Fraudedienst

Europa heeft vanaf vandaag een eigen Openbaar Ministerie, en kan nu zelf subsidiefraude aanpakken

Sloveense burgers tijdens een protest tegen premier Jansa, afgelopen vrijdag. Jansa weigerde de benoeming van twee Europees aanklagers goed te keuren.  Beeld EPA
Sloveense burgers tijdens een protest tegen premier Jansa, afgelopen vrijdag. Jansa weigerde de benoeming van twee Europees aanklagers goed te keuren.Beeld EPA

De lancering van het Europees Openbaar Ministerie is een mijlpaal in de geschiedenis van Europa. Het vergde jaren van het overwinnen van wantrouwen, ook vanuit Nederland.

Redactie Trouw

Als dinsdag de gloednieuwe mailbox van het Europees Openbaar Ministerie voor het eerst opengaat, stroomt hij waarschijnlijk meteen over. Want hoewel er al een jaar of acht sprake is van een dienst die fraude met Europees geld goed kan bestrijden, was hij er tot nog toe niet. Nu moeten 22 openbaar aanklagers met een flink aantal gedelegeerde officieren in de Europese deelstaten tegelijk oude én nieuwe fraudezaken napluizen.

Maandag kon Daniëlle Goudriaan, die namens Nederland als Europese aanklager werkt op het nieuwe Europees Openbaar Ministerie in Luxemburg, nog wel even bellen. Maar vanaf dinsdag, verwacht ze, zal ze het daar voorlopig te druk voor hebben. Dan loopt ze aan tegen de achterstand waarvan berekend is dat hij zo’n drieduizend zaken groot is. Welke daarvan ook daadwerkelijk in behandeling worden genomen, moeten ze binnen een paar dagen beslissen.

Van veel geld krijg je vaak ook veel fraude

Officieel heet het Europees Openbaar Ministerie EPPO, het European Public Prosecutor’s Office. De lancering ervan is een mijlpaal in de Europese geschiedenis. Het vergde jaren van voorbereidingen en van het overwinnen van wantrouwen, ook in Nederland, waar de politiek lang aarzelde met het overdragen van juridische bevoegdheden aan een Europees bureau. Uiteindelijk zei ook Den Haag, net als 22 andere lidstaten, ja tegen het Europese parket voor fraudebestrijding.

Alle landen die meedoen hebben een vertegenwoordiger in Luxemburg. Samen vormen zij het college van het EPPO en houden ze toezicht op de onderzoeken. In het eigen land zijn nog een aantal ‘gedelegeerde aanklagers’ die de onderzoeken doen.

Goudriaan verhuisde maanden geleden al naar Luxemburg. De opbouw van de organisatie is al enige tijd gaande. Nu komt het aan op het echte werk. “Er gaat ontzettend veel geld om in Europa”, zegt ze. “Dat houdt ook in dat er veel fraude voorkomt.” Er was – en dat is er nog steeds – een eigen anti-fraudedienst, Olaf geheten, maar die kan niet zelf zaken vervolgen. Als het zaken aanbracht bij justitie van de lidstaten, moest het maar afwachten of die daar ook echt werden opgepakt.

Een moeilijke start

EPPO moet zich gaan bezighouden met fraudezaken die de belangen van de Europese Unie schaden, daterend vanaf 20 november 2017. Fraude met Europees geld is de Europese Commissie al jaren een doorn in het oog, maar optreden ertegen was tot nog toe lastig. “We mogen optreden tegen btw-fraude boven een bedrag van 10 miljoen euro die in minstens twee EU-landen heeft plaatsgevonden, en de subsidiefraude en corruptie en witwassen die met al deze fraude gepaard gaat”, zegt Goudriaan. Ze heeft in haar carrière in de fraudebestrijding gezien dat criminaliteit steeds internationaler wordt, ook deze vorm ervan.

Goudriaan, gebrand op ‘mensen die vinden dat regels niet voor hen gelden’, was voor ze haar Europese baan kreeg landelijk coördinerend officier van justitie corruptiebestrijding in Nederland. “Het grote voordeel van deze Europese instantie is ook dat wij tussen de EPPO-lidstaten geen officiële rechtshulpverzoeken hoeven in te dienen”, zegt ze. Het Europees Openbaar Ministerie kan daardoor, hoopt ze, veel efficiënter werken.

Vijf landen doen niet mee

De start van het werk van Goudriaan en haar 22 Europese collega’s in Luxemburg gaat niet helemaal eenvoudig. Van het gevraagde budget van 56 miljoen werd slechts 44,9 miljoen toegekend. Vijf landen doen bovendien niet mee aan het project: naast Zweden, Ierland en Denemarken zijn dat ook Polen en Hongarije, twee landen waar volgens veel aanwijzingen niet al het Europese geld op de juiste manier wordt uitgegeven.

Maar ook de medewerking van Slovenië loopt niet op rolletjes. Dat land neemt in juli het Europees voorzitterschap op zich en staat daardoor extra in de belangstelling. Dat de Sloveense premier Janek Jansa de afgelopen week weigerde om twee gedelegeerde aanklagers van EPPO goed te keuren, viel daarom in Brussel behoorlijk op. Ook in Slovenië trouwens, waar de Sloveense minister van justitie vorige week vanwege deze kwestie haar ontslag indiende.

“We hopen dat er snel mensen worden benoemd in Slovenië”, zegt Goudriaan, die over de kwestie niet veel meer kwijt wil dan: “Heel vervelend”. Vorige week was het hoofd van de nieuwe fraudedienst, Laura Kovesi, een stuk scherper. Die noemde het een ‘gebrek aan eerlijke samenwerking’ van de kant van Slovenië.

Lees ook:

Laura Kovesi, de Roemeense die strijdt tegen corruptie, mocht in 2019 haar land niet verlaten

Het Roemeense anti-corruptieboegbeeld Laura Kövesi ligt in eigen land onder vuur want ze zou steekpenningen hebben aangenomen. “Dit is bedoeld om mij de mond te snoeren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden