ReportageCambodja

Dengue? ‘Ik denk dat je naar de dokter moet’, zegt mijn vrouw.

De mug, overbrenger van dengue Beeld Colourbox

Dengue, ofwel knokkelkoorts, is in Azië bezig aan een opmerkelijke opmars, geholpen door de opwarming van de aarde. Correspondent Ate Hoekstra raakte besmet met het virus en snapt nu waarom zijn landgenoten in Cambodja daar met zoveel afschuw over praten.

Het is midden in de nacht als ik plotseling klaar­wakker ben. Ik heb een knallende hoofdpijn en lig te rillen van de kou. Er zijn een paar relatief koele dagen en nachten voorspeld voor Cambodja, maar zo koud zou het toch niet worden? Ik haal een extra deken uit de kast en kijk verbaasd op als mijn vrouw zegt dat zij het helemaal niet koud heeft. Ben ik nou gek?

De volgende ochtend trekt een tergende spierpijn door mijn lichaam. De hoofdpijn is mogelijk nog erger dan een paar uur eerder. Ik neem paracetamol, zeg een afspraak af en duik terug onder de dekens. Griep, schiet het door mij heen. Vervelend, maar ik vertel mezelf dat ik over een paar dagen vast weer de oude ben.

Halverwege de middag stuur ik een bericht naar mijn moeder. Zij werkte ruim dertig jaar als verpleegster en fungeert geregeld als mijn medisch adviseur op afstand. “Kan ik griep hebben zonder dat ik verkouden ben?”, vraag ik. “Ja”, antwoordt ze, “dat kan.”

Symptomen afvinken

Toch zit het mij niet echt lekker. Ik Google de symptomen van dengue, oftewel knokkelkoorts, een akelige ziekte waarover ik Cambodjanen geregeld met afschuw hoor praten. Ik kan de symptomen één voor één afvinken: koorts, hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid, vermoeidheid. Langzaam dringt het besef door dat het gevreesde denguevirus mij na ruim zeven jaar Zuidoost-Azië waarschijnlijk te pakken heeft.

Dengue teistert Cambodja, waar ik sinds 2012 woon, en het teistert omringende landen al decennia. In de afgelopen jaren is het aantal infecties flink gestegen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) meldt een verzesvoudiging sinds 2010. Naar schatting zijn er grofweg 390 miljoen infecties per jaar. 96 miljoen daarvan leidt tot ziekte. 70 procent van de infecties treft mensen in Azië.

In 2019 waren er meer dengue-besmettingen dan ooit tevoren. Landen als Thailand, Maleisië, de Filipijnen en Cambodja noteerden stuk voor stuk een recordaantal ziektegevallen. Dat loopt niet altijd goed af. In De Filipijnen eiste dengue in de eerste acht maanden van 2019 meer dan duizend levens, voornamelijk kinderen. Elders in de regio overleden het afgelopen jaar honderden mensen aan de ziekte.

‘Nu naar de dokter!’

Als Sineat, mijn Cambodjaanse vrouw, tegen het begin van de avond thuiskomt van haar werk, ziet ze direct dat het mis is. Ik lig onder een deken te rillen van de kou en probeer de barstende hoofdpijn te vergeten. “Ik denk dat je naar de dokter moet”, zegt Sineat. “Kunnen we dat morgen doen?”, probeer ik nog. Haar antwoord is kraakhelder: “Nee, we gaan nu”.

Als we in een tuk-tuk stappen, neemt de ellende alleen maar toe. Ik heb een jas aangetrokken die ik normaal alleen in het koele Nederland draag, en dan nog heb ik het koud. De spierpijn maakt het onmogelijk een comfortabele zithouding in de kleine driewieler te vinden. Ik ben nu zo misselijk dat ik Sineat waarschuw dat ik straks vast moet overgeven.

In de kliniek stelt een dokter vast wat ik eigenlijk al wist. Ik heb 39,6 graden koorts. Een uurtje later bevestigt een bloedtest dat ik dengue heb. Bij de vraag of ik nu naar huis mag, kijkt de dokter mij bezorgd aan. “Ik adviseer je hier te blijven. Er staat een bed voor je klaar.” Ik stem toe. Ik ben zo moe dat ik alleen nog maar wil slapen.

Akelige bloedingen

Even later word ik aangesloten op een infuus. Een specifiek medicijn tegen dengue is er nog niet, maar het infuus zorgt er in ieder geval voor dat ik niet uitdroog. Daarnaast ontvang ik paracetamol en word ik met klem verzocht hard of pittig eten te vermijden. Tanden poetsen mag ook niet, want dat kan tot akelige bloedingen leiden. Kenmerkend aan dengue is namelijk het lage aantal bloedplaatjes. Normaal gesproken heeft een mens tussen de 150 en 450 miljard bloedplaatjes per liter bloed. Bij mij staan ze op het punt onder de 150 te duiken. Dat betekent een grotere kans op interne bloedingen.

Ruim vijftig jaar geleden waren er slechts negen landen die ervaring hadden met een ernstige dengue-epidemie, aldus de WHO. Inmiddels geldt het virus, dat net als malaria via muskiet wordt verspreid, als inheems in meer dan honderd landen. Naast Zuid- en Zuidoost-Azië steekt het geregeld de kop op in Centraal Afrika en Zuid-Amerika. Dengue is inmiddels zelfs gesignaleerd in delen van Australië en in het Midden-Oosten.

Die verspreiding zal in de komende decennia toenemen, waarschuwden onderzoekers van de London School of Hygiene & Tropical Medicine (LSHTM) in een vorig jaar verschenen rapport. De muskieten floreren in een warm en vochtig klimaat, en door de opwarming van de aarde voelen zij zich in een steeds groter deel van de wereld thuis.

Toenemende verspreiding

“Stijgende temperaturen kunnen de situatie verder verslechteren, omdat het mogelijk aanzet tot een grotere verspreiding en overdracht in delen van Azië, Europa, Noord-Amerika en Australië die nu gelden als laag-risico of denguevrij”, aldus het LSHTM rapport. De onderzoekers schatten dat er momenteel 3,83 miljard mensen in een gebied wonen waar dengue voorkomt. Door de toenemende verspreiding van het virus, komen daar in 2080 mogelijk 2,28 miljard mensen bij.

Ook de urbanisatie speelt een rol. Stedelijke gebieden zijn het geliefde jacht- en broedterrein van denguemuggen. Aziatische steden roepen inwoners daarom geregeld op uit te kijken met stilstaand water in bijvoorbeeld watertanks, oude autobanden of bloempotten; stuk voor stuk plekken waar muskieten eitjes leggen.

Dat de verspreiding groeit, merkten ze het afgelopen jaar in Nepal. Het land was in het verleden altijd te koud voor het dengue-virus om lange tijd te overleven. Maar vorig jaar waren er bijna 14 duizend besmettingen, aldus de Britse krant The Guardian. Zo’n uitbraak was in het bergachtige, door China en India ingeklemde land ongehoord.

Nauwelijks verbetering

De eerste nacht in het ziekenhuis houdt de knallende hoofdpijn mij urenlang wakker. Pas tegen het ochtendgloren val ik goed en wel in slaap. Als ik weer wakker word, staat er een verpleegster naast mijn bed. Ze neemt mijn temperatuur op (nog steeds koorts), controleert mijn bloeddruk en hartslag, en ze neemt bloed af. De bloedplaatjes zijn inmiddels onder de 150 gedaald. “Kritiek is het niet, maar we gaan je de komende dagen hier houden”, zegt een dokter.

Mij kan het weinig schelen. Ik voel me nu zo ziek, dat ik geen behoefte heb naar huis te gaan. Ik hoop alleen maar dat de hoofdpijn, spierpijn en misselijkheid snel afnemen. Als ik daar eenmaal vanaf ben, gaat het vast al een stuk beter.

De volgende dag is er nauwelijks verbetering. Ik kom mijn bed alleen uit om naar het toilet te gaan. Ik lees wat en kijk tv, maar ben te vermoeid om me ergens voor langere tijd op te concentreren.

Totale misère

Op de vierde dag spreek ik met Romi, een in Myanmar wonende vriendin. Ik herinner me dat het denguevirus haar een zware tijd heeft bezorgd. “Hoe lang deed jij erover om te herstellen?”, vraag ik haar. “De eerste drie weken waren echt totale misère”, antwoord ze, “maar daarna duurt het nog een hele tijd voor je weer echt op krachten bent.”

Desondanks besef ik dat ik geluk heb. Een goede verzekering maakt het voor mij mogelijk in een goede kliniek te verblijven, waar verpleegkundigen en dokters mijn conditie scherp in de gaten houden. De meeste Cambodjanen zijn aangewezen op overvolle ziekenhuiszalen en op medisch personeel dat ongetwijfeld goede bedoelingen heeft, maar lang niet altijd goed is opgeleid.

In de Filipijnen werken wetenschappers aan een medicijn tegen dengue. De eerste testen zijn veelbelovend, aldus hoofdonderzoeker Rita Grace Alvero tegenover Filipijnse media. Alvero verwacht zelfs dat het medicijn tegen het einde van dit jaar alle testen succesvol heeft doorstaan en klaar is om gebruikt te worden.

Controversieel vaccin

In december 2015 werd bovendien het eerste vaccin tegen dengue op de markt gebracht. Volgens de WHO is Dengvaxia inmiddels in twintig landen beschikbaar voor mensen van 9 tot 45 jaar oud. Maar het vaccin is controversieel. Het zou alleen werken bij mensen die eerder dengue hebben gehad. Bij mensen die niet eerder besmet zijn geweest, kan het gebeuren dat het vaccin hen bij een besmetting juist nog zieker maakt.

In de Filipijnen leidde Dengvaxia een paar jaar geleden tot dramatische toestanden, toen de overheid het wilde gebruiken voor een massavaccinatie van schoolkinderen. Waarschuwingen dat het vaccin niet eerder besmette kinderen extra ziek kan maken, werden in de wind geslagen. Pas na de vaccinatie van 830.000 kinderen en publieke woede onder ouders en politici, werd het plan afgeblazen.

Het feit dat het denguevirus vier verschillende types kent, maakt het ontwikkelen van medicijnen en vaccins niet eenvoudiger. Wetenschappers ontdekten dat als iemand voor de tweede keer besmet raakt met dengue, maar met een ander virustype, het risico om een hevige vorm van de ziekte te krijgen extra groot is. Het lichaam kan dan in een shock belanden. In sommige gevallen overlijdt de patiënt.

Jeukende uitslag

Op de vijfde dag ben ik voor het eerst sinds mijn besmetting de hele dag koortsvrij. Maar mijn bloedplaatjes zijn inmiddels onder de 100 gedaald. De dokter staat erop dat ik nog een dag in het ziekenhuis blijf ter observatie. De volgende dag mag ik eindelijk terug naar huis. Ik ben opgelucht en tegelijkertijd doodop. Het ergste is voorbij, maar ik ben gewaarschuwd dat het nog weken kan duren voordat ik volledig hersteld ben. Ik heb bovendien een irritant jeukende uitslag op mijn handen, nog zo’n typisch symptoom van dengue.

Ruim een week na mijn eerste ziektedag ben ik bij de opening van een nieuwe vakbond voor journalisten in Cambodja. Ik kom er vrienden en kennissen tegen. “Dengue? Dat was vijf dagen hel voor mij”, vertelt één van hen. Een bevriende journalist vertelt me dat het hem vijf weken duurde om op krachten te komen: “De vierde week was ik zo moe en gefrustreerd dat ik er depressief van werd”.

Een paar dagen later ben ik terug in de kliniek. Mijn bloedplaatjes zijn terug op hun normale waarde, de dokter verklaart me genezen. “Maar ik ben nog steeds vermoeid, en soms komen de hoofdpijn en misselijkheid terug”, vertel ik hem. Ik krijg een geruststellende glimlach. “Dat hoort er allemaal bij”, klinkt het.

Het is halverwege december. Ik besluit het de rest van de week rustig aan te doen. “Zie het maar als een vervroegde kerstvakantie”, zegt mijn vrouw.

Lees ook:

De tijgermug komt voor in Nederland. Hoe bang moeten we daarvoor zijn? 

Sinds 2005 heeft Nederland te maken met de tijgermug. Omdat die infectieziekten kan overdragen, wordt hij bestreden. Maar deskundigen verschillen van mening over hoe dat moet gebeuren. Het leger inzetten? En hoe groot is het risico voor de volksgezondheid eigenlijk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden