RecensieGeschiedenis

Dresden kreeg de volle laag

Sinclair McKay heeft oog voor de mensen in Dresden voor, tijdens en na het bombardement.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog hadden de strijdende partijen de mechanisering van de vernietiging steeds beter in de vingers. Op 27 januari 1945 stuitten oprukkende Russische troepen op de dodenfabriek van Auschwitz. Ruim twee weken later, op 13 en 14 februari, wierpen Britse en Amerikaanse vliegtuigen hun bommenlast af boven de Duitse stad Dresden. Van lukraak droppen van explosieven was al lang geen sprake mee. Stilaan kon men beter richten. Bij het Bomber Command van de Britse Royal Airforce onder leiding van de weinig ontziende Arthur ‘Bomber’ Harris was een aparte afdeling operationeel onderzoek druk met de statistische analyse van allerhande gegevens die een aanval opleverde. Tegenover zoveel precisie stond het toevoegen van bestanddelen aan bommen die de chaos en ellende op de grond moesten vergroten. Vulkanische vuurstormen moesten de vijand zoveel angst aanjagen dat de steun onder het regime uiteindelijk zou wegvallen.

De Britse historicus Sinclair McKay laat dit soort militaire details niet onbesproken in zijn boek ‘Vuur en duisternis. Het bombardement op Dresden’, maar hij concentreert zich 75 jaar na dato gelukkig vooral op de verhalen van de mensen.

Luchtmachtmensen voelden zich bij alle risico’s meer levend dan ooit. Terwijl de vuurzuil boven de stad tot anderhalve kilometer hoogte reikte, supersonische schokken mensen aan stukken scheurden, overlevenden als fakkels dwaalden door wat vroeger straten waren, kon het in schuilkelders nog gaan over iets onbenulligs als dat paar mooie kousen dat mogelijk verloren was gegaan.

Wie weet van de hel van Pforzheim?

Alleen al bij de eerste van drie aanvalsgolven kwam 880 ton bommen neer op Dresden. In totaal zouden bij alle bombardementen op de stad tussen de 18.000 en de 25.000 doden vallen. Ook bij al die persoonlijke belevenissen valt op dat zelfs de mens tegen het einde van de oorlog tot op zekere hoogte was gemechaniseerd: de routine van de tocht naar de schuilkelders, de mate van organisatie in een net weggevaagde stad in een Derde Rijk dat op haar laatste benen loopt, de gewenning bij vliegtuigbemanningen aan gevaar van missies ver in vijandelijk gebied, het emotieloos uitvoeren van instructies door de meesten van hen.

Sinclair McKayBeeld Liam Bergin

Eigenlijk heeft de uitgebreide aandacht, die het bombardement op Dresden al driekwart eeuw krijgt, iets vreemds, relativeert McKay zijn eigen boek. Tien dagen later lieten de geallieerde vliegtuigen bijvoorbeeld explosieven vallen boven het kleinere Pforz-heim in het Zwarte Woud. Daar was de in een paar uur tijd aangerichte schade verhoudingsgewijs groter: 17.600 mensen lieten het leven, 83 procent van de bebouwing in het hart van de stad was na afloop verwoest. Wie weet van deze hel van Pforzheim?

Het heeft alles te maken met de alom bejubelde schoonheid van het oude Dresden. De door de stad betoverde bezoekers, die spraken van ‘een juwelenkistje’ en ‘Florence aan de Elbe’. Velen hielden het voor onbestaanbaar dat juist zo’n prachtplaats, waar cultuur en wetenschap floeerden, doelwit zou worden. Veel Dresdenaren dachten dat ze veilig waren. Zij waren banger voor het Rode Leger dat in hoog tempo oprukte in hun richting.

Morele overwegingen vervaagden

Dat Dresden toch de volle laag kreeg droeg bij aan de verontwaardiging achteraf. Het bombardement kreeg een plekje in de literatuur: Kurt Vonnegut, zelf als Amerikaans krijgsgevangene ooggetuige, baseerde zijn roman ‘Slachthuis Vijf’ voor een groot deel op zijn eigen herinneringen. Harry Mulisch bedacht voor ‘Het stenen bruidsbed’ een Amerikaanse piloot die later als tandarts naar een congres in Dresden moest.

Er ontstond al snel een discussie over de rechtvaardiging voor bombardementen als die op Dresden en over de schuldvraag. Hadden de Duitsers het allemaal over zichzelf afgeroepen? Was de Sovjet-Unie niet de eigenlijke opdrachtgever met het verzoek om de Duitse aanvoerlijnen, waaronder infrastructureel knooppunt Dresden, lam te leggen? Of draafden de Britten en Amerikanen door? McKay stelt dat oorlogen hun ‘eigen, misselijkmakende stuwkracht’ ontwikkelen. Als dat een geldig verweer wordt, kunnen alle internationale straftribunalen zichzelf vandaag nog opheffen. Al heeft de auteur ook niet helemaal ongelijk. Morele overwegingen vervaagden tijdens de oorlog. Al vroeg koos de Luftwaffe voor haar luchtaanvallen op Groot-Brittannië graag de in Baedeker-reisgidsen met drie sterren aangemerkte bezienswaardigheden uit.

Oordeel: Militaire en menselijke geschiedenis zonder sterk moreel oordeel. 

Sinclair McKay
Vuur en duisternis. Het bombardement op Dresden
Vert. Maarten van der Werff, Brenda Mudde Atlas Contact; 440 blz. € 29,99

Lees ook:

Kees Verhulst (96) maakte het bombardement van Dresden mee: ‘De hemel was zo helder verlicht, het leek alsof het dag was’

Het grote bombardement op Dresden vannacht exact 75 jaar geleden, maakte Kees Verhulst (toen 22, nu 96) op enkele kilometers afstand mee. Als dwangarbeider werkte hij in een wapenfabriek vlakbij die stad. 

Geallieerde bommen maakten de meeste slachtoffers: ‘Ik zie de lichamen nog liggen’

Hengelo werd in de Tweede Wereldoorlog tientallen keren getroffen door geallieerde bommen, een lot dat ook veel andere Nederlandse steden trof. Over de ‘vergissingsbombardementen’ werd niet gepraat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden