In april, toen in veel Europese landen een strenge lockdown gold, volgde Zweden een andere coronastrategie en bleef onder meer de horeca open.

AnalyseDe Scandinavische eenheid

Drukke winkels, volle terrassen: waarom de Zweedse corona-aanpak voor ruzie zorgt in Scandinavië

In april, toen in veel Europese landen een strenge lockdown gold, volgde Zweden een andere coronastrategie en bleef onder meer de horeca open.Beeld AFP

Vaak gooien we de Scandinavische landen op één hoop. Maar de coronacrisis bewijst dat Zweden een eigenzinnige koers vaart. Noorwegen, Denemarken en Finland kijken daar met argwaan naar.

De mens is geneigd de wereld te categoriseren in behapbare eenheden. Een zo’n praktische categorie blijkt Scandinavië: Scandinavische welvaart en een Scandinavisch welzijn, Scandinavische vooruitgang, Scandinavisch design, de Scandinavische ­sociaaldemocratie. Makkelijk wel, die hokjes. Totdat ze niet meer volstaan.

Sinds corona is de aanname van een Noord-Europese homogeniteit moeilijk vol te houden. Hoe groot bleken de verschillen in beleidsvoering binnen die verbeelde gemeenschap van de Noordse landen.

Denemarken sloot de grenzen en stuurde alle ambtenaren naar huis. Scholen, cafés restaurants en winkelcentra gingen dicht en de samenkomst van meer dan tien mensen in de buitenruimte werd verboden.

Ook in Noorwegen en Finland bleven alleen de broodnodige voorzieningen open. Kinderen en werknemers zaten waar mogelijk thuis. Finland sloot de grenzen van de meest bevolkte regio, Noorwegen handhaafde een tweeweekse quarantaine voor iedereen die de grens passeerde, burgers mochten met niet meer dan vijf mensen afspreken in het bos en ongehoorzaamheid had torenhoge boetes tot gevolg.

Maar ‘Zweden deed het anders’, zoals reeds breed in de media werd uitgemeten. Aanvankelijk werden evenementen van meer dan vijfhonderd man afgelast, later werd dat aantal vijftig. Verder stoelde Zwedens beleid op bereidwilligheid en individuele verantwoordelijkheid: als iedereen afstand houdt en bij ziekte thuisblijft, was het credo, kunnen scholen, cafés, restaurants, winkels, musea en bioscopen gewoon hun gangbare werkzaamheden voortzetten. Deze strategie wordt tot op heden gehanteerd.

Net zo effectief

Volgens staatsepidemioloog Anders Tegnell zijn deze vrijwillige restricties net zo effectief als de wettelijke elders; data van het Zweedse RIVM wezen uit dat Zweden gedurende de coronaperiode nog zo’n 30 procent van de ‘sociale interacties’ hadden vergeleken met ervoor. Tegnells uitspraak werd ondersteund door de econoom Adam Sheridan van de universiteit van Kopenhagen, die vaststelde dat de ‘economische activiteit’ van Zweedse burgers met ongeveer hetzelfde percentage was afgenomen als die van de Denen.

Natuurlijk was het wel cruciaal dat de verspreiding van het virus zodanig werd afgeremd dat de ziekenhuizen de toestroom van patiënten aan zou kunnen. In die zin was het Zweedse beleid succesvol; ook tijdens de besmettingspiek waren er nog altijd ic-bedden vrij. Al is ook bekend dat het beleid niet alleen een succesverhaal is (geweest); Zweden heeft een aanzienlijk hoger aantal doden per miljoen inwoners (581) dan Denemarken (112), Noorwegen (50) en Finland (62).

‘Neemt Zweden de coronacrisis niet serieus?’ kopte de Deense krant Politiken. De premier van Denemarken, Mette Fredriksen, maande haar burgers vooral niet op skivakantie naar het buurland te gaan.

Beeld illustratie Ilse Van Kraaij

Dat Zweden zo’n ander pad bewandelt wordt doorgaans toegeschreven aan de onafhankelijkheid van overheidsinstanties ­zoals Folkhälsomyndigheten (FHM), het Zweedse equivalent van het RIVM, dat in Zweden in veel grotere mate dan politici het coronabeleid bepaalde. De staatsepidemioloog Anders Tegnell was hier het boegbeeld, niet het staatshoofd.

Tegnell verklaart dat het beleid dat hij voert van ‘epidemische suppressie’ – de spreiding van het virus genoeg indammen om het aantal patiënten aan te kunnen – simpelweg gebaseerd is op de beschikbare wetenschappelijke kennis. En ook al geeft hij toe dat er te veel sterfgevallen in verzorgingshuizen zijn geweest, waar meer gedaan had moeten worden om de verspreiding van de infectie te voorkomen, is er volgens hem nog steeds ‘geen hard bewijs dat een lockdown een groot verschil had gemaakt’. Sinds begin juli daalt het aantal coronadoden in Zweden.

De toestand in Scandinavië

Tussen 10 en 23 september zijn:
... in Zweden (10,2 miljoen inwoners) 4204 nieuwe coronabesmettingen vastgesteld, en stierven 23 Zweden aan Covid-19.
... in Noorwegen (5,4 miljoen inwoners) 1428 besmettingen vastgesteld en vijf Noren overleden aan Covid-19.
... in Denemarken (5,9 miljoen inwoners) 6698 burgers besmet geraakt en 19 burgers overleden aan het virus.

Nederland telde in deze periode bijna 23.000 besmettingen en 63 sterfgevallen. Het aantal doden per miljoen inwoners ligt nu in Zweden op 581, in Denemarken op 112 en in Noorwegen op 50.

De resolute aanpak in Denemarken en Noorwegen waren, zei hij in een interview met The Local Sweden, niet wetenschappelijk onderbouwd. “Het was een politiek besluit. De restricties waren niet de maatregelen die het Deense instituut voor volksgezondheid aanbevolen had. Of het overreactie was of een adequate aanpak weten we pas als dit voorbij is.”

FHM en de regering hebben meermaals benadrukt dat de pandemie een ‘marathon is, geen sprint’, en dat de maatregelen mede met het oog daarop zijn ontworpen: ze moeten lang vol te houden zijn. De psychologische last van een lockdown is, in hun argumentatie, evengoed een risico voor de volksgezondheid.

Scandinavisme

Om de verschillen tussen de Noord-Europese landen te traceren is het zinvol eerst te achterhalen waar dat idee van een noordelijke eenheid eigenlijk zijn oorsprong vindt. Waarom wordt de Noord-Europese regio doorgaans in één adem genoemd?

Het antwoord op die vraag hangt af van vanuit welk perspectief je die benadert, zegt Johan Strang, universitair hoofddocent politicologie en ideeëngeschiedenis aan het Centre for Nordic Studies dat onderdeel uitmaakt van de universiteit van Helsinki. “Vanuit een historisch oogpunt kan je het principe van Norden als een afzonderlijk gebied herleiden naar hoever terug je ook maar wil gaan.” Een mogelijk startpunt is de reformatie en de stichting van Lutherse staatskerken, wat leidde tot een (gedeeltelijke) gelijktrekking van religie en cultuur.

Bezien vanuit een diplomatieke hoek kon het noorden echter eeuwenlang onmogelijk als een gemeenschap worden beschouwd; Zweden en Denemarken waren twee concurrerende rijken die constant met elkaar in de clinch lagen over Noord-Europa en het Baltische Zeegebied. De staten voerden volgens Strang een wereldrecord aantal oorlogen.

Een uitgesproken startpunt van gemeenschappelijkheid ving aan met het Scandinavisme, een politieke beweging van eind negentiende eeuw. De Napoleontische oorlogen hadden Noord-Europa verscheurd: Finland was onderdeel geworden van Rusland, Zweden behoorde nu tot Noorwegen. Strang: “De Scandinavistische beweging had de instelling: make Scandinavia great again.”

De Noord-Europese staten slaagden er niet in een militaire of economische unie te vormen, maar doelden in plaats daarvan op een culturele eenheid. “Vanaf dat moment versnelde het eenwordingsproces”, zegt Strang. “In de twintigste eeuw werd de Noordse raad opgericht en de grenzen voor elkaar geopend, de Noordse landen kregen hun eigen clubje in de Volkenbond, de Noordse wetboeken werden gedeeltelijk gehomogeniseerd. Op veel sociale en politieke vlakken volgden de landen elkaars voorbeeld. Denemarken en Zweden begroeven hun strijdbijl en werden beste vrienden.”

Terug naar het heden; die grote verschillen in bestuurlijke tradities – die in Zweden ertoe heeft geleid dat Anders Tegnell en de volksgezondheidsinstantie aan het roer staan, waar in Noorwegen, Denemarken en Finland dat toch in eerste instantie de regering is – is volgens Strang terug te voeren op historische verschillen in beleidsvoering tussen het Deense en het Zweedse rijk. “Finland en Zweden hebben van oudsher relatief kleine ministeries en autonome, bestuurlijke organen. In Noorwegen en Denemarken oefenen politici doorgaans directe invloed uit op het beleid.”

Dat Finland toch zo’n andere strategie hanteert dan Zweden – waarin de autoriteit voor volksgezondheid wel een grote vinger in de pap heeft, maar het toch premier Sanna Marin is die uiteindelijk de leiding neemt – heeft waarschijnlijk te maken met het recentere verleden. In Finland ligt de ervaring van oorlog vers(er) in het geheugen. Aan het begin van de twintigste eeuw voerde het land een burgeroorlog, tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht het tegen de Sovjet-Unie. Het land blijft op zijn hoede voor het aangrenzende Rusland.

“De les die Finland trok uit de Tweede Wereldoorlog was dat alles goedkomt, zolang iedereen de orders van de staat maar opvolgt. Het volk heeft de verwachting dat de regering prompt en daadkrachtig handelt. Finland is tevens beter voorbereid waar het bijvoorbeeld noodvoorraden betreft. In Zweden ontbreekt die crisisparaatheid.”

Lees ook: Voor ouderen was de Zweedse coronastrategie niet zo succesvol

Een beleid gebaseerd op vrijwillige restricties is volgens de Zweedse theorie langer vol te houden dan een lockdown, intelligent of niet. Covid-19 is niet een ziekte die kan worden uitgeroeid, zegt Tegnell, in ieder geval niet tot een vaccinatie beschikbaar is. Dat kan volgens hem best eens een jaar of twee, drie duren. “Dus moeten we met oplossingen van de lange adem komen die het aantal besmettingen hanteerbaar houden.” Hij blijft achter zijn beleid staan, al geeft hij ook zijn fouten toe.

Complexe verhouding met Zweden

Toch blijft dat onderscheid in bestuurlijke tradities een weinig bevredigende verklaring voor het grote contrast tussen Zwedens coronastrategie en die van de buren. Had Zweden altijd een uitzonderingspositie binnen Noord-Europa? “Het Noordse welvaartsmodel is een model met grote uitzonderingen”, zegt Strang. “In dat opzicht zijn alle noordelijke landen buitenbeentjes.”

De onderzoeker zegt grinnikend de regio te definiëren als ‘een groep landen die allemaal een complexe verhouding met Zweden hebben’. “Voor ons Finnen is Zweden onze dichtstbijzijndste buur met wie we onszelf vergelijken. Voor Noorwegen geldt ongeveer hetzelfde; die delen een cultuur. De Denen zijn Zwedens voormalig aartsvijanden. Stuk voor stuk hebben we een speciale relatie met Zweden, maar ondertussen is het land lang niet zo geïnteresseerd in ons als wij in hen. Daarom hebben wij buurlanden ook de neiging grappen over ze te maken – hoe paternalistisch Zweden zijn, hoe autoriteitsgevoelig, hoe arrogant.”

In Denemarken in het bijzonder hebben de Zweden de reputatie uiterst gedwee te zijn. “Als de volksgezondheidsautoriteit vijf sneeën brood per dag voorschrijft, luidt een Deense anekdote, eten de Zweden vijf sneeën brood per dag. Het stereotype is dat Zweden blind vertrouwen op de staat, die vast weet wat het beste voor ze is.”

Zelfgenoegzaamheid

Dat vertrouwen in de staat zou ook verklaren waarom er nauwelijks binnenlandse opponenten zijn van de Zweedse Sonderweg; dat het land zo’n andere strategie hanteert leidt maar zelden tot kritische vragen of rebellie. Van de staat vergt het op haar beurt een groot zelfvertrouwen; het feit dat ze de crisis zo anders aanvliegt dan de andere landen in Europa.

Dat zelfvertrouwen is iets dat in Zweden veel meer leeft dan in de andere Noordse landen, zegt Strang. De buurlanden nemen eerder de houding aan van een ‘kleine staat’ en volgen het voorbeeld van anderen. “Het verklaren van deze Zweedse zelfgenoegzaamheid is een van de moeilijkste maar meest opwindende onderwerpen voor filosofen en historici met een interesse in de Noordse landen”, meent Strang.

Zijn eigen theorie noemt hij er een van temporaliteit. “Tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw was Zweden het rijkste land in Europa. Het land stond bekend om het sociaaldemocratische welvaartsmodel. Anderen keken naar Zweden als de samenleving van de toekomst en streefden ernaar dit model te kopiëren. Als het land zelf de toekomst is, is de gedachte, dan is een blik naar het buitenland voor Zweden als een blik in het verleden. Daarom trekken de beleidmakers zich weinig van anderen aan. ‘De rest zal later wel beseffen dat wij het bij het juiste eind hadden’, is de gedachte.”

Wij Noord-Europese landen houden allemaal van Zweden, zegt Strang. “We kijken tegen het land op.” Toch ziet hij langzaam verschuivingen, die een jaar of tien geleden hun intrede deden. “Sinds de vorige vluchtelingencrisis en nu met de coronapandemie worden vraagtekens gezet bij het eerder onomstreden Zweedse model. Zweden biedt voor een groeiende groep Noord-Europeanen minder een utopisch en eerder een dys­topisch toekomstperspectief. Grote delen van Denemarken, maar ook Noorwegen, vinden Zweden te liberaal. Te naïef in het openstellen van haar grenzen voor vluchtelingen, te naïef in de afwikkeling van de ­coronacrisis. Zwedens buren waren kleine broertjes die opkeken tegen hun grote broer. Nu zijn het kleine broertjes die niet meer weten wiens voorbeeld ze moeten ­volgen.”

Enquêteresultaten van peilingenbureau YouGov wezen afgelopen zomer uit dat 71 procent van de Noren en 61 procent van de Denen het belangrijk vonden Zweedse toeristen te weren. Dat percentage lag hoger dan waar het bezoekers uit Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk gold.

Zullen de meningsverschillen die zich tijdens de huidige crisis hebben voorgedaan blijvend effect hebben op de onderlinge Noord-Europese relaties? Ja en nee, zegt Strang. “Op politiek en sociaal niveau zullen de disputen niet lang aanhouden. Noordse politici zullen elkaar de hand schudden en overgaan tot de orde van de dag. Families die aan twee kanten van de grens wonen zullen hun levens gewoon weer oppakken.”

Meer grenscontroles

Wat Strang wel zorgen baart is de grenspolitiek waar de Noordse regio en landen elders in Europa mee zijn gaan spelen. “Het Noorden heeft al sinds de jaren ’50 een paspoortunie, veel eerder dan dat Europa vrij vervoer van mensen en goederen introduceerde. Tot de vluchtelingencrisis leverde dat geen problemen op, maar nu is er al een paar jaar sprake van een afwisselend instellen en opheffen van grenscontroles in Noord-Europa. En dat kan wél permanent de relaties schaden. Zou jij nog voor een baan solliciteren, een cultureel evenement organiseren of in een bedrijf investeren in een grensgebied? Waarschijnlijk niet.”

Nu al tekenen de effecten van dit grensbeleid zich af. Noren verkopen hun zomerhuisjes in Zweeds Lapland, Denen verhuizen weg van Malmö en terug naar Kopenhagen. “Het principe van een Noordse eenheid is altijd nauw verbonden geweest met de paspoortunie. Het was de grootste prestatie van de Noord-Europese coöperatie. Maar wat blijft er van die eenheid over als de grenzen sluiten? In Europa betekenen dichte grenzen vooral een stop op de vrije handel. In het noorden zou dit het einde van ons onderlinge vertrouwen betekenen.”

Terwijl het zo uniek is, zegt Strang: de mate van culturele integratie tussen de Noordse landen. “Het is iets waar de EU nog van kan leren: Noord-Europa heeft geprobeerd mensen te verbinden, in plaats van economieën.”

Lees ook: 

‘Menig tragedie in Zweden had voorkomen kunnen worden met een betere coronastrategie’

De Zweedse oud-staatsepidemioloog Annika Linde is kritisch op de coronastrategie van haar opvolgers. ‘De autoriteiten zijn niet in staat geweest bewoners van verzorgingstehuizen voor het virus te behoeden.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden