InterviewNeil McCulloch

Door hoge brandstofprijzen slaat wereldwijd de vlam in de pan. Toch is het ergens goed voor

Recente protesten door riksja-chauffeurs tegen de sterk gestegen brandstofprijzen in de Pakistaanse stad Lahore. Beeld AFP
Recente protesten door riksja-chauffeurs tegen de sterk gestegen brandstofprijzen in de Pakistaanse stad Lahore.Beeld AFP

Overal op de wereld zijn protesten om hoge brandstofprijzen. Nu door de oorlog in Oekraïne, maar als we af willen van fossiele brandstoffen, hebben we ook hoge prijzen aan de pomp nodig, zegt ontwikkelingseconoom Neil McCulloch. Dat belooft nog wat.

Seije Slager

In Sri Lanka is de president inmiddels op de vlucht geslagen, in Ecuador wist het staatshoofd zich tot nu toe te handhaven. In het steeds verder in chaos wegzakkende Haïti is er al een jaar geen echte president meer om te verjagen, alleen een vervanger die ook niet echt greep op de gebeurtenissen lijkt te hebben – daar trokken de demonstranten de straat op zonder duidelijk doel voor hun woede.

De Duitse minister van binnenlandse zaken Nancy Faeser vertelde deze week nog dat haar regering zich voorbereidt op nieuwe onlusten, door de gestegen energieprijzen. “Natuurlijk bestaat het gevaar dat diegenen, die al in de coronatijd hun verachting voor de democratie uitschreeuwden”, vertelde ze aan het Handelsblatt, “de sterk stijgende prijzen misbruiken om mensen mee te mobiliseren”.

Dat de fors gestegen brandstofprijzen wereldwijd de politiek angst aanjagen, is duidelijk. Wie een blik over het wereldnieuws laat gaan, ziet dat overal protesten en rellen uitbreken. Brandstofprijzen zijn niet altijd de enige reden voor de protesten – in Sri Lanka had de onvrede met president Gotabaya Rajapaksa zich al heel lang opgebouwd, om verschillende redenen. Er loopt bovendien geen heel duidelijke scheiding tussen protesten die zich specifiek tegen de brandstofprijzen richten, en protesten die zich meer in het algemeen tegen de gestegen kosten van het levensonderhoud richten – gestegen brandstofprijzen werken door in de hele economie, en zorgen ervoor dat alle andere prijzen ook stijgen.

Al maanden zijn er in Sri Lanka protesten en rellen tegen brandstoftekorten en de rol van de heersende klasse daarin, met name tegen de machtige Rajapaksa-familie en premier Ranil Wickremesinghe. Beeld Reuters
Al maanden zijn er in Sri Lanka protesten en rellen tegen brandstoftekorten en de rol van de heersende klasse daarin, met name tegen de machtige Rajapaksa-familie en premier Ranil Wickremesinghe.Beeld Reuters

Een paradox

Maar vaak is het toch de schrik aan de pomp die de vlam in de pan doet slaan. En het is in ieder geval een politieke wetmatigheid dat gestegen brandstofprijzen leiden tot meer politieke onrust, bevestigt de Britse ontwikkelingseconoom Neil McCulloch, die dat al jaren turft, en er veel over publiceert. Hij specialiseert zich in energiebeleid in arme landen.

Het is overigens ietsje gecompliceerder dan dat een hogere prijs aan de pomp automatisch leidt tot onrust, leerde McCulloch uit zijn data. Daar bleek namelijk iets paradoxaals uit: juist de landen die de brandstofprijs met subsidies op een kunstmatig laag niveau fixeren, krijgen vaker te maken met brandstofprotesten.

McCulloch: “Het voordeel van zo’n aanpak is dat het consumenten helemaal beschermt tegen de wereldmarkt. Tot het punt dat de regering moet zeggen: we kunnen het ons niet meer veroorloven.” Er zijn namelijk nauwelijks regeringen die zich zoiets op de langere termijn kunnen veroorloven, weinig dingen zijn immers zo duur als brandstofsubsidies. Als er dan een aanpassing komt, is het gelijk een grote prijsschok. En juist die schok levert vaak protesten op.

Rust op korte termijn, onrust op de lange

Toch zijn toezeggingen om de brandstofprijzen te subsidiëren en zo de prijzen aan de pomp laag te houden vaak de manier waarop regeringen de onrust bezweren. Je zag dat de afgelopen weken bijvoorbeeld in Ecuador. Het land werd wekenlang platgelegd en de regering beloofde uiteindelijk toch weer meer brandstofsubsidies. Het brengt op de korte termijn rust, maar legt op de lange termijn de basis voor nieuwe protesten.

Als je het puur economisch bekijkt is het ook om andere redenen geen slim beleid, aldus McCulloch. Je subsidieert er namelijk ook de benzine mee die de eigenaar van een Rolls-Royce in zijn bolide giet. Het beste zou zijn om de prijzen helemaal aan de markt over te laten, en dan de mensen die financieel in de problemen komen te compenseren met directe betalingen.

Dat het in de politieke praktijk iets lastiger ligt, snapt McCullogh ook wel. Politici willen niet alleen de stemmen van arme mensen, maar van iedereen. “Bovendien komt zo’n aanpak erop neer dat je van politici vraagt om tegen de mensen te zeggen: ‘Ik ga jullie pijn doen, maar maak je geen zorgen, want ik ga je ook een pleister geven’, en dat is niet echt een boodschap waar politici heel enthousiast van worden.”

Burgers wordt niets gevraagd

Evengoed stemt de manier waarop politici wél met zulke brandstofprotesten omgaan niet tot democratisch optimisme. Het onderzoek dat McCulloch deed in verschillende landen, waaronder Mozambique, Pakistan en Nigeria, bracht overal min of meer dezelfde conclusie naar voren: de energie van de brandstofprotesten wordt eigenlijk nooit vertaald in werkelijke macht voor burgers om mee te praten over energiebeleid. “Ze bieden een soort ventiel voor iedereen om heel boos te worden, en resulteren er vaak in dat een of ander beleid wordt teruggedraaid. Maar dat lost het probleem niet op, want dat komt op een later moment terug en dan begint het hele spel opnieuw.”

Volgens McCullogh wordt dat spel versterkt doordat gewone burgers niet mee mogen praten over energiebeleid. “Over veel beleidsterreinen heb je in de meeste landen een uitgebreid publiek debat. Maar over energie heb je vooral de industrie en de overheid, soms de vakbonden, en dan nog de internationale gemeenschap en de internationale leners. Die praten allemaal met elkaar, maar ze praten niet met burgers, en ze luisteren niet naar burgers. Die hebben, in de drie landen die wij bestudeerden, bijna geen stem. Dus wat doe je dan? Dan zoek je naar een alternatieve manier om je woede te uiten over keuzes die in jouw naam worden gemaakt.”

Zinnige voorstellen

Zo hoeft het niet te gaan. In zijn eigen focusgroepen in Nigeria ontdekte hij dat veel gewone burgers geen flauw idee hebben van energiebeleid, en aanvankelijk met boze meningen strooien, maar met heel zinnige voorstellen komen als ze ingewijd worden in de afwegingen en keuzes die bij energiebeleid om de hoek komen kijken.

Politici zouden daar ook hun voordeel mee kunnen doen. “Kijk naar Jokowi, de president van Indonesië. Die besloot in 2014 om er campagne over te gaan voeren, en verbond dat heel slim aan twee andere dingen die mensen belangrijk vinden: gezondheidszorg en onderwijs. Op iedere campagnebijeenkomst begon hij er weer over: die brandstofsubsidies zijn zonde van het geld, ik ga die hervormen en dat geld ga ik gebruiken om jullie gezondheidszorg en onderwijs te geven. En mensen vonden dat geweldig, hij won met een ruime marge en had een mandaat voor die hervormingen. Al had hij ook wel een beetje geluk, want de energieprijzen zakten net toen hij die hervormingen doorvoerde.”

Onpopulair idee

Zulke voorbeelden zijn om nog een andere reden inspirerend, want McCulloch eindigt met een aanbeveling – of is het een waarschuwing? Als de wereld op korte termijn af wil van haar verslaving aan fossiele brandstoffen, dan is een van de effectiefste manieren daarvoor: hoge prijzen. Sterker nog, zonder hoge prijzen is het de vraag of we snel genoeg omschakelen. Dat belooft een hoop onrust.

Mc Cullogh: “Ja, dat is een erg onpopulair idee. Ik kreeg veel, eh, interessante reacties op het artikel waarin ik dat schreef. Maar let wel, ik zeg niet zomaar: gooi die prijzen maar omhoog. Er zijn twee belangrijke kwalificaties. Ten eerste: hoge prijzen geven je de mogelijkheid om mensen die in de knel komen te compenseren. Daar moet je maatwerk voor leveren. In de stad heb je openbaar vervoer, dan moet je dus zorgen dat je het geld investeert om dat beter te maken. Maar op grote delen van het Franse platteland bijvoorbeeld, hebben mensen echt alleen hun auto, die moet je op een andere manier compenseren. Ten tweede: waar mensen heel kwaad van worden is als grote oliebedrijven hier rijk van worden. Het punt is: consumenten moeten hogere prijzen betalen, maar producenten moeten niet meer winst maken. Er moet een belasting komen op het verschil, en dat geld recycle je, om de armen te compenseren en specifieke groepen te helpen die in de knel komen.”

Een greep uit de protesten in juni en juli

Albanië

Op 7 juli organiseerde de oppositie een grote demonstratie in de hoofdstad Tirana tegen de gestegen kosten van levensonderhoud, en met name de kosten voor brandstof.

Ecuador

In juni legden inheemse groepen het land twee weken plat, uit onvrede met de gestegen brandstofprijzen. De regering bezwoer de onrust met de belofte om de prijzen te verlagen met subsidies.

Ghana

Eind juni zette de regering traangas en rubberkogels in om demonstranten uit elkaar te jagen, die protesteerden tegen hoge brandstofprijzen en gestegen kosten voor levensonderhoud.

Guinee

Nadat de brandstofprijzen begin juni met 20 procent stegen, richtten woedende demonstranten barricades met brandende autobanden op in hoofdstad Conakry.

Haïti

Woedende inwoners zetten de straten van hoofdstad Port-au-Prince in lichterlaaie. In het armste land van het westelijk halfrond kost een liter benzine inmiddels bijna 4 dollar, klaagden bewoners tegenover persbureau AP.

Mozambique

Buschauffeurs in de hoofdstad Maputo legden begin juli de stad plat uit onvrede over de gestegen brandstofprijzen, tot de regering beloofde om die te subsidiëren.

Nepal

De beslissing om de benzineprijzen met 12 tot 16 procent te verhogen leidde eind juni in hoofdstad Kathmandu tot gewelddadige protesten.

Pakistan

Om een lening van het IMF te kunnen krijgen, schroefde de regering begin juni de brandstofsubsidies terug, wat gelijk tot grote protesten leidde. Nadat de lening binnen was, verlaagde de regering de benzineprijzen overigens weer.

Panama

Demonstranten legden de eerste twee weken het land plat en blokkeerden onder andere de strategische pan-Ame­ri­kaanse Snelweg. De regering beloofde daarop om een maximum-benzineprijs in te stellen. Sommige demonstranten vinden het te weinig en demonstreren door.

Roemenië

Boze automobilisten legden in juni tankstations in verschillende steden plat, uit protest tegen de hoge brandstofprijzen.

Spanje

Onder de slogan ‘de dieselprijs is de ondergang van het platteland’ hielden boeren in Andalusië een tractorprotest in Granada. In maart waren Spaanse boeren ook al tegen de hoge dieselprijzen in opstand gekomen.

Sri Lanka

De demonstranten in Sri Lanka die in juli de president verjaagden hadden meer grieven dan brandstofprijzen. Maar dat de benzine op het eiland in juni zo’n beetje helemaal op was, was wel de lont in het kruitvat.

Verenigd Koninkrijk

‘Go Slow’ protesten, waarbij automobilisten bijna stil gingen staan, legden aan het begin van de maand belangrijke Britse snelwegen lam. De demonstranten eisen lagere prijzen aan de pomp.

Zuid-Afrika

Het is al de hele maand onrustig in Zuid-Afrika, vanwege de gestegen brandstofprijzen en frequente stroomuitval, een gevolg van jarenlang wanbeleid bij staatsbedrijf Eskom. Begin juli blokkeerden chauffeurs van minibusjes een belangrijke snelweg.

Lees ook:

De automobilist gaat liever uit eten dan tanken

Omdat autobezitters relatief minder uitgeven aan dure benzine, blijft er geld over voor andere zaken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden