ReconstructieCoronacrisis

Deze arts moest een veldhospitaal uit de grond stampen in Wuhan. Nu, een half jaar later vertelt hij over zijn ervaringen

Het noodhospitaal in het conventiecentrum. Naast elk bed staat een tafeltje met een plastic krat voor persoonlijke spullen.Beeld Eefje Rammeloo

Terwijl het nieuwe coronavirus in januari om zich heen greep in China, kreeg arts Zhang Junjian de opdracht om in Wuhan in allerijl een veldhospitaal uit de grond te stampen. Hij blikt terug. Ook op het wantrouwen. 

Terwijl de westerse wereld begin januari met hoge verwachtingen het nieuwe jaar ingaat, melden zich in de ziekenhuizen van Wuhan steeds meer mensen met koorts en een droge hoest. In ­december had oogarts Li Wenliang nog geprobeerd zijn collega’s te waarschuwen dat er een ­virusuitbraak aankwam, maar hij werd door de politie op de vingers getikt. Li ondertekende een excuusbrief waarin staat dat hij zijn fout inziet, en dat hij voortaan zijn mond zal houden. Wo mingbai, wo neng – ik begrijp het, ik kan het, schreef hij.

Maar nieuwe patiënten blijven binnenstromen in de steeds vollere ziekenhuizen. Op 20 januari – als het virus al zeker een maand om zich heen slaat – deelt de nationale gezondheidscommissie mee dat het virus overdraagbaar is van mens op mens. Het enige dat dokter Zhang Junjian (57) en zijn collega’s weten, is dat het virus dodelijk is.

Een half jaar na het begin van de uitbraak, kijkt Zhang ­terug. Vanachter zijn mondkapje klinkt hij verbeten, met de zelfverzekerdheid van een arts die weet wat hij doet. Van huis uit is hij neuroloog, de laatste jaren werkt hij als adjunct-directeur van het Zhongnan-ziekenhuis in Wuhan.

Stad op slot

Het grootste gevaar van Sars was dat paniek vat kreeg op de bevolking, herinnert Zhang zich uit 2003. Nu dit nieuwe virus zich heeft aangediend, is tijd nodig om het te analyseren. Daar kunnen Zhang en zijn collega’s geen onrust bij gebruiken. Ze geven lokale klinieken de opdracht om zich voor te bereiden op een virusuitbraak. Rustig aan, om geen paniek te veroorzaken. Maar vrijwel direct na de mededeling van 20 januari maakt het beleid een scherpe draai. Er zijn dan zeventien mensen overleden en ­bijna zeshonderd mensen besmet. Kom maar niet terug naar Wuhan, adviseert Zhang zijn zoon, die in Shanghai werkt en op het punt staat om terug te komen. Een dag later gaat de stad op slot.

Aan de schotten tussen de bedden hangen rode Chinese vlaggen, om de moraal op te krikken.Beeld Eefje Rammeloo

Miljoenenstad Wuhan wordt een zwart gat. De berichten op sociale media, van burgerjournalisten en een paar kritische verslaggevers zijn grimmig. Openbaar vervoer rijdt niet en privéauto’s mogen de straat niet op.

In een megastad met elf miljoen inwoners betekent dit dat mensen kilometers moeten lopen naar ziekenhuizen. Daar is niet genoeg plaats voor alle zieken. Vooral ouderen melden zich aan de deur, sommigen zakken in elkaar en overlijden ter plekke. In ziekenhuisgangen liggen overleden slachtoffers.

De wereld raakt in de war. Het is toch een griepvirus? Waarom worden mensen zo ziek? Het is onduidelijk hoelang het virus in leven blijft. Hoe raak je besmet? Niemand weet het.

Zhangs vrouw is lerares op een middelbare school. Ze heeft geen idee waar haar man mee bezig is, maar maakt zich grote zorgen. In de buurt wonen veel ziekenhuismedewerkers, van wie er meer dan honderd besmet raken. Voor de zekerheid zondert ze zich af van haar man. Terwijl hij aan het werk is, hoort Zhang dat collega’s aan het virus sterven.

De lokale klinieken hadden zich – zoals opgedragen – voorbereid op een uitbraak, zegt Zhang. Maar toen ze dat deden, was nog niet bekend dat het virus van mens op mens overdraagbaar was. “De klinieken hadden hun bedden niet ingericht voor isolatie. Patiënten werden daarom weggestuurd, terug de samenleving in. En dat veroorzaakte de verspreiding van het virus.”

Om die fout te corrigeren moeten er noodziekenhuizen komen. Op 2 februari kondigen de autoriteiten aan dat iedereen die symptomen heeft, of in contact is geweest met iemand die besmet is, geïsoleerd moet worden van gezonde familieleden. De volgende avond krijgt Zhang een telefoontje: het lokale bestuur geeft hem de opdracht een veldhospitaal op te zetten in het Dongxihu-district.

Het noodhospitaalBeeld Eefje Rammeloo

Van poppaleis tot veldhospitaal

Een blauwdruk is er niet. De nerveuze Zhang moet alles zelf verzinnen en hij heeft geen idee waar hij moet beginnen. Hij rent heen en weer tussen ontwerpers, medici, ingenieurs en vrijwilligers. De plannen veranderen voortdurend. Ter plekke bepaalt Zhang met zijn medewerkers hoe honderden mensen kunnen worden geïsoleerd. Vier dagen en nachten werkt hij door om de Wuhan Reception Hall, een conventiecentrum dat in betere tijden fungeert als een vrolijk poppaleis, te veranderen in een veldhospitaal met tweeduizend bedden.

Het noodziekenhuis krijgt drie afdelingen. Het eerste is het ‘schone district’ voor mensen die niet ziek zijn, het tweede is het ‘besmettingsdistrict’, waar de besmette patiënten verblijven. Op de plek van de grote deuren die naar de concerthal leiden, is met zeecontainers een sluis gemaakt. Dat is het ‘transitiedistrict’, waar mensen van de ene naar de andere ruimte gaan. Op de hoeken staan spiegels opgesteld die voorkomen dat mensen tegen elkaar op botsen en zo elkaar kunnen besmetten.

Zhang vreest de reactie van de mensen die hij moet opvangen. “Sommige mensen hadden net een familielid verloren, ze zouden in paniek kunnen raken. De medische staf kwam uit het hele land en was niet getraind om hiermee om te gaan. Daar was ik bezorgd over.”

Krat voor persoonlijke spullen

Het conventiecentrum is allesbehalve gezellig. Zhangs medewerkers plaatsen schotten tussen de stalen bedden, met ernaast een tafeltje met een krat voor persoonlijke spullen. Aan de schotten hangen ze enorme rode Chinese vlaggen, om de moraal op te krikken. De patiënten schikken zich in hun lot. Het is koud in het centrum: flinke ventilatie zorgt ervoor dat het virus zich niet kan nestelen.

Op de dag dat het veldhospitaal zijn eerste patiënten ontvangt – 7 februari – sterft Li Wenliang aan Covid-19. Chinezen zien hem als een held die ten onder is gegaan aan het wanbeleid van de lokale bestuurders en hun gretigheid om het virus en zijn slachtoffers onder de pet te houden. De centrale regering van China legt de verantwoordelijkheid voor de eerste chaotische weken bij de leiders in Wuhan. Zij reageerden te laat en te zwak, is het verwijt.

Patiënten schrijven bedankbriefjes aan hun verzorgers.Beeld Eefje Rammeloo

Later blijkt dat president Xi Jinping op 7 ­januari al was ingelicht over het onbekende ­virus in Wuhan. Die mededeling komt via staatsmedia naar buiten, waarschijnlijk om te laten zien hoe betrokken Xi is bij de strijd tegen het virus. Maar het roept vooral de vraag op waarom de regering niet eerder ingreep.

Na de dood van Li Wenliang stromen woede, verdriet en machteloosheid door de samenleving. Bu mingbai, bu neng, schrijven jonge mensen op hun mondkapjes: ik begrijp het niet, ik kan het niet.

In het geïmproviseerde ziekenhuis wordt het intussen flink druk. Familieleden komen in bedden naast elkaar te liggen. Medewerkers doen in alles bedekkende, witte pakken dansjes met patiënten. Het zijn simpele pasjes op simpele liedjes, zoals groepjes vrouwen in heel China op pleinen en straathoeken dansen.

Patiënten schrijven bedankbriefjes en vouwen gekleurde papieren bloemen. “Zingen en dansen brengt ons vreugde en kalmte”, schrijft Yue Xielin. “De medische staf laat ons de zon zien en geeft ons hoop. Het virus is meedogenloos, maar er is liefde op de wereld. Kom op Wuhan, kom op China!”

Meer medische hulpmiddelen

Bij gebrek aan een fatsoenlijk bureau, runt Zhang zijn organisatie vanuit een tent buiten het conventiecentrum. Eindeloos pleegt hij ­telefoontjes om méér medische hulpmiddelen en beschermend materiaal te regelen. “We gebruikten­­ materiaal dat niet van medisch niveau­­ was.”

In het begin zijn er niet genoeg testen; ook is er kritiek dat verdachte gevallen worden opgesloten samen met positief geteste patiënten. Maar in Wuhan neemt men liever het zekere voor het onzekere.

Patiënten blijven twee tot drie weken in het Wuhan Living Room Temporary Hospital. Pas als ze twee keer negatief testen, een week geen koorts en longproblemen ­hebben, mogen ze vertrekken. In een speciaal quarantainehotel moeten ze vervolgens nog eens twee weken wachten om te zien of het ­virus wegblijft.

De artsen in Wuhan hadden verwacht dat de impact van het virus vergelijkbaar zou zijn met Sars. “Maar terwijl de tijd doortikte, ontdekten we dat het virus veel ernstiger is dan Sars, en de snelheid waarmee het zich verspreidt veel hoger”, zegt Zhang.

Op 8 maart sluit het ziekenhuis. Geen enkele patiënt in Zhangs veldhospitaal is overleden, de medische staf is niet besmet. Slechts 5 procent van de lichte patiënten veranderde in een zwaar geval. Zij worden overgebracht naar het Jinyintan-ziekenhuis aan de overkant van de weg, waar ze aan de beademing kunnen.

Minder onvrede

In mei zegt de Communistische Partij het coronavirus onder controle te hebben. Ze kroont Li Wenliang tot martelaar. Door Li’s heldendaden bespreekbaar te maken, vijlt ze de scherpste randjes van de onvrede af.

Het frustreert Zhang dat de hoge prijs die Wuhan betaalde niet werd gezien als een waarschuwing. “In het begin wist niemand iets over dit virus, en dat zorgde voor snelle verspreiding. De lockdown, het dragen van maskers, testen, contactonderzoek: al die methodes zijn gebaseerd op kennis van het virus. Maar Amerikaanse en Europese experts – toch ook mensen zoals wij – willen niet dezelfde methodes gebruiken”, zegt Zhang bitter. ­“Regel één is isolatie, isolatie en nog eens isolatie. En testen, testen, testen.”

Hij vreest dat experts in andere landen het onderzoek en de ervaring van Chinese medische professionals zoals hij niet vertrouwen. “Veel mensen zijn ervoor gestorven, en als dokter ben ik daar verdrietig om. We betalen allemaal voor dit vooroordeel.”

Lees ook:

Is de lof voor China's aanpak terecht?

China heeft het coronavirus met harde maatregelen weten in te dammen, als we de cijfers mogen geloven. Andere landen moeten daar een voorbeeld aan nemen, aldus de Chinese propaganda. Zou de strategie elders werken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden