ReportageAmbon

Dit gezin vertrok naar Indonesië om dromen waar te maken, maar leeft na een zware aardbeving in een tentenkamp

Saleh Lessy in het dorp Liang, drieënhalve maand na de aardbeving.Beeld Ton Toemen

Sinds de Molukken eind september werden getroffen door een zware aardbeving, leven veel mensen in provisorische tentenkampen. Ook Saleh Lessy (40), Tessa de Visser (37) en hun twee kinderen, die vier jaar geleden Tilburg verruilden voor een bestaan in Liang, een dorp op Ambon.

Mika’il en Musa hebben één geluk. Mocht de achtjarige tweeling tot enkele maanden geleden ’s avonds nooit naar buiten, sinds 26 september spelen ze tot in de late uurtjes op straat met hun vriendjes. Op een tentenkampje dat hun ouders met andere ­families hebben ingericht, speelt het ­leven zich hoofdzakelijk buiten af. Hoe dicht de mensen ook op elkaar leven en hoe minimalistisch de omstandigheden ook zijn, de meesten zijn tamelijk vrolijk. Het is de aard van het volk, zegt ­vader Saleh Lessy. “Maar tegelijk zijn de mensen ook angstig.”

Op 25 september werden de Molukken getroffen door een aardbeving met een kracht van 6,5 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag tussen de eilanden Ambon en Seram. Er vielen 41 doden, en 170.000 mensen raakten dakloos of vluchtten de bergen in. Nog altijd ondervinden veel mensen de gevolgen van de beving. De noodtoestand op Ambon is onlangs weer verlengd.

Tessa de Visser (midden) helpt een gewonde vrouw de berg af.Beeld Ton Toemen

Hulp is er nauwelijks in Liang, een dorp van 17.000 inwoners aan de ­Ambonese kust. Langs de zee is het vrijwel verlaten, bewoners hebben zich – omdat de aarde hier nog dagelijks trilt – verplaatst naar hoger geleden gebieden. Lessy: “In het begin waren er nog wel hulporganisaties actief. Ze zorgden voor water, maar op school ook voor trauma healing voor de kinderen. En er was een organisatie die in Ambon Stad verse groenten en vis inkocht en voedselpakketten uitdeelde. Dat is nu voorbij. Vanuit de Indonesische regering en het Rode Kruis gebeurt er weinig. Dat is teleurstellend”.

En frustrerend. Want de situatie is weinig florissant. Alleen al in Liang heeft de aardbeving zo’n 1200 huizen ernstig beschadigd (waaronder dat van Saleh en zijn vrouw Tessa), enkele honderden zijn met de grond gelijkgemaakt. De meeste bewoners zitten sindsdien opeengepakt in kampen in de omliggende bergen. Het gezin Lessy heeft met bevriende families halverwege het dorp en de bergen zijn tenten ­opgezet, op een eigen stukje grond. “In de bergen heersen ziektes: buikloop, diarree”, zegt Saleh. “Er zijn slechts ­enkele wc’s. Waar wij zitten, hebben we stroom. Zoals veel mensen ben ik bezig een houten huisje te timmeren. Het is bijna klaar. Gelukkig, want straks gaat het hier meer regenen.”

Saleh Lessy werkt aan een houten huisje.Beeld Ton Toemen

De belabberde situatie zorgt ervoor dat Saleh zijn droom even moet parkeren. Sinds ze Nederland achter zich hebben gelaten, bouwt de Molukker beetje bij beetje aan een volwaardige geitenfokkerij. De aardbeving heeft hem teruggeworpen. De stal is ingestort en op straat zijn er op diverse ­manieren geiten doodgegaan. Op dit moment bezit hij er nog dertien, een aantal van rond de vijftig zou hij ideaal vinden. En dan het liefst op eigen familiegrond in de bergen. Het is een van de redenen dat hij zo graag wilde emigreren. “Een echte eigen plek in Nederland? Die bestaat niet. Het is hard werken, maar ik voel hier vrijheid. We leven in de natuur, vangen onze eigen vis. Alleen Tessa heeft soms last van heimwee. Ze is half Indonesisch, maar heeft geen familie op Ambon.”

Op de beoogde grond voor de fokkerij staan nu de tenten van ontheemde eilanders. Dat vindt Saleh geen probleem. Bij gebrek aan gecoördineerde hulp is het een kleine moeite om tijdelijk grond af te staan. Overleven, meer kunnen de mensen voorlopig niet. Dat er daarbij zo weinig hulp is, steekt wel. Tessa: “We moeten het van donaties hebben. Die krijgen we, ook vanuit ­Nederland. Daarvoor zijn we heel dankbaar. Vanuit de overheid, ook de Nederlandse, zouden we meer mogen verwachten. Er is vooral behoefte aan noodwoningen. Die zijn hard nodig, als in april de echte regentijd begint.”

Beeld Louman & Friso

Lees ook:

Terug in Buzi, zeven maanden na cycloon Idai: ‘Onze kinderen zijn hier niet veilig’

Raposo Rego vertelde in maart aan Trouw hoe hij na cycloon Idai in zijn Mozambikaanse dorp Buzi bijna alles verloor. Inmiddels heeft hij zijn leven provisorisch weer op de rails. Toch wil hij er weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden