null

ReportageKaboel

Deze talibanstrijders willen best praten: ‘Op mijn twaalfde doodde ik de eerste vijanden, Amerikanen’

Beeld AP

Voor buitenlandse journalisten was het tot 15 augustus lastig om de Taliban te spreken. Ontvoeringen lagen op de loer. Sinds de machtsovername is dat anders. Oorlogsjournalist Hans Jaap Melissen reisde af naar Afghanistan en sprak met ongeveer twintig Talibanleden. Hij licht er enkele uit.

Darwish hangt rond bij het Darul Aman paleis, West-Kaboel. Zonnebril op, zwarte baard. Camouflagejas over zijn traditionele Afghaanse kleding. “Ik heb in Bagram gevangengezeten. Ik was de allereerste die werd vrijgelaten dankzij de Dohadeal”, zegt hij trots. Een Talibanstrijder voegt toe “nou ja, een van de eersten was-ie”.

Darwish staat samen met andere Talibanleden ontspannen tussen zogeheten blastwalls, metershoge verplaatsbare stukken beton, die de toegang naar het paleis beschermen tegen zelfmoordaanslagen. Aanslagen ván de Taliban, althans tot 15 augustus, toen de Taliban ineens de nieuwe machthebbers werden. En daarmee zelf mogelijk doelwit van aanslagen door hun vijanden, zoals terreurgroep IS.

Darwish (30) wil wel vertellen hoe hij in de gevangenis op Bagram terechtkwam, de basis ten noorden van Kaboel, die de Amerikanen deelden met Afghaanse troepen.

“Ik was een soort sluipmoordenaar.” Op de vraag hoeveel mensen hij heeft gedood, zwiept hij zijn vingers snel achter elkaar omhoog. “Veel”, zegt hij dan. Zijn doelwitten waren Afghaans veiligheidspersoneel en Amerikanen. Alleen van die laatste groep weet hij het aantal. “Drie. Die heb ik alle drie van dichtbij gedood. Als ze ergens stonden, en er waren meer mensen op straat, liep ik langs en schoot hen dood, meestal vanaf een meter of twintig.” Hij gebruikte daarbij een pistool met geluiddemper. “Ik dacht al die keren dat niemand door had dat ik het deed. Ik had mijn wapen alweer weggestopt en verdween.”

Darwish: 'Ik was 16 toen ik lid werd van de Taliban'. Beeld Hans Jaap Melissen
Darwish: 'Ik was 16 toen ik lid werd van de Taliban'.Beeld Hans Jaap Melissen

Toch ging het mis. Afghaanse inlichtingendiensten hadden hem op een gegeven moment op de radar. “Ik ben gevonden door gps. Ik belde met mijn commandant en dat gesprek hebben ze uitgepeild. Met vijftien auto’s zijn ze mij komen halen.”

‘Bijna alle mannen in onze familie waren bij de Taliban’

In de gevangenis lieten zijn ondervragers foto’s zien van zijn huis en andere leden van de Taliban die daar op bezoek kwamen. Hij werd blijkbaar al langer in de gaten gehouden. “Ik ben de eerste maanden gemarteld. Ik zat in een piepkleine cel waar ik nooit uit mocht. Ze gooiden water over mij heen als ik probeerde te slapen.” De ondervragers wilden meer namen van Talibanleden hebben, maar Darwish zegt dat hij die niet heeft gegeven. Na drie maanden moest hij voor de rechter verschijnen. Twintig jaar cel kreeg hij en hij werd naar Bagram gebracht waar Amerikanen (‘nee, die hebben mij niet gemarteld’) hem bewaakten.

Zijn familie wist de eerste zes maanden van niets. Later kreeg hij twee keer per jaar visite.

Waarom is Darwish ooit bij de Taliban gegaan? “Ik was 16 toen ik lid werd. Ik had nog geen baardgroei, maar dat kwam langzamerhand.” Hij bewonderde de Taliban vanwege ‘hun moed voor Allah’. Bovendien was het in de familie geen vreemde keus: “bijna alle mannen in onze familie waren bij de Taliban.” De familie komt deels uit Nangarhar, een oostelijke provincie, tegen Pakistan aan, met van oudsher een sterke Talibanaanwezigheid.

Zeven jaar geleden is het inmiddels dat hij aan zijn gevangenschap begon. Ongeveer vijf jaar lang zat hij vast. Tot hij, in het kader van de onderhandelingen tussen de Taliban en de Verenigde Staten in Qatar, werd vrijgelaten, samen met 5000 andere Talibanleden. Het was onderdeel van de Dohadeal waarin de Amerikanen beloofden zich terug te trekken uit Afghanistan. De Taliban beloofden op hun beurt te voorkomen dat Al-Qaida of andere terreurgroepen Afghanistan als vrijplaats zouden gebruiken.

Vrouwelijke ambtenaren zijn naar huis gestuurd

In hoeverre die belofte van de Taliban zal worden nageleefd, is nog onduidelijk. Sowieso is nog steeds niet bekend wat nu precies het beleid van de nieuwe regering is op verschillende terreinen, bijvoorbeeld als het gaat om wat vrouwen wel of niet mogen. Wel zijn vrouwelijke ambtenaren al naar huis gestuurd. Interviewaanvragen met bijvoorbeeld de woordvoerder van de Taliban, en tevens onderminister van informatie, Zabiullah Mujahid, werden niet gehonoreerd. Het nieuwe kabinet bestaat alleen uit mannen, geestelijken vaak. Ook mensen uit het Haqqani-netwerk zijn vertegenwoordigd, door de VS aangeduid als terreurbeweging, met banden met Al-Qaida.

Talibanleden die je op straat aantreft, praten dus wel. Niet allemaal, maar sommigen gaan graag het gesprek aan.

Nurwali: 'We willen goede relaties met andere landen'. Beeld Hans Jaap Melissen
Nurwali: 'We willen goede relaties met andere landen'.Beeld Hans Jaap Melissen

Nurwali (26) controleert auto’s bij een checkpoint aan een noordelijke uitvalsweg in Kaboel. Hij spreekt opvallend goed Engels. “Ze hebben aan de rand van de stad, bij belangrijke checkpoints wat hoger opgeleide Taliban neergezet”, zegt hij. Hij beweert dat de Taliban van nu, anders is dan die van 25 jaar geleden. “We zijn beter opgeleid en willen geen problemen veroorzaken in de wereld, we willen goede relaties met andere landen. Al zijn de leiders van nu, dezelfde gezichten als vroeger.”

Drie vrouwen in blauwe boerka passeren, zonder mannelijke begeleider, zoals dat vroeger wel moest van de Taliban. Nurwali kijkt even om. “Onze regels zijn veranderd. Mijn commandant heeft gezegd dat we vrouwen met rust moeten laten wat betreft hun kleding.” Het is een pr-verhaal. Dat botst met verhalen van vrouwen die bij checkpoints tot en met de dood zijn bedreigd omdat ze zelf autoreden, verkeerd gekleed gingen of met een vreemde taxichauffeur meereden. Ook weet Nurwali niet of maatregelen later strenger zullen worden.

Het gesprek wordt onderbroken doordat zijn telefoon gaat. Zijn commandant, die verderop zit, is aan de lijn en wil met de westerse journalist spreken. “Gaat het goed met u? Is de chauffeur met wie u rijdt, wel te vertrouwen?” Onduidelijk blijft of er oprechte zorgen zijn, of dat de commandant het nette gezicht van de Taliban wil laten zien.

Geraakt door een raket van de Amerikanen

Ook Nurwali ging op zijn zestiende bij de Taliban. “De Taliban is onze nationaliteit. De Jihad onze religie. Hun rechtssysteem is eerlijk.” Er was een andere stimulerende factor. Op zijn vijftiende was hij gewond geraakt toen de Amerikanen in de omgeving van zijn school op zoek waren naar opstandelingen. “We hadden net examens gedaan en liepen de school uit. Toen was er het gerucht dat ‘fedayeen’ (een term voor militanten die bereid zijn zichzelf op te offeren) mogelijk een zelfmoordaanslag gingen plegen. Die aanslag kwam niet, wel een raket van de Amerikanen en ik werd in mijn buik geraakt.” Hij tilt zijn camouflagejas op en toont zijn littekens. Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat hij radicaliseerde en zich aansloot bij de Taliban. Zijn vader, zelf niet lid, vond het prima. “Ik dacht, waarom vallen jullie mij aan, ik ben geen Taliban, ik ben een schooljongen. De Amerikanen hebben hier zoveel misdaden begaan.”

Hij zocht naar een kans om Amerikanen te doden. “Ik heb mij ook aangemeld als zelfmoordenaar, maar dat mocht ik niet omdat ik te zwak was vanwege mijn verwondingen.” Toch heeft hij wel een keer iemand gedood. “Ik heb in mijn eigen district een bom laten ontploffen waarbij een Afghaanse politieagent is gedood.” Gevraagd naar zijn gevoelens daarbij zegt hij: “Het maakte mij niet echt blij. Hij was mijn broeder, een andere Afghaan.”

'Qari' Matiullah: 'Op mijn twaalfde doodde ik de eerste vijanden, Amerikanen in een pantserwagen'. Beeld Hans Jaap Melissen
'Qari' Matiullah: 'Op mijn twaalfde doodde ik de eerste vijanden, Amerikanen in een pantserwagen'.Beeld Hans Jaap Melissen

Een uur rijden verderop treffen we een Talibanstrijder die zich ‘Qari’ Matiullah noemt. ‘Qari’ duidt aan dat iemand de Koran kan reciteren. Matiullah (21) zit op het dak van een Amerikaanse humvee, aan de rand van de voormalige Amerikaanse basis Bagram. Hij komt er vanaf als het westerse bezoek arriveert. Lang haar, opgemaakte ogen, rode haarband met de geloofsbelijdenis erop.

Hij heeft een opmerkelijke, bijna filmische verschijning. En een opvallende levensloop. Vanaf zijn tiende is hij namelijk al bij de Taliban. Hij werd toen ‘theejongetje’. Die functie betekent in de praktijk meestal meer dan alleen thee schenken. Vaak worden theejongetjes ook seksueel misbruikt. Of dat bij Matiullah ook zo ging, is niet bekend: een vraag daarnaar zou moeilijk kunnen vallen.

Zijn ouders waren akkoord: zijn vader was zelf jihadist. “Op mijn twaalfde doodde ik de eerste vijanden. Het waren Amerikanen in een pantserwagen. Ik liet met een afstandsbediening een bom ontploffen. Ik weet niet hoeveel er in de wagen zaten, maar ze waren allemaal dood.” Matiullah bewaakt nu Bagram, maar tot een paar maanden geleden zat hij daar zelf opgesloten. “Ik zat er vijf jaar gevangen, vanaf mijn zestiende dus. De eerste vier maanden zat ik in wat de ‘black jail’ werd genoemd: dan had je een kleine kamer waar je niet uit kwam. Daarna zat ik met 23 anderen in een cel.” Nadat de Amerikanen begin juli vertrokken uit Bagram, raakten de Taliban er in gevecht met Afghaanse troepen. “Toen hebben wij met een bed het slot van een deur geforceerd en zo konden wij ontsnappen.”

‘Als iedereen zich aan de regels houdt, zal het goed gaan in dit land’

Bij Bagram hangt een serene rust. Ook elders in het land, zijn op een paar aanslagen door IS na, weinig grote geweldsincidenten. Wel zijn er verhalen van afrekeningen door de Taliban. De grote vraag is of de strijders voor een stabiel land kunnen zorgen. Sher Mohammed, een Talibancommandant bij weer een ander checkpoint, zegt dat “als iedereen zich aan de regels houdt, het goed zal gaan in het land”. Ook hij spreekt over een ‘nieuwe Taliban’. “Maar ik mag daar niks over zeggen, het is aan onze leiders om de regels te bepalen.” Voor vrouwen zal alles volgens de sharia moeten gaan, zegt hij.

De Talibanstrijders bij het Darul Amanpaleis, gunnen zichzelf intussen, het is vrijdagmiddag, de rust van de paleistuin. Het paleis is niet alleen voor hen een nieuwe ervaring. Voor de meeste Afghanen was het gebouw jarenlang alleen een ruïne. Honderd jaar geleden is het neergezet voor een Afghaanse emir, maar tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig is het kapotgeschoten. Jarenlang lag het er als een spookhuis bij. Vanaf 2016 is het gerenoveerd en twee jaar geleden opgeleverd. Ooit was er een plan om het parlement in het paleis te vestigen, maar dat is nu ernaast gebouwd. Sinds kort is het een plek waar hoge Talibanleden logeren en vergaderen.

Een Talibanstrijder in Kaboel, met in zijn kielzog een Afghaanse jongen. Beeld AP
Een Talibanstrijder in Kaboel, met in zijn kielzog een Afghaanse jongen.Beeld AP

Zijn de Talibanstrijders die het bewaken niet bang dat het paleis opnieuw in een ruïne zal veranderen? “Nee we geloven dat het nu vrede blijft”, is de groepsmening.

En Darwish? Voelt hij zich niet genoodzaakt toch weer geweld te gebruiken, bijvoorbeeld tegen de rechter die hem veroordeelde? “Ik heb die gevoelens wel gehad. Maar we vergeven iedereen nu.” De bewering dat de Taliban een algehele amnestie zouden hebben afgekondigd, contrasteert intussen met verhalen over rechters die bedreigd worden door ex-gevangenen en anderen die vermoord worden vanwege hun vroegere leven. Darwish voegt nog dreigend toe: “Als mensen nieuwe problemen maken, dan pak ik ze wel. Toen de Amerikanen hier kwamen, waren ze sterk. Maar tijdens die twintig jaar zijn wij sterk geworden. Zij hebben hun wapens, maar wij hebben Allah.” De zon zakt langzaam achter het paleis. De Talibanstrijders gaan bidden. Deze vrijdagmiddag is in ieder geval nog vreedzaam verlopen.

De gegevens van de Talibanstrijders zijn bekend bij de redactie

Lees ook:

Jonge vrouwen komen in Kaboel zelden voorbij

De Taliban veroverden op 15 augustus de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Sindsdien leven veel Afghanen in angst en is er gebrek aan werk, geld en voedsel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden