ColumnBas den Hond

De winnaar krijgt in Amerika alles – en dat is geen goed idee

Het had vrijdag heel goed Nevada al kunnen zijn dat Joe Biden de sleutels van het Witte Huis in handen speelde. Nevada mag 6 stemmen uitbrengen in het kiescollege dat namens de staten de president aanwijst. Biden had er al 264. Met die van Nevada erbij heeft hij er dus 270, precies het minimum waarop hij moest uitkomen. Geen Pennsylvania of Georgia meer nodig. Als de media hadden gedurfd, hadden ze Biden dus vrijdag op gezag van Nevada tot president kunnen uitroepen.

Dat is een hoop macht voor zo’n kleine staat. En een hoop macht voor een klein groepje mensen in die staat. Vrijdagavond was de stemverhouding in Nevada 606.967 voor Trump, 627.104 voor Biden. Iets meer dan 20.000 mensen dus, de meesten waarschijnlijk inwoners van Las Vegas, konden in principe met hun stem bepalen wie de leider werd van een van de machtigste landen ter wereld.

Dat slaat eigenlijk nergens op. Maar het is een logisch uitvloeisel van het Amerikaanse kiessysteem. Niet van het kiescollege. Dat heeft zo zijn eigenaardigheden, en nadelen, maar het is niet de oorzaak dat een klein groepje zoveel macht heeft. Die macht komt voort uit de regel waarmee in de VS de winnaar van bijna elke belangrijke verkiezing wordt bepaald: winner takes all. Wie de meeste stemmen haalt, wint alles. In dit geval dus: alle kiesmannen van een staat.

Bij presidentsverkiezingen geldt het van hoog tot laag. Als Joe Biden maar 270 kiesmannen haalt, en Donald Trump dus 269, dan wordt Biden president en Trump een machteloze twitteraar. Eén kiesman meer voor Trump en het was andersom geweest.

Dat Biden na winst in Nevada alle 6 kiesmannen van die staat kreeg, is ook kenmerkend. In die staat houden Democraten en Republikeinen elkaar immers extreem goed in evenwicht, de stemverhouding bij deze presidentsverkiezing was 49,2 tegen 50,8 procent. De zes stemmen van Nevada in het kiescollege zouden er dus redelijkerwijs 3 voor Biden en 3 voor Trump kunnen zijn. Als dat in alle staten zo gebeurde, zou de uitslag in het kiescollege een stuk beter weergeven hoe de Amerikanen over de kandidaten denken.

Ross Perot, de vernietigende spoiler 

Wie de meeste stemmen haalt, krijgt alles. Niet: wie de meerderheid haalt. In 1992 deed bij de presidentsverkiezingen een sterke derde kandidaat mee: Ross Perot van de Reform Party. Hij haalde in Nevada ruim 26 procent, president George H.W. Bush een kleine 35 procent en Bill Clinton ruim 37 procent. Nevada had toen vier kiesmannen, het zou niet onredelijk zijn geweest om er een te geven aan Perot, een elk aan Bush en Clinton en dan, vooruit, een extra aan Clinton omdat hij de meeste stemmen had. In plaats daarvan kreeg Clinton alles en Bush, die zonder Perot vermoedelijk had gewonnen, kreeg niets. Clinton werd toen trouwens president, met 370 stemmen in het kiescollege. Perot, die landelijk 19 procent van de stemmen haalde, en daarmee een vernietigende ‘spoiler’ was voor Bush, kreeg er nul.

Ook voor zetels in het Congres geldt doorgaans het winnaar krijgt alles-principe. Al zijn er uitzonderingen: in Georgia is er op 5 januari 2021 een tweede, beslissende ronde voor twee senaatszetels. In de eerste ronde afgelopen week haalde niemand meer dan 50 procent, en dus mochten de twee sterkste kandidaten, een Republikein en een Democraat, door. Met een beetje geluk stijgt voor de Democraten dankzij die tweede ronde, een ‘run off’ heet dat in de VS, het aantal senaatszetels dat ze in handen hebben naar 50, exact de helft. Dankzij de doorslaggevende stem van vice-president Kamala Harris hebben ze het dan in principe in dat 100 zetels tellende huis volledig voor het zeggen. Dus toch weer: winner takes all!

In Groot-Brittannië heet dat principe, met een uitdrukking uit de paardensport, ‘first past the post’. Uit dat land hebben de Amerikanen het systeem overgenomen. En net zoals bij het vroegere Europese moederland leidde het ook in de VS tot het ontstaan van een twee-partijensysteem. In het House of Commons spelen Labour en de Conservatieven de hoofdrollen, met bijrollen voor wat kleinere partijen. In het Congres vind je Republikeinen, Democraten en hoogstens een paar ‘onafhankelijken’.

Dat is onvermijdelijk. Als een Democraat de afgevaardigde is van een district, of de senator van je staat, en je wilt hem of haar weg hebben, dan kun je maar het beste op de Republikeinse uitdager stemmen. En vooral niet op een kandidaat, hoe interessant ook, die het probeert zonder een grote partij achter zich. Die zal vermoedelijk hoogstens op de derde plaats eindigen. Andere kiezers maken dan uit of de Republikein of de Democraat de meeste stemmen krijgt; jouw stem is weggegooid.

En omdat het zo werkt, kan iemand met politieke ambities dan ook maar beter lid worden van een van de twee grote partijen en proberen van binnenuit invloed uit te oefenen. Als onafhankelijke op pad gaan om stemmen te winnen is doorgaans een kansloze onderneming

Zo houdt dat systeem zichzelf in stand, zolang er volgens ‘winner takes all’ gekozen wordt.

Ongezonde symbiose 

En daarmee blijven veel bijwerkingen van dat systeem ook in stand. Doordat bijvoorbeeld een klein verschil in stemmen een groot verschil kan maken in de uitslag, kan financiële steun van een rijke geldschieter of een bedrijf een enorm rendabele investering zijn. Eén trefzekere tv-spot op de lokale televisie, gericht op de juiste doelgroep, kan het verschil al maken. Daardoor ontstaat er een ongezonde symbiose tussen politici en geldschieters. Er gaan miljoenen om in verkiezingen, miljarden in presidentsverkiezingen. Leden van het Congres besteden vanaf de eerste dag dat ze zijn gekozen alweer een flink deel van hun tijd aan fondsen werven.

Een opdeling van de politiek in twee partijen verwringt ook de politieke opstelling van burgers. Die kunnen maar kiezen uit twee pakketten van ideeën. Ben je voor het recht op abortus, maar tegen al teveel geld uitgeven door de overheid aan sociale zekerheid? Dan heb je een probleem. Ben je dan een Republikein of een Democraat? Je kunt natuurlijk zeggen: geen van beide, maar dat is geen echte identiteit, en je omgeving is altijd benieuwd aan welke kant je staat.

Een manier om daar uit te komen is om - onbewust - je ideeën aan te passen. Ben je voor het recht op abortus, dan ben je toch wel een Democraat, en bij nader inzien eigenlijk best ook voor een ruimhartig sociaal vangnet.

Uiteindelijk draagt een tweepartijenstelsel zo bij aan een tweedeling in de bevolking die er zonder dat systeem misschien niet was. Republikeinen die zo’n beetje alle ideeën van Democraten verwerpen, en daarom, niet onlogisch, concluderen dat het een ramp voor het land zou zijn, misschien wel fataal zelfs, als die aan de macht zouden komen. En andersom. Republikeinen die liever niet in een wijk of stad gaan wonen waar Democraten de culturele toon zetten. Staten die zo Republikeins of Democratisch zijn dat aanhangers van de tegenpartij zich in een of ander buitenland wanen.

Saaier regelen? 

Hoe zou de Amerikaanse samenleving er uitzien als er meer afgevaardigden per district werden gekozen, waardoor wel drie of vier partijen bestaansrecht zouden hebben? Zouden Amerikanen elkaar dan beter begrijpen? Zouden ze dan meer genuanceerde keuzen maken?

De meeste Amerikanen kunnen zich bij die vraag helemaal niets voorstellen, zo vanzelfsprekend vinden ze het hun systeem. Het alternatief kan ook ingewikkeld zijn, daar kunnen Nederlanders en Belgen met hun soms lange kabinetsformaties over meepraten. Maar in die landen gaat het er in de politiek wel een stuk constructiever aan toe.

Mocht Joe Biden op 20 januari worden beëdigd, na een machtsoverdracht die – zoals algemeen gehoopt – vreedzaam is verlopen, dan zullen de Amerikanen maar wat trots zijn. De media zullen om de haverklap melden dat de oudste democratie ter wereld het toch maar weer gered heeft. Dat ze een voorbeeld is voor de wereld. Maar in werkelijkheid kan Amerika van de wereld wel wat tips gebruiken over hoe je een democratie wat rationeler, rustiger – en toegegeven: saaier – regelt. En het wordt hoog tijd dat het land eens op les gaat.

Trouw-correspondent Bas den Hond (standplaats Boston) schrijft wekelijks een column over de Amerikaanse politiek. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden