Taalbarrière

English only in België: optie of illusie?

Beeld Maus Bullhorst

Vlamingen spreken steeds minder Frans, terwijl de Walen altijd al weinig Nederlands spraken. Kunnen de Belgen elkaar straks nog verstaan? Of moet het Engels hen redden?

Toen Sophie Wilmès eind oktober aantrad als interim-premier van België twitterde ze: “Ik ben mij bewust van de verantwoordelijkheid dat [sic] dit met zich meebrengt. (…) Ik zal alles in het werk stellen om in stabiliteit de continuïteit van de periode van lopende zaken te verzekeren.”

Het kromme, omfloerste Nederlands in dat eerste bericht leidde in Vlaanderen tot spottende, maar weinig verbaasde, reacties. Wilmès is Franstalig, maar woont in het Vlaamse Sint-Genesius-Rode. Toch onttrekt ook zij zich niet aan het beeld van de hakkelende Franstalige Belg, wiens Nederlands ver achterblijft bij het Frans van de gemiddelde Vlaming.

Zet een Vlaming en een Waal aan een tafeltje en ze zullen in veruit de meeste gevallen onderling Frans spreken. Of binnenkort Engels, voorspelt hoogleraar filosofie Philippe Van Parijs van de Universiteit van Louvain-la-Neuve.

Het Engels als oplossing voor de Belgische taaltwisten. Van Parijs publiceerde er in 2018 een boek over: ‘Belgium. Een utopie voor onze tijd’. Een boek dat gelijktijdig in het Nederlands en in het Frans werd gepubliceerd. Door de opkomst van het Engels zal de motivatie voor Walen en Vlamingen om elkaars taal te leren alleen maar verder dalen, denkt hij. “Zowel Walen als Vlamingen beheersen die taal gemiddeld beter dan de taal van hun landgenoten. Het is onvermijdelijk dat men elkaar straks beter begrijpt in het Engels dan in een van de landstalen.”

De voortekenen daarvoor zijn er nu al. Frans is weliswaar nog altijd de eerste – verplichte – moderne taal die Vlamingen al vanaf groep zeven van de basisschool leren, maar de achteruitgang is voelbaar. Anderhalf jaar geleden bleek uit onderzoek van de KU Leuven dat amper de helft van de leerlingen aan het eind van de basisschool de normen voor Franse lees- en spreekvaardigheid haalt.

Op middelbare scholen is het niet veel beter. In december luidden meer dan veertig docenten Frans aan Vlaamse hogescholen en universiteiten de noodklok over de zorgwekkende toestand van het Frans in het Vlaamse onderwijs. Tot nu toe kregen leerlingen minstens vier, soms zelfs vijf of zes uur per week Frans in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Maar sinds dit jaar hebben scholen meer vrijheid om in de eerste klas ook al Engels te ­geven, waardoor volgens de veertig ­docenten op veel plaatsen nog maar drie uur Frans wordt gegeven.

Dat klinkt als een drama voor een op papier tweetalig land, maar het is juist een geweldige kans, zegt Van Parijs. “Engels is de gelegenheidstaal bij uitstek voor Belgen, want een ‘mish mash’ van Frans en Nederlands.” Een neutraal alternatief in een land waarin taal altijd voor strijd heeft gezorgd. “In België is taal altijd onderdeel geweest van de identiteit, met name voor de Vlamingen die in hun eigen taal wilden kunnen studeren en regeren. Engels is nooit onderdeel van die identiteit geweest en moet dat ook niet worden, het is enkel en alleen een instrument om vlotter te kunnen communiceren.”

In de praktijk pakt het vaak al zo uit, zegt Van Parijs. Tussen jongeren gaat het spontaan. Neem de klimaatmarsen waarbij de Vlaamse Anuna De Wever in het Engels communiceerde met haar Waalse vriendin. “In de wandelgangen van het federaal parlement hoor je jonge parlementair medewerkers onderling Engels spreken: de een kan de taal van de ander niet spreken en de ander wil het niet.”

Luistertaal of maximintaal

Ook in Wallonië wint het Engels terrein, constateert Laurence Mettewie, universitair hoofddocent Nederlandse taalkunde aan de Université de Namur. Nederlands is er niet eens een verplicht vak. Middelbare scholieren kiezen tussen Nederlands, Duits en Engels. Koos tien jaar geleden nog bijna de helft van de eersteklassers Nederlands (46 procent), in 2016 was dat nog maar 37 procent. De keuze voor Engels steeg van 51 naar 60 procent.

Toch is Mettewie minder enthousiast over het Engels als antwoord op de Belgische communicatieproblemen. “Het lijkt een gemaksoplossing, maar ik vraag me af hoe werkbaar het is. In het ‘globish’ – het is feitelijk geen Engels wat er onderling gesproken wordt – vallen nuances juist weg.”

Het zou volgens haar buitengewoon dom zijn om de andere landstalen (naast Nederlands en Frans is Duits de derde landstaal) bij het grofvuil te zetten. “Het is een illusie dat ‘English only’ een optie zou zijn. Wie wil handelen met de buren – of het nu landgenoten of buurlanden zijn – zal hun taal moeten kennen. Dat is een economische realiteit. Jan- en Jean-met-de-pet spreken onvoldoende Engels.”

Vlaamse scholen die lesuren Frans opofferen voor Engels zouden daarover moeten nadenken, stelt ze. “Ouders en leerlingen willen liever een internationale taal leren, hoor je vaak. Dat kan wel zijn, maar is dat je verantwoordelijkheid als school? Als je tieners laat bepalen wat er in de schoolkantine te koop is, kiezen ze vettige hamburgers met friet, maar misschien is het de rol van de school om te zorgen voor groenten en vitaminen in het aanbod. Dat geldt ook voor het onderwijs in de landstalen.”

Daarbij is de keuze om in het Engels te communiceren in de Belgische context helemaal niet neutraal, stelt Mettewie. Belgische politici die onderling in het Engels zouden onderhandelen, geven symbolisch hun taal op. Zeker vanuit het Vlaamse perspectief offer je dan de taal op – die taal waarvoor zo hard gevochten is om hem in de politiek, het onderwijs en het gerecht te kunnen gebruiken – zelfs als de andere kant van de tafel het ook doet.”

Toen Sophie Wilmès eind oktober aantrad als interim-premier van België twitterde ze: “Ik ben mij bewust van de verantwoordelijkheid dat [sic] dit met zich meebrengt. (…) Ik zal alles in het werk stellen om in stabiliteit de continuïteit van de periode van lopende zaken te verzekeren.”Beeld AFP

Maximintaal

Als het in België over taal gaat, gaat het nooit alleen over taal, zegt Mettewie. “Taal is slechts het topje van een historische ijsberg. De rest van die berg bestaat uit politieke belangen en daaronder de socio-economische machtsverhoudingen die in de loop van de twintigste eeuw compleet zijn omgeslagen van een Waals naar een Vlaams overwicht. Dus als er aan dat topje wordt geknabbeld – in dit geval aan het aantal lesuren Frans – betekent dit dat er daaronder ook iets gebeurt.”

Voor de toekomst van België zou het daarom beter zijn als men – bijvoorbeeld in de politiek –zou kiezen voor de methode van de ‘luistertaal’, waarbij ieder zijn eigen taal spreekt maar wel een goed begrip heeft van de taal van de ander, zegt Mettewie. “Als het je te doen is om communicatieve efficiëntie, is dat een betere optie dan een ‘basic English’, omdat je veel meer diepgang in een gesprek kunt brengen en nuances beter uit de verf komen. Bovendien toon je daarmee respect voor elkaars taal. Ik weet dat die methode nu al op sommige ministeries wordt gebruikt als er een overleg is tussen de Nederlandstalige en Franstalige gemeenschap.”

Van Parijs ziet dat anders. “‘Elk zijn eigen taal’ klinkt mooi. Maar als de ander je niet begrijpt, schakel je over naar een taal die hij wel begrijpt. In dat geval delft het Nederlands altijd het onderspit”, stelt hij. Het Frans is in die constellatie namelijk altijd wat hij de ‘maximintaal’ noemt: de Vlaming spreekt wel een beetje Frans, de Waal slecht Nederlands, en dus zullen drie Vlamingen en één Waal vrijwel altijd Frans spreken. “Door Engels te spreken voorkom je dat één van de twee talen dominant wordt.”

Dit mechanisme van de maximintaal verklaart ook waarom Vlaanderen officiëel eentalig is en moet blijven, legt hij uit. “Vlaanderen heeft zijn ‘taalterritorialiteit’ nodig. Als men daar toestaat dat anderstaligen er in het openbare leven in het Frans of het Engels kunnen functioneren, zullen deze talen op den duur het Nederlands verdringen. Dan krijg je een vicieuze cirkel waarin de dominante taal steeds dominanter wordt.”

België is nooit een tweetalig land geweest en gaat dat ook niet worden, zegt Van Parijs, die zelf overigens perfect tweetalig is, en daarnaast ook het Engels, Duits, Spaans en Italiaans machtig is. “De kennis van de andere landstaal blijft een troef op de arbeidsmarkt, zeker in Brussel. Maar we moeten niet meer dromen van een ‘Belgique de bompapa’ dat nooit heeft bestaan. Goede kennis van de andere landstaal zal in Wallonië een elitefenomeen blijven en zal dat in Vlaanderen worden.”

Over de taalgrenzen heen

Het feit dat Vlamingen en Walen daardoor niet of nauwelijks weten wat er in het andere landsdeel speelt, is een realiteit waarmee de Belgen moeten dealen. “Het is een feit dat er weinig interesse in elkaar is. Zelfs Franstalige Brusselaars volgen amper wat er in Wallonië gebeurt. Dat komt omdat België een sterk gedecentraliseerd land is. Wat wel een probleem is, is dat we niet goed met elkaar communiceren over federale en Europese thema’s en het Engels biedt daar mogelijkheden.”

Laurence Mettewie vindt die houding te fatalistisch. Het gebrek aan een gezamenlijke publieke ruimte (en daarmee aan een maatschappelijk debat over de taalgrenzen heen) is bij uitstek een politieke keuze. Een keuze die ruimte creëert voor negatieve stereotypen en de landsdelen verder uiteendrijft.

Zo werd Mettewie, geboren en getogen in een Vlaams dorp maar thuis in het Frans en Italiaans opgevoed, onlangs aangesproken door een buurman omdat ze naar een Franstalige radiozender luisterde in de tuin. “Of ik wel een ‘goede Vlaming’ was. Ik was eerst een beetje geshockeerd, ik woon daar al mijn hele leven. Daarna heb ik op ironische wijze geantwoord dat ik de beste Vlaming in de straat ben omdat ik elke dag naar Wallonië reis om daar geld te verdienen met het promoten van onze cultuur.”

Voorzichtig optimisme

Volgens haar zijn er wel degelijk ingrepen mogelijk die het wederzijdse onbegrip en de desinteresse kunnen verminderen. “Waarom ondertitelen de openbare omroepen hun programma’s niet in de andere landstalen, zoals Arte met Duits en Frans doet? Dat is een kwestie van financiering en daarmee van politieke wil.”

Daarmee is Van Parijs het wel eens. Ook hij pleit voor veel meer ondertiteling op tv. “Dat is ook nodig voor die sterkere ‘demos’. Want we moeten in België veel meer debatteren over de zaken die ons wel allemaal aangaan, over federale en Europese zaken.” Hij verwacht ook dat technologische ontwikkelingen zoals Google Translate, waarmee hele artikelen vertaald kunnen worden, daarbij zullen helpen.

Maar ook als het gaat om het leren van de andere landstalen is er reden voor voorzichtig optimisme, meent Mettewie. “Ik zie brugfiguren opduiken voor wie die tweetaligheid een identitair gegeven is. Niet alleen elite­figuren, maar ook volksere types als de voetballers Vincent Kompany en Romelu Lukaku, en rapper Zwangere Guy.” In het regeerakkoord van de Franstalige regering wordt gepleit voor een publiek debat over het verplicht ­leren van een van de andere landstalen – Nederlands of Duits dus, geen Engels – vanaf groep vijf van de basisschool.

Wat betreft de uitvoering ziet Mettewie nog wel wat beren op de weg: Waalse scholen hebben nu al moeite om voldoende geschikte leraren Nederlands te vinden.“Ik sluit niet uit dat we in België uiteindelijk gedwongen zullen zijn met elkaar te communiceren in het Engels, met alle negatieve gevolgen van dien. Maar ik hoop het niet.”

Lees ook:

Verdwijnt de Nederlandse taal in Brussel? ‘Het vak Nederlands wordt gehaat’

In tweetalig Brussel holt de kennis van het Nederlands achteruit. Bijna driekwart van de ambtenaren spreekt de taal niet of nauwelijks, op Franstalige opleidingen is het een verplicht vak, maar wordt het gehaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden