Trouw-correspondent Christoph Schmidt in de Europese wijk in Brussel.  Beeld Jildiz Kaptein
Trouw-correspondent Christoph Schmidt in de Europese wijk in Brussel.Beeld Jildiz Kaptein

EssayAfscheid van Brussel

EU-correspondent Christoph Schmidt zegt Brussel vaarwel: ‘Er gaan vaak ook dingen goed. Goed genoeg’

Na acht jaar stopt Christoph Schmidt als EU-correspondent in Brussel. In dit afscheidsstuk­­ overdenkt hij de crises, maar vooral de hardnekkige vooroordelen. ‘Vaak gaan er ook dingen goed, in ieder geval goed genoeg.’

Op een bitterkoude lentemiddag in 2013 – zondag 7 april om precies te zijn – ben ik aan het inchecken in hotel La Légende aan de Brusselse Lombardstraat. Over een paar weken mag ik beginnen aan de mooiste baan ter wereld: correspondent in Brussel voor Trouw. De komende dagen ga ik daarvoor op (huur)huizenjacht. Er zijn vervelendere klussen.

Terwijl ik bij de receptie wacht op de sleutel valt mijn oog op een stapel krantjes, New Europe geheten. De steunkleur is blauw. Ik val met mijn neus in de boter: een krant vol EU-nieuws!

‘Dalligate deepens’, luidt een kop op de voorpagina. Het stukje, dat de lezers naar een groter artikel verderop in de krant moet lokken, luidt als volgt. “The Dalligate affair is proceeding in the courts at two levels, ECJ and the Belgian Prosecutors, it also unveils political opportunism behind the scenes, which is equally if not more serious than the real facts, gravely exposing the European People’s Party, which may be seeking to remove an Italian socialist from OLAF and return the anti-fraud body back into German EPP hands, and this may be behind the departures in OLAF’s supervisory body.”

Mijn hemel.

Ik ga het niet eens vertalen, want dat zal niemand verder helpen. Wat stáát hier in vredesnaam? Natuurlijk, ook ik kende de borreltafelverhalen over die ondoorgrondelijke Brusselse bubbel met zijn afkortingen en jargon. Maar nu word ik er wel heel plompverloren mee geconfronteerd (voor degenen die echt willen weten waarover het gaat: typ ‘Dalligate’ in een zoekmachine).

Mijn enthousiasme om snel opwindende EU-stukken te gaan tikken, slaat na één blik op dat krantje om in koudwatervrees. Geven de fameuze ‘nonnen in Vught’ ook EU-taalles? Is mijn correspondentschap gedoemd te mislukken? Hoe lang zal het duren voordat ik ingevoerd genoeg ben om zo’n artikeltje meteen te begrijpen? En als dat moment ooit aanbreekt, ga ik dan zelf ook zulke stukjes tikken? De faalangst slaat mij om het hart.

Nu moet ik alleen maar grinniken om dat krantje, dat hier met vergeelde randen voor me ligt, als een souvenir van die eerste bange momenten. Dat ik inmiddels weet wat alle begrippen in die tekst betekenen, doet niets af aan de onbegrijpelijkheid ervan. Gelukkig lag het niet aan mij.

Opeenvolging van crises

Als je na acht jaar stopt als EU-correspondent in Brussel, ga je een aantal zaken op een rijtje zetten. Allereerst trekt die opeenvolging van crises aan je voorbij, als een B-film met een overdaad aan spanningsbogen: nasleep van de eurocrisis, de bijna-grexit, de migratiecrisis, de terreuraanslagen, de brexit-slapstick, de coronacrisis. Vergeet ik niks? Het hield nooit op.

Die overdosis aan crises gaf ook voedsel aan toenemende euroscepsis. Vooral in Nederland groeiden de ergernissen, vol stereotiepen soms, over luie zuiderlingen die niet met geld kunnen omgaan, homofobe oosterlingen die met datzelfde EU-geld frauderen, en over het EU-systeem als geheel dat in 2015/2016 geen vat kreeg op ruim een miljoen migranten die via Griekenland vrijelijk door de Schengenzone banjerden. Het was allemaal de schuld van die ‘ongekozen eurocraten in Brussel’, die in volstrekte duisternis hun wanbeleid voeren.

null Beeld Joren Joshua
Beeld Joren Joshua

Is het inderdaad zo donker in Brussel? Zijn er in die periode van nachtelijke crisisvergaderingen, deadlines die steeds maar weer werden uitgesteld (alleen brexit al…) en steeds weer andere randen van andere afgronden die in zicht kwamen inderdaad momenten geweest dat ik me ‘ingevoerd genoeg’ voelde in die mysterieuze Brusselse wereld uit dat ene onbegrijpelijke krantenstukje?

Exit Varoufakis

Zoiets gaat vooral geleidelijk. Maar dat is saai. Daarom hier toch twee concrete gebeurtenissen, heuse Momenten van Inzicht die de zogenaamd abstracte EU-wereld tastbaar hebben gemaakt. Ze hebben – ahum – een muur neergehaald tussen dat Gevreesde Ondoorgrondelijke, en mijzelf.

Even terugspoelen naar een zomerse middag in 2015, zaterdag 27 juni. Op zaterdagen is er normaal gesproken niets te beleven in de Europese wijk. Maar het is crisis, eentje die alweer een eeuwigheid geleden lijkt: de Griekse.

Filmbeelden zijn er niet. Toch zie ik tot op de dag van vandaag voor me hoe Yanis Varoufakis, de Griekse minister van financiën van dat moment, in een crisisvergadering zit met zijn ambtgenoten uit de achttien andere landen die met de euro betalen.

Dan gebeurt het. Varoufakis schuift kalm zijn stoel naar achteren, staat op en loopt zwijgend de zaal uit, met de van hem bekende flamboyante tred. Hij zal die dag niet meer terugkeren, maar afscheid van zijn collega’s neemt hij niet. ‘Alsof hij naar de wc liep’, zo vertelt mij de dag erna een woordvoerder die erbij was.

De Griek heeft zojuist te horen gekregen dat zijn euro-ambtgenoten, onder voorzitterschap van Jeroen Dijsselbloem, ‘nee’ zeggen tegen zijn verzoek om het bestaande internationale steunprogramma voor Griekenland met een maand te verlengen zodat zijn regering een referendum kan houden over het vervolg. In plaats van woedend zijn papieren bij elkaar te grissen en met deuren te slaan, zoekt hij naar de meest dramatisch-minachtende manier om zijn collega’s zijn hielen te laten zien.

‘Alsof hij naar de wc liep.’

Dergelijke woorden branden zo’n beeld op je netvlies, ook al heb je het zelf niet gezien.

Zo ziet een conflict, waarmee, behalve miljarden euro’s, de levens van miljoenen mensen zijn gemoeid, er dus uit in Brussel. Dit is het ultieme beeld van een ‘grexit’, al werd Griekenland in de maand daarna alsnog binnenboord gehouden in de eurozone (vraag niet hoe). Maar die zaterdagse ‘varoufexit’ stortte Griekenland wel in de financiële chaos, met banken die dicht moesten en radeloze gepensioneerden die niet bij hun geld konden.

Brussel op z’n best

Brexit
De grootste tegenslag in het Europese samenwerkingsproject is door de afgeslankte EU met uitzonderlijke eensgezindheid afgehandeld. Van de spreekwoordelijke ‘verdeeldheid’ was nu eens geen sprake, waardoor hoofdonderhandelaar Michel Barnier kon uitgroeien tot een brexit-zonnekoning. Al maakten de stuntelende Britten, die nog steeds niet lijken te weten wat ze precies willen, die Brusselse eensgezindheid wel erg makkelijk.

Corona
Gezien alle beperkingen (wat betreft gezondheidszorg of lockdowns bestaat de EU eigenlijk niet) heeft ‘Brussel’ snel en flexibel gehandeld. Begrotingsregels gingen meteen overboord. steunpakketten werden snel opgetuigd. De centrale EU-inkoop van vaccins kreeg eerst veel kritiek, maar die verstomt. De digitale EU-covid-certificaten voor deze zomer zijn met een recordsnelheid tot stand gekomen.

Hoorzittingen
Alle kandidaat-Eurocommissarissen worden onderworpen aan een streng examen door het Europees Parlement. Er sneuvelt er altijd wel één. Hoewel dit proces niet vrij is van vieze partijpolitieke spelletjes, zou je wensen dat Nederlandse kandidaat-ministers (die soms evenmin op een kieslijst stonden) ook zo’n openbare democratische vuurproef ondergaan.

Een tweede beeld. Het zal in het voorjaar van 2016 zijn geweest. Het brexit-referendum is in aantocht. Toenmalig Brits premier David Cameron hoopt tijdens een EU-top in Brussel nog wat knikkers van de andere EU-landen af te troggelen om daarmee in eigen land te kunnen pronken tijdens zijn ‘remain’-campagne.

Laat ik hier eerst even het algemene beeld schetsen van zo’n tweedaagse Europese top van regeringsleiders. De premiers, presidenten en bondskanseliers worden normaal gesproken op donderdagmiddag de militaire vesting binnengereden die de Europese wijk bij die gelegenheden is. Ze stappen uit, doen hun jasje en dasje recht en leggen tegenover een batterij camera’s een persverklaring af.

Het lange wachten

Zoals gebruikelijk houdt Cameron het bij een staccato, zorgvuldig uit het hoofd geleerd spervuur van woorden, bedoeld voor zijn thuispubliek. Samen te vatten als: “Hiervoor ga ik allemaal knokken tijdens deze top, voor het Britse volk, want het is een schande wat Brussel ons nu weer aandoet”. En weg is hij.

Vervolgens begint voor ons soort mensen het lange wachten. Terwijl de regeringsleiders ergens op een bovenverdieping achter gesloten deuren vergaderen en (werk)dineren, zijn wij afhankelijk van het roddelcircuit. Wat eten ze? Maken ze ruzie? Hamert iemand met een schoen op tafel?

De laatste jaren heeft dat roddelcircuit zich deels verplaatst naar vooral Twitter, maar de toegevoegde waarde van echt fysiek aanwezig zijn bij zo’n top zijn de woordvoerders en andere EU-functionarissen die soms hun gezicht laten zien in het perscentrum op de begane grond van het raadsgebouw. De voorzitter van de Europese Raad die zo’n top leidt (op dat moment Donald Tusk, sinds december 2019 Charles Michel) heeft de populairste woordvoerder.

Rugby-scrum van journalisten

Die moet zich als Lady Gaga of Leo Messi voelen als hij ‘naar beneden’ komt, zoals dat heet. In een mum van tijd wordt hij omringd door een rugby-scrum van journalisten die allemaal willen weten hoe het ervoor staat daarboven, want onze deadline nadert. Het is zaak om de draaideur waar die woordvoerder op onvoorspelbare tijdstippen verschijnt, goed in de gaten te houden. Kom je te laat, dan is de meute al zo groot dat je hooguit in de verte nog een haarpiek van die EU-popster kunt ontwaren, maar hem verstaan lukt dan al niet meer.

De afspraak over dit soort bijpratertjes is dat ze off the record zijn: je mag de informatie van zo’n woordvoerder wel gebruiken voor je artikel, maar zijn of haar naam of nationaliteit mag er niet bij. Eigenlijk mag op geen enkele manier te herleiden zijn uit welke hoek de uitspraken komen.

Terug naar Cameron. Die had bij aankomst tegenover de pers dit en dat gezegd, keurig in de plooi. Maar wat zegt hij nu, rond middernacht, tegen zijn vermoeide mede-regeringsleiders, als wij er niet bij zijn?

Gelukkig sta ik dit keer centraal genoeg in de scrum rond Tusks woordvoerder als een collega die vraag stelt. Ik ben daar ook wel benieuwd naar. Een beetje kritische journalist is opgegroeid en opgeleid met de gedachte dat de boven ons gestelde machthebbers dingen voor ons verborgen houden en op persconferenties zoete broodjes bakken, terwijl ze elkaar voor rotte vis uitmaken als de camera’s uitgaan.

Dus, meneer de woordvoerder, wat zei David Cameron nou écht, daarboven? We zijn hier toch off the record, of niet soms? Ik zie hem nadenken. “Ongeveer hetzelfde als wat hij tegen jullie zei.” Hij lijkt een beetje teleurgesteld in zichzelf, omdat hij niets beters voor ons in petto heeft dan dit magere antwoord.

Brusselse bliksemflits

Wat hij niet weet, is dat hij mij heeft getroffen met zo’n typisch Brusselse bliksemflits. Het is de langzaamste bliksemflits ooit, want ik heb het niet meteen in de gaten. In de maanden daarna denk ik vaak aan die woorden terug en dringt de betekenis ervan tot me door.

Ik weet dat hij de waarheid spreekt. Dit is precies zoals het werkt op zo’n top.

Ik zie dat beeld nog steeds, bij elke Europese top. Ik zie de regeringsleiders zitten, hoe gesloten hun deuren ook zijn. Ze zitten in een grote kring. Een voor een krijgen ze het woord. Als ze aan de beurt zijn, dreunen ze ongeveer dezelfde woorden op als tegenover ons. Diplomatieke taal, kan hard zijn, maar nooit over de schreef.

Sindsdien hoor ik vaker dat zelfs tijdens de allerhoogst oplopende conflicten binnen de EU alle betrokkenen beleefd blijven, ook al lopen de emoties soms hoog op. Op het allerhoogste niveau gebeurde dat in 2015, tijdens de migratiecrisis, en bij de laatste EU-top nog, ruim een week geleden. Toen de Hongaarse lhbti+-wet aan de orde kwam, waren er volgens premier Rutte ‘weinig droge ogen’ in de zaal toen zijn Luxemburgse ambtgenoot Bettel, getrouwd met een man, over zijn jeugd vertelde.

Brussel op z'n slechtst

Migratiebeleid
Dat blijft de grootste schandvlek van de Europese politiek: het onvermogen om gezamenlijk tot een deugdelijk asiel- en migratiebeleid te komen. De nationale visies blijven onverenigbaar. Gevolg: migranten blijven verdrinken in de Middellandse Zee, mensensmokkelaars blijven cashen, kansloze asielzoekers blijven komen, hun uitzetting blijft stokken. Echte vluchtelingen zijn de dupe. Een bedroevende vertoning.

Veto-chantage
Cyprus blokkeerde vorig jaar sancties tegen Wit-Rusland omdat het land gelijksoortige strafmaatregelen eiste tegen Turkije, in een heel andere zaak. Dit jaar ligt Hongarije steeds dwars bij de benodigde unanimiteit voor onder meer kritische verklaringen over China. Polen en Hongarije blokkeren elke tekst waarin een woord als ‘gender-gelijkheid’ voorkomt. Het is internationale ‘diplomatie’ op z’n allerlelijkst.

Stoere resoluties
In zijn pogingen belangrijk te lijken, maakt het parlement zich weleens belachelijk. Zo nam het voor de verkiezingen van 2019 een resolutie aan met de plechtige belofte dat het niet zou instemmen met een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie als die géén ‘spitskandidaat’ is geweest (onder wie Frans Timmermans en Manfred Weber). Vervolgens ging een (krappe) meerderheid toch gedwee akkoord met Ursula von der Leyen, die door de regeringsleiders uit de hoge hoed was getoverd.

Maar dat zijn uitzonderingen. Het schrikbeeld dat mij in 2013 beving in die hotelreceptie, bij dat krantenstukje vol abracadabra, het beeld ook dat ik in het begin van zo’n Europese topontmoeting had, kantelt. Dat was het beeld van twee gescheiden werelden: de aangeharkte wereld waarin wij, pers en publiek, ons bevinden, versus de schimmige wereld van besloten bijeenkomsten, benen op tafel, gevloek en getier, koehandel, bedenkelijke deals die het daglicht niet kunnen verdragen en onbegrijpelijke teksten vol EU-jargon.

Die blijken samen te vallen, of beter gezegd: die andere wereld is, deels althans, óók aangeharkt. Met de nadruk op ‘voor een deel’. Uiteraard wemelt het in de binnen- en buitenlandse politiek, ook in Brussel, van de achterkamertjes, de koehandel en het duistere uitruilen van principes, zaken die wij nooit te zien krijgen.

Oester

Maar toch. Als er één vooroordeel is over de EU dat ikzelf ook had, maar dat gaandeweg aan gruzelementen is gevallen, is het wel dat die Brusselse bubbel onbegrijpelijk, ingewikkeld en vooral als een oester zo gesloten zou zijn. Zeker, je hebt een paar maanden nodig om erin te komen. Maar dan ontdek je dat het wel meevalt met dat gebrek aan transparantie waarover iedereen buiten Brussel het heeft.

Veel deuren staan wijd open, bij het Europees Parlement, de Europese Commissie of bij de beruchte ‘lobbyisten’. Alleen blijken weinigen op die deuren te zijn afgekomen. Iedereen denkt op voorhand dat die deuren toch wel potdicht zullen zijn, en schrijft vervolgens een stukje over een gebrek aan transparantie.

Charles Michel voorzitter van de Europese Raad in een videovergadering met onder andere de Hongaarse premier Viktor Orbán (in het scherm rechtsboven). Beeld AP
Charles Michel voorzitter van de Europese Raad in een videovergadering met onder andere de Hongaarse premier Viktor Orbán (in het scherm rechtsboven).Beeld AP

Mijn opvolger Romana Abels is door de wol geverfd: ze heeft onder meer acht jaar op de parlementaire redactie in Den Haag gewerkt. Zij toonde zich na haar recente aankomst in Brussel vooral verbaasd over het hoge aantal persbriefings dat hier week in week uit door jan en alleman wordt gegeven, en waarin technisch ingewikkelde materie geduldig wordt uitgelegd aan het journaille. Zoiets schijn je in Den Haag niet te hebben.

Vooroordelen die wel kloppen

Geërgerd heb ik mij vaak genoeg. Want jawel hoor, sommige (voor)oordelen vanuit de borreltafel blijken te kloppen. De landbouwlobby is een gruwelijk monster. De autolobby heeft ons allen een loer gedraaid met dieselgate, wat zeg ik, een loer gedraaid: ze heeft talloze onnodige doden op haar geweten. Zowel de Europese als de nationale toezichthouders hebben het laten gebeuren. De Europese Commissie is soms wel degelijk die hiërarchische, bureaucratische mammoettanker die velen erin vermoeden, snel op de teentjes getrapt bovendien.

Met het Europees Parlement kreeg ik een haat-liefderelatie. Talloze Europarlementariërs doen belangrijk en ondergewaardeerd werk, in dienst van de EU-bevolking, als tegenmacht van egoïstische lidstaten en een soms halfslachtige Europese Commissie. Maar sjongejonge, wat weet dat instituut zich soms belachelijk te maken met holle resoluties, afgrijselijke ‘debatten’ en protserig, Calimero-gedrag.

Allemaal waar. Maar minstens zo vaak zou ik die borreltafel willen toeschreeuwen: mensen, er gebeuren ook echt goede dingen in Brussel en ze zijn transparant voor iedereen.

Gepolariseerd

Vooral rond verkiezingen merk je hoe gepolariseerd het debat over de EU is geworden: je schijnt óf eurofiel te moeten zijn, óf eurofoob, meer smaken zijn er niet. ‘Moet Nederland in de EU blijven of niet?’, was de enige ‘buitenland’-vraag in een van de kieswijzers voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart.

Wat een niveau.

Terwijl echt álle wezenlijke politieke kwesties van deze tijd in Brussel liggen, niet in Den Haag: klimaatbeleid, asiel en migratie, internationale handel, digitalisering, (cyber)terrorisme, samen optrekken tegen rivalen als China en Rusland.

Ja, er is bij die loodzware onderwerpen van alles aan te merken op EU-beleid. Dat ligt dan trouwens vaak niet aan ‘Brussel’, maar aan nationale politici in andere Europese hoofdsteden, ook al zo’n misverstand dat menig corrigerende tik aan borreltafels rechtvaardigt. Maar vaak gaan dingen ook goed, in ieder geval goed genoeg om de machine – met ieders goedvinden, ook van nationale regeringen en parlementen – draaiende te houden en de meest existentiële crises steeds maar weer te boven te komen.

Dit is geen hartstochtelijke liefdesverklaring, nee. De EU laat zich nu eenmaal lastig beminnen. Maar dat veel mensen dat fascinerende politieke laboratorium, met al zijn mislukte én geslaagde experimenten, al zijn vallen en opstaan, zo hartstochtelijk kunnen haten – dat zal ik nooit begrijpen.

Christoph Schmidt (1966) studeerde economie in Amsterdam en journalistiek in Rotterdam. Hij werkte voor onder meer Associated Press en Radio Nederland Wereldomroep voordat hij in 2007 bij Trouw begon als eindredacteur. In 2011 stapte hij over naar de economieredactie.

Zijn correspondentschap in Brussel begon in juni 2013. Dit najaar schuift Schmidt aan bij de parlementaire redactie in Den Haag, van waaruit hij ook de Navo en EU-buitenland- en -defensievraagstukken zal volgen.

Lees ook:

Van Striproute tot crêpes uit Molenbeek, Brussel door de ogen van Trouw-correspondenten

Naast EU-thuishonk is Brussel ook een fijne stad. Enkele insider tips van vertrekkend Trouw-correspondenten Christoph Schmidt en Marijke de Vries.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden