null Beeld Chuan Ming Ong
Beeld Chuan Ming Ong

ReportageExtreem-rechts

Extreem-rechts in Duitsland herdenkt de oorlog op zijn eigen manier

Oost-Duitsland biedt een vruchtbare voedingsbodem voor extreem-rechts. Trouw-correspondent Kim Deen was aanwezig bij het jaarlijkse zomerfeest van de organisatie Gedächtnisstätte, die volgens de inlichtingendiensten dat gedachtegoed propageert.

Kim Deen

Slechts één trein verbindt het slaperige dorp Guthmannshausen met de rest van de wereld. Over een enkel treinspoor gaat de trein elk uur de ene kant op, om vervolgens in de tegenovergestelde richting door de uitgestrekte akkervelden weer terug te rijden.

Op het eenvoudige stationnetje stappen vandaag bijzonder veel mensen uit die onbekend zijn in het dorp met zevenhonderd inwoners, waar iedereen elkaar op straat groet. Zij komen hier voor het jaarlijkse zomerfeest van de organisatie Gedächtnisstätte, in de tuin van de vrijstaande villa van deze vereniging.

De organisatie, waarvan de leden uit heel Duitsland komen, herdenkt de Tweede Wereldoorlog op een manier die in de rest van het land als ongepast wordt gezien. De vereniging gelooft dat Duitsland geen bijzondere schuld heeft aan de oorlog. De inlichtingendienst maakt zich zorgen over dit soort organisaties, die met name in voormalige DDR-deelstaten bastions van rechts-extremistisch gedachtegoed zijn.

Achter de trommel aan

Tegen het middaguur is het zomerfeest al in volle gang. Kinderen spelen uitbundig op gehuurde springkussens, naast een hoge vlaggenmast waaraan de Duitse vlag wappert. Aan lange tafels zitten mannen en vrouwen in traditionele lederhose en dirndl met een groot glas bier voor zich, oudere heren zijn gekleed in hun beste pak. Na de lunch, met zuurkool, vlees en aardappelsalade, zal de maandelijkse herdenking bij het monument in de tuin beginnen.

Exact om twee uur lopen de bezoekers onder begeleiding van een trommel achter elkaar aan richting de twaalf granieten gedenkstenen, die rond een obelisk staan. Op de gedenkstenen staan teksten gegraveerd ter herinnering aan de Duitsers die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog, door bombardementen of in gevangenkampen. Het monument richt zich in het bijzonder op ontheemden uit de voormalige Duitse gebieden als Pommeren, Silezië, en Sudetenland. Zij behoorden daar tot een Duitse minderheid en moesten vertrekken toen die regio’s na de oorlog tot socialistisch Polen en Tsjecho-Slowakije gingen behoren.

Met zijn uitgeprinte toespraak stevig in beide handen geklemd, loopt voorzitter Wolfram Schiedewitz tussen de gedenkstenen door. Als hij stilhoudt zingt een man met gitaar nummers van de bekende rechts-extremistische zanger Frank Rennicke. Met ernstige gezichten luisteren de aanwezigen naar een lied over ‘de heldendaden’ van Duitse soldaten in Breslau, dat nu Pools is: ‘Wie denkt nog aan onze vaders?’, zingt hij. ‘Zij offerden alles op, maar geen monument herdenkt deze tijd, geen pad leidt ons terug naar huis.’

Het station van Guthmannshausen.

 Beeld
Het station van Guthmannshausen.

Deutschland über alles

Aan het einde van de herdenking, die duidelijk te lang duurt voor de inmiddels huilende en klierende kinderen, zingt iedereen uit volle borst het Duitse volkslied. Hoewel het in Duitsland ongepast wordt gevonden, zingen de aanwezigen ook de controversiële eerste regels van het lied: ‘Deutschland, Deutschland über alles: über alles in der Welt’.

Veel Duitsers zouden zich bij zo’n herdenking erg ongemakkelijk voelen. De organisatie richt zich volledig op het Duitse leed tijdens de Tweede Wereldoorlog en schenkt geen aandacht aan de misdaden van het nationaal-socialisme: de Holocaust, de genocide op de Sinti en Roma, de systematische moord op gehandicapten en homoseksuelen, het doden van socialisten en andere politieke tegenstanders en de slachtoffers die in het buitenland vielen.

De Gedächtnisstätte vergeet niet slechts die misdaden te benoemen; de vereniging draagt volgens critici doelbewust bij aan geschiedvervalsing. In de villa worden regelmatig sprekers uitgenodigd die erom bekend staan dat ze zich tegen het wetenschappelijk discours in de geschiedschrijving keren. Ook diverse leden staan daarom bekend. Zo ontkent de oprichter van de Gedächtnisstätte, Ursula Haverbeck, de Holocaust. Dat is strafbaar in Duitsland en na herhaaldelijke veroordelingen belandde ze in 2018 twee jaar in de gevangenis. De nu 92-jarige Haverbeck staat bekend als de ‘grande dame’ van de Duitse Holocaust-ontkenners.

null Beeld

Fascist

De villa in Guthmannshausen is ook een ontmoetingsplek voor rechts-extremistische politici uit heel Europa. Udo Voigt, oud-voorzitter van de Duitse neonazi-partij NPD, zou in 2016 een evenement in de tuin van de villa in Guthmannshausen hebben georganiseerd met controversiële bezoekers uit het buitenland. Sprekers waren onder anderen Rob Verreycken van het Belgische Vlaams Belang, Georgios Epitideios van de Griekse Gouden Dageraad en de Italiaanse politicus Roberto Fiore, die zichzelf als een fascist omschrijft.

De bezoekers van het zomerfeest lijken zich ervan bewust dat de organisatie door de Duitse inlichtingendienst in de gaten gehouden wordt. Het is een van de weinige feesten in dit digitale tijdperk waar niemand een telefoon tevoorschijn haalt om foto’s of video’s van elkaar te maken. Ook de fotograaf van Trouw (naast de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung tot nu toe de enige mediaorganisatie die de Gedächtnisstätte mag bezoeken) is niet welkom en de verslaggever kan alleen met de voorzitters van de organisatie spreken.

Met media wordt volgens vicevoorzitter Susanne voorzichtig omgegaan, omdat de voorzitters vinden dat de vereniging door de media in een negatief daglicht wordt geplaatst. Daarbij zegt de organisatie te maken te hebben met bedreigingen van extreem-links en dat is de reden dat Susanne niet met haar volledige naam in de krant wil. In april vorig jaar werd de villa van de Gedächtnisstätte grotendeels verwoest door brandstichting. Nog altijd is onbekend wie daarvoor verantwoordelijk is, maar de politie gaat uit van een politiek motief.

Geen plaats voor politiek

Na afloop van de herdenking loopt Susanne achteraan de stoet bezoekers die op weg zijn naar de biertafels voor Kaffee und Kuchen. “Zoals je kunt zien is het nationalistische voor sommigen hier erg belangrijk”, zegt ze over de plechtigheid. “Maar zo zijn we hier niet allemaal”, zegt ze beslist. “De media schilderen ons af als een politieke organisatie. Maar dit is enkel een plek waar mensen met elkaar in verbinding komen. Dit is geen plek voor verzet tegen de regering, de politiek heeft hier geen plaats. Wij hebben hier niets met extreem-rechts te maken.”

Toch ziet de 86-jarige Paul Latussek, die samen met Haverbeck de Gedächtnisstätte oprichtte, politiek wél als een essentieel onderdeel van zijn organisatie. “Alles is politiek”, vertelt Latussek, die in een keurig pak aan een van de biertafels zit, met een stukje appeltaart in zijn handen. Hij ziet de Gedächtnisstätte als een plek waar Duitsers hun tradities in stand houden en trots kunnen zijn op hun geschiedenis. “Tot mijn geschiedenis behoren koningen, keizers en ook Hitler”, zegt hij. “Maar geen moslims.”

Latussek vindt dat Duitsers ten onrechte de schuld krijgen van de Tweede Wereldoorlog. “Na de oorlog heeft men altijd naar de Duitsers gewezen”, zegt hij. “Maar ik zeg toch ook niet dat alle Fransen slechte mensen waren omdat Napoleon een Fransman was?” Omdat hij de misdaden van het nazi-regime afzwakt, ligt Latussek sinds de eeuwwisseling onder een vergrootglas bij de Duitse veiligheidsdiensten. Hij is meerdere keren veroordeeld voor aanzetten tot haat en het bagatelliseren van de Holocaust.

null Beeld Chuan Ming Ong
Beeld Chuan Ming Ong

Persoonlijke odyssee

Volgens Latussek zijn Duitsers juist ‘vergeten slachtoffers’, met name degenen die, zoals hijzelf, uit de gebieden moesten vertrekken die Duitsland na de oorlog verloor. Zijn familie komt uit Opper-Silezië, dat nu in het zuiden van Polen ligt. Hij kan zich nog goed herinneren dat zijn familie halsoverkop naar Duitsland vertrok toen hij negen jaar oud was. “Toen we ons huis moesten verlaten heb ik mijn persoonlijke odyssee beleefd”, vertelt hij. “Ik kan ook met mijn vinger wijzen. Als kind heb ik genoeg slechte mensen gezien.”

Latussek groeide op in het Oost-Duitse Saksen en ging na de val van de Muur de politiek in. Hij werd in 1992 vicevoorzitter van de Federatie van Ontheemden om naar eigen zeggen “gerechtigheid voor het Duitse volk” te bewerkstelligen. “Ik heb daar met veel politici gesproken, met Kohl nog”, zegt hij, verwijzend naar oud-bondskanselier Helmut Kohl. “Maar in die gesprekken werd mij duidelijk dat veel vanuit de Bondsrepubliek (West-Duitsland) besloten werd. De denkstructuren lagen al vast.” De Bondsrepubliek liep tot frustratie van Latussek als een mak schaap achter Amerika aan. “Dat stoorde me, dat de Amerikanen ons vertelden wat goed en fout is.”

Volgens Latussek heeft de Duitse regering niet het belang van Duitsland voor ogen, maar dat van Amerika. “We onderwerpen ons”, zegt hij. “Men moet de Duitse belangen verdedigen. Onderwerping is een onwaardige handeling voor het Duitse volk.”

De voormalige Duitse regio’s houden hem nog altijd bezig. Tijdens zijn politieke loopbaan probeerde hij de regering te wijzen op de “genocide op Germaanse stammen” die Tsjechië en Polen volgens hem plegen omdat overgebleven Duitsers in die landen zouden moeten assimileren. “De Duitse hereniging was slechts een gedeeltelijke hereniging”, zegt hij. “Het Duitse rijk zoals deze de oorlog in ging, is niet meer samengekomen.”

Slecht behandeld

Even later, op een bankje in de schaduw, moet vicevoorzitter Susanne toegeven dat er ook leden zijn die uit politieke overwegingen naar de Gedächtnisstätte komen. “Natuurlijk zijn er mensen die dat hier willen inbrengen. Ze zeggen: de Duitsers worden slecht behandeld. Wat ook klopt”, zegt ze. “Maar het is niet goed als deze plek met politiek geassocieerd wordt, want dan wordt gezegd: aha, dat zijn rechtsen. Alleen omdat wij hier de geschiedenis herdenken.”

Toch ondernemen de voorzitters van de vereniging niets tegen leden die een antidemocratische houding aannemen. “Wij zijn een vrij huis en iedereen mag hierheen komen zolang ze niets kapot maken of verstoren”, zegt Susanne. Leden ‘met een vijandbeeld’ ziet ze als mensen die eronder lijden dat zij in het naoorlogse Duitsland niet als slachtoffer, maar als dader zouden worden gezien. “Als hun verdriet niet geuit mag worden, dan slaat het om in woede”, zegt ze. “Velen uit de oorlogsgeneratie denken: ons is alleen maar onrecht aangedaan.” Ze ziet de Gedächtnisstätte als een plek waar ruimte is voor dat verdriet.

Maar volgens Gideon Botsch, hoogleraar politicologie en rechtsextremisme-expert van het Moses Mendelssohn Centrum, is de Gedächtnisstätte niet zo onschuldig. Botsch legt uit dat organisaties als de Gedächtnisstätte zich op de harde kern van de neonazi-subcultuur richten. “Zij willen een narratief in stand houden dat haaks staat op het wetenschappelijke en democratische discours rond de Duitse geschiedenis en de naziperiode in het bijzonder”, zegt hij. “Hun centrale boodschap is: wij zijn geen daders, maar slachtoffers.”

Alternatieve wereld

Botsch legt uit dat veel neonazi’s opgroeien in een alternatieve wereld, waar het gedachtegoed alom aanwezig is. Zij gaan naar dezelfde buurthuizen, sportclubs en rockconcerten. “Mensen zoals Schiedewitz (de voorzitter van de Gedächtnisstätte) zijn bekende neonazi-activisten”, vertelt Botsch. Hun dagelijks leven speelt zich diep in de neonazi-subcultuur af, die bestaat uit kleine groepen vrienden en familieleden. “Zulke families hangen soms al generaties lang het nationaal-socialisme aan. We kennen families waarvan de overgrootvaders actief waren in de vroege nazibeweging en hun achterkleinkinderen nu actief zijn in de neonazi-subcultuur.”

Na het koffie-uurtje in Guthmannshausen loopt voorzitter Wolfram Schiedewitz naar een bankje in het midden van het monument. Al snel wordt zijn imposante Duitse herdershond Alma bij hem gebracht. Hiervoor lag de hond nog vastgebonden aan een boom, en gromde het dier voortdurend. Nu gaat ze recht voor haar baasje liggen. “Ze beschermt me”, zegt Schiedewitz.

Gevraagd hoe hij bij de Gedächtnisstätte terechtkwam, vertelt Schiedewitz dat hij zich al lang interesseert voor ‘de geschiedenis van mijn volk’. Op jonge leeftijd las hij Wahrheit für Deutschland, een boek uit 1964 waarin de bekende Holocaust-ontkenner Udo Walendy wil aantonen dat Duitsland geen schuld draagt voor de Tweede Wereldoorlog. “Dat was voor mij een fundamentele ervaring. Daardoor dacht ik: waarom worden we in het naoorlogse Duitsland zo voorgelogen? Als je de schuld van de oorlog krijgt, kunnen ze alles met je doen. Zo is mijn politieke interesse ontstaan.”

Overheidspropaganda

Schiedewitz denkt dat historici in het naoorlogse Duitsland mee moesten gaan met wat in zijn ogen overheidspropaganda is: dat Duitsland schuldig is aan de oorlog. “Als je anders dacht, dan had je geen beroepskansen”, zegt hij. “Een handvol historici heeft zich van de hoofdrichting weten los te worstelen.” Aan die historici geeft de Gedächtnisstätte volgens hem een podium. “Dit is een plek die schoolklassen zouden moeten bezoeken”, zegt hij. “Maar dat doen ze niet. Omdat de kinderen moeten horen dat hun grootouders slechte mensen waren. Dat de Duitsers zwaar getroffen zijn en offers hebben gebracht, dat wordt ze niet bijgebracht.”

Volgens Schiedewitz mogen ook het nationaalsocialisme en fascisme bij de Gedächtnisstätte door een andere lens bekeken worden. “Ik beoordeel dat niet zoals het algemeen gezien wordt”, zegt hij. “Men hoort ‘fascisme’ en denkt: verschrikkelijk, verschrikkelijk. Maar sommige zaken waren destijds goed geregeld, bijvoorbeeld de gezinspolitiek. Dat de vrouw niet bestraft werd als ze gewoon een kind wilde en thuis wilde blijven om te zorgen.” Ook kan hij zich vinden in de nationalistische aard van het fascisme, het weren van immigratie en het vooropstellen van de eigen cultuur: “We moeten orde scheppen in de wereld.”

Hond Alma springt op en begint weer te grommen als een man voorbij loopt. “Nu is het eindelijk eens klaar!”, roept Schiedewitz naar het dier. Met wat tegenzin gaat Alma weer voor haar baasje liggen. “Het is een echte herdershond”, zegt Schiedewitz zichtbaar trots. Het ras is gefokt, legt hij uit, om zijn herder trouw te volgen en te beschermen. “Alma is raszuiver”, zegt hij. Uitbundig lachend voegt hij eraan toe: “Die term is alleen nog toegestaan als je het over honden hebt.”

Contact met veroordeelde neonazi’s

De inlichtingendienst in Nedersaksen, waar Wolfram Schiedewitz vandaan komt, beschouwt hem als een rechts-extremist en houdt hem al jarenlang in de gaten. Hij zou naar bijeenkomsten in het nazi-buurtcentrum Heideheim in Hetendorf gaan en lijkt, in ieder geval via de vereniging Gedächtnisstätte, contacten te hebben met rechts-extremistische organisaties als de Schlesische Jugend. Uit een rouwadvertentie zou blijken dat hij in contact stond met twee veroordeelde neonazi’s. “Die kwamen echt uit de terroristische marge van de neonazi subcultuur”, zegt hoogleraar Botsch.

Via Schiedewitz kwam Susanne een aantal jaar geleden bij de organisatie. Ze had net haar vader verloren, een man die volgens haar net zo zwijgzaam was als haar opa. Haar opa werkte tijdens de oorlog voor het naziregime. “Daar werd nooit over gesproken”, zegt ze. “En die zwijgzaamheid, die groeit door.” Bij een lezing van Karl Schachtschneider, een hoogleraar staatsrecht die actief is in het nieuw-rechtse spectrum rond de politieke partij Alternative für Deutschland (AfD), vertelde Schiedewitz haar over de Gedächtnisstätte. “Ik dacht meteen: dit is het, we moeten de oorlog herinneren”, zegt ze. “We moeten het niet verzwijgen. Pas dan kan iedereen helen die van na de oorlog is.”

Voor het overlijden van haar vader hield Susanne zich nauwelijks met de Tweede Wereldoorlog bezig. Maar inmiddels gelooft ook zij dat Duitsland geen bijzondere schuld draagt voor de oorlog. “In een oorlog zijn alle betrokkenen tegelijkertijd schuldig en getroffen. Dat zie je nu ook bij de oorlog tussen Rusland en Oekraïne”, zegt ze. “Maar dat leer je niet op school, want dat is hier niet gewenst. Ze willen dat je gelooft dat je opa of vader slecht is, een dader. Dat is het narratief van de regering.” Het bewijs daarvoor zou zijn dat er in Duitsland, op de Gedächtnisstätte na, volgens Susanne geen monument is dat het Duitse leed herdenkt.

Belachelijk maar effectief

Dat is volgens expert Gideon Botsch onzin. “Die claim is belachelijk, maar heel effectief. Effectief, omdat mensen erin willen geloven, en niet alleen neonazi’s.” Volgens Botsch was er na de oorlog, met name in West-Duitsland, juist relatief veel aandacht voor het Duitse slachtofferschap. Zo staat er op het Theodor-Heuss-Platz in West-Berlijn, waar hij opgroeide, een monument met een brandende fakkel erop. “Dat is voor de ontheemden gebouwd, lang voordat we überhaupt spraken over een Joods monument voor de slachtoffers van de Shoah.”

Het zomerfeest van de Gedächtnisstätte wordt ieder jaar gehouden ter ere van het Handvest der Ontheemden, opgesteld in augustus 1950. Het richtte zich in 19 talen aan ‘de volkeren van de wereld’, die de christelijke plicht zouden hebben om zich te bekommeren om het lot van de Duitse ontheemden – ‘de hardst getroffenen door het leed van deze tijd’, aldus de tekst van het handvest. De tekst was ondertekend door verschillende NSDAP-activisten en leden van de SS die in het Oosten betrokken waren geweest bij de holocaust. Zij richtten ook de Federatie voor Ontheemden op, waar Paul Latussek later vicevoorzitter van werd.

Volgens Gideon Botsch kregen organisaties van ontheemden in de naoorlogse jaren volop overheidssubsidie. Zowel West- als Oost-Duitsland wilde een snelle integratie van deze groepen. De organisaties stonden bekend om hun Heimatabende, culturele avonden. “Daar dansten zij de oude dansen, droegen hun traditionele kleding”, zegt Botsch. “Zulke bijeenkomsten waren een enorme verbindende kracht, tot in de jaren tachtig.” Ook wetenschappelijk onderzoek werd goed gefinancierd. “Een van de grootste onderzoeksprojecten in de Duitse sociale geschiedschrijving is een zevendelig werk over de ontheemden”, zegt hij. “Veertig jaar geleden konden we alleen maar hopen op zoveel geld voor kritisch onderzoek naar het naziverleden.”

Enige slachtoffergroep

Pas in de jaren negentig kwam er kritiek op het Handvest der Ontheemden. Schrijvers Micha Brumlik en Ralph Giordana stelden dat het handvest de ontheemden als de enige slachtoffergroep van de oorlog afschildert en dat het vaag blijft over de eigen bijdrage aan het nationaalsocialistisch bewind. In die periode, legt Botsch uit, werden de naoorlogse nationaalsocialistische sentimenten eindelijk echt uitgedaagd door een meer accurate, wetenschappelijke blik op het verleden. Dat had decennia op zich laten wachten, mede doordat aanhangers van het naziregime ook na de oorlog veelal machtsposities bekleedden.

Daarbij bleef de Duitse bevolking lang terughoudend over de Duitse schuldvraag. De onverwachte knieval van oud-bondskanselier Willy Brandt, in 1970 tijdens de herdenking van de opstand in het Joodse getto in Warschau, werd wereldwijd gezien als een belangrijke stap in het erkennen van de Duitse schuld. In Duitsland veroorzaakte het gebaar grote ophef. Uit een enquête die het tijdschrift Der Spiegel in die tijd uitvoerde, bleek de helft van de ondervraagden het gebaar van Brandt overdreven te vinden.

Als Joodse jongen in de jaren zeventig hoorde Gideon Botsch op school veel over das Deutsche Schicksal, ‘het Duitse noodlot’, en maar weinig over de Holocaust. Ondertussen worstelde zijn gemeenschap met diepe trauma’s. “Mijn generatie weet hoezeer onze families getekend zijn door het naziverleden.” Pas jaren later zag hij de aandacht toenemen. In 1992 begon de kunstenaar Gunter Demnig het ‘struikelstenen’-project, de goudkleurige gedenkstenen in het trottoir voor slachtoffers van het naziregime. Twee jaar later werd ontkenning van de Holocaust illegaal in Duitsland. In Berlijn opende in 2003 het Joods museum en twee jaar later het Holocaust-monument.

Thüringen artikel Beeld Chuan Ming Ong
Thüringen artikelBeeld Chuan Ming Ong

Jezelf confronteren met het verleden

Volgens Botsch zijn zulke monumenten belangrijk om de samenleving te blijven herinneren aan de gevaren van het nationaalsocialisme. En dat is essentieel voor een gezonde democratie. “We leven nog altijd in een post-nationaalsocialistische samenleving”, zegt hij. “Mensen die deel uitmaken van deze samenleving moeten op de één of andere manier de confrontatie aangaan met zichzelf, met de geschiedenis van dit land en waarschijnlijk met het verleden van hun familie, als die niet volledig uit het buitenland komt. Maar zelfs dan moet je jezelf met het naziverleden van Duitsland confronteren, omdat je deel uitmaakt van de samenleving.”

Toch bestaan er in Duitsland zorgen dat de voormalige DDR nog steeds achterloopt in de ontwikkeling van zulke democratische structuren. “Dat maakt de Oost-Duitse deelstaten aantrekkelijk voor rechts-extremisten”, zegt Botsch. De afgelopen jaren waarschuwen de inlichtingendiensten dat het oosten van het land steeds meer een voedingsbodem voor extreem-rechts wordt. De invloed van extreme demonstraties tegen vluchtelingen en de coronamaatregelen is er groot. Ook wijken bekende neonazi’s steeds vaker uit naar het oosten van Duitsland. “Zij geven de voorkeur aan een omgeving waar het burgers minder uitmaakt wat ze uitspoken.”

Al bij het oprichten van de Gedächtnisstätte in 1992 hadden de oprichters Latussek en Haverbeck voor ogen dat Oost-Duitsland een geschikte plek zou zijn voor de organisatie. “Het was onze inschatting dat mensen in het westen minder open zouden staan voor onze boodschap”, vertelt Latussek tijdens het zomerfeest. “In het oosten heeft men een veel beter nationaal bewustzijn dan de West-Duitsers hebben. Ook vandaag nog. We leefden onder het DDR-regime, wij hebben ons verzet. De wens voor één sterk Duitsland is groot.”

De ophef waaide over

Na de eeuwwisseling week de organisatie van het West-Duitse Vlotho, de woonplaats van Haverbeck, uit naar de oostelijke deelstaat Saksen. In 2011 kocht een donateur voor de Gedächtnisstätte de villa in Guthmannshausen, een oude landbouwschool, van de Oost-Duitse deelstaat Thüringen. Dat uitgerekend de deelstaat vastgoed aan de controversiële organisatie verkocht, veroorzaakte grote ophef in het parlement. Maar de ophef waaide weer over en drie jaar later bouwde de organisatie, zelfverzekerd over haar toekomst, het monument in de tuin.

Ondanks de zorgen in de deelstaat Thüringen over de vereniging, lijken de buren in Guthmannshausen zich nauwelijks druk te maken. Het dorp lijkt weinig mee te krijgen van het zomerfeest. In de verlaten straten klinkt slechts het geluid van kerkklokken in de verte en van scharrelende kippen in de tuinen. De rokerige geur van de barbecue leidt naar een paar gezinnen in een achtertuin. Zij zien de verhoudingen tussen de Gedächtnisstätte en het dorp positief: de één heeft weleens zijn verjaardag in de tuin van de villa gevierd, de ander zijn bruiloft.

“Voordat zij hier kwamen bekommerde niemand zich om het oorlogsmonument voor de gevallenen van het dorp”, zegt een zongebruinde man, die gekleed in een blauwe overall en kaplaarzen in de tuin werkt. “Zij hebben de bloemen verzorgd en kransen neergelegd, heel fijn”, zegt hij. “Niemand marcheert hier op kistjes door het dorp hoor, we hebben er geen last van”, valt zijn vrouw hem bij. Het stel wil zonder naam in de krant, omdat ze niet met de vereniging in verband gebracht willen worden.

Het monument bij  Guthmannshausen. Beeld
Het monument bij Guthmannshausen.

Oorlogsgeschiedenis ophemelen

Van de kritiek op de Gedächtnisstätte hebben ze weleens gehoord. “Dat daar nazi’s komen die de oorlogsgeschiedenis ophemelen”, zegt hij. Toch vindt hij het goed dat ze de geschiedenis van de ontheemden herdenken. De meeste dorpelingen komen uit een familie van ontheemden, vertelt hij. Ook hijzelf; zijn vader was vijf toen zijn gezin zich hier vestigde vanuit Breslau. “Ze vertrokken met acht paarden maar zijn onderweg zo vaak bestolen dat ze hier met een rugzakje aankwamen”, vertelt hij. “Ze moesten van voor af aan beginnen.”

Het monument in de tuin van de villa heeft het stel weleens bezocht. “Dat men de vrouwen en kinderen die door bommen zijn omgekomen herdenkt, wat is daar erg aan?”, zegt de vrouw, terwijl ze het tuinhek opent voor de klagende huiskat. De man zucht. “Maar ja, wat erachter steekt, dat weten we niet”, zegt hij. “Ze zullen er vast andere gedachten bij hebben. Dat is de geschiedenis waar we hier mee moeten zien te leven.”

De namen van Susanne en de buurtbewoners zijn bekend bij de hoofdredactie

Lees ook: De invloed van extreem-rechts binnen Duitse veiligheidsdiensten blijkt veel groter dan gedacht

Honderden medewerkers van Duitse veiligheidsdiensten hebben extreemrechtse sympathieën, zo blijkt uit nieuw onderzoek.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden