ReportageKolenwinning

Een oorlog woedt in Oost-Oekraïne, maar de mijnwerkers willen door. ‘Niemand geeft om ons’

De wisseling van de ploeg bij de lift. De schacht van Tsentralnaja reikt naar een diepte van 1026 meter, waarmee de kolenmijn van Toretsk tot de diepste van de Donbas-regio wordt gerekend. Beeld Adriaan Backer
De wisseling van de ploeg bij de lift. De schacht van Tsentralnaja reikt naar een diepte van 1026 meter, waarmee de kolenmijn van Toretsk tot de diepste van de Donbas-regio wordt gerekend.Beeld Adriaan Backer

In de Oost-Oekraïense regio Donbas dalen dagelijks duizenden mijnwerkers af in een duistere, hete, stoffige wereld. De mannen zijn trots op hun harde werk, maar nu de oorlog bovengronds voortduurt groeit de angst dat het einde van de kolenindustrie nadert.

In het schemerduister van de doucheruimte zit een groepje mannen op de grond. Ze zijn spiernaakt. Hun lichamen zijn zo zwart dat alleen het bleek van hun ogen zichtbaar is — en af en toe het opgloeien van een sigaret. Een aantal mijnwerkers verbergt het hoofd in de handen. Anderen staren wezenloos voor zich uit.

Buiten, een kilometer of vijf van de kolenmijn, kronkelen loopgraven door de velden. Het zijn de stellingen van het Oekra­iense leger, dat zich verschanst heeft aan de rand van Toretsk, een stadje met zo’n vijfentwintigduizend inwoners. Terwijl de militairen zich verdedigen tegen de pro-Russische milities aan de andere kant van het front, strijden diep onder de grond de mijnwerkers van de Donbas tegen de elementen. Maar hoe lang nog?

In de Donbas-regio in het oosten van Oekraïne bevinden zich veel steenkoolmijnen. In het gebied is bovendien al sinds 2014 een oorlog gaande van het Oekraïense leger tegen door Rusland gesteunde separatisten.  Beeld Brechtje Rood
In de Donbas-regio in het oosten van Oekraïne bevinden zich veel steenkoolmijnen. In het gebied is bovendien al sinds 2014 een oorlog gaande van het Oekraïense leger tegen door Rusland gesteunde separatisten.Beeld Brechtje Rood

Onderbroek

In kolenmijn Tsentralnaja staat nochtans driemaal daags een ploeg verse krachten klaar. Zij komen de uitgeputte mijnwerkers aflossen. Om één uur ’s middags verzamelen tientallen mannen zich in de centrale hal, waar een gigantische kroonluchter hangt, en waar de muur versierd is met een hamer en een sikkel. Nadat ze hun werkinstructies voor de dag hebben ontvangen, lopen de mijnwerkers richting garderobe: een grote, bedompte zaal, die volhangt met helmen en overjassen. Alles is er grijs.

“We worden geacht in onze overalls te werken, maar die zijn zwaar. We werken het liefst in onze onderbroek”, aldus Vasili Mas­lov (38). Hij omschrijft zijn functie als ‘mijnwerkers-assistent’. Zodra een nieuwe tunnel is geboord, is het aan Maslov en zijn mannen die te stutten met metalen platen op houten palen. Dat betekent flink sjouwen, in een temperatuur die oploopt tot veertig graden. “Er is weinig zuurstof. Daarom voel je de hitte meer dan boven de grond. We zweten enorm.”

Mijnwerker Vasili Maslov voor zijn dienst in de omkleedruimte van de mijn.  Beeld Adriaan Backer
Mijnwerker Vasili Maslov voor zijn dienst in de omkleedruimte van de mijn.Beeld Adriaan Backer

Vervolgens kan de ‘zabojsjtsjik’, ofwel de kolenhakker, aan de slag. “De hitte, de duisternis en het harde gesteente maken het zwaar”, zegt Aleksandr Kobzev (34), die op het punt staat zijn lamp en gasmeter op te halen. “Ik hak kolen, dat is wat ik doe”, verklaart Kobzev. Dat doet hij op dezelfde manier als de mijnwerkers het een eeuw geleden deden: met de hand, ofwel met een pikhouweel en een pneumatische hamerboor. “Zo zwart als onze huid oogt, zo zijn ook onze longen”, zegt hij.

Een gang richting de hel

De schacht van Tsentralnaja reikt naar een diepte van 1026 meter, waarmee de kolenmijn van Toretsk tot de diepste van de Donbas wordt gerekend. De lift bestaat uit drie getraliede kooien boven elkaar. Als het gevaarte, dat van beneden komt, halthoudt, schijnen de helmlampen van de dicht opeen gepakte mijnwerkers je in het gezicht. Nadat een metalen hek wordt weggeschoven, passeren twintig, dertig beroete mannen hun collega’s van de nieuwe ploeg, die klaarstaan om aan de slag te gaan.

 Mijnwerkers wachten nabij de liftschacht op aanvang van hun dienst.  Beeld Adriaan Backer
Mijnwerkers wachten nabij de liftschacht op aanvang van hun dienst.Beeld Adriaan Backer

De eerste keer naar beneden, met een snelheid waar je oren van suizen, voelt als een gang richting de hel, beaamt Vasili Maslov. “In de tunnels en afgesloten ruimtes heb je soms zulke gevoelens.” “Je denkt vooral aan wat er mis kan gaan”, voegt Aleksandr Kobzev eraan toe. “Wat als de kabel van de lift breekt? Nu weet ik dat er vier kabels zijn.” Praten over zijn duistere gedachten doet hij liever niet. “Er worden weleens grappen gemaakt over de hel. Met dit soort zaken moet je niet spotten.”

De mijnbouw kleurt het landschap van de Donbas. Tussen de uitgestrekte heuvels en glooiende velden van de Oost-Oekraïense regio duikt overal de ‘terrikon’ op: een grijs-bruin gekleurde bult mijngruis. De piramidevormige hoogte wordt steevast vergezeld door de toren van de liftschacht: een metalen constructie met een draaiend rad bovenin. Hoewel de oorlog – die zich al zeven jaar voortsleept, de regio deels ontvolkt, zoemt het onder de grond van de menselijke activiteit. Zo kent Tsentralnaja zes secties, ofwel afdelingen, waar volop steenkool wordt gewonnen. De opbrengst wordt in treinwagons geschept, die elk twee ton, ofwel tweeduizend kilo aan kolen bevatten. Zodra de trein vol is, rolt die over een ondergronds spoor richting de liftschacht. Daar wordt de lading naar het aardoppervlak getakeld. Via een transportband gaan de kolen vervolgens richting de opslag, of ze worden per vrachtwagen naar het spoor gebracht, op weg naar de klant: Oekraïense fabrieken of energiecentrales.

 Het naambord van de kolenmijn Tsentralnaja in Toretsk werd in de nationale kleuren blauw en geel geschilderd toen de oorlog tegen pro-Russische milities begon. Beeld Adriaan Backer
Het naambord van de kolenmijn Tsentralnaja in Toretsk werd in de nationale kleuren blauw en geel geschilderd toen de oorlog tegen pro-Russische milities begon.Beeld Adriaan Backer

De kolenmijnen van Toretsk bieden de enige serieuze werkgelegenheid. En dat was altijd al zo. De eerste schacht werd in 1895 gebouwd, waarmee Tsentralnaja de oudste kolenmijn van de Donbas is. De opdrachtgevers waren Duitse investeerders; een ruïne van een Lutherse kerk op het terrein van de kolenmijn herinnert aan de pioniers van toen. Tsarina Catharina nodigde graag West-Europese industriëlen uit om het ruige, dys­topische landschap van de Donbas te ontginnen. Zij maakten gebruik van goedkope arbeidskracht: de eerste mijnwerkers waren bannelingen of vrijgelaten gevangenen.

Recordopbrengsten

Later, in de Sovjettijd, vierde de kolenindustrie hoogtij. In de Donbas verrezen energiecentrales en allerlei fabrieken die op steenkool gebaseerde producten maken. In 1988 waren er zes kolenmijnen in Toretsk. In Tsentralnaja werd maar liefst 405.000 ton per jaar aan kool gewonnen. De onderscheidingen van de Communistische Partij, voor recordopbrengsten en uitmuntende prestaties van mijnwerkers, hangen prominent in de centrale hal. Hoewel vier van de zes mijnen in Toretsk inmiddels gesloten zijn, werken nog steeds hele families in de mijnindustrie. “Al toen ik op school zat, besloot ik dat ik in de voetsporen van mijn vader zou treden”, aldus Vasili Maslov, wiens ouders en grootouders allemaal een baan hadden in de kolenmijn. De mijnwerkers-school in Toretsk, die hij bezocht, levert nog steeds jaarlijks een nieuwe lichting af.

Zijn collega Aleksandr Kobzev wilde niet, maar hij had geen keus: “Ik moest wel. Ik heb een gezin. Boven de grond is amper werk. Na een tijdje begon het werk me te bevallen. Ik realiseerde me: dit is mijn vak, ik ben hier op mijn plek”, zegt hij.

Dat de mijnwerkers in Tsentralnaja hun uitputtende werk met de hand doen, komt door de samenstelling van de ondergrondse kolenvoorraad. In de meeste mijnen bestaat die uit horizontale segmenten kool, maar onder Toretsk loopt de kolenlaag schuin af. Daarom biedt de veelgebruikte machine bij de winning, de kolensnijder, geen soelaas. De kolenlaag is slechts dun: variërend tussen zeventig centimeter en één meter twintig. Dat betekent dat de mijnwerkers bukkend, soms zelfs kruipend, moeten bikken naar het ‘zwarte goud’.

Mogelijke sluiting

In de Sovjettijd waren mijnwerkers tevreden met medailles, oorkondes en onderscheidingen. Nu worden de mijnwerkers gemotiveerd met geld. Hoe meer kolen de ‘kolenhakker’ loshakt, hoe meer hij verdient. Diens prestaties worden gemeten in eenheden van één bij twee meter. “Hoe lang ik over een lading doe, hangt af van de luchtkwaliteit en de samenstelling van de steenkool”, aldus Aleksandr Kobzev. “Je moet leren waar de kool hard en zacht is, ofwel waar je precies moet beginnen met hakken.” Waar veel van zijn leeftijdgenoten het werk na een paar dagen al opgaven, houdt hij het inmiddels tien jaar vol.

Een mijnwerker verdient gemiddeld tussen tien- en vijftienduizend grivna per maand, schat Vasili Maslov in, ofwel drie- à vierhonderd euro. Dat is voor Oekraïense begrippen niet slecht. Daarnaast lonkt een vroeg pensioen: na 21 jaar ondergronds werken is de mijnwerker gerechtigd te stoppen met werken. Vasili Maslov moet nog vijf jaar; Aleksandr Kobzev is op de helft.

Mijnwerkers poseren vlak na hun dienst. Op het blauwe bord staat: ‘Controleer op gas bij het betreden van de werkplek’.  Beeld Adriaan Backer
Mijnwerkers poseren vlak na hun dienst. Op het blauwe bord staat: ‘Controleer op gas bij het betreden van de werkplek’.Beeld Adriaan Backer

Vraag is of beide mijnwerkers hun pensioen halen. Momenteel wordt in heel Oekraïne nog zo’n 28 miljoen ton kolen per jaar gewonnen; een terugval naar het niveau van de jaren dertig. De sector wordt zwaar gesubsidieerd om hem draaiende te houden, en de mijnbouw wordt steeds duurder. In Tsentralnaja is weliswaar nog een kolenvoorraad, maar die lijkt onbereikbaar. Op meer dan een kilometer diepte kunnen de ventilatoren niet meer opboksen tegen de hitte. Volgens de directie van de kolenmijn kan Tsentralnaja nog een kleine twee decennia mee. Aleksandr Kobzev is sceptisch. “Over drie of vijf jaar zal deze mijn gesloten worden”, verwacht hij.

Oorlogsgebied

En dan is er nog de oorlog. Sinds het voorjaar van 2014 wordt de Donbas doorkliefd door een oorlogsfront dat zo’n vierhonderd kilometer lang is. Hoewel het aantal doden tegenwoordig beperkt blijft, vinden er nog dagelijks beschietingen plaats tussen het Oekraïense leger en door Rusland gesteunde gewapende milities. “We horen het schieten, maar we zijn eraan gewend”, zegt Vasili Maslov. “Aanvankelijk was het indrukwekkend en beangstigend voor iemand als ik, die niet in het leger heeft gediend”, zegt Aleksandr Kobzev. Hij maakt zich vooral zorgen over de economische gevolgen. Zo moest een van de mijnen in Toretsk sluiten, omdat het militaire bewind de levering van explosieven die nodig zijn bij de kolenwinning verbood. En wie zal er ooit investeren in een oorlogsgebied? “Zo beïnvloedt de oorlog ons werk.”

Als ze klaar zijn, gaan de mijnwerkers op weg naar de doucheruimte. Beeld Adriaan Backer
Als ze klaar zijn, gaan de mijnwerkers op weg naar de doucheruimte.Beeld Adriaan Backer

Het merendeel van de kolenmijnen bevindt zich aan de andere kant van het front. De opbrengst daarvan gaat naar Rusland.

Het prestige, dat de mijnwerkers ooit genoten, is verdwenen. “Toen ik opgroeide werden mijnwerkers gerespecteerd”, aldus Vasili Maslov. “Er werd geïnvesteerd in de mijn en er werd voor de mensen gezorgd. Nu voelt het alsof niemand om ons geeft.”

Verval

In Toretsk is het verval zichtbaar. De wijken waar de mijn sloot, zijn verlaten: de mensen nemen niet eens meer de moeite hun flat te koop te zetten. Het programma dat de Europese Unie bedacht, voor de zogeheten transformatie van de mijnsteden in de Donbas, richt zich op steun voor het midden- en kleinbedrijf, en niet op nieuwe industrie. “Als de mijn sluit, sterft de stad” concludeert Aleksandr Kobzev.

Mijnwerker Vasili Maslov zal dus de laatste zijn van de ‘dynastie’, zoals een mijnwerkers-familie in Toretsk wordt genoemd. “Mijn zoon is een grote, sterke jongen, maar ik wil niet dat hij mijnwerker wordt. ‘Dit harde werk is niet voor jou weggelegd’, heb ik hem gezegd.”

Dan stappen ze de kooi in. Het metalen hek wordt dichtgeschoven. Een bevel klinkt, en dan verdwijnen de mannen de duistere diepte in — hun gereedschap omgord, de lamp op hun hoofd ontstoken, een nieuwe werkdag tegemoet.

Lees ook:
Hoe de oorlog in Oekraïne kan uitmonden in een chemische ramp

Terwijl het leger en pro-Russische rebellen doorvechten, blijft de chemische industrie in Oost-Oekraïne gewoon draaien. Experts waarschuwen voor een milieudrama.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden