben tegenwoordig bijna het alleenrecht op savannes en in bossen. De stranden langs de Indische oceaan zijn grotendeels verlaten op de vliegensvlugge strandkrabbetjes na. De toerismesector is in coma geraakt sinds het coronavirus de wereld veroverde en potentiële bezoekers in hun thuislanden opsloot. Kenia is rijk aan uiteenlopende landschappen, een enorme diversiteit aan flora en fauna en meer dan veertig verschillende culturen.

Het is een van de meest populaire vakantiebestemmingen in Afrika voor toeristen uit de hele wereld. Twee jaar geleden werd het voor het eerst door twee miljoen mensen bezocht. Vorig jaar groeide dat aantal nog eens met ruim 1 procent en begin dit jaar waren de verwachtingen dan ook hoog gespannen. Maar toen stak het coronavirus de kop op. Internationale vluchten werden gestaakt.

Na tuinbouw de grootste bron van inkomsten

De VS, Groot-Brittannië, China, Italië en Duitsland, waar de meeste toeristen die Kenia bezochten vandaan kwamen, annuleerden massaal hun boekingen. Een enorme klap voor de Keniaanse economie. Het toerisme zorgde vorig jaar voor 1,6 miljard euro aan inkomsten. Het is de op een na grootste bron van inkomsten in buitenlandse valuta na tuinbouw.

Het meest schrijnende is het verlies aan banen en salarissen voor de werknemers in de sector. Werkloosheidsuitkeringen bestaan niet en overheidssteun aan noodlijdende bedrijven is er evenmin. Zo’n 1,1 miljoen mensen waren in de toeristenindustrie werkzaam, dat is ruim 8 procent van arbeidsplaatsen. Daarnaast zijn er nog eens evenveel mensen in de informele economie afhankelijk van de toeristensector, zoals straatverkopers.

Ruim 2 miljoen mensen haalden inkomen uit het toerisme

Verder zijn gemiddeld ten minste drie mensen afhankelijk van het inkomen van elk van die ruim 2 miljoen mensen die een inkomen haalden uit het toerisme. De meeste salarissen in dit land komen niet alleen het gezin ten goede maar ook anderen in de familie. Het schoolgeld voor neefjes en nichtjes, de ziekenhuisrekeningen van ouders, ooms en tantes en natuurlijk geld voor grootouders die geen pensioen hebben.

Een van die toeristenonderkomens die dichtging is Sekenani, een tentenkamp, is het Maasai Mara wildpark. Dat bestaat voor een groot deel uit uitgestrekte savannes waar een ontmoeting met de big five ofwel olifanten, neushoorns, buffels, leeuwen en luipaarden, bijna gegarandeerd kan worden.

Al 30 jaar dienen de 15 luxueuze tenten in Sekenani als tijdelijk onderkomen voor bezoekers op safari in de Maasai Mara. Half maart moest het tentenkamp sluiten, werd het meeste personeel naar huis gestuurd met geen of een fractie van hun salaris. Ook anderen, die indirect een inkomen haalden uit Sekenani, zijn hun broodwinning kwijt. Het zorgde voor een kettingreactie die onzekerheid, financiële problemen en angst meebracht.

Nick Wood (62), eigenaar Sekenani, Nairobi

“We hebben heel wat ups en downs meegemaakt in de laatste 30 jaar. De wereldwijde economische recessie, aanslagen door extremisten in Kenia en zelfs ebola in West-Afrika hadden een negatief effect op de bezoekersaantallen. Maar nog nooit is het zo desastreus geweest. Van mijn 36 werknemers heb ik er 25 in dienst gehouden, maar slechts met een fractie van hun salarissen. Ik geef ze wat ik heb.

Nick Wood, eigenaar Sekenani.Beeld Sekenani

Zo kreeg ik laatst een schenking van Amerikaanse vrienden zodat ik iedereen ruim 70 euro kon geven. Omdat de twee voorgaande jaren zo goed waren had ik veel geld gestoken in renovatie van Sekenani want in de toeristenindustrie gingen we er vanuit dat 2020 een topjaar zou worden. Maar niets was minder waar. Alle boekingen voor de rest van het jaar verdwenen binnen tien dagen. Het was verbijsterend.

Het ergste is dat ik mijn mensen, van wie sommigen al een kwart eeuw bij me werken, niet een volledig salaris kan blijven betalen. Het geld is er gewoon niet. Komen buitenlandse toeristen straks terug of moet ik me op de lokale markt richten? Wat wordt het nieuwe normaal? Maar één ding blijft zeker, Kenia is en blijft een topbestemming van wereldformaat.”

Grace Osoi (38), manager bij Sekenani , Narok

“Het ene moment was ik manager en het volgende moment zat ik thuis. Niemand had dat verwacht terwijl we toch wel wat gewend waren, want het toerisme is een gevoelige sector. Het werd niet eens een slecht seizoen, het werd geen seizoen. Dus ben ik teruggekeerd naar ons huis in Narok. Dit anders zo bruisende stadje is een stuk rustiger geworden. Velen zijn naar hun geboortedorpen gegaan uit angst voor het virus. De rest van ons is depressief.

Grace Osoi, manager Sekenani.Beeld Sekenani

Wij behoren tot de Maasai. Wat voor beroep een Maasai ook heeft, iedereen houdt er koeien op na. Nu moeten we een koe verkopen zodat mijn man, onze twee zoons en ik eten kunnen kopen. Maar de veemarkten zijn gesloten en omdat iedereen koeien te koop aanbiedt, zijn de prijzen gekelderd. Mijn man heeft een vrachtwagen en transporteerde goederen, ook voor Sekenani. Hij bedacht als alternatief aardappelen en mais op te kopen en dan naar markten te vervoeren. Maar toen begon het meer dan overdadige regenseizoen en boerderijen werden onbereikbaar omdat ze meestal langs niet geasfalteerde wegen liggen.”

Rehema Gathu (32), verantwoordelijk voor de reserveringen bij Sekenani, Nairobi

“Mijn man die in zaken zit en ik leven op onze twee salarissen. We hebben leningen, drie kinderen en een auto. Typisch Keniaanse middenklasse. Nu is er een salaris grotendeels weggevallen en ook in het zakenleven zit de klad. Voorheen konden we de kinderen verwennen met een patatje of een ijsje. Dat gaat niet meer. Ze zijn verdrietig want ze begrijpen het niet.

Rehema Gathu.Beeld Sekenani

Omdat we alle twee werken hadden we een kindermeisje. We kunnen haar salaris niet meer betalen en moesten haar ontslaan. Maar ze komt van het platteland en kan niet terug naar huis omdat Nairobi is afgesloten. Dus werkt ze niet meer maar woont nog wel bij ons en eet natuurlijk ook mee. Ik kan alleen hopen dat corona net zo’n traject volgt als hiv, waar we vroeger doodsbenauwd voor waren. Hiv is gewoon een chronische ziekte geworden. Ook al zal er niet direct een vaccin komen tegen corona, ik hoop wel dat er een medicijn komt dat voorkomt dat mensen eraan doodgaan. Dan wordt het leven weer normaal en komen de toeristen terug.”

Margaret Musina (51), Eigenaar Katuto kippenboerderij, Ongata Rongai

“Mijn man en ik werken allebei in het bedrijf. De zaken liepen goed. Wij leverden aan hotels zoals Sekenani, restaurants en de kantine van de universiteit hier in Ongata Rongai.

Margaret Musina, eigenaar Katuto kippenboerderij.Beeld Sekenani

Van de een op de andere dag hadden we geen afnemers meer. We verkopen twee of drie kippen in de week maar daar kunnen we niet van leven. We moeten de dieren die we nog hebben wel blijven voeren in de hoop dat er straks weer vraag komt. Onze enige medewerker hebben we moeten ontslaan, wat pijn doet want hij was al jaren bij ons. Bovendien zijn onze drie zonen naar huis teruggekomen omdat hun werkgevers de deuren sloten. Dat zijn drie extra monden om te voeden. Onze enige dochter moet dit jaar eindexamen middelbare school doen. Gelukkig hoeven we even geen schoolgeld te betalen. En ook al zitten we in de voedingssector, we kunnen niet elke dag kip eten. Ander voedsel zoals maismeel en groente zijn duurder geworden. We zitten financieel aan de grond en ik kan alleen maar bidden dat binnenkort de restaurants weer opengaan.”

Nico Nguna (33), tuinman, Nairobi

“Ik werkte op de Katuto kippenboerderij maar er was opeens geen werk. Ook kon ik niet naar huis want ik woon in Thika, dat 50 kilometer van Nairobi ligt. Gelukkig kon ik een baan vinden als tuinman bij een oudere vrouw in Nairobi. Ze kan me maar een klein salaris betalen maar ze heeft wel een kamer waar ik kan slapen.

Nico Nguna, tuinman.Beeld Ilona Eveleens

Mijn zus die als schoonmaakster ook hier in Nairobi werkt, en ik sturen een deel van wat we verdienen naar mijn moeder. Die is alleen en heeft geen pensioen, maar zorgt wel voor de dochter van mijn zus. Ik ben bang voor het virus en vrees dat als dit te lang duurt ik mijn huidige baantje verlies. De kippenboerderij heeft wel beloofd me weer aan te stellen als de zaken weer goed gaan. Ik ben gewend aan een armoedig leven, maar zelfs in die armoede was enige zekerheid.”

Peter Bahati (22), Samuel Levensmiddelen, Nairobi

“Ondanks alles heb ik gelukkig nog een baan. Ik werk voor een bedrijf dat groente verbouwt en verkocht aan hotels, vooral in de wildparken. Het ging goed met het toerisme, dus ook met ons bedrijf. Bovendien regende het vorig jaar uitbundig en de oogsten waren super.

Peter Bahati.Beeld Ilona Eveleens

En toen kwamen er opeens geen bestellingen meer binnen. Mijn baas opende al snel dit groentewinkeltje. Het is klein, staat bijna pal naast een concurrent maar we hebben enige klandizie. Wij verbouwen niet alles wat we verkopen en halen ook een deel bij keuterboeren. We nemen minder van ze af. Bovendien maken transportbedrijven misbruik van de hele situatie. De boeren hebben hun prijzen niet verhoogd de vervoerders wel. Zelfs nu we onze winstmarge hebben verkleind moeten we de groente veel duurder verkopen. Neem uien, die kostten drie maanden geleden 80 shilling per kilo, nu is dat 150 shilling (1,50 euro). Ik hoop dat alles gauw weer een beetje normaal wordt, maar vooral dat ik mijn baan blijf houden.” 

James Kiarie (47), Souvenirverkoper, Kiambu

“Al jaren maak ik houtsnijwerk en verkoop het aan toeristen. Ik had een plek gevonden in Nairobi waar veel auto’s en busjes met toeristen langs­kwamen. De wagens van Sekenani stopten ook altijd. Ik maak vooral vogels van het hout van de Jacaranda-boom. Die zijn klein en passen in de koffer. Mijn inkomen ging op en neer met de goede en slechte tijden die het toerisme meemaakte.

James Kiarie, souvenirverkoper.Beeld Ilona Eveleens

Maar ik kon er met mijn vier kinderen van leven. Mijn vrouw is overleden dus ben ik vader en moeder voor ze. Mijn drie zonen wonen bij mij en helpen met het houtsnijwerk. Mijn dochter is getrouwd. Half maart kwamen er echter geen toeristen meer voorbij en verkocht ik niets. Ik stopte om naar Nairobi te gaan want ik heb geen geld voor de bus en bovendien is de stad afgesloten. Ik zit dus thuis, maak nog wel vogels maar in een laag tempo want ik weet niet wanneer de toeristen weer terugkomen. Mijn zonen en ik moeten nu leven van de opbrengsten van het moestuintje. Maar wat als straks alles op is?”

Lees ook:

In Kenia kun je tegenwoordig verantwoord op all-in safari

De Australische eigenaar van de Keniaanse Ololo Lodge doet haar best om de plaatselijke bevolking mee te laten profiteren van haar toeristische onderneming. Een reportage van zomer 2019.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden