Nabi Abudaldah (38) op zijn zeilboot.

InterviewsIraanse revolutie

Dertig jaar laten blikken de kinderen van het Iraanse verzet terug

Nabi Abudaldah (38) op zijn zeilboot.Beeld Patrick Post

Begin jaren negentig werden ze van hun ouders gescheiden en vluchtten ze naar westerse landen. Nu volgen kinderen van de Iraanse verzetsbeweging Mujahedin Khalq de demonstraties in het land met gemengde gevoelens.

Somajeh Ghaeminia

‘De prijs die ik heb betaald vind ik een logische’

Nabi Abudaldah (38) kwam als zevenjarige met zijn broertje naar Nederland. Hij studeerde economie aan de Wageningen Universiteit en werkt als consultant en leidinggevende bij Alliander.

“Iemand moet het een keer durven op te nemen tegen de macht. Die macht ligt in Iran bij een klein clubje mannen die elk tegengeluid uitmoorden. Onze ouders hebben geprobeerd dat regime omver te werpen. Ze sprongen in het diepe, al kort na de Islamitische Revolutie organiseerden zij zich ondergronds. Dat is wat ik erover heb gelezen. Zij waren studenten die met gevaar voor eigen leven besloten het op te nemen voor anderen. Het is hen niet gelukt. Maar als niemand het ooit probeert: wie gaat het dan op zich nemen?”

“In mijn vroegste herinnering zijn we in Irak. Het land waar de verzetsgroep van onze ouders een kamp had. Vanuit daar vochten ze voor democratie en gelijke rechten in Iran. Dat was wat ik altijd heb geweten. Ik zie mezelf spelend, tussen de sobere, vierkante huizenblokken. Ik was een jaar of zes. Aan mijn vader heb ik mooie herinneringen, hij was mijn houvast. Ik zie hem voor me in zijn legerkloffie, in een soort jeep met rode letters aan de achterkant.

Mijn moeder herinner ik mij niet. Ik heb wel ergens in mijn pubertijd een doosje namens haar gekregen. Met een handgeschreven brief erin, en een fotootje. Vele jaren later heb ik gehoord dat ze is omgekomen tijdens een aanval op het kamp. Ik weet niet eens haar naam. Ik realiseer me hoe stom dat moet klinken, dat ik niet de behoefte voel uit te zoeken hoe ze heet.”

“Midden in de Golfoorlog in 1991, nu ruim 30 jaar geleden, werden we op de bus gezet, mijn broertje, zusje en ik. Net als veel andere kinderen. Het was te onveilig voor de kinderen en midden in de nacht vertrokken we naar het buitenland. Mijn broertje en ik kwamen in Nederland terecht, mijn zusje in België. Ik heb haar pas weer ontmoet toen ik studeerde.”

‘Hoe veilig het ook lijkt, je kunt nooit iemand volledig vertrouwen’

“In Nederland werden mijn broertje en ik opgevangen door een vrouw met vier dochters. Ze heeft ons enorm verwaarloosd. Als jongetje had ik zindelijkheidsproblemen, waarschijnlijk door stress en angst. Ze lieten mij gewoon in plasbroeken zitten. Ik ging in overleefmodus. Dat was heel drastisch: omdat ik altijd honger had, ging ik eten stelen. Of op zoek naar achtergebleven voedsel op straat.

Dat was allemaal erg, maar wat ik nog altijd moeilijk vind is dat ik toen niet op mijn broertje heb gelet. Ik vind dat gegeven nog altijd verschrikkelijk. Wie kwam er op voor dat kleine mannetje?”

“Vanaf mijn tiende werden we opgenomen in een liefdevol Nederlands pleeggezin met drie eigen kinderen. Het was een grote, gezellige familie in een klein Twents dorp. Toch hoorden wij er niet écht bij. Zo gingen zij weleens als gezin op vakantie en dan mochten wij niet mee. Tijdens een ruzie met mijn pleegbroertje, die ik overigens erg lief heb, riep hij eens: ‘Mijn ouders zeggen dat wij altijd beter zullen zijn dan jullie!’ Dat voedde mijn overtuiging: hoe veilig het ook lijkt, je kunt nooit iemand volledig vertrouwen.”

“Terwijl mijn vader aan het strijden was voor vrijheid, moest ik me staande houden tegen het racisme in ons witte dorp. Er was daar weinig exposure naar de buitenwereld, anders dan gefilterde ideeën over kolonialisme: dat zwarte mensen dom en lui zijn. Ik werd ‘neger’ genoemd, en ‘stink Turk’. Dat racisme heeft een diepe weerslag gehad op mijn leven. Ik heb lange tijd mijn achtergrond ontkend. Ik wilde niet geassocieerd worden met terrorisme, islam of het verzet.”

“Over mijn ouders mocht niet worden gepraat. Ik had geen contact met mijn vader en geen enkele ingang tot mijn familiegeschiedenis. Mijn pleegouders hadden verhalen gehoord over vermeende kind-ontvoeringen door de Mujahedin en wilden ook hun eigen kinderen beschermen. Er is een tijd geweest dat ik om die reden dagelijks een mes bij me droeg.”

‘Ik voel geen behoefte mijn vader te leren kennen’

“Het is voor mij heel moeilijk te rijmen als mensen op een feestje over een vakantie of andere luxe dilemma’s beginnen, terwijl er in dezelfde wereld mensen hun leven geven voor vrijheid en worden uitgebuit. Waarom spreken we niet over dat onrecht? Misschien heb ik die benadering van mijn ouders meegekregen.”

“Hoeveel pijn en verdriet ik ook bij me draag, ik denk dat het onvermijdelijk is offers te brengen voor vrijheid. In Iran gebeurt dat nu ook. Hopelijk hebben de mensen daar genoeg uithoudingsvermogen om een verandering te bewerkstelligen. Tegelijk laat de geschiedenis zien: een proces van democratisering duurt honderden jaren. Hoewel ik nu de keuze van mijn ouders bewonder, voel ik geen connectie met hun strijd. Ik voel zelf ook niet zoveel bij de protesten die er in Iran gaande zijn, terwijl ik in tranen was toen Oekraïne werd binnengevallen. Wellicht ging het te snel, misschien ben ik afgestompt of te druk met andere dingen.”

“Mijn vader heeft de Mujahedin inmiddels verlaten en is naar het Verenigd Koninkrijk gevlucht. Mijn gevoelens naar hem zijn tegenstrijdig. Ik vind het stoer dat hij opkwam tegen onrecht, maar ik voel geen behoefte om hem te leren kennen. Tijdens mijn studie in Verenigde Staten heb ik wel een oom bezocht die daar woont. Ook bij hem zou ik veel meer informatie kunnen halen over mijn geschiedenis. Ik vind het zelf best raar, maar ik ben er niet nieuwsgierig naar.”

“Anderhalf jaar geleden zeilde ik in mijn eentje naar Noorwegen en schreef onderweg aan een boek over mijn verleden. Nu ik die bootreis heb gemaakt en echt afstand heb genomen, weet ik dat er twee werelden naast elkaar kunnen bestaan. Een lichte, vrolijke wereld en de brute, onrechtvaardige wereld waartegen moedige mensen in verzet komen. De prijs die ik daarvoor heb betaald, vind ik een logische.”

‘De revolutie werd allesbepalend voor mijn leven’

Ida (40) kwam in 1991 op haar achtste naar Nederland. Ze studeerde psychologie en maakte carrière in de wetenschap. Ze is getrouwd met een Nederlandse man en heeft twee kinderen. Om veiligheidsredenen deelt ze haar verhaal anoniem.

“Tijdens een steunbetuiging aan de demonstraties in Iran stond ik twee weken geleden met mijn zoontje op de Dam. Ik nam hem mee zodat hij iets meekreeg van wat er nu in Iran gebeurt. Grootschalige demonstraties waar mensen, vrouwen en jongeren voorop, telkens weer hun levens op het spel zetten voor vrijheid en gelijkheid tussen vrouwen en mannen. We zijn niet lang gebleven. Want demonstraties zijn voor mij ambivalent. Veertig jaar geleden waren ze het kruit van de revolutie die alles bepalend werd voor mijn leven.

“Ik ben nu trots op het feit dat ik Iraanse ben en leef mee met de mensen daar. Maar dat heeft niets met mijn ouders te maken. Over hen praat ik eigenlijk nooit. Hun strijd begrijp ik niet. Hoe kun je jouw eigen kind lukraak op het vliegtuig zetten? Hoe kun je als intellectueel je ideaal boven de veiligheid en zorg voor je kind stellen? Als gevolg van die keuze ben ik door niemand opgevoed. Zonder ouderfiguren in mijn leven, zonder te weten waar ik vandaan kom en waarom het zo is gelopen.”

Negen pleeggezinnen en vier opvanghuizen

“Ik ben opgegroeid met de sterke overtuiging dat ik nergens bij hoor. De eerste drie jaren van mijn leven heb ik bij familie in Iran gewoond. Mijn ouders lieten me als baby bij mijn familie achter om zich bij het verzet aan te sluiten. Op mijn derde zag ik hen terug, maar ik woonde vooral bij andere gezinnen. Aan mijn ouders heb ik weinig herinneringen, zij waren altijd aan het werk. Een gezin vormden we nooit.”

“Eenmaal in Nederland woonde ik in negen pleeggezinnen en vier jeugdinstellingen. De jaren in de pleeggezinnen waren eenzaam en vol afwijzing. Telkens hoopte ik dat ik mocht blijven en soms werd dat ook beloofd, maar ik moest steeds weer weg. Dat was heel verdrietig. Ik sloot me af van alles wat Iraans was en van het idee dat ik überhaupt ouders had. Dat deed ik om te kunnen overleven. Van mijn cultuur kreeg ik niets mee, mijn moederstaal kon ik niet meer spreken. Ik leerde ook mijn eigen weg en wil te volgen, aanpassen bleek immers toch niets op te leveren.”

“De jaren in de jeugd- en crisisopvang vond ik juist bevrijdend, al waren dat natuurlijk ingewikkelde plekken met veel problematiek. Daar verbleven ook mensen die het moeilijk hadden met hun functioneren in de maatschappij. De regels voor blijven waren helder en gingen niet om liefde. Ik werd niet langer teleurgesteld. En ik leerde voor het eerst mensen kennen met soortgelijke verhalen. Ik sloot daar mijn eerste vriendschappen. Dat was het begin van een nieuw leven.”

“Ik wilde niets met de verzetsbeweging te maken hebben, al probeerden zij op allerlei manieren in contact te komen. Dat is de reden waarom ik altijd op geheime adressen heb gewoond en waarom ik niet met hen geassocieerd wil worden. Mede daarom wil ik ook niet met mijn naam in de krant. Ik heb de organisatie als kind al beangstigend gevonden.”

‘Ik heb twee foto’s van mezelf als kind’

“Ik ben een Nederlandse met Iraans bloed. Dit is het land en de cultuur die ik ken. Ik ben nu heel gelukkig en heb een stabiel en fijn gezinsleven. Toen ik zelf moeder werd, ontstond ineens de behoefte om meer te weten over Iran en mijn familie daar. Ik heb slechts twee foto’s van mezelf als klein kind. Ik weet niet of ik als klein meisje op mijn kinderen leek. Ik weet niets over mijn families, hoe ze heten, waar ze wonen. Ik denk dat ik aan de eerste levensjaren bij hen te danken heb dat ik nu stevig in het leven sta. Dat maakt me nieuwsgierig naar hen en naar het land waar ik vandaan kom met haar oude cultuur, liefde voor poëzie en de heerlijke keuken.”

“Verzetskinderen hadden geen keus. Ik ben kind van een omstreden organisatie die veel Iraniërs wantrouwen. Maar dat betekent niet dat ik niet geraakt ben door wat er nu gebeurt in Iran. Het is ook mijn land.

Wat nu gebeurt motiveert mij om Farsi te leren, zodat ik zelf het nieuws en berichten vanuit Iran kan volgen. Het mooiste woord vind ik Omidwaraam: ik ben hoopvol. Tegelijk met mijn kinderen werd een grote droom geboren, dat ik met hen naar Iran zou gaan. De afgelopen jaren heb ik vaak gedacht: dat gaat nooit gebeuren. Met de huidige opstanden, hoe verdrietig ook, is er een kleine lantaarn van hoop in mij gaan branden. Er is een lichtje dat zegt: misschien lukt het dit keer wel en kunnen we samen terug.”

De identiteit van Ida is bekend bij de hoofdredactie.

Mujahedin Khalq

De Marxistisch-Islamitische Mujahedin Khalq, ook wel de Iraanse Volksmoedjahedien (MEK) genoemd, is opgericht in 1965 door een groep intellectuelen die zich verzetten tegen het bewind van sjah Reza Pahlavi. Na de Islamitische Revolutie in 1979 keerde de groepering zich tegen het fundamentalistische regime van Ayatollah Khomeini. Als gevolg van de harde repressie die daarop volgde (onder meer een fatwa van de opperste leider Khomeini dat aanzette tot het doden van sympathisanten) vluchtten duizenden aanhangers met hun gezinnen naar Irak. Gesteund door Saddam Hussein voerden de leiders vanuit ‘kamp Ashraf’ een gewapende strijd om een democratie in Iran af te dwingen. Door de radicale activiteiten en de cultus rondom de MEK-leiders belandde de verzetsgroep op de lijst van terroristische organisaties.

Tijdens de Golfoorlog begin jaren negentig werden huwelijken van MEK-leden ontbonden, kinderen gescheiden van hun ouders en ondergebracht in pleeggezinnen in Europa, VS en Canada. Na de val van Saddam Hussein werd de groepering ontwapend en onder toezicht gesteld. In 2009 en 2012 verwijderden respectievelijk de Europese Unie en de VS de groepering van de lijst van terroristische organisaties. Sinds 2013 heeft de groep zijn onderkomen in Albanië.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden